Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 8/5 blz. 5-12
  • Ontbreekt bij de evolutie de grondslag?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ontbreekt bij de evolutie de grondslag?
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Irreduceerbare complexiteit — Een struikelblok voor evolutie?
  • De irreduceerbare complexiteit van de bloedstolling
  • „Een mysterieuze en totale stilte”
  • De problemen met het begin van het leven
  • Waarom gelooft de meerderheid erin?
  • Meningsverschillen over evolutie — Waarom?
    Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping?
  • Bestaan er eigenlijk wel eenvoudige levensvormen?
    Vijf belangrijke vragen over het ontstaan van het leven
  • Twee logische vragen
    Ontwaakt! 2015
  • Hoe is het leven ontstaan?
    Meer onderwerpen
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 8/5 blz. 5-12

Ontbreekt bij de evolutie de grondslag?

WAAR komt Darwins evolutietheorie op neer? „In de volste, biologische zin . . . betekent evolutie een proces waardoor het leven is ontstaan uit niet-levende materie en zich vervolgens geheel en al langs natuurlijke weg heeft ontwikkeld.” De darwinistische evolutie stelt voorop dat „nagenoeg alle leven, of op zijn minst alle meest interessante aspecten ervan, het resultaat is van natuurlijke selectie die inwerkt op de aanwezige toevallige variatie”. — Darwin’s Black Box — The Biochemical Challenge to Evolution,a door Michael Behe, docent biochemie aan de Lehigh University in Pennsylvania (VS).

Irreduceerbare complexiteit — Een struikelblok voor evolutie?

Toen Darwin zijn theorie ontwikkelde, waren geleerden niet of nauwelijks op de hoogte van de verbazingwekkende complexiteit van de levende cel. De moderne biochemie, de studie van het leven op moleculair niveau, heeft iets van die ingewikkeldheid aan het licht gebracht. Ze heeft ook ernstige vragen en twijfels doen rijzen ten aanzien van Darwins theorie.

De bestanddelen van cellen bestaan uit moleculen. Cellen zijn de bouwstenen van alle levende organismen. Professor Behe is rooms-katholiek en gelooft in evolutie als verklaring voor de latere ontwikkeling van dieren. Maar hij twijfelt er ernstig aan of evolutie het bestaan van de cel kan verklaren. Hij spreekt van moleculaire machines die „een lading van de ene plek in de cel naar de andere vervoeren langs ’verkeerswegen’ gemaakt van andere moleculen . . . Cellen glijden voort met behulp van machines, maken kopieën van zichzelf met machines, nemen voedsel tot zich met machines. Om kort te gaan, zeer complexe moleculaire machines besturen elk cellulair proces. De details van het leven zijn bijgevolg zeer nauwkeurig op elkaar afgestemd en het mechanisme van het leven is enorm ingewikkeld.”

Maar op wat voor schaal vindt al deze activiteit plaats? De gemiddelde cel heeft een doorsnede van slechts 0,025 millimeter! In die uiterst kleine ruimte spelen zich ingewikkelde processen af die onontbeerlijk zijn voor het leven. (Zie het diagram op blz. 8, 9.) Geen wonder dat er gezegd is: „De essentie is dat de cel — niets meer of minder dan de basis van het leven — verbijsterend ingewikkeld is.”

Behe voert aan dat de cel alleen kan functioneren als complete eenheid. Ze kan dus niet functioneren terwijl ze nog in een wordingsstadium verkeert door langzame, geleidelijke veranderingen onder invloed van evolutie. Als voorbeeld gebruikt hij een muizeval. Dat simpele apparaat werkt alleen wanneer het compleet is. Elk onderdeel op zich — plankje, veer, klem, enzovoort — is geen muizeval en kan niet als zodanig functioneren. Alle onderdelen moeten gelijktijdig aanwezig en gemonteerd zijn wil er sprake zijn van een val die werkt. Evenzo kan een cel slechts als zodanig functioneren wanneer alle bestanddelen ervan samengevoegd zijn. Hij gebruikt deze illustratie om uit te leggen wat hij bedoelt met „irreduceerbare complexiteit”.b

