Wat is de oplossing?
DESKUNDIGEN voeren verhitte discussies over oplossingen voor de complexe waterproblemen van de mensheid. De Wereldbank wil dat er de komende tien jaar $600 miljard wordt geïnvesteerd in programma’s voor sanitaire en watervoorzieningen. De kosten van niet investeren kunnen nog hoger zijn. In Peru bijvoorbeeld kostte een tien weken durende cholera-epidemie, veroorzaakt door verontreinigd water, onlangs ongeveer $1 miljard — driemaal het bedrag dat in het hele decennium 1981–1990 in de watervoorziening van het land was geïnvesteerd.
Maar ondanks de goede bedoelingen van degenen die zich inzetten voor waterprojecten, hebben de heel armen er vaak weinig aan. De groei van de megasteden in de Derde Wereld is explosief en chaotisch. De armen wonen in overvolle hutjes van slechte kwaliteit zonder waterleiding of sanitaire voorzieningen. Omdat zij geen toegang hebben tot door de overheid gesubsidieerde watervoorzieningen, moeten zij particuliere waterverkopers hoge prijzen betalen voor water, vaak vuil water.
Het is duidelijk dat de mondiale watercrisis complex is en dat er veel nauw verstrengelde factoren bij betrokken zijn: schaarste, vervuiling, armoede, ziekte en de toenemende behoeften van groeiende bevolkingen. Het is eveneens duidelijk dat mensen deze problemen niet kunnen oplossen.
Basis voor optimisme
De toekomst is echter niet zo somber als velen voorspellen. Waarom niet? Omdat de oplossing voor de watercrisis van de wereld niet bij mensen berust; ze berust bij God. Hij alleen bezit zowel het vermogen als de wil om alle waterproblemen op te lossen.
Dat Jehovah God deze problemen kan oplossen, is buiten kijf. Hij is de Ontwerper en Schepper, niet alleen van de aarde maar ook van de wateren erop. Hij was het die al die cyclussen in de natuur die het leven op aarde mogelijk maken, op gang bracht — ook de schitterende watercyclus. Openbaring 14:7 identificeert Jehovah als „Degene die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft”.
Jehovah is bij machte het water op de wereld te reguleren. Hij is het „die regen geeft op de oppervlakte van de aarde en water zendt over de open velden” (Job 5:10). Over hem zegt de bijbel: „Hij maakt een wildernis tot een rietpoel van water, en het land van een waterloze streek tot plaatsen waar water opwelt.” — Psalm 107:35.
Herhaaldelijk heeft hij zijn vermogen om voor water te zorgen bewezen. Hij voorzag bijvoorbeeld de Israëlieten van water gedurende de veertig jaar dat zij in de wildernis verbleven, soms door een wonder. „Hij bracht vervolgens stromen te voorschijn uit een steile rots en deed wateren neerstromen net als rivieren”, zegt de bijbel. „Zie! Hij sloeg op een rots opdat er wateren zouden vloeien en zelfs stromen als een vloed zouden uitbreken.” — Psalm 78:16, 20.
Wat God zal doen
God zal niet toelaten dat de watercrisis eeuwig voortduurt. De bijbel voorzegt dat de tijd komt dat hij zal optreden ten behoeve van alle mensen wereldwijd die wensen te leven onder de liefdevolle heerschappij van zijn hemelse regering, die spoedig de macht over de aarde zal overnemen. — Mattheüs 6:10.
Die regering, Gods koninkrijk, zal een eind maken aan door water overgebrachte ziekten en aan alle andere ziekten. De bijbel verzekert Gods loyalen: „[God] zal stellig uw brood en uw water zegenen; en [hij] zal inderdaad de kwalen uit uw midden verwijderen” (Exodus 23:25). Bovendien zullen de vervuilers van de wateren op aarde weggevaagd worden omdat hij ’hen verderft die de aarde verderven’. — Openbaring 11:18.
De hele aarde zal gedijen onder Gods liefdevolle zorg. Nooit weer zullen mensen zich oneindige inspanningen hoeven getroosten om zoet, schoon water te vinden. De Almachtige God, die altijd de waarheid spreekt, inspireerde zijn profeet ertoe over de toekomst te schrijven: „Want in de wildernis zullen bruisende wateren zijn opgeweld, en stromen in de woestijnvlakte. En de door de hitte verschroeide bodem zal als een rietpoel zijn geworden, en de dorstige bodem als waterbronnen.” — Jesaja 35:6, 7; Hebreeën 6:18.
[Illustratie op blz. 10]
God belooft: „In de wildernis zullen bruisende wateren zijn opgeweld . . . en de dorstige bodem [wordt] als waterbronnen.” — Jesaja 35:6, 7