Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/3 blz. 4-9
  • Schaduwen over het regenwoud

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Schaduwen over het regenwoud
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Geïsoleerd en „ten dode opgeschreven”
  • Beperkte kaalslag, beperkte verliezen?
  • Het oprollen van het „tapijt”
  • Soorten verdwijnen — En wat dan nog?
  • Geen weelde maar ook geen honger
  • Veelbelovende planten
  • Op zoek naar oplossingen
    Ontwaakt! 1997
  • De verkrachting van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Het nut van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Amazonia — onderwerp van controverse
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/3 blz. 4-9

Schaduwen over het regenwoud

VANUIT een vliegtuig gezien doet het Amazoneregenwoud denken aan een doorgestikt tapijt ter grootte van een werelddeel en maakt het nog net zo’n groene en ongerepte indruk als toen Orellana het verkende. Baant u zich op de grond een weg door het warme, vochtige woud, insekten ontwijkend die zo groot zijn als kleine zoogdieren, dan valt het u moeilijk te zeggen waar de werkelijkheid ophoudt en de verbeelding begint. Wat bladeren lijken, zijn in feite vlinders, lianen ontpoppen zich als slangen en stukken droog hout blijken knaagdieren te zijn, die zich, opgeschrikt, op topsnelheid uit de voeten maken. In het Amazonewoud zijn feit en fictie nog steeds moeilijk uit elkaar te houden.

„Het meest ironische is nog,” merkt een waarnemer op, „dat de werkelijkheid van het Amazonegebied even fantastisch is als de mythen waarin het gehuld is.” En fantastisch is het! Stel u eens een woud zo groot als West-Europa voor. Zet er dicht opeen ruim 4000 verschillende boomsoorten in. Verfraai het met de schoonheid van ruim 60.000 soorten bloeiende planten. Geef het kleur met de schitterende tinten van 1000 soorten vogels. Verrijk het met 300 soorten zoogdieren. Verzadig het met het gezoem van misschien twee miljoen soorten insekten. Nu begrijpt u waarom iedereen die het Amazoneregenwoud beschrijft, in superlatieven vervalt. Minder sterke vergelijkingen doen de krioelende biologische overvloed van dit grootste tropische regenwoud op aarde geen recht.

Geïsoleerd en „ten dode opgeschreven”

Negentig jaar geleden beschreef de Amerikaanse schrijver en humorist Mark Twain dit fascinerende woud als „een toverland, een land overdadig rijk aan tropische wonderen, een romantisch land waarvan alle bloemen, vogels en andere dieren een plaatsje in een museum verdienden en waar de alligator, de krokodil en de aap zich net zo thuis schenen te voelen als in de dierentuin”. Nu hebben Twains geestige opmerkingen een wrang bijsmaakje gekregen. Museums en dierentuinen zouden binnenkort wel eens het enige onderkomen kunnen zijn dat steeds meer tropische wonderen van het Amazonegebied rest. Hoe dat zo?

De voornaamste oorzaak is onmiskenbaar dat de mens maar kapt in het Amazoneregenwoud en zo het natuurlijke woongebied van de lokale flora en fauna verwoest. Naast de grootscheepse vernietiging van woongebieden zijn er echter nog andere — subtielere — oorzaken waardoor dier- en plantesoorten „ten dode opgeschreven” zijn. Met andere woorden, ter zake kundigen geloven dat niets het uitsterven van de soorten kan voorkomen.

Een van die oorzaken is isolatie. Het komt voor dat regeringsfunctionarissen die belangstellen in natuurbehoud, de kettingzaag uit een stukje woud weren om het voortbestaan van soorten die er leven zeker te stellen. Maar een klein woudeiland heeft deze soorten niets te bieden dan het vooruitzicht op een uiteindelijke dood. Protecting the Tropical Forests — A High-Priority International Task geeft een voorbeeld om te illustreren waarom kleine woudeilanden het leven niet erg lang in stand houden.

Tropische boomsoorten bestaan vaak uit mannelijke en vrouwelijke bomen. Voor hun voortplanting krijgen ze hulp van vleermuizen, die stuifmeel van mannelijke naar vrouwelijke bloemen overbrengen. Natuurlijk werkt deze bestuivingsdienst alleen als de bomen binnen het vliegbereik van de vleermuis groeien. Wordt de afstand tussen een vrouwelijke boom en een mannelijke boom te groot — wat vaak gebeurt wanneer een woudeiland ten slotte omringd is door een zee van verschroeide aarde — dan kan de vleermuis de kloof niet overbruggen. De bomen zijn dan, aldus het rapport, „’ten dode opgeschreven’, omdat hun lange-termijnvoortplanting niet meer mogelijk is”.

Deze samenhang tussen bomen en vleermuizen is slechts een van de relaties die met elkaar het ecosysteem van het Amazonegebied vormen. Eenvoudig gezegd is het Amazonewoud te vergelijken met een reusachtig huis dat kost en inwoning verschaft aan een hele reeks verschillende maar onderling nauw verbonden individuen. In het belang van een gelijkmatige verdeling wonen de bewoners van het regenwoud op verschillende verdiepingen, sommige dicht bij de bodem van het woud, andere hoog in het bladergewelf. Alle bewoners hebben een baan en er wordt 24 uur per dag gewerkt — door sommige overdag, door andere ’s nachts. Indien alle soorten ongehinderd hun deel van het werk kunnen doen, functioneert deze complexe gemeenschap van flora en fauna met de precisie van een uurwerk.

In het Amazonegebied is het ecosysteem („eco” komt van oiʹkos, het Griekse woord voor „huis”) echter broos. De inmenging van de mens in deze woudgemeenschap mag dan beperkt zijn tot de exploitatie van een paar soorten, die verstoring trilt tot op alle verdiepingen van het woudhuis door. De milieubeschermer Norman Myers schat dat het uitsterven van één plantesoort uiteindelijk kan bijdragen tot de dood van wel dertig diersoorten. En daar de meeste tropische bomen op hun beurt van dieren afhankelijk zijn voor de verspreiding van hun zaad, leidt het uitroeien van diersoorten door de mens tot het uitsterven van de bomen die ze bedienen. (Zie het kader „De boom-visconnectie”.) Net als isolatie leidt het verstoren van relaties ertoe dat steeds meer soorten uit het woud als „ten dode opgeschreven” beschouwd moeten worden.

Beperkte kaalslag, beperkte verliezen?

Sommigen verdedigen het ontbossen van kleine gebieden door te redeneren dat het woud er weer bovenop zal komen en dat er een verse laag groen zal groeien op een stuk kaalgeslagen land, ongeveer zoals ons lichaam voor een nieuw laagje huid over een snee in een vinger zorgt. Is dat zo? Nu, niet helemaal.

Natuurlijk is het waar dat het woud terugkomt als de mens een ontbost stuk land lang genoeg met rust laat. Maar het is ook waar dat de nieuwe vegetatielaag net zo weinig lijkt op het oorspronkelijke woud als een slechte fotokopie op een scherpe print. Ima Vieira, een Braziliaanse plantkundige, bestudeerde een stuk nieuw woud in het Amazonegebied dat een eeuw oud was en ontdekte dat van de 268 boomsoorten die in het oude woud floreerden, er slechts 65 deel uitmaken van het huidige nieuwe woud. Ditzelfde verschil, zegt de plantkundige, geldt voor de diersoorten in het gebied. Hoewel ontbossing dus niet, zoals sommigen beweren, groene wouden verandert in rode woestijnen, maakt ze delen van het Amazoneregenwoud wel tot een slap aftreksel van het origineel.

Bovendien worden door het kaalslaan van slechts een klein stuk bos vaak veel planten en dieren vernietigd die alleen in dat stukje woud en nergens anders groeien, kruipen en klimmen. Zo hebben onderzoekers in Ecuador in een bepaald stuk tropisch woud van 1,7 vierkante kilometer 1025 plantesoorten gevonden. Meer dan 250 van die soorten groeiden nergens anders op aarde. „Een plaatselijk voorbeeld”, zegt de Braziliaanse ecoloog Rogério Gribel, „is de sauim-de-coleira (het kleurig mantelaapje)”, een kleine, alleraardigste aap die er uitziet alsof hij een wit T-shirt draagt. „De enkele die er nog van over zijn, leven slechts in een klein stuk woud bij Manaus midden in het Amazonegebied, maar met de vernietiging van die kleine habitat”, zegt dr. Gribel, „zal deze soort voor altijd uitgeroeid zijn.” Beperkte kaalslag maar grote verliezen.

Het oprollen van het „tapijt”

Volslagen ontbossing werpt echter de meest alarmerende schaduw over het Amazoneregenwoud. Wegenbouwers, houthakkers, mijnwerkers en horden anderen rollen het woud op als een tapijt, maken in de kortste keren hele ecosystemen met de grond gelijk.

Hoewel men het hevig oneens is over de exacte cijfers voor de woudvernietiging die jaarlijks in Brazilië plaatsvindt — voorzichtige schattingen houden het op 36.000 vierkante kilometer per jaar — zou het totale areaal aan Amazoneregenwoud dat al vernietigd is, wel eens ruim tien procent kunnen bedragen, een gebied groter dan Duitsland. Veja, Braziliës toonaangevende weekblad, berichtte dat er in 1995 zo’n 40.000 bosbranden in het land hebben gewoed, aangestoken door boeren die de methode van kaalslag en afbranden toepassen — vijfmaal zoveel als het jaar ervoor. De mens is het woud zo krachtdadig aan het afbranden, waarschuwde Veja, dat delen van het Amazonegebied lijken op een „inferno aan de groene rand”.

Soorten verdwijnen — En wat dan nog?

’Maar’, vragen sommigen, ’hebben wij al die miljoenen soorten nodig?’ Ja, wij hebben ze nodig, argumenteert de milieubeschermer Edward O. Wilson van de Harvard University. „Daar wij van functionerende ecosystemen afhankelijk zijn voor het reinigen van ons water, het verrijken van onze grond en zelfs het scheppen van de lucht die wij inademen,” zegt Wilson, „is biodiversiteit duidelijk niet iets om nonchalant terzijde te schuiven.” In het boek People, Plants, and Patents wordt gezegd: „Toegang tot ruimschoots voldoende genetische diversiteit zal de sleutel zijn tot het voortbestaan van de mens. Als de diversiteit verdwijnt, zullen wij spoedig volgen.”

Ja, het effect van de vernietiging van soorten gaat veel verder dan gevelde bomen, bedreigde dieren en bestookte inboorlingen. (Zie het kader „De menselijke factor”.) Het slinken van wouden kan u raken. Ga maar na: Een boer in Mozambique die cassavestengels afkapt, een moeder in Oezbekistan die een anticonceptiepil gebruikt, een gewonde jongen in Sarajevo die morfine krijgt, of een klant in een Newyorkse winkel die verrukt een exotische geur opsnuift — al die mensen, zo merkt het Panos-instituut op, gebruiken produkten die afkomstig zijn uit het tropisch regenwoud. Zo is het staande bos mensen overal ter wereld van dienst — ook u.

Geen weelde maar ook geen honger

Natuurlijk kan het Amazoneregenwoud de hele wereld niet in weelde laten baden, maar het kan wel bijdragen tot het voorkomen van een wereldwijde hongersnood. (Zie het kader „De vruchtbaarheidsmythe”.) Hoe dan wel? In de jaren ’70 begon de mens op grote schaal enkele plantevariëteiten te zaaien die recordoogsten opleverden. Hoewel deze superplanten ertoe bijgedragen hebben dat 500 miljoen mensen meer van voedsel konden worden voorzien, zit er een addertje onder het gras. Daar ze genetische variatie missen, zijn ze zwak en vatbaar voor ziekten. Een virus kan het supergewas van een land decimeren, met hongersnood als gevolg.

Om veerkrachtiger gewassen te produceren en hongersnood te voorkomen, dringt de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) daarom nu aan op het „gebruik van een breder scala van genetisch materiaal”. En daarbij spelen het regenwoud en zijn oorspronkelijke bewoners een rol.

Daar het tropisch regenwoud ruim de helft van de plantesoorten van de wereld herbergt (waaronder zo’n 1650 soorten die potentiële voedingsgewassen zijn), is de Amazonekwekerij de ideale plek voor elke onderzoeker die wilde plantesoorten zoekt. Bovendien weten de bewoners van het woud hoe deze planten te benutten. De Braziliaanse Cayapo-Indianen bijvoorbeeld kweken niet alleen nieuwe gewasvariëteiten maar bewaren ook monsters in genenbanken in de heuvels. Het kruisen van zulke wilde gewasvariëteiten met de kwetsbare veredelde gewasvariëteiten zal de sterkte en veerkracht van de voedingsgewassen van de mens ten goede komen. En dat is dringend nodig, zegt de FAO, want „in de komende 25 jaar is een stijging van 60% in de voedselproduktie noodzakelijk”. Ondanks dat dringen vermorzelende bulldozers steeds dieper door in het Amazoneregenwoud.

De gevolgen? Nu, de mens die het regenwoud vernietigt, is te vergelijken met een boer die zijn zaaikoren opeet — hij stilt zijn onmiddellijke honger maar brengt zijn toekomstige voedselvoorziening in gevaar. Een groep deskundigen op het terrein van de biodiversiteit waarschuwde onlangs dat „het behoud en de ontwikkeling van de resterende gewasdiversiteit een zaak van mondiaal levensbelang is”.

Veelbelovende planten

Stap nu de „woudapotheek” eens binnen, en u zult zien dat het lot van de mens nauw verweven is met tropische klimmers en andere planten. Zo worden alkaloïden die gewonnen zijn uit klimplanten uit het Amazonegebied, gebruikt als spierverslappende middelen bij operaties; vier op de vijf kinderen met leukemie kunnen langer blijven leven dank zij de scheikundige verbindingen in de roze maagdenpalm, een bloem uit het regenwoud. Het woud levert ook kinine, gebruikt ter bestrijding van malaria; digitalis, gebruikt ter behandeling van hartzwakte; en diosgenine, toegepast in de anticonceptiepil. Andere planten lijken veelbelovend in de strijd tegen aids en kanker. „Alleen al in het Amazonegebied”, aldus een VN-rapport, „zijn 2000 plantesoorten geregistreerd die door de inheemse bevolking als geneesmiddel worden gebruikt en farmaceutische mogelijkheden bieden.” Wereldwijd, aldus een ander onderzoek, nemen acht op de tien personen hun toevlucht tot geneeskrachtige planten ter behandeling van hun kwalen.

Het is dus zinnig de planten te redden die ons redden, zegt dr. Philip M. Fearnside. „Het verlies van Amazonewoud wordt als een ernstige potentiële tegenslag gezien voor de inspanningen om een geneesmiddel voor kanker bij mensen te vinden. . . . Het idee dat wij het ons dank zij de luisterrijke prestaties van de moderne geneeskunde kunnen veroorloven ons van een groot deel van dit materiaal te ontdoen,” zegt hij verder, „komt neer op een potentieel fatale vorm van overmoed.”

Desondanks blijft de mens dieren en planten sneller verdelgen dan ze te vinden en te identificeren zijn. Je gaat je afvragen: ’Waarom gaat de ontbossing door? Kan er een keer gebracht worden in die trend? Heeft het Amazoneregenwoud nog toekomst?’

[Kader op blz. 8]

De vruchtbaarheidsmythe

Het idee dat de grond in het Amazonegebied vruchtbaar is, aldus het blad Counterpart, is een „hardnekkige mythe”. In de negentiende eeuw beschreef de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt het Amazonegebied als de „graanschuur van de wereld”. Een eeuw later was de Amerikaanse president Theodore Roosevelt eveneens van mening dat de Amazonevlakte produktieve landbouw beloofde. „Zo’n rijk en vruchtbaar land”, schreef hij, „mag beslist niet ongebruikt blijven.”

De landbouwer die dezelfde mening als zij toegedaan is, constateert inderdaad dat het land een jaar of twee een redelijke oogst oplevert, omdat de as van verbrande bomen en planten als mest dient. Daarna wordt de grond echter onvruchtbaar. Hoewel het weelderige groen van het woud een rijke bodem belooft, is de grond in werkelijkheid de zwakke plek van het woud. Waarom?

Ontwaakt! sprak met dr. Flávio J. Luizão, een onderzoeker verbonden aan het Nationale Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek in het Amazonegebied en een deskundige op het gebied van de regenwoudbodem. Enkele van zijn opmerkingen luiden:

’In tegenstelling tot de grond in veel andere wouden, krijgt de meeste grond in het Amazonebekken geen voedingsstoffen vanuit de bodem, vanuit uiteenvallend gesteente, omdat het moedergesteente voedselarm is en te diep onder de oppervlakte ligt. In plaats daarvan krijgt de uitgeloogde grond voedingsstoffen van boven af, uit regen en afval. Maar zowel regendruppels als gevallen bladeren hebben hulp nodig om voedingswaarde te krijgen. Waarom?

Regenwater dat op het regenwoud valt, bevat zelf niet veel voedingsstoffen. Maar wanneer het de bladeren raakt en langs de boomstammen loopt, neemt het voedingsstoffen op van bladeren, takken, mos, algen, mierennesten en stof. Tegen de tijd dat het water de bodem insijpelt, is het goede plantenvoeding geworden. Om te voorkomen dat dit vloeibare voedsel gewoon de kreken inloopt, maakt de grond gebruik van een voedingsstoffenval, bestaande uit een mat van fijne wortels die door de eerste paar centimeters van de bovengrond lopen. Een bewijs voor de doeltreffendheid van de val is, dat in de kreken die dit regenwater opnemen, het gehalte aan voedingsstoffen nog lager is dan in de bosgrond zelf. De voedingsstoffen komen dus in de wortels terecht voordat het water in de kreken of rivieren belandt.

Nog een voedselbron is afval — gevallen bladeren, takjes en vruchten. Jaarlijks komt er zo’n acht ton fijn afval op een hectare woudbodem terecht. Maar hoe komt het afval onder het grondoppervlak en in het wortelstelsel van de planten? Daar helpen termieten bij. Ze snijden schotelvormige stukjes uit de bladeren en dragen deze stukjes naar hun ondergrondse nesten. Vooral in het natte jaargetijde zijn ze heel actief en brengen ze een verbazingwekkende veertig procent van alle afval op de woudbodem onder de grond. Daar gebruiken ze de bladeren om tuintjes aan te leggen voor het kweken van een schimmel. Deze schimmel ontleedt op zijn beurt het plantaardige materiaal en maakt stikstof, fosfor, calcium en andere elementen vrij — waardevolle voedingsstoffen voor planten.

Wat levert dat de termieten op? Voedsel. Ze eten de schimmels en krijgen misschien ook wat stukjes blad binnen. Vervolgens gaan de micro-organismen in de ingewanden van de termieten aan het werk om het termietenvoedsel scheikundig om te zetten, met als resultaat dat de uitwerpselen van de insekten plantenvoeding worden die rijk is aan voedingsstoffen. Regenval en recycling van organisch materiaal zijn dus twee van de factoren die het regenwoud in stand houden en laten groeien.

