Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/1 blz. 23-27
  • „Wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig”
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bewust van onze geestelijke nood
  • Getuigenis geven per telefoon
  • Een aards paradijs door Jehovah’s kracht
  • Iets ergers dan AIDS
    Ontwaakt! 1989
  • Door dicht tot God te naderen kon ik mijn problemen aan
    Ontwaakt! 1993
  • Waarom worden alle soorten van mensen Jehovah’s getuigen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Mijn strijd om de beste te zijn — Was het de moeite waard?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/1 blz. 23-27

„Wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig”

IK BEN opgegroeid in een stadje ten noorden van San Francisco in Californië, Petaluma geheten. Mijn moeder was een beetje gelovig, maar mijn vader moest niets van godsdienst hebben. Ik heb altijd in een schepper geloofd — ik wist alleen niet wie hij was.

Toen ik opgroeide, was ik een blij kind. Ik weet nog heel goed wat een heerlijk zorgeloze tijd dat was! Ik had er geen besef van dat zich in mijn lichaam dingen afspeelden die mij veel van mijn vrijheid zouden ontnemen. Tijdens mijn laatste jaar op de middelbare school, in 1960, vertelde ik mijn beste vriendin, dat herinner ik me nog goed, over de pijn die ik in een paar vingers had.

Mijn voeten begonnen kort daarna zo’n pijn te doen dat mijn moeder me naar een ziekenhuis in San Francisco bracht, waar ik een dag of zes moest blijven. Ik was toen achttien en uit de uitslagen van de onderzoeken bleek dat ik aan reumatoïde arthritis leed. Ik begon met auronatriumthiosulfaat-injecties, kreeg vervolgens prednison en daarna een ander cortisonpreparaat. Die medicijnen heb ik in totaal achttien jaar gebruikt en allemaal verminderden ze de pijn voor enkele jaren maar verloren dan geleidelijk hun effect, waarna ik moest overstappen op het volgende middel. De voortdurende pijn was niet te negeren en ik ging wanhopig op zoek naar een andere vorm van geneeskundige hulp. Ik heb enkele alternatieve therapieën gevonden die iets hebben geholpen. Gelukkig heb ik niet zo veel pijn meer als toen de ziekte in agressievere stadia verkeerde en zich door mijn lichaam verspreidde.

Op een dag in 1975 kwam mijn zoon een notitieboekje tegen dat mijn moeder over mij als baby had bijgehouden. Ik ontdekte dat toen ik zes maanden was, een dokter me röntgentherapie was gaan geven wegens een vergrote thymus. Ik denk dat de bestralingstherapie die mij als baby werd voorgeschreven, wel eens de oorzaak zou kunnen zijn van mijn huidige conditie. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan is dat een verschrikkelijke fout geweest!

In 1962 ben ik getrouwd. In 1968, tijdens de eerste stadia van de ziekte, werkten mijn man, Lynn, en ik samen in een bakkerij die ons eigendom was. Wij stonden om een uur of vier ’s ochtends op, waarna mijn man het deeg bereidde en dan soms een uiltje knapte op de meelzakken terwijl het brood in de oven stond. Wij sneden en verpakten het brood en dan bezorgde Lynn het. Af en toe wipte er een verzekeringsagent bij de bakkerij aan die ons vertelde over Gods beloofde koninkrijk. Wat wij hoorden, stond ons wel aan, maar wij hadden het te druk. Onze broodwijk breidde zich uit en wij kregen nog meer werk op onze schouders. Tot onze grote vreugde kocht een andere bakkerij ons uit! Lynn ging voor hen werken en ik ging werken bij een schoonheidssalon. Doordat de arthritis erger werd, kon ik echter maar drie dagen per week werken en moest ik er ten slotte helemaal mee ophouden.

In die periode kwam er geregeld een van Jehovah’s Getuigen aan de deur om mij De Wachttoren en Ontwaakt! aan te bieden. Ik gaf haar altijd een bijdrage en nam de tijdschriften, in de veronderstelling dat ik haar een dienst bewees. Als zij vertrokken was, legde ik ze zonder ze in te kijken op de plank en na een paar dagen werden ze dan altijd door een van ons weggegooid. Dat was erg jammer, daar wij nu de geestelijke waarde ervan beseffen. Destijds leken geloofszaken echter gewoon niet zo belangrijk.

Bewust van onze geestelijke nood

Op een avond hadden mijn man en ik het erover dat het leven toch meer te bieden moest hebben dan eten en slapen en zo hard werken. Wij wilden ons leven wat meer geestelijke inhoud geven en richtten onze aandacht op een kleine kerk verderop in de straat, maar vonden er niet de geestelijke stimulans waarop wij gehoopt hadden. De kerkleden spraken overwegend over hun plaatselijke problemen.

De Getuige die de tijdschriften bracht, kwam al ongeveer een jaar bij ons, maar er kwam pas verandering in de gebruikelijke gang van zaken toen ik ten slotte de Engelse Ontwaakt! van 8 oktober 1968 las met als titel „Is het later dan u denkt?” [Nederlandse uitgave van 8 april 1969] Wat ik las, beviel me en gelukkig dacht mijn man er net zo over. Wij begonnen te studeren en zogen de waarheid op als sponsen. Wij konden niet genoeg krijgen van alle schitterende dingen die wij leerden. In 1969 werden wij gedoopt.

Naarmate de tijd verstreek, begon het me zwaar te vallen om op te staan en te gaan zitten en ging het lopen me nog veel moeilijker af. Het kostte me heel veel moeite om mijn knieën te buigen als ik in en uit de auto moest stappen. Ik had leren leven met beperkingen en met pijn die me vaak in huilen deed uitbarsten. Dus werkte ik mijn make-up bij en daar gingen we, naar vergaderingen of in de velddienst. Ik liep van huis tot huis zolang ik kon. Een of twee keer per week probeerde ik in de velddienst te gaan, totdat de stijfheid en de pijn in mijn knieën en voeten het onmogelijk maakten. Vaak was ik bang dat ik zou vallen en niet meer overeind zou kunnen komen. Het helpt wanneer ik tot Jehovah praat. Soms richt ik me huilend tot hem en vergiet dan menige traan.

Het was echter niet altijd mogelijk mijn tranen te laten vloeien. Iemand met reumatoïde arthritis kan ook droge ogen krijgen. Er zijn tijden geweest dat ze zo droog waren dat ik moeite had met lezen. Als dat het geval was, luisterde ik naar bijbelcassettes. Vaak liep ik rond met mijn ogen dicht, omdat als mijn oogleden bewogen, ze over mijn ogen schraapten. Ik had net zo goed blind kunnen zijn. Soms moest ik om de vijf minuten kunsttranen in mijn ogen druppelen. Erger nog, ik moest zalf in mijn ogen aanbrengen, waarna het verband er vijf of zes dagen op moest blijven tot ze genezen waren. Dankbaar blijven is geen gemakkelijke opgave wanneer iemand worstelt met een langdurige ziekte waarvan niet met redelijkheid verwacht kan worden dat er in dit samenstel een keer ten goede in komt.

In 1978 moest ik aan een rolstoel. Het was een moeilijke beslissing. Ik had het zo lang mogelijk uitgesteld, maar ik had geen keus meer. Ik had geweten dat die dag zou komen, maar had gehoopt dat Gods nieuwe wereld er eerder zou zijn. Lynn kocht een hoge tekenstoel die een breed onderstel met vijf wielen heeft. Daarmee kon ik mezelf het huis door duwen.

Ik vond het een bezoeking naar iets te moeten reiken, want ik kon mijn arm niet ver strekken en met mijn kromme en misvormde vingers dingen niet stevig vastpakken. Daarvoor ging ik nu mijn „grijpstok” gebruiken. Daarmee kan ik dingen van de vloer oprapen, een kast opendoen en er een bord uit pakken of iets uit de koelkast halen. Nu ik steeds meer handigheidjes leer met mijn „grijpstok”, kan ik me van wat huishoudelijke karweitjes kwijten. Ik kan koken, de afwas doen, kleren strijken en opvouwen, en dweilen. Ik voel me een beetje trots nu mijn vaardigheden groter worden en ik ben blij dat ik nog een deel van het huishoudelijke werk voor mijn rekening kan nemen. Maar wat ik vroeger in enkele minuten kon doen, kost me nu uren.

Getuigenis geven per telefoon

Het heeft tijd gekost, maar ik heb de moed bijeen kunnen rapen om te proberen getuigenis per telefoon te geven. Ik had niet gedacht dat ik het kon, maar nu vind ik het uitgesproken prettig en ik heb er succes mee gehad. Tot mijn grote verbazing is het net zoiets als van huis tot huis gaan, in die zin dat ik met mensen over Jehovah en zijn voornemens kan praten.

Een van de presentaties die ik gebruik, begint zo: „Hallo, spreek ik met meneer ——? U spreekt met mevrouw Maass. Ik voer korte gesprekken met mensen en ik zou, als u een paar minuten heeft, ook met u willen praten. Schikt u dat? (Een gebruikelijke reactie is: „Waar gaat het over?”) Het is angstaanjagend om te zien wat er tegenwoordig in de wereld gebeurt, vindt u niet? (Ik geef gelegenheid tot commentaar.) Ik zou graag deze bijbelse gedachte met u delen die ons echt hoop voor de toekomst geeft.” Dan lees ik het Onze Vader voor en mogelijk 2 Petrus 3:13. Ik heb wat nabezoeken aan andere christelijke zusters of aan Lynn gegeven om die voor mij te behartigen.

In de loop van de jaren heb ik heel wat goede gesprekken gehad en heb ik brochures, tijdschriften en boeken kunnen sturen aan mensen die belangstelling toonden. Sommigen zijn een telefonische bijbelstudie begonnen. Eén dame met wie ik sprak, zei dat ze dacht dat in haar eentje studeren wel voldoende was. Maar na enkele gesprekken stemde zij erin toe voor een bijbelstudie bij ons thuis te komen, omdat ik haar vertelde over mijn omstandigheden.

Een andere keer dat ik aan het telefoneren was, stond er een nieuw nummer op het antwoordapparaat. Hoewel ik altijd lokaal bel en dit geen lokaal nummer was, had ik het gevoel dat ik het nummer toch maar moest bellen. Na een poosje met me gepraat te hebben, zei de vrouw die de telefoon had opgenomen dat zij en haar man graag contact zouden hebben met mensen die echt christelijk zijn. Dus gingen Lynn en ik hen bezoeken, op ongeveer een uur afstand, om met hen te studeren.

Het schenkt mij nog steeds vreugde en geluk met anderen te praten over Jehovah en zijn beloofde nieuwe hemelen en nieuwe aarde, waar rechtvaardigheid zal heersen. Onlangs zei een vrouw met wie ik al maanden praat tegen me: „Iedere keer dat ik met u praat, realiseer ik me dat ik meer kennis krijg.” Ik weet dat de kennis die ik met anderen deel tot eeuwig leven leidt en een vreugde teweegbrengt die zelfs van een getekend uiterlijk als het mijne uit kan stralen. De ene keer kan ik meer in de dienst doen dan de andere, maar ik wilde wel dat ik altijd veel, veel meer kon doen! Ik weet dat Jehovah ieders omstandigheden kent en dat hij waardering heeft voor hetgeen wij kunnen doen, ongeacht hoe weinig het mag lijken. Vaak heb ik gedacht aan Spreuken 27:11: „Wees wijs, mijn zoon, en verheug mijn hart, opdat ik een antwoord kan geven aan hem die mij hoont”, en ik wil beslist tot degenen behoren die bewijzen dat Satan een leugenaar is.

Het is altijd aanmoedigend op de vergaderingen te zijn, ook al valt het me zwaar er te komen. Jehovah heeft zo veel schitterende voorzieningen getroffen om ons geestelijk goed gevoed te houden, dat ik er ten volle gebruik van wil maken. Wat zijn wij blij dat onze twee kinderen zich de waarheid eigen hebben gemaakt! Onze dochter, Terri, is met een fijne broeder getrouwd en zij hebben vier kinderen, waar ik dol op ben. Wat hartverwarmend is het voor ons, te zien dat ook onze kleinkinderen Jehovah liefhebben! Onze zoon, James, en zijn vrouw, Tuesday, hebben ervoor gekozen Jehovah te dienen op Brooklyn-Bethel, het internationale hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in New York.

Een aards paradijs door Jehovah’s kracht

Ik probeer Jehovah’s schitterende belofte van een paradijsaarde voor ogen te houden. Zelfs nu is er een overvloed van dingen in zijn schepping om van te genieten. Ik mag graag een prachtige zonsondergang zien. Ik vind de verscheidenheid aan bloemen en hun geur verrukkelijk. Ik ben dol op rozen! Ik kan niet zo vaak de deur uit, maar wanneer het mogelijk is, vind ik het heerlijk de warme zonneschijn te voelen. Ik sluit mijn ogen en stel me een prachtig berglandschap voor, waar mijn gezin zich vermaakt op een weids veld vol wilde bloemen. Er kabbelt een beekje en er is volop sappige, zoete watermeloen voor iedereen! Wanneer ik maar enigszins kan, schilder ik dingen die me helpen aan het beloofde, toekomstige, aardse paradijs te denken. Onder het schilderen stel ik me voor dat ik daar zelf ben. Ik weet dat Jehovah de schitterende mentale voorstellingen die mij nu dierbaar zijn, kan verwezenlijken.

Ik vind het prettig de schriftplaats in Jakobus 1:12 in gedachte te houden. Daar staat: „Gelukkig is de man die beproeving blijft verduren, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Jehovah beloofd heeft aan hen die hem blijven liefhebben.” Paulus vergeleek de kwaal waaraan hij leed met een ’engel van Satan die hem bleef slaan’. Hij bad of Jehovah zijn handicap wilde wegnemen, maar hij kreeg te horen dat Gods kracht in zijn zwakheid tot volmaaktheid werd gebracht. Paulus’ succes in weerwil van zijn zwakheid bewees dus dat God hem kracht schonk. Paulus zei: „Wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig” (2 Korinthiërs 12:7-10). Ik geloof dat het weinige dat ik nu ondanks mijn beperkingen kan doen, slechts mogelijk is doordat God mij kracht schenkt.

Johannes heeft een verslag opgetekend dat een grote aanmoediging voor mij is. Het gaat over een man die al 38 jaar op een draagbed lag. Samen met andere zieken lag hij hoopvol bij een waterbekken, vol verlangen zich in het water te begeven. Hij kon echter niet bij het water komen, waarvan hij dacht dat het hem zou kunnen genezen. Op een dag zag Jezus hem liggen en vroeg hem: „Wilt gij gezond worden?” Wat een welsprekend antwoord zouden mijn vreugdetranen op die vraag verschaffen! „Jezus zei tot hem: ’Sta op, neem uw draagbed op en loop’” (Johannes 5:2-9). Velen van ons zien er vol verlangen naar uit zo’n aansporing te horen! — Verteld door Luretta Maass.

[Illustratie op blz. 24]

Ik dacht aan een kind dat van mensen houdt, en hier is ze, blij door een weiland lopend

[Illustratie op blz. 25]

In een vrolijke bui stelde ik me een ondernemend joch op stelten voor met zijn hond, die hem voor de voeten loopt

[Illustraties op blz. 26]

Telefoonnummers aan het verzamelen voor de velddienst

Aan het bellen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen