Vrijheid van meningsuiting in huis — Een tikkende tijdbom?
WANNEER iemand ten onrechte „Brand!” roept in een vol theater en er mensen onder de voet worden gelopen in de wilde stormloop naar de uitgang, rust dan op degene die geroepen heeft niet de verantwoordelijkheid voor de daarbij gevallen doden en gewonden? Wanneer iemand zegt: „Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen verdedigen”, krijgt u dan carte blanche, onbeperkte vrijheid, om in het openbaar te zeggen wat u maar wilt, ongeacht de gevolgen? Er zijn mensen die dat denken.
Hadden bijvoorbeeld, toen in Frankrijk rappers opriepen tot het doden van de politie en er inderdaad politiemensen werden vermoord door sommigen die naar de muziek hadden geluisterd, de rappers aansprakelijk gesteld moeten worden voor hun aanstoken tot geweld? Of zouden zij beschermd moeten worden uit hoofde van de wet? Zouden wanneer radio- en televisieproducers en computernetwerken onverbloemde gewelddadige en pornografische scènes toegankelijk maken voor kinderen, en sommige kinderen deze scènes naspelen tot schade van zichzelf en anderen, de brengers van zulk materiaal medeaansprakelijk gesteld moeten worden?
In een onderzoek door de Amerikaanse Psychologische Vereniging „is berekend dat het doorsneekind, dat per week 27 uur tv-kijkt, van zijn derde tot zijn twaalfde jaar 8000 moorden en 100.000 gewelddaden zal zien”, berichtte het blad U.S.News & World Report. Kunnen ouders dit terecht afdoen als iets wat van weinig invloed is op hun kinderen? Of zou het een „duidelijk en reëel gevaar” kunnen betekenen? Moet hier een grens worden getrokken of een limiet worden gesteld aan de vrije meningsuiting?
Uit een onderzoek door universitaire psychologen bleek dat wanneer aan een groep vierjarigen geregeld tekenfilms met „vechtlustige superhelden” werden getoond en een andere groep „rustig materiaal” te zien kreeg, degenen die de actiehelden zagen daarna meer de neiging hadden te schoppen en te gooien. Het effect van tv-geweld wordt ook niet minder na de kinderjaren. Uit een ander universitair onderzoek, waarbij 650 kinderen van 1960 tot 1995 gevolgd werden en gelet werd op hun kijkgewoonten en gedrag, bleek dat degenen die als kind de gewelddadigste televisie hadden gezien, als volwassenen het agressiefste gedrag vertoonden en bijvoorbeeld hun huwelijkspartner mishandelden en reden onder invloed.
Hoewel sommige kinderen de uitwerking die televisie en films op hen hebben misschien niet zullen toegeven, doen anderen dat wel. In 1995 interviewde Children Now, een Californische zelfhulpgroep, 750 kinderen in de leeftijd van tien tot zestien jaar. Zes op de tien, zo bleek uit het onderzoek, zeiden dat seks op tv kinderen ertoe brengt op te jonge leeftijd seks te hebben.
Sommigen zullen aanvoeren dat geweld op televisie en in films misschien niet letterlijk wordt opgevat door kinderen en dat al die griezelfilms hun niets doen. „Maar waarom moest”, aldus een Britse krant, „een schoolfunctionaris in het Midwesten van de Verenigde Staten dan tegen duizenden kinderen zeggen dat er geen ’Turtles’ in de plaatselijke riolering zaten? De kleine Turtle-fans waren in de rioolbuizen gekropen om ze te zoeken, vandaar.”
Er is thans een verhitte discussie gaande over wat sommigen beschouwen als een scherp onderscheid tussen vrije meningsuiting en het geweld dat in veel plaatsen in de Verenigde Staten wordt veroorzaakt door anti-abortusgepraat. Tegenstanders van abortus roepen in het openbaar dat artsen en ziekenhuismedewerkers die abortussen verrichten moordenaars zijn en zelf geen recht op leven hebben. Enkele fanatiekelingen eisen de dood van deze artsen en hun assistenten. Er worden spionnen geposteerd om het kenteken van de auto van zulke mensen te noteren en hun naam en adres worden doorgegeven. Het gevolg is dat artsen en ziekenhuismedewerkers zijn neergeschoten en vermoord.
„Dit is geen kwestie van vrije meningsuiting”, riep de voorzitster van de Amerikaanse Vereniging voor Gepland Ouderschap. „Dit komt neer op ’Brand!’ roepen in een vol theater. Wij hebben hier te maken met een vol theater; kijk eens naar het grote aantal moorden dat de afgelopen paar jaar in klinieken is gepleegd.” Zij die dit geweld propageren, voeren aan dat zij slechts gebruik maken van hun in het Eerste Amendement gewaarborgde recht — vrijheid van meningsuiting. En zo gaat het maar door. Het forum der publieke opinie zal over dit recht blijven twisten en rechtbanken zullen het geschil moeten beslechten, helaas niet tot ieders tevredenheid.
Wat ouders kunnen doen
Hun huis moet een toevluchtsoord voor kinderen zijn, geen plaats waar zij een gemakkelijke prooi zijn voor mensen die hen willen uitbuiten en misbruiken, of waar rustige persoonlijkheden dusdanig beïnvloed kunnen worden dat ze soms gewelddadige stemmingen gaan vertonen. „Misschien bent u er gerust op dat uw kind nooit gewelddadig zal worden, ondanks een vast dieet van tv-geweld”, zei een hoogleraar in de Verenigde Staten tegen ouders. „Maar u kunt er niet gerust op zijn dat uw kind niet wordt vermoord of verminkt door het kind van iemand anders, dat op een soortgelijk dieet wordt grootgebracht.” Daarop bepleitte hij dat „het beperken van de blootstelling van kinderen aan tv-geweld op de volksgezondheidsagenda komt te staan, evengoed als veiligheidszitjes, fietshelmen, inentingen en goede voeding”.
Indien u het niet goed zou vinden dat er een vreemde in uw huis kwam die grove taal zou gebruiken en uw kind zou bestoken met obsceen gepraat over seks en geweld, laat dan niet toe dat radio en televisie die vreemde zijn. Weet wanneer de knop om te draaien of naar een ander kanaal te schakelen. Weet waar uw kind naar kijkt, zowel op televisie als op de computer, zelfs in de privacy van zijn kamer. Indien hij de weg weet op de computer en de netwerken die hem ter beschikking staan, zult u misschien geschokt zijn als u hoort wat zijn avondmenu omvat. Heeft dat waar uw kind naar kijkt niet uw goedkeuring, zeg dan gewoon nee en leg uit waarom. Hij zal er niet aan doodgaan als hem beperkingen worden opgelegd.
Leer uw kinderen, tot slot, naar godvruchtige beginselen te leven en niet naar de gewoonten van dit goddeloze samenstel van dingen met al zijn obsceniteit en gewelddadigheid (Spreuken 22:6; Efeziërs 6:4). De apostel Paulus gaf christenen een van pas komende raad die wij allemaal moeten opvolgen. „Laat hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet ter sprake komen, zoals het heiligen past; ook geen schandelijk gedrag noch dwaas gepraat noch ontuchtig gescherts, dingen die niet welvoeglijk zijn, doch veeleer dankzegging.” — Efeziërs 5:3, 4.
[Illustraties op blz. 10]
Sommige tv-programma’s kunnen tot misdaad en immoraliteit leiden