Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 8/11 blz. 12-15
  • Als vluchteling vond ik ware gerechtigheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Als vluchteling vond ik ware gerechtigheid
  • Ontwaakt! 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hervormer op een seminarie
  • Een carrière als leraar
  • Mijn speurtocht naar het christendom
  • Veranderde opvattingen
  • Vol waardering voor de dienst van de „getrouwe en beleidvolle slaaf”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • De Bijbel verandert levens
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Moet u uw kind naar een kostschool sturen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1976
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 8/11 blz. 12-15

Als vluchteling vond ik ware gerechtigheid

AANGEZIEN het nog koud was en er sneeuw lag, trok ik een dikke jas aan. Toen nam ik een mengsel in van alles wat ik in mijn kast kon vinden dat maar giftig was, met inbegrip van een ontvlekkingsmiddel (tetrachloormethaan). Ik ging op weg naar de rivier de Charles in Cambridge (Massachusetts), in de hoop daar te sterven. In plaats van de dood bracht mijn wanhoopsdaad mij slechts vijf dagen op de intensive care-​afdeling van een ziekenhuis. Wat had mij tot zo’n wanhopige stap gebracht? Laten wij eens terugblikken op mijn achtergrond.

Ik ben in 1932 in Jaffa (Palestina) geboren als Griekse Palestijn en grootgebracht in de Grieks-orthodoxe godsdienst, wat inhield dat ik elke week naar de kerk ging en de vereiste vasten onderhield. Maar voor mij was het een nietszeggende routine.

Mijn ouders waren tamelijk welgesteld aangezien onze familie een groot voedsel- en drankdistributiebedrijf had. Op mijn tiende werd ik naar een kostschool van de „Vrienden” (quakers) in Ramallah gestuurd en vervolgens naar de St. George’s Anglican School in Jeruzalem. Die maakte grote indruk op mij — er waren leerlingen met een christelijke, Arabische en joodse achtergrond die allen in betrekkelijke vrede met elkaar studeerden. De school leerde verzoening, goede manieren en beleefdheid. Maar de school en de realiteit waren twee verschillende dingen.

In mijn kinderjaren waren burgerlijke ongeregeldheden waarbij Joden, Arabieren en Engelsen zich gedroegen als schorpioenen in een fles, aan de orde van de dag. Als klein kind zag ik hoe bij ons voor de deur een man werd gedood. Mijn ouders ontsnapten meermalen ternauwernood aan de dood bij een kruisvuur. In de Tweede Wereldoorlog werd Haifa, een belangrijke havenstad, het doelwit van Duitse bombardementen — nog meer dood en verderf.

Met het einde van het Britse mandaat over Palestina in mei 1948 in zicht werden de onlusten heviger. In juli 1946 werd het King David Hotel, het gerenommeerdste hotel van Jeruzalem, opgeblazen. Bij alle partijen, zonder onderscheid, vielen doden — 41 Arabieren, 28 Engelsen, 17 Joden en 5 anderen. Ons gezin besloot de anarchie te ontvluchten. Wij vertrokken op een nacht naar Cyprus, waar Moeder familie had. Pa liet zijn zaak en zijn talrijke bezittingen achter.

Deze gebeurtenissen hebben mijn vroege opvattingen gevormd. Op mijn zestiende was ik geïnteresseerd in politiek en las ik dagelijks de kranten om op de hoogte te blijven van de gebeurtenissen. Het Egyptische staatshoofd Djamal’Abd al-Nasser was mijn idool. Hij verzwakte de buitenlandse invloed in zijn land.

In 1950 verhuisde ons gezin naar de Verenigde Staten. De Koreaanse Oorlog was aan de gang en ik wilde mijn deel doen voor een land dat mijn familie uit een benauwende situatie had gered. Ik bood mij aan als vrijwilliger bij de Air Force, waar ik het bracht tot de rang van stafonderofficier. Maar ik heb Korea nooit gezien — ik kwam niet verder dan de luchtmachtbasis in Omaha (Nebraska).

Hervormer op een seminarie

Na mijn ontslag bij de Air Force ging ik naar de University of Texas en vervolgens naar de Ohio University, waar ik een graad in de economie behaalde. Ik liet mij heel openhartig uit over het onrecht in het Midden-Oosten en werd zelfs uitgenodigd om lezingen over het onderwerp te houden. Een anglicaanse hoogleraar, dr. David Anderson, die mij hoorde spreken, raadde mij aan een studiebeurs te aanvaarden voor de Episcopal Theological School in Boston voor een postdoctorale cursus. Aangezien ik het niet eens was met een systeem van betaalde geestelijken, was ik niet van plan geestelijke te worden. Niettemin werd ik in 1958 op de school toegelaten.

In het kader van de cursus werkten wij samen met kapelaans in psychiatrische inrichtingen. Het theoretische en academische gedeelte van de opleiding was heel interessant, maar ik wilde meer actie en gerechtigheid in de wereld zien. Daarom richtte ik een hervormingsactiegroep op genaamd „Zijn naam onder alle volken bekendgemaakt”. Ik wilde dat de school actie-gericht was. Ik wilde Jezus volgen, niet naar de bibliotheek maar de wereld in.

Ik bemerkte echter al snel dat mijn voorgestelde hervormingen niet doorgevoerd zouden worden. Uiteindelijk werd mij verzocht de school te verlaten. Omstreeks die tijd werd ik verliefd op een jonge vrouw die het summum was van alles wat ik zocht in een toekomstige levenspartner. Ik was van mening dat wij voor elkaar geschapen waren. Toen ontdekte ik dat zij mijn gevoelens niet beantwoordde. De plotselinge schok van de afwijzing was verpletterend. Het was de druppel die de emmer deed overlopen en tot mijn zelfmoordpoging leidde.

Een carrière als leraar

Na een herstelperiode ging ik naar de Columbia University in New York om een lerarenopleiding te volgen voor het doceren van aardrijkskunde en geschiedenis. Al die tijd was ik nog steeds op zoek naar wat ik het ware christendom in actie noemde. Door mijn werk als leraar kwam ik in South Glens Falls (New York) terecht. Daar voltrok zich een grote verandering in mijn leven. Ik ontmoette een lerares genaamd Georgia, die in 1964 mijn vrouw en partner werd.

Ik was nog steeds sterk geïnteresseerd in politiek en volgde de toespraken van senator James Fulbright, die zich tegen de oorlog in Vietnam uitsprak. Ook ik was tegen die oorlog. De dood van president John F. Kennedy in november 1963 was voor mij een enorme klap. Ik was zo aangedaan dat ik zijn begrafenis in Washington bijwoonde.

Mijn speurtocht naar het christendom

In 1966 verhuisden wij naar Long Island (New York), waar ik op de Northport High School een betrekking als leraar aanvaardde. Ik maakte mij ernstig zorgen over het wereldgebeuren — het was de periode waarin het gebruik van drugs populair werd, de tijd van de hippy’s en de jezusfreaks. Ik bezocht een charismatische groep en zag dat ook zij zich niet hielden aan de ware christelijke boodschap en meer de nadruk legden op emotie dan op actie. Bij een andere gelegenheid hoorde ik een anglicaanse predikant zelfs de oorlog in Vietnam bepleiten. Ik begon te denken dat sommige atheïsten humaner waren dan kerkmensen.

Ik verloor mijn geloof in God maar niet in de politieke waarde van Jezus’ Bergrede. Voor mij had hij met zijn leringen de cirkel van de haat doorbroken en dat zag ik als de oplossing voor de Midden-Oostenkwestie. Ik probeerde zo veel godsdiensten — het katholieke geloof, het Leger des Heils, de baptisten, de Pinksterbeweging — maar kwam er altijd vandaan met het lege gevoel dat zij niet het christendom van de eerste christenen beoefenden. In 1974 ontmoette ik echter een makelaar die mijn leven veranderde.

Zijn naam was Frank Born. Ik raadpleegde hem in verband met onroerend goed. In de loop van het gesprek haalde hij een bijbel te voorschijn. Ik protesteerde onmiddellijk en zei: „Er is toch niemand te vinden die naar die maatstaven leeft.” Hij antwoordde: „Ga eens met me mee naar de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen en kijk zelf.” Maar ik wilde dat hij enkele fundamentele vragen beantwoordde voordat ik zijn Koninkrijkszaal zou bezoeken.

De eerste vraag was: „Hebben jullie betaalde geestelijken?” Zijn antwoord luidde: „Nee. Al onze ouderlingen zijn vrijwilligers die zichzelf en hun gezin met hun werelds werk onderhouden.” Mijn volgende vraag was: „Komen jullie net als de eerste christenen in particuliere huizen bijeen om de bijbel te bestuderen?” Het antwoord was: „Ja. Wij hebben elke week op verschillende plaatsen in de buurt een vergadering in particuliere woningen.” Mijn derde vraag moet hem hebben verbaasd. „Stuurt jullie kerk een voorganger naar presidentiële inwijdingsceremoniën om voor de president te bidden?” Frank antwoordde: „Wij zijn neutraal in alle politieke aangelegenheden en hebben er part noch deel aan. Wij zijn trouw aan Gods koninkrijk als de enige oplossing voor de problemen waar de mensheid in deze tijd mee te kampen heeft.”

Ik kon mijn oren niet geloven. Ik popelde om te zien waar deze christenen bijeenkwamen. Wat trof ik aan? Geen emotionaliteit maar een rationele benadering van de bijbel. Hun vergaderingen waren leerzaam; de mensen werden er bekwaamd voor het uitleggen en verdedigen van hun christelijke geloof. Zij vormden een actiegroep die zich onder de mensen begaf om degenen te zoeken die naar Gods rechtvaardige heerschappij verlangen. Dit was mijn oplossing voor de Midden-Oostenkwestie — mensen van alle rassen, talen en culturen verenigd in de vreedzame aanbidding van de Soevereine Heer van het universum, Jehovah God. En dit alles in overeenstemming met het voorbeeld en de leringen van Christus. Hier was geen haat en tweedracht. Slechts vrede en eenheid.

In 1975 werd ik een gedoopte Getuige en Georgia deed dezelfde stap vijf jaar later. Wij hebben twee zoons, Robert en John, die actief het goede nieuws van Gods koninkrijk bekendmaken.

Veranderde opvattingen

In de loop van de jaren zijn mijn opvattingen wat milder geworden. Vroeger was ik een agressieve activist met heel weinig begrip voor de idealen van anderen. Zoals bij zo vele miljoenen was mijn denkwijze door valse religie en politiek beïnvloed. Nu besef ik dat God niet partijdig is en dat oprechte mensen van alle rassen hem in vrede en eenheid kunnen dienen.

In de gelederen van Jehovah’s Getuigen heb ik mensen van elke denkbare achtergrond aangetroffen, mensen die anderen vroeger haatten. Nu zijn zij net als ik tot het besef gekomen dat God werkelijk liefde is, en dat is een van de dingen die Jezus ons kwam leren. Hij zei: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:34, 35). — Verteld door Constantine Louisidis.

[Illustratie op blz. 13]

De tienjarige Constantine Louisidis op de jongensschool van de quakers

[Illustratie op blz. 14]

De dood van president John F. Kennedy was voor mij een enorme klap

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen