De strijd tegen de misdaad
„JONGEREN beweren dat verveling hoofdoorzaak van jeugdcriminaliteit is”, luidde een kop in een vooraanstaande Britse krant. „Stijgende criminaliteit aan ruzies thuis geweten”, kopte een andere. En in een derde stond: „Verslaving ’drijfveer bij duizenden misdrijven’”. Volgens een schatting van het blad Philippine Panorama werd 75 procent van alle geweldsmisdrijven in Manila door drugsgebruikers gepleegd.
Ook andere factoren kunnen mede aanzetten tot crimineel gedrag. „Armoede pal naast grote rijkdom” is een factor die door de Nigeriaanse inspecteur-generaal van politie werd aangevoerd. Druk van leeftijdgenoten en slechte vooruitzichten op een baan, het ontbreken van krachtige afschrikkende middelen in de wet, het algemene verval van gezinswaarden, het gebrek aan respect voor gezag en wet, en het buitensporige geweld in bioscoop- en videofilms worden eveneens genoemd.
Nog een factor is dat veel mensen niet meer geloven dat misdaad niet loont. Een socioloog aan de Universiteit van Bologna in Italië merkte op dat al jarenlang „het aantal aangegeven diefstallen en het aantal personen dat ervoor wordt veroordeeld, een tegengestelde tendens vertonen”. Hij wees erop dat „het aantal veroordelingen in verhouding tot het totale aantal aangegeven diefstallen sterk is gedaald, van 50 tot 0,7 procent”.
Droevig maar waar zijn de woorden in The New Encyclopædia Britannica: „Toenemende criminaliteit blijkt een kenmerk van alle moderne geïndustrialiseerde samenlevingen te zijn, en er zijn geen ontwikkelingen in het recht of de strafwetenschap aan te wijzen die van betekenisvolle invloed op het probleem zijn geweest. . . . Voor de moderne geürbaniseerde samenleving, waarin economische groei en persoonlijk succes allesoverheersende waarden zijn, is er geen reden om te veronderstellen dat de misdaadcijfers niet zullen blijven stijgen.”
Is deze zienswijze te negatief?
Ziet de situatie er werkelijk zo somber uit? Berichten sommige gebieden geen dalende criminaliteit? Inderdaad, maar statistieken kunnen misleidend zijn. Zo werd bericht dat de criminaliteit op de Filippijnen met twintig procent was gedaald nadat er een verbod op vuurwapens was ingevoerd. Maar volgens Asiaweek is een bepaalde functionaris van mening dat autodieven en bankrovers waren gestopt met het stelen van auto’s en het beroven van banken en waren „overgestapt op ontvoeringen”. Minder bankovervallen en autodiefstallen hadden een daling in het totale aantal misdaden teweeggebracht, maar deze daling verloor veel van haar betekenis in het licht van de viervoudige toename van het aantal ontvoeringen!
Over Hongarije schreef het blad HVG: „Vergeleken bij de eerste helft van 1993 zijn de misdaadcijfers met 6,2 procent gedaald. Wat de politie vergat te vermelden, is dat de daling . . . voornamelijk aan administratieve veranderingen toe te schrijven is.” De geldswaarde waarbij gevallen van diefstal, fraude of vandalisme voorheen werden geregistreerd, werd met 250 procent verhoogd. Eigendomsdelicten waarbij het om waarden onder dit niveau gaat, worden dus niet meer geregistreerd. Daar eigendomsdelicten drie vierde van alle criminaliteit in het land vertegenwoordigen, was de daling allesbehalve echt.
Toegegeven, het is moeilijk tot nauwkeurige misdaadcijfers te komen. Eén reden daarvoor is dat veel misdrijven — in bepaalde categorieën misschien wel negentig procent — niet worden aangegeven. Maar het gedebatteer over de vraag of de misdaad is toe- of afgenomen, is in feite irrelevant. Mensen smachten naar uitbanning van de misdaad, niet alleen naar vermindering ervan.
Regeringen doen hun best
Uit een in 1990 door de Verenigde Naties gehouden enquête bleek dat de meer ontwikkelde landen gemiddeld twee tot drie procent van hun jaarlijkse begroting besteden aan misdaadbestrijding, terwijl ontwikkelingslanden er nog meer aan besteden, gemiddeld negen tot veertien procent. Versterking van de politiemacht en een betere uitrusting van de politie krijgen hier en daar prioriteit. Maar de resultaten lopen uiteen. Sommige Hongaarse burgers klagen: „Er zijn nooit genoeg politieagenten om de criminelen te pakken, maar om verkeersovertreders te pakken zijn er altijd wel genoeg.”
Veel regeringen hebben het onlangs noodzakelijk gevonden strengere misdaadwetten aan te nemen. Zo hebben, aldus het blad Time, omdat „kidnappen in heel Latijns-Amerika toeneemt”, de regeringen daar gereageerd met wetten die „tegelijk streng en vruchteloos zijn. . . . Het aannemen van wetten is één ding,” geeft het toe, „maar het toepassen ervan is een heel ander verhaal.”
Naar schatting fungeerden er in 1992 in Groot-Brittannië ruim 100.000 buurtbewakingsprogramma’s, waarbij minstens vier miljoen woningen in de gaten werden gehouden. Soortgelijke programma’s werden halverwege de jaren ’80 in Australië ingevoerd. Daarmee wordt beoogd, aldus het Australische Instituut voor Criminologie, de misdaad terug te dringen „door de aandacht van de burgers voor de openbare veiligheid te vergroten, door de instelling en de houding van de buurtbewoners te verbeteren ten aanzien van het melden van misdaden en verdachte gebeurtenissen in de buurt, en door de kwetsbaarheid voor criminaliteit te verminderen door middel van eigendomsmarkering en de installatie van doeltreffende veiligheidsvoorzieningen”.
In sommige plaatsen wordt van een gesloten televisiecircuit gebruik gemaakt voor een verbinding tussen politiebureaus en bedrijfspanden. Videocamera’s worden door de politie, banken en winkels gebruikt als afschrikmiddel of als instrument voor het identificeren van wetsovertreders.
In Nigeria heeft de politie controleposten op de autowegen in een poging overvallers en autokapers te vangen. De regering heeft een werkgroep voor malafide handelspraktijken ingesteld om fraude te bestrijden. Uit plaatselijke leiders bestaande comités ter bevordering van een goede relatie tussen de politie en de plaatselijke gemeenschap informeren de politie over criminele activiteiten en mensen die zich dubieus gedragen.
Bezoekers aan de Filippijnen valt het op dat woningen over het algemeen niet onbewaakt worden gelaten en dat veel mensen waakhonden hebben. Zakenmensen hebben privé-veiligheidsagenten in dienst om hun bedrijf te beschermen. Anti-diefstalapparatuur voor auto’s wordt goed verkocht. Mensen die het zich kunnen veroorloven, trekken zich terug in goedbeveiligde bungalowparken of flatgebouwen.
De Londense krant The Independent merkte op: „Naarmate het vertrouwen in het rechtssysteem afneemt, organiseren steeds meer burgers de verdediging van hun eigen buurt.” En meer en meer mensen bewapenen zich. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld beschikt naar schatting de helft van de huishoudens over minstens één vuurwapen.
Regeringen denken voortdurend nieuwe methoden uit om de misdaad te bestrijden. Maar V. Vsevolodov van de Academie van Gezinsaangelegenheden in Oekraïne zet uiteen dat volgens VN-bronnen zo veel begaafde mensen „unieke methoden om criminele activiteiten te ontplooien” vinden, dat „de opleiding van het politieapparaat” het niet bij kan houden. Slimme criminelen sluizen grote bedragen terug naar bedrijven en liefdadige instellingen, waardoor zij zich een plaats in de samenleving verwerven en „zich verzekeren van een hoge positie”.
Vertrouwen verloren
Een toenemend aantal mensen in sommige landen begint zelfs te geloven dat de regering zelf vuile handen heeft. Asiaweek citeerde deze uitspraak van een misdaadbestrijdingsgroep: „Ongeveer 90% van de verdachten die wij arresteren, zijn óf bij de politie óf militairen.” Of dit nu waar is of niet, dergelijke berichten waren voor een lid van de wetgevende macht aanleiding tot de opmerking: „Indien degenen die zweren dat zij de wet in ere zullen houden zelf de wetsovertreders zijn, is het slecht met onze samenleving gesteld.”
Corruptieschandalen waarbij hoge autoriteiten betrokken waren, hebben regeringen in verschillende delen van de wereld doen wankelen en het vertrouwen van de burger verder ondermijnd. Mensen verliezen niet alleen hun geloof in het vermogen van regeringen om de misdaad een halt toe te roepen, maar twijfelen nu ook aan hun goede bedoelingen op dat punt. Een docent stelde de vraag: „Hoe kunnen deze autoriteiten nu de misdaad bestrijden wanneer zij zelf tot aan hun nek in het moeras zitten?”
Regeringen komen en regeringen gaan, maar de misdaad blijft. Toch komt er weldra een tijd dat er geen misdaad meer zal zijn!
[Illustraties op blz. 7]
Preventiemiddelen: Camera en monitor van een gesloten tv-circuit, stalen rolluik en bewaker met afgerichte hond
[Illustratie op blz. 8]
Misdaad maakt mensen tot gevangenen in hun eigen huis