1995 — Hoe ziet onze toekomst er uit?
„De wereld heeft behoefte aan een kompas dat beter is dan simpele pleidooien voor democratie en vrije markten — maar er is er geen voorhanden.” — Will Hutton, Guardian Weekly.
VANUIT menselijk standpunt bezien zou die verklaring waar kunnen lijken. De wereld schijnt een betrouwbaar kompas te ontberen dat de richting aangeeft naar vrede, zekerheid, recht, billijkheid en goed bestuur. De mens heeft zo ongeveer elk regeringssysteem uitgeprobeerd, van monarchieën tot republieken, van dictaturen tot democratieën, en toch blijkt zijn wereld nagenoeg onbestuurbaar te zijn. In welke richting moet hij het nu zoeken?
Er blijkt keus te zijn — het pad omlaag naar een wereld van meer geweld, misdaad, corruptie, onrecht, godsdienstige en politieke huichelarij, nationalistische haat en uitbuiting van de armen. Dat is het pad dat volgens sommigen naar anarchie voert.
Een andere mogelijkheid is de zware, zelfopofferende klim naar een betere wereld die gebaseerd is op Gods oplossing voor bestuur, een oplossing die wij in de bijbel aantreffen. Die klim is zwaar omdat hij morele moed, persoonlijke offers, een geestelijke kijk op het leven en geloof in een God met een voornemen vergt. Maar wil die klim slagen, dan moet de mens ook nederig zijn — nederig tegenover zijn Schepper. Hij moet zich tot God wenden voor een rechtvaardig bestuur. De christelijke apostel Petrus gaf de raad: „Vernedert u daarom onder de machtige hand van God, opdat hij u te zijner tijd moge verhogen, terwijl gij al uw bezorgdheid op hem werpt, want hij zorgt voor u.” — 1 Petrus 5:6, 7; Openbaring 4:11.
Wie activeert de haat?
De mens alleen kan deze wereld niet blijvend ten goede veranderen — de zelfzuchtige, boosaardige elementen zijn te talrijk en te machtig. De profeet Jeremia had gelijk toen hij schreef: „Ik weet heel goed, o Jehovah, dat het niet aan de aardse mens is zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten” (Jeremia 10:23). Zonder God is het de mens onmogelijk zijn schreden zo te richten dat de hele mensheid erbij gebaat is. Hoe komt dat? Omdat er, naast onze aangeboren onvolmaaktheid, altijd die onzichtbare vijand Satan is, die klaarstaat om de lont in het kruit te werpen, zoals hij dat in Rwanda heeft gedaan, waar hij een bloederig conflict onder mensen heeft ontketend. — Genesis 8:21; Mattheüs 4:1-11.
Om het vooroordeel, de haat en de moordzucht in het hart en de geest van mensen te kunnen activeren, heeft Satan de naties ideeën van nationale, tribale en godsdienstige superioriteit bijgebracht. Deze diepgewortelde haat wordt kinderen met de paplepel ingegoten door ouders die erin vastgeroest zitten, vaak door eeuwen van traditie. Deze traditie wordt dan versterkt door onderwijssystemen en godsdienstonderricht. Zo worden miljoenen mensen grootgebracht met haat en vooroordeel in hun hart. Zij worden geconditioneerd, van kindsbeen af gehersenspoeld, om zich op aandringen van gewetenloze politieke en godsdienstige demagogen tegen hun medemens te keren. Het uitbraken van redeloze leuzen en kreten kan activerend werken, kan een uitslaande brand ontsteken, die uitloopt op een „etnische zuivering” of een pogrom.
Aangevend wat de nabije toekomst zou kunnen brengen, schreef Martin van Creveld, militair historicus in Israël, in The Transformation of War: ’Vanuit de gunstige positie van het heden bekeken, schijnt alles erop te wijzen dat godsdienstig fanatisme een grotere rol zal gaan spelen in de drijfveren achter gewapende conflicten’ in het Westen dan op enig ander tijdstip ’in de afgelopen 300 jaar’ het geval is geweest. In plaats dat de godsdienst een kracht is die de vrede bevordert en de geestelijke gezindheid van de mens stimuleert, blijft ze dus steken in haar historische rol van aanstichtster tot haat, strijd en moord.
Een andere toekomst beloofd
Willen mensen in aanmerking komen voor leven in een rechtvaardige nieuwe wereld, dan moeten zij een aandeel hebben aan de vervulling van Jesaja’s profetie: „Hij [Jehovah] zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij willen zijn paden bewandelen. . . . En hij zal stellig rechtspreken onder de natiën en de zaken rechtzetten met betrekking tot vele volken. En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” — Jesaja 2:3, 4.
Wie slaan thans wereldwijd acht op deze schitterende profetie? Wie waren het die in Rwanda liever stierven dan hun broeders in het geloof van een andere stam te doden? Wie waren het die liever in nazi-concentratiekampen stierven dan in Hitlers legers te dienen? Wie hebben in veel landen liever in de gevangenis gezeten dan de oorlog te leren? Het zijn degenen die de vervulling van Jesaja 54:13 hebben ondervonden: „Al uw zonen zullen door Jehovah onderwezen personen zijn, en de vrede van uw zonen zal overvloedig zijn.”
Jehovah’s Getuigen genieten die vrede nu wereldwijd omdat zij Jehovah’s onderwijs uit zijn Woord, de bijbel, hebben aanvaard. Zij houden zich aan de leer en volgen het voorbeeld van Christus Jezus. En wat zei hij? „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:34, 35). Jehovah’s Getuigen brengen deze liefde in praktijk, dermate zelfs dat zij nu, hoewel zij voorheen katholiek en protestants waren, harmonieus samenwerken in Noord-Ierland. Hoewel zij voorheen godsdienstige vijanden waren, werken zij nu als christenen samen in Israël, Libanon en andere landen. Zij leren de oorlog niet meer. Wat een verschil zou het zijn als alle mensen op aarde acht sloegen op Jezus’ woorden en ze in hun leven in praktijk brachten!
Jehovah’s Getuigen geloven dat Gods beloofde nieuwe wereld nabij is, een wereld die door een hemelse regering bestuurd zal worden. Waarop is die positieve hoop gefundeerd?
Gods beloofde beslissende optreden
In zijn Woord, de bijbel, heeft God een rechtvaardig bestuur beloofd voor de hele gehoorzame mensheid. Bij monde van zijn profeet Daniël heeft hij voorzegd dat hij in de tijd van het einde van het huidige stelsel een blijvende en rechtvaardige regering zou oprichten. „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan” (Daniël 2:44). Dat is dezelfde Koninkrijksheerschappij waar Christus gelovigen om leerde bidden in zijn beroemde gebed: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde.” — Mattheüs 6:9, 10.
In dat gebed vragen wij God, zijn beloften betreffende zijn rechtvaardige bestuur te verwezenlijken. En wij weten dat God niet kan liegen. Paulus sprak over „het eeuwige leven, dat God, die niet liegen kan, vóór ver in het verleden liggende tijden heeft beloofd” (Titus 1:2; Hebreeën 6:17, 18). En wat heeft God beloofd? De apostel Petrus antwoordt: „Er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten, en daarin zal rechtvaardigheid wonen.” — 2 Petrus 3:13; Jesaja 65:17; Openbaring 21:1-4.
Voordat wij ons hier op aarde ten volle in die rechtvaardige regering kunnen verheugen, moet er een grote schoonmaak plaatsvinden. Verscheidene bijbelprofetieën geven te kennen dat dit optreden om de wereld van Satan en zijn goddeloze krachten te zuiveren, spoedig plaats zal hebben. (Zie Mattheüs hfdst. 24; Lukas hfdst. 21; en Markus hfdst. 13.) Die definitieve zuivering wordt de strijd van Armageddon genoemd, „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige”. — Openbaring 16:14, 16.
In weerwil van wat velen misschien denken, is het jaar 2000 niet van grote betekenis. Per slot van rekening geldt dat jaartal slechts voor de christenheid. Andere culturen hebben hun eigen tijdrekening. Van grote betekenis is wel, dat het nu de tijd is om ons tot God en zijn Woord te wenden om ons ervan te vergewissen wat „de goede en welgevallige en volmaakte wil van God” is (Romeinen 12:1, 2). Belangrijk is dat het nu voor u de tijd is om te kiezen — voor het inslaan van de weg naar een door God gezegende toekomst, of voor het blijven volgen van het pad der frustratie die Satans wereld biedt. Wij raden u dringend aan voor Gods weg te kiezen. Kies voor het leven! — Deuteronomium 30:15, 16.
[Inzet op blz. 14]
„Er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten.” — 2 Petrus 3:13
[Illustratie op blz. 13]
Pas onder het bestuur van Gods koninkrijk kunnen naties werkelijk hun zwaarden tot ploegscharen smeden