Jonge mensen vragen . . .
Hoe moet ik omgaan met voortrekkerij?
„Mijn zus is twee jaar jonger dan ik en zij krijgt alle aandacht. . . . Ik vind het niet eerlijk.” — Rebecca.a
HOE meer aandacht je broer of zus krijgt, hoe meer je je misschien buitengesloten voelt. En als je een broer of zus hebt die bijzondere talenten bezit, met ernstige problemen kampt of dezelfde interesses of karaktereigenschappen heeft als je ouders, dan kan het je ontzettend veel moeite kosten om een klein beetje aandacht te krijgen! Hoe meer je erover nadenkt, des te gekwetster en verontwaardigder voel je je misschien.b
De bijbel waarschuwt echter: „Raakt in beroering, maar zondigt niet. Zegt wat gij te zeggen hebt, in uw hart, op uw bed, en zwijgt” (Psalm 4:4). Als je geïrriteerd en kwaad bent, loop je veel meer kans iets te zeggen of te doen waarvan je later misschien spijt hebt. Weet je nog hoe Kaïn zich opwond over de begunstigde positie die zijn broer, Abel, bij God genoot? God waarschuwde hem: „De zonde [ligt] aan de ingang op de loer, en haar sterke begeerte gaat naar u uit; en zult gij, van uw zijde, ze overmeesteren?” (Genesis 4:3-16) Kaïn werd zijn gevoelens niet meester en het gevolg was rampzalig!
Oké, jij staat niet op het punt een moord te begaan, zoals Kaïn. Niettemin kan voortrekkerij bedenkelijke gevoelens en emoties oproepen. Het kan daarom zijn dat er gevaren op de loer liggen voor jouw deur! Wat zijn enkele van die gevaren? En hoe kun je deze situatie meester worden?
Houd je tong in bedwang!
Toen Beth dertien was, had zij het gevoel dat haar ouders haar broertje voortrokken en haar onrechtvaardig behandelden. Zij vertelt: „Ma en ik schreeuwden wat af tegen elkaar, maar dat haalde totaal niets uit. Ik luisterde niet naar wat zij zei, en zij luisterde niet naar wat ik zei, dus het was zinloos.” Misschien heb jij ook ontdekt dat schreeuwen een nare situatie alleen maar erger maakt. Efeziërs 4:31 zegt: „Alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat worde uit uw midden weggenomen, evenals alle slechtheid.”
Je hoeft niet te schreeuwen om je standpunt duidelijk te maken. Een kalme aanpak werkt trouwens meestal beter. Spreuken 25:15 zegt: „Door geduld laat een aanvoerder zich overreden, en een zachte tong — die kan het gebeente breken.” Lijken je ouders zich dus schuldig te maken aan voortrekkerij, werp hun dat dan niet al schreeuwend voor de voeten. Wacht een geschikt tijdstip af en praat dan op een kalme, respectvolle manier met hen. — Vergelijk Spreuken 15:23.
Leg je het accent op de tekortkomingen van je ouders of verwijt je hun hoe „oneerlijk” zij zijn, dan vervreemd je hen alleen maar van je of zullen zij in de verdediging gaan. Leg in plaats daarvan het accent op het effect van hun doen en laten op jou. (’Ik voel me echt ongelukkig wanneer u geen aandacht voor me hebt.’) De kans is dan groter dat zij reden zien om je serieus te nemen. Wees ook ’vlug om te horen’ (Jakobus 1:19). Het is heel goed mogelijk dat je ouders geldige redenen hebben om extra aandacht aan je broer of zus te besteden. Misschien heeft hij of zij problemen waarvan jij niet op de hoogte bent.
Maar stel nu dat je opvliegend van aard bent en onbezonnen tekeergaat als je boos bent. Spreuken 25:28 vergelijkt een „man die zijn geest niet in bedwang heeft” met een stad „zonder muur”; zijn eigen onvolmaakte opwellingen zullen waarschijnlijk zijn ondergang worden. Het vermogen om je gevoelens te beheersen is daarentegen een teken van ware kracht! (Spreuken 16:32) Waarom zou je dus niet wachten tot je gekalmeerd bent voordat je je gevoelens uit, misschien zelfs tot de volgende dag? Het kan ook blijken te helpen als je afleiding zoekt, een stuk gaat wandelen bijvoorbeeld of wat lichaamsoefeningen doet (Spreuken 17:14). Door je lippen in bedwang te houden, kun je het vermijden iets pijnlijks of doms te zeggen. — Spreuken 10:19; 13:3; 17:27.
Subtiele ongehoorzaamheid
Nog een valstrik om te vermijden, is ongehoorzaamheid. De zestienjarige Marie viel het op dat haar kleine broertje nooit straf kreeg als hij de gezinsbijbelstudie verstoorde. Verontwaardigd over deze schijnbare partijdigheid ging zij „in staking”; zij weigerde aan de studie mee te doen. Heb jij ooit geweigerd je mond nog open te doen of besloten dwars te liggen als je het idee had dat iets oneerlijk was?
Zo ja, besef dan dat zulke subtiele tactieken in strijd zijn met het bijbelse gebod je ouders te eren en te gehoorzamen (Efeziërs 6:1, 2). Bovendien ondermijnt ongehoorzaamheid je relatie met je ouders. Het is beter je problemen met je ouders uit te praten. Uit Spreuken 24:26 blijkt dat iemand „die op een rechtstreekse wijze antwoordt”, het respect van anderen afdwingt. Toen Marie de kwestie met haar moeder besprak, gingen zij elkaar begrijpen en kwam er verbetering in de zaak.
Het gevaar van afzondering
Nog een ongezonde manier om met voortrekkerij om te gaan, is je van je familie terug te trekken of aandacht bij ongelovigen te zoeken. Cassandra overkwam het volgende: „Ik sloot me af voor mijn familie en zocht aansluiting bij wereldse vriendinnen die ik op school maakte. Ik had zelfs vriendjes, iets wat mijn ouders niet wisten. Daarop werd ik erg neerslachtig en ik had een slecht geweten, omdat ik wist dat wat ik deed niet juist was. Ik wilde uit die situatie zien te komen, maar ik wist gewoon niet hoe ik het aan mijn ouders moest vertellen.”
Het is gevaarlijk je van je familie en van geloofsgenoten af te zonderen — vooral wanneer je geïrriteerd bent en niet helder denkt. Spreuken 18:1 waarschuwt: „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken; tegen alle praktische wijsheid zal hij losbarsten.” Vind je het in zo’n periode moeilijk je tot je ouders te wenden, zoek dan een christelijke vriend of vriendin zoals die in Spreuken 17:17: „Een ware metgezel heeft te allen tijde lief, en is een broeder die geboren wordt voor de tijd dat er benauwdheid is.” Meestal is zo’n „ware metgezel” het makkelijkst te vinden onder rijpe leden van de gemeente.
Cassandra vond „een ware metgezel” toen zij die nodig had: „Bij het bezoek van de kringopziener [een reizende bedienaar van het evangelie] aan onze gemeente moedigden mijn ouders mij aan met hem te werken. Hij en zijn vrouw waren zulke ongekunstelde mensen en zij hadden echt belangstelling voor me. Ik kon fijn met hen praten. Ik had niet het gevoel dat zij me zouden veroordelen. Zij beseften dat het feit dat je als christen bent grootgebracht, nog niet wil zeggen dat je volmaakt bent.” Hun aanmoediging en rijpe raad waren precies wat Cassandra nodig had! — Spreuken 13:20.
Het gevaar van afgunst
Spreuken 27:4 waarschuwt: „De wreedheid van woede is er, ook de vloed van toorn, maar wie kan standhouden voor jaloezie?” Afgunst en jaloezie op een broer of zus die voorgetrokken wordt, heeft sommige jongeren tot onbezonnen daden gebracht. Zo bekende een vrouw: „Toen ik klein was had ik dun bruin piekhaar en mijn zusje had een geweldige gouden haardos die tot op haar middel viel. Mijn vader had daar altijd iets over te zeggen. Hij noemde haar zijn ’Rapunzel.’ Op een nacht heb ik toen ze sliep mijn moeders naaischaar gepakt, ben op mijn tenen naar haar bed geslopen en heb zoveel mogelijk haar afgeknipt.” — Samen opgroeien, door Adele Faber & Elaine Mazlish.
Geen wonder dus dat afgunst in de bijbel wordt aangeduid als een van de goddeloze „werken van het vlees” (Galaten 5:19-21; Romeinen 1:28-32). De „neiging tot afgunst” huist echter in ons allemaal (Jakobus 4:5). Dus als je bij jezelf constateert dat je eropuit bent je broer of zus narigheid te bezorgen, hem of haar een slechte beurt te laten maken of op een andere manier een toontje lager te laten zingen, dan is het heel goed mogelijk dat er afgunst ’aan de ingang op de loer ligt’ en probeert je de baas te worden!
Wat moet je doen als je merkt dat je zulke schadelijke gevoelens koestert? Probeer eerst tot God te bidden om zijn geest. Galaten 5:16 zegt: „Blijft door geest wandelen en gij zult in het geheel geen vleselijke begeerte volvoeren.” (Vergelijk Titus 3:3-5.) Het kan ook helpen als je stilstaat bij je ware gevoelens voor je broer of zus. Kun je echt zeggen dat je helemaal niet van hem of haar houdt — ondanks je verontwaardiging? Nu, de Schrift vertelt ons dat ’de liefde niet jaloers is’ (1 Korinthiërs 13:4). Weiger dus bij negatieve gedachten die afgunst oproepen stil te staan. Probeer blij te zijn voor hem of haar als hij of zij speciale aandacht van je ouders krijgt. — Vergelijk Romeinen 12:15.
Ook je gesprekken met je ouders kunnen nuttig blijken op dit punt. Als zij overtuigd raken van de noodzaak meer aandacht aan jou te besteden, zal dat een flinke hulp voor je zijn om je gevoelens van afgunst op je broer of zus te overwinnen. Maar als er nu geen verbetering in de situatie thuis komt en de voortrekkerij doorgaat? Word dan niet kwaad, schreeuw niet en kom niet in opstand tegen je ouders. Probeer hulpvaardig en gehoorzaam te blijven. Zoek zo nodig steun bij rijpe personen binnen de christelijke gemeente. Werk bovenal aan je band met Jehovah God. Houd de woorden van de psalmist in gedachte: „Ingeval mijn eigen vader en mijn eigen moeder mij werkelijk verlieten, zou toch Jehovah zelf mij opnemen.” — Psalm 27:10.
[Voetnoten]
a Enkele namen zijn veranderd.
[Illustratie op blz. 19]
Uitleggen dat je je achtergesteld voelt, kan de oplossing voor het probleem zijn