Dit betekent een groot probleem voor het vermeende evolutieproces, dat het verschijnen van geleidelijk verworven, nuttige kenmerken behelst. Darwin wist dat geleidelijke evolutie door natuurlijke selectie als theorie nog heel wat te verduren kon krijgen, want hij zei: „Als zou kunnen worden aangetoond dat er een ingewikkeld orgaan bestaat dat onmogelijk ontstaan kan zijn door een groot aantal opeenvolgende kleine veranderingen, zou dat de doodsteek zijn voor mijn theorie.” — De oorsprong der soorten.

De irreduceerbaar complexe cel is een groot struikelblok voor geloof in Darwins theorie. In de eerste plaats kan evolutie de sprong van anorganische naar organische materie niet verklaren. Vervolgens komt het probleem van de eerste complexe cel, die in één keer moet verschijnen, als geïntegreerde eenheid. Met andere woorden, de cel (of de muizeval) moet uit het niets verschijnen, in elkaar gezet en functionerend!

De irreduceerbare complexiteit van de bloedstolling

Nog een voorbeeld van irreduceerbare complexiteit is een proces dat de meesten van ons als vanzelfsprekend beschouwen wanneer wij ons snijden — de bloedstolling. Normaal zal elke vloeistof onmiddellijk uit een lek omhulsel lopen en dat blijven doen totdat het omhulsel leeg is. Wanneer wij in onze huid prikken of snijden, wordt het lek echter snel gedicht door de vorming van een stolsel. Maar zoals artsen weten, „is de bloedstolling een zeer complex, uiterst samengesteld systeem waarbij heel wat onderling afhankelijke, uit eiwitten bestaande onderdelen een rol spelen”. Die activeren wat men een stollingscascade noemt. Dit delicate genezingsproces „staat of valt met de timing en de snelheid waarmee de verschillende reacties optreden”. Anders zou het kunnen gebeuren dat al iemands bloed stolt en vast wordt, of, het tegenovergestelde, dat hij doodbloedt. Timing en snelheid zijn de essentiële sleutelfactoren.

Uit biochemisch onderzoek is gebleken dat er bij de bloedstolling veel factoren betrokken zijn en dat er geen mag ontbreken wil het proces slagen. Behe vraagt: „Wanneer het stollen eenmaal is begonnen, wat weerhoudt het er dan van door te gaan totdat al het bloed . . . vast is geworden?” Hij legt uit dat „de vorming, beperking, versterking en verwijdering van een bloedstolsel” een geïntegreerd biologisch systeem vormen. Faalt er één onderdeel, dan faalt het systeem.

Russell Doolittle, evolutionist en hoogleraar biochemie aan de University of California stelt de vraag: „Hoe ter wereld heeft dit complexe en nauwkeurig uitgebalanceerde proces zich ontwikkeld? . . . De paradoxie was deze: als elk eiwit afhankelijk was van activatie door een ander, hoe heeft het systeem dan ooit kunnen ontstaan? Wat voor nut zou enig onderdeel van het ontwerp hebben zonder het totaal?” Met gebruikmaking van evolutionaire argumenten probeert Doolittle de oorsprong van het proces te verklaren. Professor Behe wijst er echter op dat er een „enorme hoeveelheid geluk nodig [zou zijn] om de juiste genetische stukjes op de juiste plaatsen te krijgen”. Hij toont aan dat Doolittles uitleg en oppervlakkige taal reusachtige moeilijkheden verhullen.

Een van de grote bezwaren tegen het evolutiemodel is dus de onoverkomelijke barrière van irreduceerbare complexiteit. Behe zegt: „Ik benadruk dat natuurlijke selectie, de motor van de darwinistische evolutie, alleen werkt als er iets te selecteren valt — iets wat nu al nuttig is, niet in de toekomst.”

„Een mysterieuze en totale stilte”

Professor Behe verklaart dat enkele geleerden een studie hebben gemaakt van „wiskundige modellen voor evolutie of nieuwe wiskundige methoden voor het vergelijken en interpreteren van sequentiegegevens”. Hij concludeert evenwel: „De wiskunde gaat ervan uit dat de feitelijke evolutie een geleidelijk, toevallig proces is; ze bewijst dat niet (en kan het niet bewijzen).” (Wij cursiveren laatste zinsdeel.) Eerder had hij gezegd: „Als u de wetenschappelijke lectuur over evolutie doorvorst en als u zich daarbij concentreert op de vraag hoe moleculaire machines — de basis van het leven — zich hebben ontwikkeld, stuit u op een mysterieuze en totale stilte. De complexiteit van de grondslag van het leven heeft de poging van de wetenschap ter verklaring ervan verlamd; moleculaire machines werpen een tot dusver ondoordringbare barrière op voor universele aanvaarding van het darwinisme.”

Dit roept voor gewetensvolle geleerden een reeks vragen ter overweging op: „Hoe heeft het fotosynthetische reactiecentrum zich ontwikkeld? Hoe is het intramoleculair vervoer begonnen? Hoe is de cholesterolbiosynthese begonnen? Hoe is retineen betrokken geraakt bij het gezichtsvermogen? Hoe hebben de fosfoproteïne-signaalroutes zich ontwikkeld?”c Behe voegt eraan toe: „Het feit alleen al dat er aan geen van deze problemen aandacht wordt besteed, laat staan dat ze worden opgelost, is een zeer sterke aanwijzing dat het darwinisme een ontoereikend kader is voor het begrijpen van de oorsprong van complexe biochemische systemen.”

Indien Darwins theorie de complexe moleculaire grondslag van de cel niet kan verklaren, hoe kan ze dan een bevredigende verklaring zijn voor het bestaan van de miljoenen soorten die er op deze aarde wonen? Per slot van rekening kan evolutie niet eens nieuwe „familie”-soorten voortbrengen door de kloven tussen de ene „familie”-soort en de andere te overbruggen. — Genesis 1:11, 21, 24.

De problemen met het begin van het leven

Hoe plausibel Darwins evolutietheorie ook mag lijken in de ogen van sommige geleerden, uiteindelijk zien zij zich met de vraag geconfronteerd: Zelfs indien wij aannemen dat vormen van levende organismen zich hebben ontwikkeld door natuurlijke selectie, hoe is het leven dan begonnen? Met andere woorden, het probleem is niet het overleven van de geschiktsten, maar de komst van de geschiktsten en de eersten! Maar zoals uit Darwins opmerkingen over de evolutie van het oog blijkt, was hij niet geïnteresseerd in het probleem hoe het leven begon. Hij schreef: „Het hoeft ons niet te interesseren hoe een zenuw gevoelig is geworden voor licht; net zomin als hoe het leven voor het eerst is ontstaan.”

De Franse wetenschappelijk schrijver Philippe Chambon schreef: „Darwin zelf vroeg zich af hoe de natuur zich ontwikkelende vormen selecteerde voordat ze volkomen functioneel waren. De lijst van evolutionaire raadsels is eindeloos. En hedendaagse biologen moeten met professor Jean Génermont van de Université de Paris in Orsay nederig toegeven dat ’de kunstmatige evolutietheorie de oorsprong van complexe organen niet gemakkelijk kan verklaren’.”

