Wegwerpkinderen en weglopers
„IK KNIPTE mijn haar af, kleedde me als een man, hing kettingen met hangsloten om mijn nek en stak een veiligheidsspeld door mijn wang, en zo begon ik mijn leven als punker.” — Tamara.
Als u Tamara op straat had gezien, zou dan de gedachte bij u opgekomen zijn dat zij een eenzame, mishandelde tiener was die thuis nooit een leven had gekend met de aandacht en genegenheid waarnaar zij hunkerde? Zou u gedacht hebben dat zij rebels was en op moeilijkheden met de politie en misschien een leven vol misdaad afstevende? Tamara onthult aan Ontwaakt! de angstaanjagende gebeurtenissen waardoor zij tot het soort leven kwam dat zij vanaf haar veertiende leidde, een manier van leven die nooit haar wens was geweest.
Wegwerpkinderen
Tamara vertelt: „Ik ben opgegroeid in een kleine Italiaanse stad in de bergen, in een gezin waar genegenheid iets onbekends was. Helaas was ik getuige van de hevige ruzies die tussen mijn ouders losbarstten en de niet voor herhaling vatbare beledigingen die bij zulke gelegenheden over en weer vlogen. Vaak raakte ik ten slotte ook in de ruzie verwikkeld en werd ik genadeloos geslagen door mijn harteloze vader. Ik zat dan wekenlang onder de striemen.
Toen ik veertien was, gaf mijn vader me wat geld en een treinkaartje enkele reis naar de dichtstbijzijnde grote stad, waar de gevaren talrijk waren. Ik sloot vriendschap met andere jongeren die, net als ik, niemand hadden die zich voor hen interesseerde. Velen van ons werden alcoholist. Ik werd arrogant, grof en agressief. Vaak had ik niets te eten. Op een winteravond verbrandden mijn vrienden en ik het meubilair om warm te blijven. Wat zou ik graag familie gehad hebben die om me gaf, die belangstelde in mijn gevoelens, mijn zorgen en mijn angsten. Maar ik was alleen, verschrikkelijk alleen.”
Er zijn honderdduizenden „Tamara’s” in de wereld van vandaag de dag. In elk werelddeel wonen kinderen die door hun ouders, die hun verantwoordelijkheden veronachtzaamd hebben, aan hun lot overgelaten zijn.
Weglopers
Andere jongeren besluiten van huis weg te gaan omdat „het er voor hen gewoon te verschrikkelijk is om er te blijven; het is er te beangstigend, te gevaarlijk, en zij vluchten de straat op.” — New York State Journal of Medicine.
Op zijn negende werd Domingos in een weeshuis gestopt toen zijn moeder hertrouwde. Wegens de pakken slaag die hij van de priesters kreeg, maakte hij plannen om te ontsnappen. Zijn moeder nam hem terug, maar hij werd voortdurend door zijn stiefvader afgetuigd. Weglopen was de enige manier om aan de wreedheid thuis te ontkomen.
Helaas „kunnen miljoenen kinderen er niet van op aan dat de volwassenen bij hen thuis hun een minimum aan veilige verzorging geven”, schrijft Anuradha Vittachi in haar boek Stolen Childhood — In Search of the Rights of the Child. Zij schrijft ook: „Naar schatting sterven er in de Verenigde Staten drie kinderen per dag als gevolg van mishandeling door hun ouders.” In maar al te veel gevallen wordt de seksualiteit van een kind veeleer geschonden dan beschermd door een gezinslid.
Uitgebuit en getraumatiseerd
Domingos was gedwongen bij andere straatkinderen te wonen die zich bezighielden met roven en stelen en met het gebruik en de verkoop van drugs. Tragisch genoeg worden velen die vluchten voor de slechte situatie thuis, uitgebuit door souteneurs, pedofielen en pornosyndicaten. Deze hongerige en eenzame jongeren krijgen een plaats om te wonen aangeboden en de toezegging bij een volwassene te horen die „om hen geeft”, waarna zij slechts ontdekken dat zij ervoor betalen met hun lichaam in een leven van prostitutie. Velen hebben op het gebied van werk niets geleerd maar maken zich de kunst eigen om hoe dan ook op straat in leven te blijven, onder meer door te verleiden en zich te laten verleiden. Sommigen overleven het niet. Drugs, alcohol, moord en zelfdoding eisen menig jong slachtoffer.
Over het leven van straatkinderen merkte een voormalige kinderprostituée op: „Je bent hierbuiten doodsbang. Weet je, wat mij zo kwaad maakt, is dat veel mensen wanneer zij een kind in een trein zien slapen, of een kind voortdurend op straat zien rondhangen, denken dat ze dat doen omdat ze het willen. Nu ik ouder ben, weet ik wel beter. Deze kinderen schreeuwen het allemaal uit op hun eigen speciale manier. Zij willen niet zo zijn, maar hun ouders moeten hen niet.”
Op zoek naar „vrijheid”
Er zijn honderdduizenden andere jongeren als vermist opgegeven, die de straat op gelokt zijn door de vrijheden die zij daar denken te vinden. Sommigen willen vrij zijn van armoede. Anderen wensen vrij te zijn van het ouderlijk gezag en van regels die naar hun mening te streng zijn.
Eén jongere die proefde hoe het is om zogenaamd vrij te zijn, vrij van het ouderlijk gezag en de beginselen van een christelijk gezin, heette Emma. Nadat zij het huis uitgegaan was om met haar vrienden op te trekken, raakte zij verslaafd aan drugs. Maar na de wreedheid van de straat ervaren te hebben, gaf Emma de wens te kennen terug te komen en een eind te maken aan haar drugsverslaving. Helaas zette zij geen punt achter haar slechte omgang en op een zomeravond met haar vrienden werd er heroïne gespoten. Voor Emma was het de laatste keer. Zij raakte in coma en stierf de volgende dag, alleen en in de steek gelaten door haar „vrienden”.
Kan de toekomst van kinderen die het slachtoffer van hun ouders of van anderen zijn er beter op worden? Zal er ooit een wereld komen waar jongeren niet worden uitgebuit? Welke hoop is er dat het gezinsleven eens beter wordt en op prijs wordt gesteld, zodat jongeren niet weg zullen willen lopen? De antwoorden zijn in het volgende artikel te vinden.