Waar de crisis het grootst is
MARY, die in de Verenigde Staten woont, begint haar dag met een douche, poetst haar tanden en laat ondertussen de kraan lopen, spoelt het toilet door en wast dan haar handen. Nog voor zij gaat ontbijten, heeft zij misschien al genoeg water gebruikt om de gemiddelde badkuip te vullen. Tegen het einde van de dag heeft Mary, zoals veel anderen die in de Verenigde Staten wonen, ruim 350 liter water gebruikt, voldoende om een badkuip twee en een half maal te vullen. Voor haar is een overvloed aan schoon water niet verder weg dan de dichtstbijzijnde kraan. Het is altijd beschikbaar; zij vindt het iets vanzelfsprekends.
Voor Dede, die in West-Afrika woont, ligt de zaak totaal anders. Zij staat lang voordat het licht wordt op, kleedt zich aan, zet een grote bak in evenwicht op haar hoofd en loopt acht kilometer naar de dichtstbijzijnde rivier. Daar wast zij zich, vult de bak met water en loopt dan naar huis terug. Deze dagelijkse gang van zaken vergt ongeveer vier uur. Het uur daarop filtreert zij het water om de parasieten eruit te verwijderen en verdeelt het dan over drie potten — één om te drinken, één voor huishoudelijk gebruik en nog één voor haar avondbad. Het wassen van kleren moet altijd bij de rivier gebeuren.
„Het gebrek aan water hier is slopend”, zegt Dede. „Als je bijna de helft van de ochtend kwijt bent met waterhalen, hoeveel van de dag is er dan nog over om op het land te werken of voor andere activiteiten?”
Dedes situatie is zeker niet uniek. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bedraagt de totale tijd die jaarlijks door grote aantallen vrouwen en kinderen besteed wordt aan het waterhalen bij verre, vaak vervuilde bronnen, ruim tien miljoen jaar!
Sommigen hebben het, anderen niet
Hoewel er dus wereldwijd voldoende zoet water is, is het niet gelijk verdeeld. Dat is het eerste grote probleem. Wetenschappers becijferen bijvoorbeeld dat terwijl Azië over 36 procent van het water beschikt dat de meren en rivieren van de wereld vult, in dat werelddeel 60 procent van de wereldbevolking woont. Daartegenover bevat de Amazone 15 procent van het rivierwater van de wereld, maar woont slechts 0,4 procent van de wereldbevolking er dicht genoeg bij om er gebruik van te maken. Ongelijke verdeling geldt eveneens voor de regenval. Sommige streken van de aarde zijn bijna constant droog; andere zijn niet altijd droog maar hebben af en toe met periodes van droogte te kampen.
Een aantal deskundigen is van mening dat mensen misschien veranderingen in het klimaat teweegbrengen die samenhangen met de regenval. Ontbossing, overbebouwing en overbeweiding veroorzaken allemaal een kale bodem. Sommigen redeneren dat wanneer dat gebeurt, het aardoppervlak meer zonlicht naar de atmosfeer terugkaatst. Het gevolg: De atmosfeer wordt warmer, wolken drijven uiteen en de regenval neemt af.
Kaal land kan ook tot minder regenval leiden, want een groot deel van de regen die op wouden valt, is water dat eerst uit de vegetatie zelf is verdampt — uit de bladeren van de bomen en het kreupelhout. Met andere woorden, vegetatie fungeert als een enorme spons die regenval absorbeert en vasthoudt. Verwijder de bomen en het kreupelhout en er is minder water beschikbaar om regenwolken te vormen.
Hoe drastisch menselijke activiteiten precies van invloed zijn op de regenval, is nog onderwerp van discussie; er moet nog meer onderzoek naar worden gedaan. Maar zoveel is zeker: Watertekorten zijn wijdverbreid. Gebrek aan water bedreigt reeds de economie en gezondheid van tachtig landen, waarschuwt de Wereldbank. En al veertig procent van de bewoners van de aarde — ruim twee miljard mensen — heeft geen toegang tot schoon water of sanitaire voorzieningen.