Vindt u het, gezien de enorme onwaarschijnlijkheid dat zo’n oneindige verscheidenheid en complexiteit van levensvormen door evolutie is ontstaan, moeilijk te geloven dat het allemaal gewoon door toeval in de juiste richting is geëvolueerd? Vraagt u zich af hoe dieren de strijd om de overleving van de geschiktsten toch hebben kunnen overleven terwijl hun ogen nog in een ontwikkelingsstadium verkeerden? Of terwijl zich zogenaamd nog primitieve vingers aan het vormen waren aan het submenselijke lichaam? Vraagt u zich af hoe cellen in leven zijn gebleven als ze in een onvolledige en gebrekkige toestand verkeerden?

Robert Naeye, schrijver voor het blad Astronomy en evolutionist, schreef dat het leven op aarde het resultaat is van „een lange opeenvolging van onwaarschijnlijke gebeurtenissen [die] zich op precies de juiste manier hebben voorgedaan om ons bestaan te bewerkstelligen, alsof wij een miljoen maal achtereen een miljoen gewonnen hadden in de loterij”. Die redenatie kan vermoedelijk worden gebruikt voor elk afzonderlijk dier dat thans bestaat. Onwaarschijnlijker kan het haast niet. Toch wordt van ons verwacht dat wij geloven dat door toevallige evolutie ook tegelijk een mannelijk en een vrouwelijk exemplaar zijn ontstaan, zodat de nieuwe soorten in stand konden blijven. Bovendien moeten wij ook geloven — en dat maakt het nog onwaarschijnlijker — dat het mannetje en het vrouwtje zich niet alleen tegelijk hebben ontwikkeld maar ook nog op dezelfde plaats! Zonder ontmoeting geen voortplanting!

Te geloven dat het leven in zijn miljoenen geperfectioneerde vormen het resultaat is van miljoenen gokjes die geslaagd zijn, is toch echt wel het toppunt van goedgelovigheid.

Waarom gelooft de meerderheid erin?

Waarom is evolutie zo populair en wordt de theorie door zo velen geaccepteerd als de enige verklaring voor het leven op aarde? Eén reden is, dat het de orthodoxe opvatting is die op scholen en universiteiten wordt onderwezen, en wee u als u enige twijfel waagt te uiten. Behe verklaart: „Veel studenten leren uit hun studieboeken hoe de wereld door een evolutionaire bril te bezien. Zij leren echter niet hoe de darwinistische evolutie een van de opmerkelijk ingewikkelde biochemische systemen die in die boeken worden beschreven, voortgebracht zou kunnen hebben.” Hij voegt eraan toe: „Om het succes van het darwinisme als orthodoxie en tevens zijn falen als wetenschap op moleculair niveau te begrijpen, moeten wij de studieboeken onder de loep nemen die gebruikt worden om aspirant-wetenschappers te onderwijzen.”

„Indien alle wetenschappers van de wereld geënquêteerd zouden worden, zouden verreweg de meeste zeggen dat zij geloven dat het darwinisme waar is. Maar net als ieder ander baseren wetenschappers hun mening veelal op het woord van anderen. . . . Ook, en helaas, zijn kritieken maar al te vaak door de wetenschappelijke wereld weggewuifd uit angst creationisten in de kaart te spelen. Ironisch genoeg is in naam van het beschermen van de wetenschap, zinnige wetenschappelijke kritiek op natuurlijke selectie terzijde geschoven.”d

Welk deugdelijke en betrouwbare alternatief is er voor Darwins evolutietheorie? In ons laatste artikel in deze reeks zal op die vraag worden ingegaan.

[Voetnoten]

a Naar dit werk wordt in het vervolg verwezen als Darwin’s Black Box.

b Met „irreduceerbare complexiteit” beschrijft hij „een enkelvoudig systeem bestaande uit verscheidene goed bij elkaar passende onderdelen waartussen een interactie bestaat; de onderdelen dragen bij tot de basisfunctie, terwijl door het wegnemen van een van de onderdelen het systeem in feite ophoudt te functioneren” (Darwin’s Black Box). Het is dus het eenvoudigste niveau waarop een systeem kan functioneren.

c Fotosynthese is het proces waarbij plantecellen, met behulp van licht en chlorofyl, koolhydraten maken uit kooldioxide en water. Het wordt door sommigen de belangrijkste chemische reactie die in de natuur voorkomt genoemd. Biosynthese is het proces waarbij levende cellen ingewikkelde chemische verbindingen maken. Retineen is betrokken bij het complexe gezichtsvermogen. Fosfoproteïne-signaalroutes zijn integrale functies van de cel.

d Creationisme houdt onder meer het geloof in dat de aarde is geschapen in zes letterlijke dagen of, in sommige gevallen, dat de aarde pas zo’n tienduizend jaar geleden is geschapen. Hoewel Jehovah’s Getuigen in schepping geloven, zijn zij geen creationisten. Zij geloven dat het Genesisverslag in de bijbel de mogelijkheid openlaat dat de aarde miljoenen jaren oud is.

[Inzet op blz. 6]

„Als zou kunnen worden aangetoond dat er een ingewikkeld orgaan bestaat dat onmogelijk ontstaan kan zijn door een groot aantal opeenvolgende kleine veranderingen, zou dat de doodsteek zijn voor mijn theorie.”

[Inzet op blz. 10]

De cel herbergt „een wereld van grootse technologie en verbijsterende complexiteit”. — Evolution: A Theory in Crisis

[Inzet op blz. 10]

De instructies binnen het DNA van de cel „zouden, indien ze werden uitgeschreven, duizend boeken van 600 pagina’s vullen”. — National Geographic

[Inzet op blz. 11]

„De wiskunde gaat ervan uit dat de feitelijke evolutie een geleidelijk, toevallig proces is; ze bewijst dat niet (en kan het niet bewijzen).”

[Inzet op blz. 12]

„Ironisch genoeg is in naam van het beschermen van de wetenschap, zinnige wetenschappelijke kritiek op natuurlijke selectie terzijde geschoven.”

[Kader op blz. 8]

Het molecule en de cel

Biochemie — „de studie van de feitelijke basis van het leven: de moleculen die de bouwstenen zijn van cellen en weefsels en de katalysatoren van chemische reacties als de spijsvertering, fotosynthese, immuniteit, enzovoort”. — Darwin’s Black Box.

Molecule — „het kleinste deeltje waarin een element of een verbinding gesplitst kan worden zonder zijn chemische en fysische eigenschappen te veranderen; een groepje overeenkomstige of verschillende atomen bijeengehouden door chemische krachten”. — The American Heritage Dictionary of the English Language.

Cel — de basiseenheid van alle levende organismen. „Elke cel is een hooggeorganiseerd geheel dat verantwoordelijk is voor de vorm en het functioneren van een organisme.” Uit hoeveel cellen bestaat een volwassen mens? Honderd biljoen (100.000.000.000.000)! Wij hebben ongeveer 155.000 cellen in elke vierkante centimeter huid en het menselijk brein telt tussen de 10 miljard en 100 miljard neuronen. „De cel is de sleutel tot de biologie omdat het op dit niveau is dat een samenstel van water, zouten, macromoleculen en membranen plotseling iets blijkt te zijn dat echt leeft.” — Biology.

[Kader op blz. 9]

De „ongeëvenaarde complexiteit” van de cel

„Om de realiteit van het leven zoals die is onthuld door de moleculaire biologie, te bevatten, moeten wij een cel een miljard maal vergroten tot ze een middellijn van twintig kilometer heeft en lijkt op een reusachtig luchtschip dat groot genoeg is om een enorme stad als Londen of New York te bedekken. Wat wij dan zouden zien, zou een voorwerp van ongeëvenaarde complexiteit en adaptief ontwerp zijn. Op het oppervlak van de cel zouden wij miljoenen openingen zien, te vergelijken met de deuren in een reusachtig ruimteschip, zich openend en sluitend om een voortdurende stroom materiaal in en uit te laten gaan. Indien wij door een van deze openingen naar binnen zouden gaan, zouden wij ons bevinden in een wereld van grootse technologie en verbijsterende complexiteit. Wij zouden eindeloze, hooggeorganiseerde gangen en leidingen zien met aftakkingen in elke richting, weg van de buitenkant van de cel, sommige leidend naar de centrale geheugenbank in de kern en andere naar montagefaciliteiten en verwerkeenheden. De kern zelf zou een grote bolvormige ruimte zijn met een doorsnede van meer dan een kilometer, lijkend op een geodetische koepel waarin wij de kilometers lange gewonden ketens van de DNA-moleculen zouden zien, allemaal netjes opgeslagen in ordelijke rijen. Een formidabele reeks produkten en grondstoffen zou zich op een zeer ordelijke manier door de talrijke buizen van en naar alle verschillende montagefaciliteiten in de buitenste regionen van de cel verplaatsen.

Wij zouden ons verbazen over het organisatieniveau dat besloten ligt in de beweging van zo veel objecten langs zo veel schijnbaar eindeloze buizen, allemaal in volmaakte eendracht. Wij zouden overal om ons heen, in welke richting wij ook keken, allerlei robotachtige machines zien. Het zou ons opvallen dat de simpelste van de functionele componenten van de cel, de eiwitmoleculen, verbazingwekkend complexe stukjes moleculaire machinerie waren, elk bestaand uit ongeveer drieduizend atomen geordend in een hooggeorganiseerde driedimensionale ruimtelijke structuur. Wij zouden ons nog meer verbazen bij het gadeslaan van de vreemd doelgerichte activiteiten van deze rare moleculaire machines, vooral als wij zouden beseffen dat, ondanks al onze vergaarde kennis van fysica en scheikunde, het ontwerpen van één zo’n moleculaire machine — ofte wel een enkel functioneel eiwitmolecule — ons vermogen thans volkomen te boven zou gaan en waarschijnlijk pas op zijn vroegst in het begin van de volgende eeuw gepresteerd zal worden. Toch is het leven van de cel afhankelijk van de geïntegreerde activiteiten van duizenden, zeker tienduizenden en waarschijnlijk honderdduizenden verschillende eiwitmoleculen.” — Evolution: A Theory in Crisis.

[Kader op blz. 10]

Feiten en fabels

„Voor iemand die zich niet verplicht voelt bij zijn speurtocht naar oorzaken intelligentie uit te sluiten, is de voor de hand liggende conclusie dat veel biochemische systemen ontworpen zijn. Ze zijn niet ontworpen door de natuurwetten, niet door toeval en noodzaak; in plaats daarvan zijn ze gepland. . . . Het leven op aarde op zijn meest fundamentele niveau, in zijn meest essentiële bestanddelen, is het produkt van intelligente activiteit.” — Darwin’s Black Box.

„Er is geen twijfel mogelijk dat biologen er na een eeuw van intensieve inspanningen niet in geslaagd zijn [de darwinistische evolutietheorie] enige significante geldigheid te verschaffen. Het feit blijft dat de natuur niet is gereduceerd tot het continuum dat het darwinistische model eist, noch is de geloofwaardigheid van het toeval als de scheppende kracht van het leven zeker gesteld.” — Evolution: A Theory in Crisis.

„De invloed van de evolutietheorie op terreinen die ver af staan van de biologie is een van de meest spectaculaire voorbeelden in de geschiedenis hoe een hoogst speculatief denkbeeld waarvoor geen echt hard wetenschappelijk bewijs bestaat, het denken van een hele samenleving kan gaan vormen en de aanblik van een eeuw kan bepalen.” — Evolution: A Theory in Crisis.

„Elke wetenschap die zich met ons verleden bezighoudt . . . die de mogelijkheid van ontwerp of schepping a priori uitsluit, is niet langer een speuren naar waarheid en wordt het knechtje (of de slaaf) van een twijfelachtige filosofische leer, namelijk het naturalisme.” — Origins Research.

„Het is een fabel . . . dat Charles Darwin het vraagstuk van het ontstaan van biologische complexiteit heeft opgelost. Het is een fabel dat wij een goed of zelfs een redelijk begrip van de oorsprong van het leven hebben of dat juiste verklaringen alleen betrekking hebben op zogenoemd natuurlijke oorzaken. Uiteraard hebben deze en andere fabels van het filosofisch naturalisme een bepaalde status. Men spreekt er niet te hardvochtig over in net gezelschap. Maar men mag ze ook niet kritiekloos aanvaarden.” — Origins Research.

„Onder vier ogen geven veel wetenschappers toe dat de wetenschap geen verklaring heeft voor het begin van het leven. . . . Darwin heeft zich nooit een voorstelling kunnen maken van de uitermate grote complexiteit die er zelfs op de meest fundamentele niveaus van het leven bestaat.” — Darwin’s Black Box.

„Er is geen wetenschappelijke basis voor de moleculaire evolutie. . . . Men beweert wel dat een dergelijke evolutie heeft plaatsgevonden, maar absoluut geen van die beweringen wordt gestaafd met relevante proeven of berekeningen. Daar niemand de moleculaire evolutie uit rechtstreekse ervaring kent, en daar er geen autoriteit is waarop aanspraken ermee bekend te zijn, gebaseerd kunnen worden, kan met recht worden gezegd dat . . . de beweerde darwinistische moleculaire evolutie louter humbug is.” — Darwin’s Black Box.

[Kader op blz. 12]

Evolutie — „Een gokspel”

De evolutietheorie is beslist de droom van iedere gokker. Waarom? Omdat ze volgens de evolutionist nog wint als de kansen nihil zijn.

Robert Naeye schrijft: „Omdat evolutie voornamelijk een gokspel is, had elke schijnbaar onbelangrijke gebeurtenis uit het verleden enigszins anders kunnen lopen, waardoor onze evolutionaire lijn afgesneden zou zijn voordat zich mensen hadden ontwikkeld.” Maar nee, wij worden geacht te geloven dat elk gokje lonend was, miljoenen malen. Naeye geeft toe: „De lange reeks knelpunten maakt duidelijk dat het ontstaan van intelligent leven veel moeilijker is dan geleerden eens dachten. Er zijn waarschijnlijk meer obstakels waar geleerden nog niet eens op gestoten zijn.”

[Diagram op blz. 8, 9]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

VEREENVOUDIGD DIAGRAM VAN EEN CEL

Ribosomen

Structuurtjes waarin eiwitten worden gemaakt

Cytoplasma

Gebied tussen nucleolus en celmembraan

Endoplasmatisch reticulum

Membranensysteem dat zorgt voor opslag of transport van eiwitten, geproduceerd door erlangs gerangschikte ribosomen

Kern

Het controlecentrum dat de activiteiten van de cel regelt

Nucleolus

De plaats waar ribosomen worden gevormd

Chromosomen

Bevatten het DNA van de cel, de genetische blauwdruk

Vacuole

Slaat water, zouten, eiwitten en koolhydraten op

Lysosoom

Slaat enzymen op voor het verteringsproces

Golgi-apparaat

Een groep membraanzakjes die de door de cel geproduceerde eiwitten verpakken en distribueren

Celmembraan

Het omhulsel dat controleert wat de cel in- en uitgaat

Centriole

Belangrijk bij de celdeling

Mitochondrion

Produktiecentrum van ATP, de moleculen die als energiebron voor de cel fungeren

[Illustratie op blz. 7]

De afzonderlijke onderdelen maken nog geen muizeval — ze moet compleet zijn om als zodanig te functioneren

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen