Het bamboe-orgel — Een verrassend Filippijns muziekinstrument
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT OP DE FILIPPIJNEN
ORGELS bestaan al ruim 2000 jaar in de een of andere vorm. Daarbij is van uiteenlopende bouwtechnieken gebruik gemaakt, maar wat alle orgels gemeen hebben, zijn de rijen pijpen, die deel uitmaken van het geluidsmechanisme. Ze zijn over het algemeen van hout of metaal gemaakt. Het orgel waarover wij u willen vertellen, heeft echter pijpen die voornamelijk van bamboe gemaakt zijn. In totaal 832 van zijn 953 geluid voortbrengende pijpen zijn van bamboe. De andere zijn van metaal. Daarnaast zijn er nog een paar pijpen die slechts een decoratieve functie hebben.
Hoe werkt het bamboe-orgel? Het principe is hetzelfde als bij andere pijporgels. Er worden twee soorten pijpen gebruikt, waarin lucht wordt gepompt om muziekklanken voort te brengen. Labiaalpijpen — met halfronde gaten dicht bij hun verbindingspunten in de klaviatuur of speeltafel — brengen op grotendeels dezelfde manier geluid voort als een fluit. Tongpijpen — waarin een trillend element zit — brengen geluid voort op een manier die overeenkomt met die van een klarinet of een saxofoon. Het feit dat de meeste pijpen van bamboe zijn gemaakt, verleent dit orgel bijzondere akoestische kenmerken.
De bouw van het orgel
Met de bouw van dit bamboe-orgel werd in 1816 begonnen door een Spaanse missionaris, Diego Cera. Waarom werd van bamboe gebruik gemaakt? Gezien de nogal grote armoede in de streek was de noodzaak om goedkope materialen te gebruiken misschien een factor. Bovendien heeft de maker van het orgel ongetwijfeld geschikt plaatselijk materiaal willen gebruiken.
In 1816 werd de bamboe gekapt en voor ongeveer een jaar onder het zand van de zeeoever begraven. De stengels die deze blootstelling aan insekten en de elementen doorstonden, werden van duurzame kwaliteit geacht en voor de bouw van het orgel gebruikt. In de daaropvolgende jaren werden de verschillende onderdelen van het orgel in elkaar gezet. Toen het in 1821 grotendeels voltooid was, werd het geprezen als „het mooiste en eerste in zijn soort in het land”.
Tegenslagen overleefd
Het bamboe-orgel was geen gemakkelijk leven beschoren. In het jaar 1829 vonden er in het stadje Las Piñas, waar het orgel staat, aardbevingen plaats. Het dak van het gebouw waarin het zich bevond, werd verwoest en waarschijnlijk heeft het orgel enige tijd aan de elementen blootgestaan. In 1863 berokkende een uitzonderlijk krachtige aardbeving het orgel nog meer schade. Enkele pijpen werden vervangen, maar die werden in de loop van de tijd door insekten aangetast. In 1880 werd het gebouw waarin het orgel stond opnieuw zwaar beschadigd door een catastrofale aardbeving, en voordat het gebouw volledig gerepareerd was, woedde er een tyfoon. Na dat alles lagen verscheidene stukken van het orgel her en der verspreid.
In de loop van de jaren werden er verschillende pogingen gedaan om het te repareren, maar bij een zo’n poging werd het blijvend beschadigd. Een reparateur zaagde stukken van de bamboepijpen af om wat stemventielen te installeren. Daardoor veranderde de toon van het instrument voorgoed. En ondanks de reparatiepogingen raakte het orgel steeds verder in verval.
Het orgel doorstond ook oorlogen. Las Piñas was het toneel van schermutselingen tussen Filippino’s en Spanjaarden tegen het einde van de negentiende eeuw en tussen Filippino’s en Amerikanen tijdens de Filippijns-Amerikaanse Oorlog. Niettemin blijkt uit documenten uit 1911 tot 1913 dat bezoekers het orgel ondanks zijn deplorabele toestand kwamen bekijken.
In de jaren 1941 tot en met 1945 woedde de Tweede Wereldoorlog ook op de Filippijnen. Tijdens de Japanse bezetting besteedde markies Y. Tokugawa, een familielid van keizer Hirohito, aandacht aan het orgel. Hij zorgde ervoor dat het gedeeltelijk werd gerepareerd, maar daarna werd er jarenlang heel weinig aan het instrument gedaan.
In de jaren ’70 gingen er stemmen op dat het gerestaureerd moest worden. Van de honderden bamboepijpen ontbraken er 45 en werkten er 304 niet. In een ervan bleek een vogelnest te zitten. Kon er iets ondernomen worden om het orgel weer bespeelbaar te maken?
De restauratie
Met het restauratieproject werd in maart 1973 begonnen. Het werk werd aan een gerenommeerde buitenlandse firma toevertrouwd. De pijpen werden naar Japan verscheept en de rest van het orgel ging naar Duitsland. Daar werd een speciale kamer gebouwd om het klimaat van de Filippijnen na te bootsen. In die kamer werd het restauratiewerk verricht.
Er werd naar gestreefd het oorspronkelijke ontwerp zo veel mogelijk intact te laten. Uiteindelijk waren de reparaties voltooid. De in Japan gerepareerde pijpen werden naar Duitsland gevlogen. Het complete orgel werd weer in elkaar gezet en getest. Op 18 februari 1975 werd er voor de oren van een verrukt Duits publiek een concert van een uur op gegeven.
Kort daarna werd het orgel in een tiental kratten verpakt en werd het totaal van 5626 kilo dank zij de medewerking van een Belgische luchtvaartmaatschappij naar de Filippijnen terugvervoerd. In Las Piñas, de stad waar het ondergebracht zou worden, viel het een groots welkom ten deel. Dertigduizend personen keken naar een optocht compleet met praalwagens waarop episoden uit de geschiedenis van het instrument stonden uitgebeeld.
Op 9 mei 1975 was het bamboe-orgel klaar voor zijn inwijdingsconcert. Samen met Filippijnse musici trad een Duitse organist op om de Filippijnen weer kennis te laten maken met het bamboe-orgel.
Waardeert u muziek, het geschenk dat onze Schepper ons gegeven heeft? Zou u graag iets aparts op dat gebied horen? Mocht u ooit in de gelegenheid zijn naar het bamboe-orgel in Las Piñas te luisteren, dan zult u ongetwijfeld genieten van dit verrassende Filippijnse muziekinstrument.