Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g94 22/11 blz. 24-27
  • Geestelijk licht voor het „donkere werelddeel”?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geestelijk licht voor het „donkere werelddeel”?
  • Ontwaakt! 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Autochtone zendelingen werpen de eerste sprankjes licht
  • De komst van Europese zendelingen
  • Agenten van het kolonialisme?
  • De prediking — De hoogste prioriteit?
  • ’Indien het licht in u duisternis is . . .’
  • De oogst van de christenheid in Afrika
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Het maken van ware discipelen in deze tijd
    Ontwaakt! 1994
  • Zendelingen — Wat moeten zij zijn?
    Ontwaakt! 1994
  • De zendelingen van de christenheid gaan terug naar waar het allemaal begon
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1994
g94 22/11 blz. 24-27

Zendelingen — Bewerkers van licht of duisternis? — Deel 4

Geestelijk licht voor het „donkere werelddeel”?

„NOG geen honderd jaar geleden werd Afrika het donkere werelddeel genoemd omdat veel ervan onbekend terrein was voor Europeanen.” The World Book Encyclopedia doelt hiermee niet zozeer op Afrikaanse duisternis als wel op Europese duisternis — Europa’s gebrek aan kennis over een grotendeels onverkend werelddeel. Het is dus niet tegenstrijdig dat Afrika zijn naam vermoedelijk ontleent aan het Latijnse woord aprica, dat „zonnig” betekent.

Toch verkeerde Afrika in één aspect wel degelijk in duisternis — het was er donker wat de bijbelse waarheid betreft. Donald Coggan, de voormalige aartsbisschop van Canterbury, noemt Afrika en Azië „de twee grote werelddelen waarin de westerse kerken bijna tweehonderd jaar lang hun beschikbare mankracht en geld gestoken hebben”.

Veel van de zendelingen van de christenheid waren ongetwijfeld oprecht. Sommigen offerden zelfs hun leven bij het verrichten van hun werk. Hun invloed op het Afrikaanse leven was ingrijpend. Maar hebben zij, zoals Christus, ’licht geworpen door middel van het goede nieuws’ en daarmee het zogenoemde donkere werelddeel bevrijd uit zijn geestelijke duisternis? — 2 Timotheüs 1:10.

Autochtone zendelingen werpen de eerste sprankjes licht

De eerste in de geschiedenis vermelde christen die in Afrika predikte, was zelf Afrikaan, de Ethiopische eunuch uit de bijbel, uit Handelingen hoofdstuk 8. Als joods proseliet was hij op weg naar huis na in de tempel in Jeruzalem aanbeden te hebben, toen Filippus hem tot het christendom bekeerde. Ongetwijfeld heeft deze Ethiopiër, ijverig als de vroege christenen waren, daarna actief het goede nieuws dat hij had gehoord, gepredikt, zodat hij een zendeling in eigen land werd.

De historici zijn het er echter niet over eens of het christendom al dan niet op deze manier ingang vond in Ethiopië. De Ethiopische Orthodoxe Kerk blijkt te dateren uit de vierde eeuw, toen een Syrische student in de filosofie, Frumentius geheten, door Athanasius, bisschop van de Koptische Kerk van Alexandrië, tot bisschop voor de Ethiopische „christenen” werd gewijd.

De Koptische Kerk — Koptisch is afgeleid van het Griekse woord voor „Egyptenaar” — beweert dat haar stichter en eerste patriarch de evangelist Markus was. Volgens de overlevering heeft hij tegen het midden van de eerste eeuw in Egypte gepredikt. Hoe dan ook, het „christendom” heeft zich al vroeg naar Noord-Afrika verbreid, waar mannen als Origenes en Augustinus bekendheid verwierven. De Katechetenschool in het Egyptische Alexandrië werd een vermaard centrum van „christelijke” wetenschap, met Pantaenus als eerste leider van de school. Maar tegen de tijd van Pantaenus’ opvolger, Clemens van Alexandrië, had de afval kennelijk al zijn tol geëist. Volgens The Encyclopedia of Religion was Clemens „voorstander van de harmonisatie van de christelijke leer en de bijbel met de Griekse filosofie”.

De Koptische Kerk voerde een intensieve zendingscampagne, vooral in het oosten van Libië. Archeologische opgravingen in Nubië en het noorden van Soedan onthullen ook Koptische invloed.

De komst van Europese zendelingen

De Europeanen deden weinig zendingswerk in Afrika voor de zestiende tot de achttiende eeuw, maar toen boekten de katholieken een mate van succes. Protestantse godsdiensten arriveerden pas in het begin van de negentiende eeuw, toen Sierra Leone het eerste Westafrikaanse land werd dat hun zendelingen bereikten. Hoewel de protestanten hun uiterste best hebben gedaan om hun achterstand in te halen, telt thans, een enkele uitzondering daargelaten, elk Afrikaans land dat boogt op een grote „christelijke” bevolking, meer katholieken dan protestanten.

De bevolking van Gabon bijvoorbeeld bestaat voor 96 procent uit naamchristenen. Kort voor de Eerste Wereldoorlog stichtte Albert Schweitzer, een lutheraan, er een missieziekenhuis, dat hij later uitbreidde met een leprozenkolonie. Ondanks de aanzienlijke invloed die zijn ruim veertig jaar lange protestantse zendingsactiviteit op het land heeft gehad, is het aantal katholieken nog steeds meer dan driemaal zo groot als het aantal protestanten.

Toen de protestantse deelname groter werd, won de zendingsactiviteit in Afrika echter aan stootkracht. Adrian Hastings van de University of Leeds legt uit dat „de belangrijke nalatenschap van deze periode [de tweede helft van de negentiende eeuw] een waardevol begin was met het vertalen van de bijbel in tientallen Afrikaanse talen”.

Bijbelvertalingen in de landstaal voorzagen in een basis voor de verbreiding van het „christendom” die tot dusver ontbroken had. Veel Afrikanen geloofden in dromen en visioenen, bezagen ziekten als hekserij en beoefenden polygamie. Het bezit van de bijbel in de landstaal stelde de zendelingen van de christenheid in de gelegenheid schriftuurlijk licht op deze onderwerpen te laten schijnen. Volgens Hastings echter „lieten Afrikanen zich vaak niet overtuigen op deze punten”. Het gevolg? „Vanaf het einde van de negentiende eeuw begon er een groot aantal onafhankelijke kerken op te komen, eerst in Zuid-Afrika en Nigeria, daarna in veel andere gebieden van het werelddeel waar zich reeds aanzienlijke aantallen zendelingen bevonden.”

Thans bestaan er ten zuiden van de Sahara in feite zo’n 7000 nieuwe godsdienstige bewegingen, met meer dan 32.000.000 aanhangers. Volgens The Encyclopedia of Religion „zijn deze bewegingen voornamelijk opgekomen in gebieden waar intensief contact met christelijke zendingsactiviteiten heeft bestaan”. Klaarblijkelijk is het de zendelingen niet gelukt hun bekeerlingen te verenigen in ’de ene Heer, het ene geloof en de ene doop’ waarover de zendeling Paulus sprak. — Efeziërs 4:5.

Hoe komt dat? De bovengenoemde bron legt uit dat dit is gekomen door „de teleurstelling van plaatselijke bekeerlingen in de uitgangspunten en resultaten van het christendom . . ., de waargenomen verdeeldheid in het confessionele christendom en het niet voorzien in plaatselijke behoeften [alsook] het falen van de christelijke zending om maatschappelijke en culturele barrières te slechten en een gemeenschapszin te bewerkstelligen”.

De hoeveelheid geestelijk „licht” die de zendelingen van de christenheid op het „donkere werelddeel” lieten schijnen, was ontoereikend. Het was dan ook te zwak om de duisternis van ongeletterdheid op het gebied van de bijbel te verdrijven.

Agenten van het kolonialisme?

Ondanks het feit dat enkele van de zendelingen der christenheid iets goeds tot stand brachten, ziet The Encyclopedia of Religion zich gedwongen te bekennen: „Zendelingen drongen aan op koloniale machtsovername en vergemakkelijkten die ook, zodat christendom en koloniale verovering soms twee handen op één buik konden lijken. Het moderne antikolonialisme heeft het christendom in Afrika vaak, en niet geheel ten onrechte, als handlanger van het kolonialisme gebrandmerkt.”

The Collins Atlas of World History legt verhelderend uit dat de westerse naties werden gedreven door de overtuiging dat „kolonisatie het licht der rede, democratische beginselen en de voordelen van wetenschap en geneeskunde zou brengen aan die stammen in het binnenland die als primitief werden beschouwd”. En The New Encyclopædia Britannica verklaart: „Het is de rooms-katholieke missies zwaar gevallen zich los te maken van het kolonialisme, en veel missionarissen wilden die scheiding niet.”

Het is dan ook logisch dat in de mate waarin de zendelingen van de christenheid de democratie propageerden en de verworvenheden van de westerse wetenschappelijke en medische vooruitgang prezen, zij overkwamen als agenten van het kolonialisme. Als mensen eenmaal gedesillusioneerd raakten in de economische, politieke en sociale structuren van koloniale mogendheden, verloren zij ook het geloof in de Europese godsdiensten.

De prediking — De hoogste prioriteit?

Wanneer er gewag wordt gemaakt van protestantse zendelingen in Afrika, valt doorgaans de naam David Livingstone. Hij werd in 1813 in Schotland geboren, werd zendeling-arts en trok door grote delen van Afrika. Zijn intense liefde voor het „donkere werelddeel” en de opwinding der ontdekking vormden een extra motivatie voor hem. The New Encyclopædia Britannica spreekt van „christendom, handel en beschaving” als „de drieëenheid die naar zijn mening voorbestemd was Afrika toegankelijk te maken”.

Livingstones prestaties waren talrijk. Zijn hoogste prioriteit gold echter kennelijk niet de prediking van het evangelie. De Britannica vat zijn dertig jaar zendingswerk „in zuidelijk, centraal en oostelijk Afrika — vaak in gebieden waar zich nog nooit een Europeaan had gewaagd”, als volgt samen: „Livingstone zou de westerse houding tegenover Afrika wel eens meer beïnvloed kunnen hebben dan wie maar ook voor of na hem. Zijn ontdekkingen op geografisch, technisch, medisch en maatschappelijk gebied vertegenwoordigden een complexe hoeveelheid kennis die nog steeds bestudeerd wordt. . . . Livingstone geloofde oprecht in het vermogen van de Afrikaan om zijn weg te vinden naar de moderne wereld. Hij was in die zin niet alleen een voorloper van het Europese imperialisme in Afrika maar ook van het Afrikaanse nationalisme.” Livingstone gaf van groot mededogen met de Afrikanen blijk.

Hoewel sommige zendelingen de slavenhandel steunden of op zijn minst vergoelijkten, zou het oneerlijk zijn hen ervan te betichten dit zonder uitzondering gedaan te hebben. Maar of het mededogen waarvan velen van hen blijk gaven, ingegeven werd door de wens Gods maatstaven van onpartijdigheid en gelijkheid hoog te houden of meer door normale gevoelens van persoonlijke bezorgdheid voor het welzijn van mensen, is achteraf moeilijk vast te stellen.

Het laatste zou echter kloppen met de prioriteiten die de meeste zendelingen stelden. In het boek Christianity in Africa as Seen by Africans wordt erkend dat niemand „zich met hun prestaties op humanitair gebied kan meten”. Maar de bouw van ziekenhuizen en scholen betekende dat menselijke lichamelijke behoeften voorrang kregen boven de prediking van Gods Woord ter behartiging van goddelijke belangen. Sommige zendelingen stichtten zelfs handelsnederzettingen om Afrikanen in staat te stellen profijt te trekken van meer Europese stoffelijke goederen, waardoor hun levensstandaard omhoogging.

Begrijpelijkerwijs zijn veel Afrikanen de zendelingen van de christenheid thans erkentelijk voor de materiële voordelen die door hen mogelijk zijn gemaakt. Adrian Hastings merkt daarover op: „Zelfs wanneer Afrikaanse politici zeer kritisch tegenover zendelingen en kerken staan, laten zij zelden na hun dankbaarheid te verwoorden voor hun bijdrage tot het voortgezet onderwijs.”

’Indien het licht in u duisternis is . . .’

Volgens Hastings was Afrika tot de laatste decennia van de vorige eeuw „een werelddeel waar het christendom er niet in slaagde een blijvende doorbraak te maken”. Tegen het midden van de achttiende eeuw waren de katholieke missieposten zelfs bijna totaal verdwenen, wat voor de schrijver J. Herbert Kane aanleiding was zich af te vragen hoe „zo’n grootscheepse mislukking” mogelijk was. Om te beginnen was het sterftecijfer onder zendelingen hoog. Een andere factor was de betrokkenheid van Portugal bij de slavenhandel. Daar alle katholieke zendelingen Portugezen waren, stelde dat „het christelijke geloof in een zeer kwaad daglicht”. Maar „relevanter, en misschien doorslaggevender,” voegt Kane eraan toe, „waren de oppervlakkige zendingsmethoden, die leidden tot overhaaste ’bekeringen’ en massadopen”.

De zendelingen van de christenheid wisten de Afrikanen er niet toe te bewegen hun godsdiensten plaats te laten maken voor de leer die de zendelingen brachten. Bekering betekende verandering van religieus etiket, maar niet noodzakelijkerwijs verandering van opvattingen en gedrag. Eleanor M. Preston-Whyte van de University of Natal merkt op: „De kosmologische denkbeelden van de Zoeloe zijn op een aantal subtiele manieren in het christelijk denken van de Zoeloe verweven.” En Bennetta Jules-Rosette van de University of California in San Diego zegt dat de hedendaagse Afrikaanse godsdiensten „een mengeling zijn van elementen van de Afrikaanse traditionele godsdienst en elementen van de ingevoerde godsdiensten, het christendom en de islam”.

Volgens Psalm 119:130 geeft „het ontvouwen van uw [Gods] woorden . . . licht, de onervarenen verstandig makend”. Daar verreweg de meeste zendelingen van de christenheid hebben nagelaten prioriteit te geven aan het ontvouwen van Gods Woord, kunnen wij ons afvragen welk licht zij konden geven. De onervarenen werden niet verstandig gemaakt.

Het „licht” dat de zendelingen van de christenheid in voorbije eeuwen hebben laten schijnen, hun „goede werken”, waren afkomstig van een in duisternis verkerende wereld. Ondanks hun beweringen hebben zij niet het ware licht laten schijnen. Jezus zei: „Indien het licht dat in u is, in werkelijkheid duisternis is, hoe groot is dan die duisternis!” — Mattheüs 6:23.

Hoe verging het de zendelingen ondertussen in Amerika, in de Nieuwe Wereld? Die vraag zal in Deel 5 van onze serie worden beantwoord.

[Illustratie op blz. 25]

Sommige zendelingen offerden zelfs hun leven bij het verrichten van hun werk

[Verantwoording]

Uit het boek Die Heiligkeit der Gesellschaft Jesu

[Illustratie op blz. 26]

De zendelingen van de christenheid, onder wie Livingstone, gaven niet altijd de hoogste prioriteit aan de prediking

[Verantwoording]

Uit het boek Geschichte des Christentums

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen