Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g94 22/7 blz. 3-6
  • De toenemende ongemanierdheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De toenemende ongemanierdheid
  • Ontwaakt! 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het volmaakte voorbeeld
  • Christelijke manieren aankweken in een ongemanierde wereld
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Waarom zou ik goede manieren moeten hebben?
    Ontwaakt! 1985
  • ’Gedraag u op een wijze die het goede nieuws waardig is’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Christelijke manieren aan de dag leggen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
Ontwaakt! 1994
g94 22/7 blz. 3-6

De toenemende ongemanierdheid

Miljoenen mensen hebben nog goede manieren. Miljoenen anderen treden ze met voeten.

ROND de eeuwwisseling begon het volgens The New Encyclopædia Britannica fout te gaan met de etiquette: „Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd in de hogere kringen het in acht nemen van de meest onbeduidende regels der etiquette als tijdverdrijf maar terzelfder tijd, voor de vrouwen, als een voorname bezigheid beschouwd. Er werd een steeds uitvoeriger ritueel bedacht om een gevoel van exclusiviteit voor de ingewijden te scheppen en de onwaardigen, ervan onkundig, op een afstand te houden.”

Dat is heel iets anders dan wat goede manieren zouden moeten zijn. Amy Vanderbilt is een gerespecteerde autoriteit als het om manieren gaat en zij schrijft in haar New Complete Book of Etiquette: „De voortreffelijkste regels voor gedrag zijn in hoofdstuk 13 van Eén Korinthiërs te vinden, de schitterende verhandeling over liefde van de hand van St.-Paulus. Deze regels hebben niets te maken met de finesses van correcte kleding noch met die van uiterlijke vormen. Ze hebben te maken met gevoelens en houdingen, met beminnelijkheid en attentheid tegenover anderen.”

Amy Vanderbilt doelde hiermee op de bijbelpassage in 1 Korinthiërs 13:4-8, waar staat: „De liefde is lankmoedig en vriendelijk. De liefde is niet jaloers, ze snoeft niet, wordt niet opgeblazen, gedraagt zich niet onbetamelijk, zoekt niet haar eigen belang, wordt niet geërgerd. Ze rekent het kwade niet aan. Ze verheugt zich niet over onrechtvaardigheid, maar verheugt zich met de waarheid. Ze verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen, verduurt alle dingen. De liefde faalt nimmer.”

Wat geweldig zou het zijn in deze tijd een dergelijke liefde in praktijk gebracht te zien! Overal zouden ieders manieren onberispelijk zijn! Het onderwijzen en leren van zulke manieren begint in het christelijke gezin. Een gezin is als een gevoelige machine waarvan de onderdelen nauw met elkaar in contact komen. Slechts deskundig smeren kan de machine soepel draaiende houden. Te weten hoe behulpzaam, hoffelijk, aardig en beleefd te zijn, zal in belangrijke mate bijdragen tot het geluk van een gezin. Te leren hoe de gangbare blijken van beleefdheid en attentheid te uiten — zoals „Dank u wel”, „Alstublieft”, „Neem me niet kwalijk”, „Het spijt me” — zal destructieve wrijving in onze omgang grotendeels wegnemen. Het zijn simpele woorden met veel betekenis. Iedereen kan ze behoorlijk zeggen. Ze kosten ons niets, maar wij winnen er vrienden mee. Als wij dagelijks bij ons thuis van goede manieren blijk geven, zullen die ons niet verlaten als wij ons buiten de gezinskring begeven en ons in het publiek mengen.

Bij goede manieren hoort dat wij rekening houden met de gevoelens van anderen, hun respect betonen, hen behandelen zoals wij door hen behandeld willen worden. Het is echter velen opgevallen dat de manieren op zich niet meer zijn wat ze waren. Zo zei een schrijfster: „Wij schieten in hoffelijkheid te kort omdat het individualisme de overhand heeft gekregen.” De filosoof Arthur Schopenhauer schreef: „Zelfzucht boezemt zo veel afkeer in, dat wij de beleefdheid hebben uitgevonden om ze te verbergen.” Thans geloven velen dat „beleefd” „zwak” betekent en dat je een doetje bent als je anderen op de eerste plaats laat komen. Zijn wij niet door het Ik-decennium van de jaren ’70 in de huidige „ik eerst”-manier van leven beland? In een grote-stadskrant werd gezegd: „Het probleem heeft het punt bereikt waar normaal fatsoen niet langer als normaal aangeduid kan worden.”

De Londense Daily Mail bericht dat kinderen van nog maar vijf jaar steeds agressiever worden, geen eerbied hebben voor de spullen van andere kinderen, geen respect hebben voor volwassenen en obscene taal gebruiken. De meeste onderwijzers die geënquêteerd werden, vinden dat ouders hun kinderen verwennen en dat dit de grondoorzaak is van de toename in asociaal gedrag. Van de bij één onderzoek geënquêteerde onderwijzers wijt 86 procent het aan het „gebrek aan duidelijke maatstaven en verwachtingen thuis”; 82 procent legt de schuld bij het ontbreken van een goed ouderlijk voorbeeld. Uiteengevallen gezinnen, echtscheiding, ongehuwd samenwonen, te veel tv-kijken, geen discipline, geen sancties — het loopt allemaal uit op de teloorgang van het gezin.

Het hoofd van een basisschool zei: „Ik maak me zorgen over het gebrek aan respect bij kinderen tegenwoordig. Het schijnt hun niet te kunnen schelen of zij leeftijdgenoten krenken of volwassenen beledigen. . . . Zij tonen hun gebrek aan respect op talrijke manieren — beledigende gebaren, obsceniteiten, weigeren gewone instructies op te volgen . . ., als het enigszins kan moet hun haan koning kraaien . . . Kinderen uit sommige gezinnen [daarentegen] zullen anderen wel respecteren. Zij hoeven niet het lievelingetje van de onderwijzer te zijn . . ., maar zij gedragen zich respectvol tegenover anderen. Zij wachten hun beurt af terwijl anderen voordringen . . . Het wordt [de kinderen] bijgebracht of niet.”

Een ander hoofd van een basisschool, met jarenlange ervaring, gaat nog iets verder: „Wij zien meer uitgesproken gemeenheid. Op de speelplaats schijnen kinderen niet meer zo te spelen als vroeger; ze zwerven rond in benden. Al snel pikken zij de zwakkeren eruit, buitenbeentjes, kinderen die niet de juiste sportschoenen of spijkerbroek dragen. Die worden het mikpunt, worden gepest; het heeft iets boosaardigs. We hebben geprobeerd er een eind aan te maken, maar dat is ons niet al te best gelukt.”

„Veel mensen rijden ongelofelijk lomp”, zegt professor Jonathan Freedman van de Columbia University. „De hoofdwegen hebben veel weg van een gevechtsterrein.” De Monthly Letter van de Royal Bank of Canada spreekt van „het niet-aflatende bloedbad op de wegen” en concludeert dat „de kern van het probleem barbaars gedrag is. De beleefdheid, consideratie, toegeeflijkheid, verdraagzaamheid en eerbied voor de rechten van de mens die met elkaar beschaafdheid uitmaken, ontbreken schandelijk.”

In The New York Times worden de straten van New York als volgt gekarakteriseerd: „Het is Automobilisten tegen Ambulances.” Steeds meer automobilisten in die stad weigeren voorrang te verlenen aan de voertuigen van hulpdiensten, zoals ambulances en brandweerauto’s, waardoor het gevaar toeneemt dat iemand die gevaarlijk ziek of gewond is, sterft omdat hij niet te bereiken is of niet snel genoeg naar een ziekenhuis overgebracht kan worden. Commandant Ellen Scibelli van de Medische Nooddienst vertelde van een man die op de Pelham Parkway in de Bronx reed en weigerde de weg vrij te maken voor een ambulance die opgeroepen was in verband met een hartstilstand. „Hij probeerde stoer te doen en niet naar de kant te gaan, maar toen hij bij zijn huis aankwam, besefte hij hoe stom hij wel was. Zijn moeder had een hartaanval gehad en de ambulance probeerde haar te bereiken.”

In The New York Times International werd verteld van een Engelse organisatie, de Beleefde Vereniging geheten, die opgericht was omdat „de mensen zich tegenover elkaar als beesten zijn gaan gedragen en er iets aan gedaan moet worden”. In een rubriek in The Evening Standard kwam een omroepjournalist tot de klacht: „Een land dat eens vermaard was om zijn beschaving is een land van lomperiken aan het worden.” Een Schotse verzekeringsmaatschappij „kwam tot de conclusie dat 47 procent van alle verkeersongevallen terug te voeren is op een onbeleefdheid”.

De televisie heeft ernstig tot de uitholling van de goede manieren bijgedragen, vooral bij kinderen en tieners. Hoe mensen zich kleden, hoe mensen praten, hoe mensen met relaties omspringen, hoe mensen herhaaldelijk problemen met geweld oplossen — televisie is een leermeester. Als wij en onze kinderen een dieet van fictie en oppervlakkige programma’s volgen, zullen onze manieren ten slotte de brutale, oneerbiedige en sarcastische houding weerspiegelen van de personages waarnaar wij kijken. Ouders worden vaak afgeschilderd als onnozele halzen en kinderen als intelligent en gevat.

De wereld heeft er plezier in zich luid en opdringerig brallend te laten horen — anderen in de rede te vallen, vol trots dominerend, luidruchtig, neerbuigend, provocerend en uitdagend te zijn. Vroeger stond de maatschappij in het algemeen afkeurend tegenover lomp gedrag en werd wie zich lomp gedroeg gemeden. In de hedendaagse samenleving kan iemand zich lomp gedragen zonder daarop aangekeken te worden. En als iemand protesteert, kan hij met verbaal of lichamelijk geweld te maken krijgen! Sommige jongeren die in luidruchtige groepen op pad zijn, vullen de wereld om hen heen met smerige taal en obscene gebaren en beledigen toeschouwers met hun lompe gedrag, allemaal opzettelijk bedoeld om de aandacht te vestigen op hun uitdagende opstandigheid en volwassenen te schokken met hun schreeuwende vertoon van lompheid. Maar zoals wel eens is gezegd: „Grofheid is de manier waarop een zwakkeling kracht imiteert.”

De wetten die mensen hebben uitgevaardigd om het gedrag van de mensheid in banen te leiden, zouden een bibliotheek vullen, maar ze hebben niet in de leiding geresulteerd die de mensheid nodig heeft. Hebben wij nog meer wetten nodig? Of misschien minder? Men heeft wel eens gezegd dat hoe beter een samenleving is, des te minder wetten ze nodig heeft. Stel dat er slechts één wet was. Deze bijvoorbeeld: „Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen voor u doen, moet ook gij insgelijks voor hen doen; dit is trouwens de betekenis van de Wet en de Profeten.” — Mattheüs 7:12.

Met gehoorzaamheid aan die wet zouden de meeste van de huidige problemen uit de weg geruimd zijn, maar om ten volle in de noden van de maatschappij te voorzien, moet er toch een nog belangrijker wet aan toegevoegd worden: „Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht.” — Markus 12:30.

De huidige samenleving wijst deze bijbelse vereisten allebei af als overbodig, samen met alle andere in de bijbel vervatte richtlijnen. De bijbel spreekt over zulke mensen in Jeremia 8:9: „De wijzen zijn beschaamd geworden. . . . Zij hebben Jehovah’s wóórd verworpen, en wat voor wijsheid hebben zij dan?” Zij zien ook de noodzaak niet in van een algehele instemming met de echte waarden die van oudsher zijn erkend als essentiële richtsnoeren. Hun nieuwe moraal is een brede weg die ruimte biedt aan alle alternatieve levenswijzen waarvoor mensen kiezen — de brede weg die Jezus identificeerde als de weg die naar de vernietiging leidt — en velen volgen die weg. — Mattheüs 7:13, 14.

Het volmaakte voorbeeld

Jezus Christus, degene „die in de boezempositie bij de Vader is”, is een uitnemend navolgenswaardig voorbeeld (Johannes 1:18). In zijn omgang met mensen was hij aan de ene kant teder en meedogend en aan de andere kant krachtig en ferm; toch was hij tegen niemand ooit lomp of onvriendelijk. Over Jezus’ „buitengewone gave om zich bij allerlei personen op zijn gemak te voelen”, wordt in het boek The Man From Nazareth opgemerkt: „Zowel in het openbaar als in de privé-sfeer maakte hij in de omgang met mannen en vrouwen geen onderscheid. Hij voelde zich thuis bij kleine kinderen in hun onschuld en vreemd genoeg ook bij berouwvolle woekeraars zoals Zacheüs. Achtenswaardige huisvrouwen, zoals Maria en Martha, konden met een natuurlijke onbeschroomdheid met hem spreken, maar ook courtisanes kwamen naar hem toe alsof zij er zeker van waren dat hij hen zou begrijpen en bijstaan . . . Zijn ongewone onbewustheid van grenzen waardoor gewone mensen zich lieten belemmeren, is een van zijn meest kenmerkende eigenschappen.”

Jehovah God is altijd goedgemanierd in zijn omgang met degenen die onder hem staan en laat zijn verzoeken vaak gepaard gaan van een „alstublieft”. Toen hij zijn vriend Abraham een zegen schonk, zei hij: „Sla alstublieft uw ogen op en kijk van de plaats waar gij zijt.” En een andere keer: „Zie alstublieft omhoog naar de hemel en tel de sterren” (Genesis 13:14; 15:5). Toen God Mozes een teken van Zijn macht gaf, zei hij: „Steek uw hand alstublieft in de borstplooi van uw kleed” (Exodus 4:6). Vele jaren later zei Jehovah bij monde van zijn profeet Micha zelfs tegen zijn eigenzinnige volk: „Hoort alstublieft, gij hoofden van Jakob en gij aanvoerders van het huis van Israël. . . . Hoort dit alstublieft, gij hoofden” (Micha 3:1, 9). Zijn wij in dit opzicht „navolgers van God” geworden door in onze omgang met anderen alstublieft te zeggen? — Efeziërs 5:1.

Welke richtlijnen of morele voorschriften hebben de in werelds opzicht wijzen ons dan te bieden ter vervanging van de bijbelse richtlijnen, die zij als onaanvaardbaar afwijzen? Dat wordt in het volgende artikel beschouwd.

[Inzet op blz. 4]

Normaal fatsoen kan niet langer normaal worden genoemd

[Inzet op blz. 5]

De ambulance probeerde zijn moeder te bereiken

[Inzet op blz. 6]

„Grofheid is de manier waarop een zwakkeling kracht imiteert”

[Illustratieverantwoording op blz. 3]

Links: Life; rechts: Grandville

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen