Muziek voor u van de Zingende Bamboes
Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen
DE HAL vult zich langzaam met de tonen van een balitaw van de verre zuidelijke eilanden van de Filippijnen. Het zijn vrolijke tonen, zacht gestemd, alsof de zwerver vol heimwee terugdenkt aan gelukkiger dagen en een verloren jeugd. Het laatste akkoord sterft weg en iedereen is stil.
Het volgende nummer begint met de dromerige akkoorden van een ander lied, Sarong Banggi (Eén nacht). Deze melodie klimt snel omhoog tot een opwindend crescendo, alsof een jong meisje uit een diepe sluimer is ontwaakt door het gezang van een nachtvogel en nu haar raam heeft geopend om naar het gezang te luisteren.
Daarna houdt het 100 man sterke orkest het publiek volledig in zijn ban met een uitvoering van Dahil sa Iyo (Om jou), verreweg het populairste liefdeslied op de Filippijnen. Al heel gauw gaat u onwillekeurig meeneuriën. De tonen sterven weg en het lied is beëindigd. Maar het publiek wil meer.
U luistert naar de Pangkat Kawayan, of zoals de meeste mensen ze noemen, de Zingende Bamboes. Zingende bamboes? Ja, kijkt u maar wat beter naar de muziekinstrumenten van het orkest. Ze zijn voor het merendeel gemaakt van bamboe. Slechts een paar zijn van metaal. De muziek waarvan u geniet, wordt op kunstig gemaakte bamboe-instrumenten gespeeld, door een orkest bestaande uit schoolkinderen.
De instrumenten
Dit zijn de blaasinstrumenten: de bumbong, de himig bumbong en de tulali of gahumay. Deze worden net zo bespeeld als de westerse trompet, trombone en fluit — maar er is verschil.
De bumbong bestaat uit afzonderlijke bamboebuizen, die elk maar één enkele toon kunnen voortbrengen. Hoe langer de bamboe, hoe lager de toon, en hoe korter de bamboe, hoe hoger de toon. Om die reden heeft niet alleen iedere bumbong meer dan één buis, maar zijn er ook meerdere bumbongs nodig om alle tonen te kunnen voortbrengen. Dit vereist een perfecte samenwerking tussen alle bumbong-spelers. vooral bij snelle muziek.
De himig bumbong is een veel langere buis met meer gaten, die door vijf tot zeven spelers wordt bespeeld. Elke speler blaast slechts één toon, zodat ook hierbij de timing voortreffelijk moet zijn, vooral bij marsen en snelle muziek. Ja, tussen de leden van de Pangkat Kawayan bestaat een grote samenwerking, zeker wanneer verscheidene spelers samen slechts één instrument bespelen.
De fluiten, ofwel de tulali en gahumay, hebben een kleinere en kortere buis met zeven gaten per buis. Ze worden bespeeld als een gewone westerse fluit.
En dan zijn er ook de slaginstrumenten. Een daarvan is de gabang, de moslimse xylofoon, zoals men hem zou kunnen noemen. Hij is trapeziumvormig met een toetsenbord van geplette stukjes bamboe van uiteenlopende lengte en grootte, de langste aan de brede kant van het instrument en de kortste en kleinste aan de smalle kant.
De talunggating is de Filippijnse marimba, met een zelfde bouw als de gabang. Beide worden op dezelfde manier bespeeld, behalve dan dat de grote talunggating diverse resonators bezit, en de kleinere gabang niet. In optochten geeft men de voorkeur aan de gabang omdat hij draagbaar is.
Het moeilijkst te maken, maar het gemakkelijkst te bespelen, is de tipangklung. U zou dit instrument misschien de bamboe-piano of -harp kunnen noemen. In werkelijkheid is het een combinatie van beide. Het toetsenbord bestaat uit 36 bamboe-toetsen die zijn bevestigd aan een gelijk aantal bamboebuizen.
De bungkaka is de ratel. Bij de bespeling wordt het gespleten eind van de bamboebuis in de palm van de linkerhand geslagen. Dit instrument geeft het accent en het ritme aan en de talunggating en de tipangklung verschaffen de melodie.
De Pangkat Kawayan gebruikt ook instrumenten als de drum, de gong, de triangel en cymbalen. Maar de bamboe-instrumenten domineren de muziek.
Het vervaardigen van de instrumenten
De bamboe groeit in het wild, buiten op het veld, in dichte bossen op berghellingen en langs rivieroevers en wegen. De jonge scheuten leveren voortreffelijke groente, terwijl de stekelige twijgen ideaal geschikt zijn voor vlechtwerk en als plantesteun. Maar de lange, donkergroene holle stengels — die wanneer ze volgroeid zijn, zo’n zes meter in de lucht steken — zijn voor talloze andere doeleinden geschikt — voor de vervaardiging van tandestokers, waaiers, stoelen, papiergeld, bruggen en huizen en natuurlijk die unieke en uitstekende muziekinstrumenten waarover we nu spreken.
De gracieuze bamboestruiken maken trouwens ook hun eigen muziek wanneer de wind er doorheen blaast. Maar werkelijk prachtig is de muziek die voortkomt uit de bamboe-instrumenten die speciaal door geoefende vaklieden zijn vervaardigd en zich in de handen bevinden van geoefende musici. Alleen, niet alle bamboe leent zich voor muziek maken!
De soort die ideale muziekinstrumenten levert, is de carabao-bamboe. Die wordt goed hard en levert een voortreffelijk geluid. Het duurt echter twee tot drie jaar voordat de carabao-bamboe zo is gegroeid dat hij voor bewerking geschikt is. Onmiddellijk na het snijden worden de lange holle stelen gedrenkt in pekel om de suikers eruit te verwijderen.
Elk muziekinstrument zou men een produkt van liefde en toewijding kunnen noemen. Er zijn geen verwijsbronnen, handboeken, tijdschriften of andere publikaties waar de makers van deze instrumenten enig houvast aan hebben. En er zijn ook geen buitenlandse deskundigen die raad kunnen geven. Nee, het vergt van deze voortreffelijke vaklieden een nauwgezet onderzoek en een heleboel tijd en hard werk om elk bamboe-instrument te vervaardigen.
Tevens is er precisie vereist. Als de bamboe een millimeter korter of een honderdste van een centimeter langer is dan hij behoort te zijn, of als de stengels niet voldoende zijn uitgegroeid, zal het instrument valse tonen voortbrengen. Ook de gaten moeten op de juiste plaats worden geboord, en dat met grote voorzichtigheid, aangezien de bamboe zou splijten als er bij het boren een te grote druk zou worden uitgeoefend. Veel voortreffelijke bamboestengels zijn in de beginjaren van de Pangkat Kawayan bij het bewerken verknoeid.
Het opleiden van de musici
Mocht u denken dat de musici zijn afgestudeerd van een hogere muziekschool in Azië of Europa, dan wacht u opnieuw een verrassing. Dit zijn allemaal jonge Filippijnse kinderen, jongens en meisjes van tussen de 6 en 18 jaar.
De meesten van hen hadden geen enkele muzikale achtergrond. Wat zij nodig hadden om voor lidmaatschap van de Pangkat Kawayan in aanmerking te komen, was een goede muzikale aanleg en veel ouderlijk geduld en samenwerking. Eerst kregen ze les in notenschrift. Later leerden ze de bespeling van de diverse instrumenten. De bamboebuizen die in volgorde van de tonen op de notenbalk gerangschikt waren, vormden voor de kinderen in het begin van hun opleiding een waardevolle hulp.
Van de zijde van de kinderen is grote oplettendheid nodig, aangezien ze de tonen helder en duidelijk moeten laten klinken, en dit bovendien op het juiste tijdstip en in volmaakt samenspel met de andere instrumenten. Aanhoudend zijn dan ook hun ogen gericht op de dirigent, die tijdens de gehele uitvoering met handgebaren het muzikale spel leiding geeft.
Volgens de dirigent is het voor een juiste samenwerking ook belangrijk hoe de spelers ten opzichte van elkaar zitten. Aan de linkerzijde van de dirigent zien we de bas-groep, de „lage” bumbongs, en rechts van hem de groep met de „hoge” bumbongs. Recht vóór hem bevinden zich de tipangklung en de talunggating.
In grote zalen zit de bas-groep links van de dirigent, de hoge bumbongs recht voor hem, en de tipangklung en de talunggating aan de rechterkant. De cymbalen, drums, gong en triangel bevinden zich achteraan.
Denk ondertussen niet dat deze kinderen eenvoudige amateurs zijn. Integendeel. Het zijn nu geoefende spelers, professionals. Ze hebben uitvoeringen gegeven in het Culturele Centrum van de Filippijnen — de belangrijkste concertzaal in het land alsook voor muziekdeskundigen en hoge functionarissen hier en in het buitenland. Ze hebben op de Internationale Handelstentoonstelling in 1970 in Osaka (Japan) gespeeld, en ook in Peking (China) tijdens een staatsbezoek van mevrouw Imelda Marcos, de vrouw van de Filippijnse president.
Hun repertoire is veelomvattend. Behalve Filippijnse muziek, kunnen de Zingende Bamboes ook Beethoven, Brahms, Chopin of Strauss spelen. Australiërs zullen met genoegen luisteren naar hun versie van Waltzing Matilda, terwijl Amerikanen wellicht zullen vragen om When Johnny Comes Marching Home. Bent u een liefhebber van Oosterse muziek, wel, ook dat kunnen deze jongelui voor u spelen. Verzoek hen om liederen uit Indonesië, Japan of China en ze zullen daar graag aan voldoen. Hun liederen zijn trouwens ook op de plaat opgenomen voor al degenen die de voorkeur geven aan muziek thuis.
Maar het concert loopt ten einde. Wat is dat voor melodie die zij spelen? Lawiswis Kawayan. Het lied over het fluisterende bamboeriet. Hoe passend! Sluit daarom uw ogen en luister. En wees dankbaar dat de Schepper van bamboe de mens tevens de gave van muziek heeft geschonken.