Het hedendaagse speelgoed — Wat leert het onze kinderen?
KINDEREN bezitten een natuurlijke drang tot spelen. Volgens het boek Choosing Toys for Children creëren gezonde kinderen „spontaan hun eigen wereld van verkenning en fantasie”. Dat was ook in oude tijden zo. Destijds was het heel normaal kinderen ’op de openbare pleinen te zien spelen’ (Zacharia 8:5). Daarbij ging het vaak om creatieve spelletjes vol fantasie. — Vergelijk Mattheüs 11:16, 17.
Terecht is spel dan ook wel het werk van een kind genoemd, en als dat zo is, kan speelgoed als het gereedschap van een kind aangeduid worden. Het blad Parents zegt daarover: „Spelen is de manier waarop kinderen bekend raken met de wereld. . . . Spelen met speelgoed brengt de wereld terug tot kinderproporties, een wereld die een kind kan hanteren en beheersen. Spelen ontwikkelt spieren en coördinatie, bevordert socialisatie, toetst de grenzen tussen werkelijkheid en fantasie en helpt kinderen te leren met elkaar te communiceren, dingen om beurten te doen, met elkaar te delen. Spelen stimuleert de verbeeldingskracht en geeft hun ervaring met vaardigheden om problemen op te lossen.”
Speelgoed was ook belangrijk voor kinderen in bijbelse tijden. Bij opgravingen in Israël is een kleine schat aan kinderspeelgoed aan de oppervlakte gekomen, zoals ratels, fluitjes en speelgoedkookpotjes en -wagentjes. The World Book Encyclopedia schrijft: „In het oude Afrika speelden kinderen graag met ballen, speelgoeddieren en dingen die voortgetrokken werden. Kinderen uit het oude Griekenland en Rome vermaakten zich met bootjes, karretjes, hoepels en tollen. In de middeleeuwen waren in Europa onder meer aarden knikkers, ratels en trekpoppen populair speelgoed.”
Speelgoed dat stimulerend, interessant en educatief is, speelt tegenwoordig nog steeds een belangrijke rol. Toch is er een alarmerende collectie speelgoedartikelen op de markt die van twijfelachtige waarde zijn. In 1992 stond in een artikel in het blad Time: „Verwacht niets van wat dit jaar aan nieuw speelgoed heeft opgeleverd als u op zoek bent naar iets wat echt leuk en onschuldig is. Praktisch elke grote fabrikant accentueert het walgelijke.” Een bepaald speelgoedassortiment bevatte een levensgrote plastic schedel die kinderen „zo weerzinwekkend mogelijk” kunnen maken. Ook te koop is speelgoed dat lichaamsfuncties nabootst, zoals braken. Op zowel ouders als kinderen wordt reusachtige druk uitgeoefend om dit speelgoed te kopen.
Verkoop aan kinderen
In het blad Pediatrics in Review wordt opgemerkt dat de oude „Codex Hammurabi bepaalde dat iets aan een kind verkopen een misdrijf was waarop de doodstraf stond”. De hedendaagse speelgoedfabrikanten en reclamemakers schamen zich er echter niet voor hun dure waar aan argeloze kinderen aan te smeren. Met behulp van geavanceerde researchtechnieken verwerven speelgoedontwerpers zich inzicht in de geest van kinderen. En door voortdurend nieuwigheidjes aan hun produkten toe te voegen, kunnen zij het model van vorig jaar ouderwets doen lijken en dat van dit jaar onmisbaar.
De speelgoedindustrie maakt ook ten volle gebruik van de macht van de televisie. In de Verenigde Staten worden de televisieprogramma’s voor kinderen nagenoeg overspoeld met commercials voor speelgoed. Met behulp van kunstig camerawerk, speciale effecten en suggestieve muziek laten de reclamespotjes het saaiste speelgoed betoverend en opwindend lijken. Hoewel de meeste volwassenen door die manipulaties heen kijken, „geloven jongere kinderen dat commercials waar zijn”. — Pediatrics in Review.
Veel van de voor kinderen bedoelde shows in de Verenigde Staten komen neer op weinig meer dan programmavullende commercials. Volgens de publikatie Current Problems in Pediatrics zijn zulke programma’s „bedoeld om speelgoed te verkopen in plaats van kinderen iets te leren of hun leven te verrijken”. Naar aanleiding van de Turtles-serie bijvoorbeeld zijn er „ruim zeventig artikelen, een graanprodukt voor bij het ontbijt en een film” uitgebracht.
Volgens Pediatrics in Review „blijkt uit veel onderzoeken dat aan commercials blootgestelde kinderen hun ouders aan het hoofd zeuren om de geadverteerde produkten”. De oprichter van een internationale speelgoedfirma zegt: „Je hoeft alleen maar te kijken hoe kinderen aan de jas van hun ouders trekken om te weten wat zij zeggen: ’Als ik dat speelgoed niet krijg, ga ik dood.’” Geen wonder dus dat alleen al in Canada klanten jaarlijks meer dan 1,2 miljard dollar aan speelgoed voor hun kinderen, kleinkinderen en vrienden uitgeven.
Oorlogsspelletjes
Video-oorlogsspelletjes behoren tot de populairste artikelen in de speelgoedindustrie. Voorstanders ervan beweren dat zulke spelletjes bijdragen tot de ontwikkeling van vaardigheden om problemen op te lossen, van de coördinatie van oog en hand en van motorische vaardigheden, en dat ze tevens de nieuwsgierigheid stimuleren. „Wordt elektronisch speelgoed op de juiste manier gebruikt,” aldus een artikel in The Toronto Star, „dan kan het onschadelijk zijn, educatief zelfs.” ’Maar’, geeft de krant toe, ’het is vaker een isolerende bezigheid, een obsessie zelfs.’
Neem bijvoorbeeld één jongen die bezeten raakte van het spelen van video-oorlogsspelletjes. Zijn moeder zegt: „Hij is ongelofelijk — hij gaat niet bij het scherm vandaan voordat hij iedereen gedood heeft.” Hoe oud is dit kind? Nog maar twee jaar! Zijn duimpje vertoont blaren van het vier à vijf uur per dag op knoppen drukken. Toch schijnt de moeder zich geen zorgen te maken. „Het enige wat me verontrust, is dat hij wil dat alles zó gebeurt”, zegt zij met een knip van haar vingers. Het spel „gaat zo snel . . ., en het echte leven gaat niet zo snel”.
Volgens The Toronto Star zijn sommige tegenstanders van videospelletjes van mening dat de spelletjes „kinderen ervan afhouden zich te leren vermaken door hun fantasie te gebruiken of met lezen en andere traditionele hobby’s, en hen ook weglokken bij hun huiswerk”. Er zijn zelfs opvoedkundigen die zeggen dat ’videospelletjes een verleidelijke bedreiging vormen en kunnen aanmoedigen tot gewelddadig, teruggetrokken gedrag bij kinderen’.
Nieuwsverslagen op de televisie over de bombardementen tijdens de Golfoorlog in 1991 leidden tot een reusachtige vraag naar conventioneler oorlogsspeelgoed. Boven aan de lijst van populaire artikelen stonden modellen van Abrams-tanks, Scud-raketten en Hind-helikopters. Deskundigen vrezen dat het spelen met dergelijk speelgoed kan aanmoedigen tot agressie of kinderen misschien ongevoelig kan maken voor geweld. Op zijn allerminst is het in strijd met de geest van de bijbeltekst in Jesaja 2:4, waarin werd voorzegd dat Gods volk niet ’ooit nog voor de oorlog opgeleid zou worden’. — The New English Bible.
Het is voorgekomen dat realistisch uitziend speelgoed, zoals superwaterpistolen, de aanleiding waren tot echt geweld. In een Noordamerikaanse stad leidde een treffen met plastic waterpistolen tot een echte schotenwisseling, met de dood van een vijftienjarige jongen als gevolg. Bij een ander incident raakten twee jongeren gewond toen een gewapende man woedend werd na kletsnat gespoten te zijn met waterpistolen. Talrijke andere gewelddadige incidenten zijn veroorzaakt door schijnbaar ongevaarlijke gevechten met waterpistolen.
De boodschap die u overbrengt
Weinig ouders met verantwoordelijkheidsbesef keuren geweld echt goed. Toch bloeit de oorlogsspeelgoedindustrie. Soms doen ouders liever hun eigen overtuiging geweld aan dan zich de woede van een kind op de hals te halen. Daarmee kunnen zij het kind echter onmetelijke schade berokkenen. Susan Goldberg, een Canadese die onderzoek verricht op het gebied van de geestelijke volksgezondheid, voert aan: „Wanneer wij speelgoed geven aan kinderen, geven wij te kennen dat wij onze goedkeuring hechten aan wat een stuk speelgoed voorstelt.” Het is waar dat het voor sommige kinderen alleen maar normaal is dat zij zich af en toe wat agressief gedragen. „Zonder speelgoedpistolen”, redeneert een psychologe, „zouden kinderen hun eigen versies maken, zelfs hun vingers als pistool gebruiken.” Misschien. Maar mag een ouder agressie aanmoedigen door kinderen kopieën van wapens te geven?
Het is ook waar dat weinig kinderen werkelijk een misdadig leven zullen gaan leiden alleen omdat zij met een speelgoedpistool hebben gespeeld. Maar als u uw kinderen zulk speelgoed geeft, wat voor boodschap brengt u dan over? Wilt u hun doen geloven dat geweld leuk is of dat doden en oorlog voeren opwindend zijn? Brengt u hun eerbied voor Gods maatstaven bij? In zijn Woord staat: „Al wie geweld liefheeft, haat [Gods] ziel stellig.” — Psalm 11:5.
Susan Goldberg merkt verder op dat ’hoe meer kinderen zich met stilzwijgende goedkeuring van hun ouders met gewelddadige spelletjes bezighouden, des te waarschijnlijker het is dat zij agressie zullen gebruiken om problemen op te lossen’. De bijbel zegt in Galaten 6:7: „Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.” Is het mogelijk dat een kind goede persoonlijkheidskenmerken oogst door gewelddadige spelletjes?
Billijkheidshalve moet toegegeven worden dat alle kinderen verschillend zijn. Het ene kind zal verslaafd raken aan een videospelletje, maar het andere niet. En of kinderen werkelijk verband leggen tussen de elektronische optaters op een videoscherm en geweld in het echte leven valt te betwisten. Ouders moeten daarom bepalen wat voor hun eigen kinderen het beste is en zeer zorgvuldig te werk gaan bij de keuze van speelgoed voor hun kinderen.
[Illustratie op blz. 6]
Spelen helpt kinderen te leren hoe met elkaar om te gaan