Het is duidelijk wat er gebeurt als het woud wordt kaalgeslagen en verbrand. Er is geen bladergewelf meer om de regenval op te vangen en geen laag afval voor recycling. In plaats daarvan komen de stortregens direct met volle kracht op de naakte bodem neer en onder invloed daarvan wordt de oppervlakte harder. Tegelijkertijd stijgt de oppervlaktetemperatuur doordat het zonlicht rechtstreeks op de grond valt en wordt de grond compacter. Het gevolg is dat het regenwater nu van het land afloopt en niet de grond maar de rivieren voedt. Het verlies aan voedingsstoffen uit ontbost en verbrand land kan zo groot zijn dat de stromen in de buurt van ontboste gebieden zelfs last hebben van een overmaat aan voedingsstoffen, waardoor het leven van waterplanten en -dieren gevaar loopt. Het is duidelijk dat als het woud met rust wordt gelaten, het zichzelf in stand houdt, maar het ingrijpen van de mens is rampzalig.’

[Kader/Illustratie op blz. 7]

De menselijke factor

Verstoring van het ecosysteem en ontbossing zijn niet alleen schadelijk voor planten en dieren maar ook voor mensen. Zo’n 300.000 Indianen, een overblijfsel van de 5.000.000 Indianen die eens in het Braziliaanse Amazonegebied woonden, leven nog steeds in harmonie met hun woudmilieu. De Indianen worden in toenemende mate bestookt door houthakkers, goudzoekers en anderen, van wie velen de Indianen als „een sta-in-de-weg voor de ontwikkeling” beschouwen.

Dan zijn er de caboclo’s, taaie mensen van gemengd blanke en Indiaanse afkomst, wier voorouders zich zo’n 100 jaar geleden in de Amazonevlakte hebben gevestigd. Zij wonen in onderkomens op palen langs de rivieren en hebben misschien nog nooit van het woord „ecologie” gehoord, maar zij leven van het woud zonder het te vernietigen. Niettemin worden zij in hun dagelijks bestaan bedreigd door de golven nieuwe immigranten die nu hun territorium betreden.

In feite wacht in het hele Amazoneregenwoud zo’n 2.000.000 notenverzamelaars, rubbertappers, vissers en andere inboorlingen, die in harmonie met de cyclussen van het woud en het ritme van de rivieren leven, een onzekere toekomst. Velen geloven dat pogingen om het woud te behouden, verder moeten gaan dan het beschermen van mahoniebomen en zeekoeien. Ook de menselijke woudbewoners moeten beschermd worden.

[Kader/Illustraties op blz. 9]

De boom-visconnectie

In de regentijd stijgt de Amazone tot boven de bomen die in de laaggelegen wouden groeien. Op het hoogtepunt van de overstroming dragen de meeste bomen in deze wouden vrucht en laten hun zaden vallen — maar natuurlijk zijn er onder water geen knaagdieren in de buurt om ze te verspreiden. Hier is een taak weggelegd voor een vis, de tambaqui (Colonnonea macropomum), een drijvende notekraker met een scherpe reuk. Zwemmend tussen de takken van onder water staande bomen, ruikt de vis welke bomen op het punt staan zaden te laten vallen. Wanneer de zaden in het water vallen, vermorzelt de vis de doppen met zijn sterke kaken, slikt de zaden door, verteert het vruchtvlees dat eromheen zit en deponeert de zaden op de woudbodem, waar ze ontkiemen wanneer het water zich terugtrekt. Vis en boom zijn erbij gebaat. De tambaqui slaat vet op en de boom krijgt nakomelingen. Het kappen van die bomen brengt het voortbestaan van de tambaqui en zo’n 200 andere soorten vruchtenetende vissen in gevaar.

[Illustratie op blz. 5]

Vleermuizen brengen stuifmeel van mannelijke naar vrouwelijke bloemen over

[Verantwoording]

Rogério Gribel

[Illustratie op blz. 7]

Uw kwekerij en apotheek

[Illustratie op blz. 7]

Vuur bedreigt de groene rand

[Verantwoording]

Philip M. Fearnside

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen