Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g96 8/2 blz. 11-14
  • De castraten — Verminking in naam der religie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De castraten — Verminking in naam der religie
  • Ontwaakt! 1996
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Eunuchen in de oudheid
  • Eunuchen in de christenheid
  • Kerkkoren
  • Verminking ter wille van de muziek
  • Populariteit, ouders en de publieke opinie
  • Castratie — In de jaren ’90 nog?
  • Het einde!
  • Eunuch
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Eunuch
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Opera zingen is een kunst
    Ontwaakt! 2008
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
Meer weergeven
Ontwaakt! 1996
g96 8/2 blz. 11-14

De castraten — Verminking in naam der religie

De castraten — mannelijke zangers met de kracht van het lichaam van een man maar met de stem van een jongen. Het tijdperk van de castraten was een zeer trieste tijd. Wie waren zij? Het antwoord houdt verband met een schokkend gebruik — verminking in naam der religie.

EUNUCHEN kunnen als zodanig geboren worden maar velen worden door mensen zo gemaakt. Qua lichaamsbouw en lengte zijn het mannen, maar zij kunnen zich niet voortplanten. In een bepaalde fase van hun lichamelijke ontwikkeling of nog later in hun leven zijn zij, vrijwillig of gedwongen, gecastreerd.

Waarom zouden mannen ervoor kiezen zichzelf of andere mannen op deze manier te verminken? Vaak hebben zij dat gedaan in naam der religie.

Eunuchen in de oudheid

Duizenden jaren geleden werd castratie door de Assyriërs toegepast als strafmiddel. In Egypte was castratie de straf op overspel. Een dief die betrapt was op diefstal uit een tempel in het oude Friesland, nu een provincie van Nederland, werd ontmand voordat hij ter dood werd gebracht.

In Rome was castreren tijdens de regeringen van de keizers Domitianus en Nerva in de eerste eeuw G.T. verboden, maar in de vervalperiode van het rijk werd het weer ingevoerd. Wetten die in de negende eeuw werden afgekondigd door de Engelse koning Alfred de Grote bepaalden dat een knecht op die manier gestraft moest worden als hij een dienstmeid had verkracht.

Eunuchen speelden ook een belangrijke rol bij godsdienstige riten. In de stad Efeze dienden zowel maagden als eunuchen de godin Artemis. Mannen castreerden zichzelf in een extatisch ceremonieel ter ere van de Syrische Astarte van Hiërapolis, waarna zij de rest van hun leven vrouwenkleding droegen.

„Hij die zichzelf of iemand anders castreert, behoort niet tot mijn volgelingen”, verkondigde Mohammed. Ondanks dit verbod werden eunuchen hoog gewaardeerd als slaven in islamitische landen, als bewakers van harems en heiligdommen. Het gevolg was dat deze slavenhandel in stand werd gehouden. Jongemannen afkomstig uit Soedan en naburige Noordafrikaanse landen leverden de slavenhandelaars enorme winsten op.

Aan het begin van de negentiende eeuw bracht Johann L. Burckhardt een bezoek aan Opper-Egypte, waar hij gecastreerde jongens zag, klaar om als slaven verkocht te worden. De operaties werden verricht bij jongens van acht tot twaalf jaar, door twee monniken van de Koptische Kerk. „Hun beroep”, merkte Burckhardt op, „werd verachtelijk gevonden.”

Dit doet de vraag rijzen in hoeverre de christenheid bij dit gebruik betrokken is geweest en om welke redenen.

Eunuchen in de christenheid

Origenes — het bekendst om zijn Hexapla, vertalingen van de Hebreeuwse Geschriften geordend in zes kolommen — werd omstreeks 185 G.T. geboren. Tegen de tijd dat hij achttien jaar was, genoot hij reeds enige faam om zijn lezingen over het christendom. Hij maakte zich er echter zorgen over dat zijn populariteit bij vrouwen verkeerd uitgelegd zou worden. Omdat hij Jezus’ woorden „er zijn eunuchen die zichzelf tot eunuch hebben gemaakt ter wille van het koninkrijk der hemelen” letterlijk opvatte, castreerde hij zichzelf (Mattheüs 19:12).a Het was een onvolwassen, impulsieve daad — die hij in later jaren diep betreurde.

Interessant is dat de allereerste canon van het concilie van Nicea in het jaar 325 G.T. mannen die zichzelf ontmand hadden uitdrukkelijk van het priesterschap uitsloot. Dr. J. W. C. Wand zegt over dit besluit: „Het is mogelijk dat sommigen de wens hadden geuit het voorbeeld van Origenes in dat opzicht te volgen en zichzelf tot eunuch te maken . . ., en het was zeer belangrijk dat christenen niet aangemoedigd zouden worden naar een gebruik te handelen dat veeleer kenmerkend was voor de aanhangers van enkele heidense godsdiensten.”

Met het nemen van zo’n belangrijk besluit probeerden de religieuze leiders van de christenheid voor altijd een eind te maken aan de weerzinwekkende castratiekwestie. Zoals wij zullen zien, pakte het anders uit. Beschouw eerst de volgende bekende geschiedenis eens.

In het jaar 1118 werd Pierre Abélard, filosoof en theologiestudent, verliefd op Héloïse, een jong meisje dat hij privé-lessen gaf. Abélard was nog niet geordineerd en stond derhalve niet onder de celibaatsgelofte. Dus trouwden zij in het geheim en kregen een zoon. Maar omdat haar oom Fulbert, kanunnik van de rooms-katholieke kathedraal van Parijs, van mening was dat Héloïse was verleid, liet hij Abélard met geweld castreren. Deze barbaarse daad, bedacht door zo’n hoge kerkelijke gezagdrager, leidde ertoe dat twee van de bedrijvers ervan als vergelding dezelfde straf ondergingen.

Castratie was dus in bepaalde omstandigheden nog steeds aanvaardbaar als straf. Deze verfoeilijke praktijk zou echter al spoedig in de Rooms-Katholieke Kerk bevorderd worden ten behoeve van de kerkzang.

Kerkkoren

De zang heeft in de oosters-orthodoxe en de rooms-katholieke liturgie een belangrijke rol gespeeld, en de pijlers van een kerkkoor waren jongenssopranen. Maar in het begin van de tienerjaren krijgt een jongen de baard in de keel. Hoe zou de kerk het aanhoudende verloop en de opleiding die erbij kwam kijken kunnen vermijden? Weliswaar werd er vaak gebruik gemaakt van een enigszins kleurloze hogere stemsoort, de falset genoemd, maar dat was geen aanvaardbare vervanging voor de jongenssopraan.b

Vrouwelijke sopranen waren het voor de hand liggende alternatief, maar sedert vroege tijden had de paus vrouwen verboden in de kerk te zingen. Een extra probleem was dat op kerkzangers een beroep kon worden gedaan hun priester te assisteren, een taak die exclusief aan mannen voorbehouden was. Dus konden er geen vrouwen worden gebruikt om de kerkkoren aan te vullen.

In 1588 verbood paus Sixtus V het zingen door vrouwen op het toneel van openbare theaters of opera’s. Dit verbod werd ongeveer 100 jaar later herhaald door paus Innocentius XI. „Het afkeuren van vrouwelijke artiesten in theaters en het verbinden van hun naam aan prostitutie en losbandigheid was een oude traditie, die terugging tot de dagen van Sint-Augustinus en nog vroeger”, merkt de onderzoeker Angus Heriot op. Met dit onbuigzame standpunt baande de kerk echter de weg voor een ander, ernstiger probleem — castraten!

Wie waren de castraten en hoe kreeg de christenheid ermee te maken?

Verminking ter wille van de muziek

Opera’s en theaters hadden sopranen nodig, maar het pauselijk koor eveneens. Wat was eraan te doen? Men wist al lang dat als een jongen werd gecastreerd, hij niet de baard in de keel kreeg. De stembanden groeien slechts een stukje, terwijl de borst en het middenrif zich normaal ontwikkelen. Het resultaat is dat de castraat de kracht heeft van een mannenlichaam maar de stem van een jongen — „het soort stem dat engelen werd toegedacht”, merkt Maria Luisa Ambrosini op in The Secret Archives of the Vatican. Het is ook mogelijk het stemtype enigszins te reguleren door de leeftijd waarop kinderen worden gecastreerd te variëren.

De Griekse Kerk had sinds de twaalfde eeuw castraten als koorzangers gebruikt, maar wat zou de Rooms-Katholieke Kerk doen? Zou ze nu ook castraten gaan toestaan en gebruiken?

Padre Soto, in 1562 zanger bij het pauselijk koor, staat in de Vaticaanse annalen als falset vermeld. Maar Soto was een castraat. Minstens 27 jaar voor 1589, toen bij de bul van paus Sixtus V de zangers van de Sint-Pietersbasiliek zo gereorganiseerd werden dat zij vier castraten gingen tellen, had het Vaticaan het gezag van het concilie van Nicea dus geruisloos terzijde geschoven.

Vanaf 1599 werd het bestaan van castraten in het Vaticaan erkend. Nu de hoogste kerkelijke autoriteit de praktijk eenmaal openlijk had gesanctioneerd, werden castraten aanvaardbaar. Gluck, Händel, Meyerbeer en Rossini behoren tot degenen die zowel gewijde als wereldlijke muziek speciaal voor castraten gecomponeerd hebben.

Populariteit, ouders en de publieke opinie

Castraten werden snel populair. Paus Clemens VIII (1592–1605) bijvoorbeeld was zeer onder de indruk van de soepelheid en liefelijkheid van hun stemmen. Hoewel iedereen van wie bekend was dat hij iets met het castreren te maken had, geacht werd geëxcommuniceerd te worden, werd er voor een gestadige toevloed van jonge jongens gezorgd omdat de muzikale behoeften van de kerk zwaarder wogen.

Volgens zeggen maakten winkels reclame: „Qui si castrono ragazzi (Hier castreert men jongens)”. Een kapperszaak in Rome verkondigde trots: „Hier worden zangers gecastreerd voor de koren van de pauselijke kapel.” Beweerd wordt dat er in de achttiende eeuw wel eens ongeveer 4000 Italiaanse jongens met dat doel gecastreerd zouden kunnen zijn. Hoeveel er door de ingreep gestorven zijn, is niet bekend.

Waarom stonden ouders toe dat hun zoons op die manier verminkt werden? Over het algemeen waren castraten kinderen van arme ouders. Als een zoon enige muzikale aanleg vertoonde, kon hij verkocht worden, soms zonder voorbehoud, aan een muziekinstelling. Anderen werden aangetrokken uit de koren van de Sint-Pietersbasiliek in Rome en soortgelijke kerkelijke conservatoriums. De ouders hoopten uiteraard dat hun castraat beroemd zou worden en goed voor hen zou zorgen op hun oude dag.

Maar al te vaak echter volgde een tragedie wanneer duidelijk werd dat de jongen geen mooie stem had. Johann Wilhelm von Archenholz legde in zijn tegen het einde van de achttiende eeuw geschreven boek A Picture of Italy uit dat zulke verstotenen, samen met een eventueel overschot aan castraten, „de priestergelofte mochten afleggen” en de mis mochten opdragen. Dit in navolging van het bijzondere precedent dat in de Sint-Pieter zelf gesteld werd toen, in strijd met de kerkelijke canon, in 1599 twee en later nog meer castraten als rooms-katholiek priester werden toegelaten.

Paus Benedictus XIV zelf verwees naar het besluit van het concilie van Nicea en erkende dat castratie onwettig was. Maar in 1748 wees hij vastberaden een voorstel van zijn eigen bisschoppen om de castraten af te schaffen van de hand, want hij vreesde dat de kerken leeg zouden lopen als hij dat deed. Zo groot was de aantrekkingskracht en het belang van de kerkelijke muziek. En dus bleven er gecastreerde koorzangers zingen in Italiaanse kerkkoren, in de Sint-Pieter en in de Sixtijnse Kapel van de paus zelf.

Toen in 1898 de publieke opinie zich steeds meer tegen castratie keerde, liet paus Leo XIII de castraten van het Vaticaan discreet met pensioen gaan, en zijn opvolger, paus Pius X, verbande de castraten officieel uit de pauselijke kapel in 1903. Maar de bul van paus Sixtus V waarbij zij werden geïntroduceerd, is nooit officieel herroepen.

De laatste professionele castraat, Alessandro Moreschi, stierf in 1922. In 1902 en 1903 werden er opnamen van zijn zang gemaakt, die nog steeds gehoord kunnen worden. Op de labels van deze opnamen wordt hij beschreven als „Soprano della Cappella Sistina (Sopraan van de Sixtijnse Kapel)”. „De stem,” zo schrijft de muziekcriticus Desmond Shawe, „zonder enige twijfel een sopraan, lijkt noch op een jongens- noch op een vrouwenstem.”

Zo kwam er een eind aan de wrede verminking van jongens ter wille van de kunst. Een „afschuwelijke praktijk”, zegt The Encyclopædia Britannica, maar wel een die eeuwenlang door de Rooms-Katholieke Kerk vergoelijkt is.

Castratie — In de jaren ’90 nog?

Er zijn dus geen castraten meer. Maar wil dat zeggen dat er een eind is gekomen aan het castreren in naam der religie? Helaas niet! In The Independent Magazine wordt bericht dat India wel een miljoen eunuchen telt, woonachtig in godsdienstige gemeenschappen. Wie zijn het? De hijra’s.

De meeste hijra’s zijn moslim van geboorte — ofschoon er veel hindoes onder hen zijn — en allemaal aanbidden zij Bharuchra Mata, een hindoegodin uit Gujarat. Hoewel de meesten van hen vrijwillig gecastreerd worden, wordt door sommigen beweerd dat elk jaar wel 1000 Indiërs met geweld ontmand worden om hen te dwingen zich bij de hijra’s aan te sluiten, waarna zij bij opbod verkocht worden aan de hoogst biedende goeroe.

De hijra’s staan onder een hiërarchie van goeroes en de verschillende hijra-clans verdelen de steden in territoriums. De hijra’s leven van bedelen in de tempels en prostitutie. Zij worden over het algemeen veracht, maar zij worden ook gevreesd omdat men denkt dat zij over een sinistere magische kracht beschikken. Om die reden worden zij betaald voor het zegenen van baby’s en pasgehuwden.

Naar verluidt zijn er wel hijra’s die weglopen. Maar „de hijra-mafia die naar men zegt de controle heeft over de castraties,” bericht India Today, „werkt onder een sluier van geheimhouding en terreur”.

Het einde!

Zal de wereld ooit vrij zijn van zulke misstanden? Ja, want de zonden van het wereldrijk van valse religie — in de bijbel gekenschetst als een hoer, „Babylon de Grote” — „hebben zich helemaal tot aan de hemel opgehoopt”. Wat geloofversterkend is het te vernemen dat er spoedig radicaal een einde zal komen aan al die godonterende praktijken! Waarom zou u dat zelf niet lezen in het laatste boek van de bijbel, Openbaring, hoofdstuk 18? Let vooral op de verzen 2 en 5.

[Voetnoten]

a Betreffende Jezus’ woorden legt de voetnoot in de rooms-katholieke Westminster Version of the Sacred Scriptures: The New Testament uit: „Niet fysiek door verminking van het vlees, maar in geestelijke zin door voornemen of gelofte.” Evenzo verklaart John Trapp in A Commentary on the New Testament: „Niet dat zij zichzelf hebben ontmand, zoals Origenes en enkele anderen in de vroegste tijden, door een onjuist begrip van deze tekst . . . maar door ongehuwd te blijven, opdat zij God in groter vrijheid kunnen dienen.”

b Falset begint waar de natuurlijker tonen ophouden en wordt naar verluidt slechts voortgebracht door de binnenrand van de stembanden.

[Kader op blz. 13]

De hoogste maatstaf

Geen eunuch mocht deel gaan uitmaken van de gemeente Israël, stond duidelijk in de wet van Jehovah vermeld (Deuteronomium 23:1). Onder die wet was castratie niet toegestaan. „De joodse wet”, merkt de Encyclopaedia Judaica op, „verfoeide zulke operaties.” Het resultaat was dat geen Israëlieten of inwonende vreemdelingen tot eunuch werden gemaakt voor de dienst in het paleis van Israëlitische koningen, zoals aan andere koninklijke hoven, bijvoorbeeld dat van de Perzische koning Ahasveros. — Esther 2:14, 15; 4:4, 5.

[Illustratie op blz. 12]

Door een besluit van paus Sixtus V werd de weg gebaand voor castraten

[Verantwoording]

The Bettmann Archive

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen