Weet u dat?
(De antwoorden van deze quiz zijn te vinden in de vermelde bijbelcitaten, en de volledige lijst met antwoorden staat op bladzijde 25. Raadpleeg voor aanvullende informatie de publikatie „Inzicht in de Schrift” of „Hulp tot begrip van de bijbel”, beide uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.)
1. Welke kleuren verf werden veel gebruikt voor de tempelbenodigdheden en in de kleding die de hogepriester droeg? (Exodus 36:35)
2. Hoeveel Perzische vorsten dienden als naaste adviseurs van koning Ahasveros en waren het eens over de uitspraak tegen koningin Vasthi? (Esther 1:13-15)
3. In welke oude stad diende Melchizedek als koning en priester? (Genesis 14:18)
4. Een vorm van welk woord wordt in Latijnse vertalingen van de bijbel gebruikt als aanduiding voor de paal waaraan Jezus gehangen werd? (Mattheüs 10:38, voetnoot)
5. Wie was Mozes’ schoonvader? (Numeri 10:29)
6. Wat kon, zoals Jezus verklaarde, geen enkele jood met betrekking tot de Mozaïsche wet beweren? (Johannes 7:19)
7. Wat is de mens, figuurlijk gesproken, in de handen van de Grote Pottenbakker? (Jesaja 64:8)
8. Hoe vaak ging Israëls hogepriester het Allerheiligste binnen? (Hebreeën 9:7)
9. Mensen mogen dan planten en begieten, maar de eer waarvoor komt God toe? (1 Korinthiërs 3:7)
10. Wat was, zoals Jezus verklaarde, het doen van de wil van zijn Vader voor hem? (Johannes 4:32, 34)
11. Tot waar wasten de Farizeeën, in de veronderstelling dat er religieuze verdienste aan verbonden was, hun handen voordat zij gingen eten? (Markus 7:3)
12. Om welke positie te ontvangen moet iemand volgens Jezus „de slaaf van allen” zijn? (Markus 10:44)
13. Wat is volgens Paulus niet echt als het gezien wordt? (Romeinen 8:24)
14. In welk wildernisgebied aten de Israëlieten voor de eerste keer manna en werd de sabbatswet ingevoerd? (Exodus 16:1, 13-31)
15. Welke discipel vroeg aan Jezus: „Woont gij als vreemdeling op uzelf in Jeruzalem?” (Lukas 24:18)
16. Waarin vermaant Paulus ons „volwassen” te zijn terwijl wij ’kleine kinderen moeten zijn ten opzichte van het slechte’? (1 Korinthiërs 14:20)
17. In welke joodse maand voltooide Nehemia de herbouw van de muren van Jeruzalem? (Nehemia 6:15)
18. Welke stad heeft zo’n 200 jaar als hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israël gediend? (2 Koningen 3:1)
19. Wie was de vader van de profeet Joël? (Joël 1:1)
20. Wat voor boom zou iemand volgens Jesaja planten en later gebruiken om zijn voedsel te bereiden, zich te verwarmen en een god te maken? (Jesaja 44:14-17)
21. Welk verslag volgt op het bijbelse relaas over de toren van Babel? (Genesis 11:10)
22. Welke profetische periode zou onmiddellijk aan de komst van de Messias voorafgaan? (Daniël 9:25)
23. Wie was de moeder van de goede koning Hizkia? (2 Koningen 18:2; 2 Kronieken 29:1)
24. Wat wordt iemand die „een afschuw van de afgoden” te kennen geeft, niet geacht met tempels te doen? (Romeinen 2:22)
25. Op basis waarvan zullen de opgestane doden individueel geoordeeld worden? (Openbaring 20:12, 13)
26. Aandacht voor wie is volgens Jakobus een identificerend kenmerk van de ware aanbidding? (Jakobus 1:27)
Antwoorden van de quiz
1. Roodpurper en karmozijn
2. Zeven
3. Salem
4. Crux
5. Rehuël
6. Dat hij die gehoorzaamde
7. Het leem
8. Eenmaal per jaar
9. De wasdom
10. Voedsel
11. De elleboog
12. De eerste onder Jezus’ discipelen
13. Hoop
14. De wildernis van Sin
15. Kleopas
16. „Verstandelijke vermogens”
17. Elul
18. Samaria
19. Pethuël
20. Laurierboom
21. „De geschiedenis van Sem”
22. De „tweeënzestig weken”
23. Abi of Abia
24. Ze te beroven
25. Hun daden
26. Wezen en weduwen