Wanneer rijke landen met watertekorten te kampen hebben, slagen ze er meestal met geld wel in, ernstige moeilijkheden te voorkomen. Ze bouwen dammen, maken gebruik van dure technieken om hun water te recyclen of ontzilten zelfs zeewater. Arme landen hebben die opties niet. Vaak moeten ze kiezen tussen het rantsoeneren van schoon water, wat belemmerend kan werken op de economische vooruitgang en de voedselproduktie, en het hergebruik van ongezuiverd water, wat leidt tot het verbreiden van ziekten. Omdat de vraag naar water overal toeneemt, ziet de toekomst er heel, heel droog uit.
Een decennium van hoop
Op 10 november 1980 sprak de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vol vertrouwen over het komende „Internationale Tienjarenplan voor de Drinkwatervoorziening en Hygiëne”. Het doel, zo maakte de vergadering bekend, was in 1990 alle bewoners van de Derde Wereld volledige toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen verschaft te hebben. Tegen het eind van het decennium was er ongeveer $134 miljard uitgegeven om ruim een miljard mensen van schoon water te voorzien en ruim 750 miljoen mensen de beschikking over faciliteiten voor de zuivering van rioolwater te geven — een indrukwekkende prestatie.
Maar tegenover deze vooruitgang stond een bevolkingsgroei van 800 miljoen mensen in ontwikkelingslanden. Derhalve waren er in 1990 nog ruim een miljard mensen over die het ontbrak aan veilig water en toereikende sanitaire voorzieningen. De kritieke situatie leek overeen te komen met wat de koningin tegen Alice zei in het kinderverhaal Through the Looking-Glass: „Zie je, je moet zo hard lopen als je kunt om te blijven waar je bent. Als je ergens anders wilt komen, moet je minstens tweemaal zo hard lopen!”
Sinds 1990 zijn de algehele vorderingen bij het verbeteren van het lot van degenen zonder water en sanitaire voorzieningen volgens de WHO „armzalig” geweest. Sandra Postel schreef toen zij vice-voorzitter van de afdeling Research bij het Worldwatch Institute was: „Het blijft een ernstige morele tekortkoming dat 1,2 miljard mensen geen water kunnen drinken zonder ziekte of dood te riskeren. De reden is niet zozeer een tekort aan water of onvoldoende technologie, als wel een gebrek aan sociaal en politiek engagement om in de basisbehoeften van de armen te voorzien. Het zou naar schatting per jaar $36 miljard meer kosten, gelijk aan ruwweg vier procent van de militaire uitgaven van de wereld, om de hele mensheid te verschaffen wat de meesten van ons nu als vanzelfsprekend beschouwen — schoon drinkwater en een hygiënische manier van afvalverwerking.”
Groeiende bevolking, groeiende vraag
De ongelijke verdeling van water wordt ingewikkelder gemaakt door een tweede probleem: Naarmate de bevolking groeit, groeit de vraag naar water. De regenval blijft wereldwijd min of meer constant, maar bevolkingen groeien snel. De waterconsumptie is in deze eeuw minstens tweemaal verdubbeld en sommigen schatten dat ze binnen de komende twintig jaar opnieuw zou kunnen verdubbelen.
Natuurlijk is er voor groeiende aantallen mensen niet alleen meer drinkwater maar ook meer voedsel nodig. De voedselproduktie op haar beurt vergt steeds grotere hoeveelheden water. De landbouw moet echter concurreren met de vraag naar water van de industrie en particulieren. Als steden en industriegebieden zich uitbreiden, is de landbouw vaak de verliezende partij. „Waar moet het voedsel vandaan komen?”, vraagt een onderzoeker. „Hoe kunnen wij in de behoeften van tien miljard mensen voorzien wanneer wij nauwelijks in de behoeften van vijf miljard kunnen voorzien en in feite water weghalen bij de landbouw?”
De bevolkingsgroei doet zich grotendeels voor in ontwikkelingslanden, waar water vaak reeds een schaars goed is. Helaas zijn die landen het minst in staat, zowel financieel als technisch, om waterproblemen op te lossen.
Vervuiling
Voeg bij de tekorten aan water en de behoeften van een groeiende bevolking nog een derde aanverwant probleem: vervuiling. De bijbel spreekt van „een rivier van water des levens”, maar veel rivieren zijn tegenwoordig rivieren des doods (Openbaring 22:1). Volgens één schatting bedraagt de hoeveelheid afvalwater — huishoudelijk en industrieel — die jaarlijks de rivieren van de wereld instroomt, 450 kubieke kilometer. Veel rivieren en beken zijn van begin tot eind vervuild.
In de ontwikkelingslanden van de wereld vervuilt ongezuiverd afvalwater bijna elke grote rivier. Uit een onderzoek van 200 grote Russische rivieren bleek dat acht op de tien gevaarlijk hoge bacterie- en virusgehalten vertoonden. In de rivieren en het grondwater van geïndustrialiseerde landen mogen dan geen grote hoeveelheden afvalwater terechtkomen, ze worden vaak wel vergiftigd met toxische chemicaliën, waaronder stoffen uit kunstmest. In bijna alle delen van de wereld pompen aan zee gelegen landen ongezuiverd afvalwater naar ondiepe wateren voor hun kust, waardoor de stranden ernstig verontreinigd worden.
Watervervuiling is dus een mondiaal probleem. In de brochure Water: The Essential Resource, een uitgave van de Audubon Society, wordt de situatie als volgt samengevat: „Een derde van de mensheid ploetert voort in een aanhoudende staat van ziekte of zwakte tengevolge van onzuiver water; nog een derde wordt bedreigd door de lozing in water van chemische stoffen waarvan de lange-termijneffecten onbekend zijn.”
Slecht water, slechte gezondheid
De eerder genoemde Dede zei dat ’gebrek aan water slopend is’. Ja, gebrek aan schoon zoet water kan inderdaad slopend zijn, in de meest letterlijke zin. Voor haar en miljoenen zoals zij is er nauwelijks enige andere keus dan water uit beken en rivieren te gebruiken, die vaak niet veel meer zijn dan open riolen. Geen wonder dat er, volgens de WHO, elke acht seconden een kind sterft aan een ziekte die met water te maken heeft!
Volgens het blad World Watch wordt in de Derde Wereld tachtig procent van alle ziekte verbreid door de consumptie van onveilig water. Jaarlijks worden door water overgebrachte ziekteverwekkers en vervuiling 25 miljoen mensen noodlottig.
De door water overgebrachte dodelijke ziekten — waaronder diarree, cholera en tyfus — eisen de meeste van hun slachtoffers in de tropen. Toch heeft men niet alleen in de Derde Wereld met door water overgebrachte ziekten te kampen. In 1993 werden in de Verenigde Staten 400.000 mensen ziek in Milwaukee (Wisconsin) na het drinken van kraanwater dat een microbe bevatte die resistent was tegen chloor. Datzelfde jaar kwamen er gevaarlijke microben terecht in de waterleiding van andere steden in de Verenigde Staten — Washington D.C., New York en Cabool in Missouri — zodat de inwoners gedwongen waren het water dat uit hun kraan kwam te koken.
Gemeenschappelijke rivieren
De nauw met elkaar samenhangende problemen — watertekorten, de behoeften van een groeiende bevolking en vervuiling die tot een slechte gezondheid leidt — zijn allemaal factoren die spanningen en conflicten teweeg kunnen brengen. Per slot van rekening is water zeker geen luxeartikel. Zo zei een politicus in Spanje die een watercrisis meester trachtte te worden: „Het is geen economische strijd meer, maar een gevecht voor overleving.”
Een belangrijk spanningsveld is het delen van water uit rivieren. Volgens Peter Gleick, een wetenschappelijk onderzoeker in de Verenigde Staten, woont veertig procent van de wereldbevolking in de 250 rivierbekkens waarvan het water door meer dan één land begeerd wordt. De Brahmaputra, Indus, Mekong, Niger, Nijl en Tigris stromen allemaal door verscheidene landen — landen die zo veel mogelijk water aan die rivieren willen onttrekken. Er hebben zich al conflicten voorgedaan.
Naarmate de vraag naar water groeit, zullen zulke spanningen toenemen. De vice-president voor Milieuvriendelijke Ontwikkeling van de Wereldbank voorspelt: „Bij veel van de oorlogen in deze eeuw ging het om olie, maar bij oorlogen in de komende eeuw zal het om water gaan.”
[Kader/Illustraties op blz. 7]
Een molecule op pad
Laten wij de omzwervingen van een enkel watermolecule eens volgen op zijn eindeloze reis. De serie bijgaande afbeeldingen, genummerd in overeenstemming met de tekst, illustreert slechts een van de myriaden paden die een enkel watermolecule zou kunnen volgen om terug te keren naar de plek vanwaar het gekomen is. — Job 36:27; Prediker 1:7.
Wij beginnen met een molecule aan het oppervlak van de oceaan (1). Daar water door de kracht van de zon verdampt, stijgt het molecule op totdat het zich zo’n duizend meter boven de aarde bevindt (2). Nu voegt het zich bij andere watermoleculen, zodat er een minuscuul waterdruppeltje ontstaat. Het druppeltje laat zich honderden kilometers meevoeren door de wind. Na verloop van tijd verdampt het druppeltje en het molecule stijgt weer op totdat het zich ten slotte bij een regendruppel voegt die groot genoeg is om op de grond te vallen (3). De regendruppel valt samen met miljarden andere druppels op een heuvel neer; het water stroomt snel naar beneden, een beek in (4).
Dan drinkt er een hert uit de beek en neemt ons molecule op (5). Uren later urineert het hert en komt het molecule in de grond terecht, waar het wordt opgenomen door de wortels van een boom (6). Vandaar gaat het molecule omhoog in de boom en verdampt het ten slotte uit een blad, de lucht in (7). Zoals voordien drijft het naar boven om weer bij te dragen tot de vorming van een minuscuul druppeltje. Het druppeltje wordt meegevoerd door de wind totdat het zich bij een donkere, zware regenwolk voegt (8). Ons molecule komt opnieuw omlaag met de regen, maar deze keer bereikt het een rivier, die het naar de oceaan meevoert (9). Daar kan het duizenden jaren doorbrengen voordat het de oppervlakte bereikt, verdampt en nogmaals de lucht ingaat (10).
De cyclus eindigt nooit: Water verdampt uit de zeeën, reist over land, valt neer in de vorm van regen en loopt terug in de zeeën. Op die manier houdt water al het leven op aarde in stand.
[Kader/Illustratie op blz. 9]
Wat men heeft voorgesteld
De bouw van ontziltingsinstallaties. Die verwijderen zout uit zeewater. Meestal gebeurt dit door het water in lage-drukkamers te pompen, waar het wordt verhit tot het kookt. Het water verdampt en wordt naar elders geleid terwijl de zoutkristallen achterblijven. Het is een kostbaar proces, dat veel ontwikkelingslanden zich niet kunnen permitteren.
IJsbergen laten smelten. Sommige wetenschappers geloven dat kolossale ijsbergen, die zuiver zoet water bevatten, door grote sleepboten uit het Zuidpoolgebied gesleept zouden kunnen worden om ze te laten smelten en zo dorre landen op het zuidelijk halfrond van water te voorzien. Eén probleem: Ongeveer de helft van iedere ijsberg zou op zee smelten voordat hij zijn bestemming bereikte.
Het aanboren van aquifers. Aquifers zijn watervoerende gesteentelagen diep in de aarde. Daaruit kan water worden opgepompt, zelfs in de droogste woestijn. Maar het winnen van dit water is duur en het verlaagt het grondwaterpeil. Nog een nadeel: De meeste aquifers worden slechts langzaam aangevuld en sommige helemaal niet.
[Illustraties op blz. 5]
Waterhalen kan elke dag vier uur vergen
[Illustraties op blz. 8]
Jaarlijks stroomt er zo’n 450 kubieke kilometer afvalwater de rivieren in
[Verantwoording]
Foto: Mora, Godo-Foto