Eenzaamheid — Bent u vastbesloten ertegen te vechten en te winnen?
BENT u eenzaam? Er zijn momenten in het leven dat het normaal is zich eenzaam te voelen, of u nu getrouwd of vrijgezel bent, man of vrouw, oud of jong. Besef ook dat alleenzijn niet noodzakelijkerwijs eenzaamheid veroorzaakt. Een geleerde die in zijn eentje opgaat in zijn wetenschappelijk onderzoek voelt zich niet eenzaam. Een kunstenaar die in zijn eentje aan een schilderij werkt, krijgt geen kans om zich eenzaam te voelen. Zij juichen een moment van alleenzijn toe en dan is alleenzijn hun beste vriend.
Het echte eenzaamheidsgevoel ontstaat juist van binnen uit en niet van buiten af. Eenzaamheid kan ontstaan door een verdrietige gebeurtenis — een sterfgeval, een echtscheiding, het verlies van een baan, een tragedie. Door onze innerlijke wereld helder te verlichten, kan die eenzaamheid afnemen, misschien zelfs mettertijd verdwijnen, en het verlies dat wij geleden hebben, kan verwerkt, geabsorbeerd worden.
Gevoelens komen voort uit uw gedachten. Nadat een verlies is verwerkt en de gevoelens die erdoor zijn ontstaan de kans hebben gehad wat op de achtergrond te raken, is het tijd om voorrang te verlenen aan opbouwende gedachten die u in staat stellen actief verder te leven.
Activeer uzelf. Pak uzelf aan. Er zijn positieve dingen te doen. Richt u dus naar buiten. Bel iemand op. Schrijf een brief. Lees een boek. Nodig mensen bij u thuis. Wissel ideeën uit. Om vrienden te krijgen, moet u zich een vriend betonen. Geef uzelf om contact te krijgen met anderen. Betoon anderen kleine vriendelijkheden. Deel een vertroostende geestelijke gedachte met hen. U zult merken dat Jezus’ woorden waar zijn: „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.” U zult de waarheid van nog een spreuk inzien: „Wie anderen rijkelijk laaft, zal ook zelf rijkelijk gelaafd worden.” — Handelingen 20:35; Spreuken 11:25.
Het is aan u
Moeilijk? Gemakkelijker gezegd dan gedaan? Alles wat de moeite waard is, is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat maakt het doen ervan juist voldoening schenkend voor u. U moet er bijzondere moeite voor doen. U geeft een deel van uzelf en het heldere licht in u wordt helderder. U moet zelf de moeite doen om de eenzaamheid die tracht u te overmeesteren, te verjagen. Een medewerker van het blad Modern Maturity zei: „Niemand anders is verantwoordelijk voor uw eenzaamheid; u kunt er iets aan doen. U kunt uw leven verruimen met een enkele vriendschap. U kunt iemand vergeven die u, naar u meent, gekwetst heeft. U kunt een brief schrijven. U kunt een telefoongesprek voeren. Alleen u kunt uw leven een andere wending geven. Er is niemand anders die dat voor u kan doen.” Hij citeerde een brief die hij ontvangen had die „de spijker op de kop slaat: ’Ik zeg tegen mensen dat het aan henzelf is te voorkomen dat hun leven eenzaam of onbevredigend is. Doe er iets aan!’”
De vrienden die u helpen, behoeven niet beperkt te zijn tot menselijke wezens. Een dierenarts zei: „De grootste problemen waarmee bejaarden te kampen krijgen, zijn niet de lichamelijke kwalen, maar de eenzaamheid en de afwijzing die zij ondervinden. Door . . . gezelschap te bieden, geven huisdieren (met inbegrip van honden) hun een doel en het gevoel nodig te zijn in een tijd waarin de bejaarden vaak van de maatschappij vervreemd raken.” In het blad Better Homes and Gardens werd gezegd: „Huisdieren helpen bij de behandeling van mensen die emotioneel in de war zijn; motiveren de lichamelijk zieken, de gehandicapten en invaliden; en geven de eenzamen en bejaarden nieuwe levenskracht.” Een ander tijdschriftartikel zei over mensen die pas belangstelling voor huisdieren begonnen te krijgen: „De patiënten werden rustiger en konden tegenover de dieren hun genegenheid uiten zonder de vrees afgewezen te worden. Later stelden zij zich open voor mensen en het eerste waarover zij begonnen te praten, was de verzorging van hun dieren. Zij gingen zich verantwoordelijk voelen. Zij voelden dat zij nodig waren, dat er iets van hen afhankelijk was.”
Maar al te vaak zal iemand die last heeft van eenzaamheid zich niet voldoende vermannen om zichzelf te helpen, om zich omhoog te tillen uit de diepten van zijn wanhoop. Er is sprake van een inertie, een onwilligheid, om zich dermate in te spannen, maar als hij achter de oorzaak van zijn eenzaamheid wil komen, dan moet dat gebeuren. Dr. James Lynch schreef over de weerstand van mensen tegen raad die zij moeilijk te aanvaarden vinden: „Over het algemeen lijkt de menselijke aard zo te zijn dat we ons doof houden voor informatie die niet prettig is, althans we doen er niets mee.” Het kan zijn dat iemand zijn eenzaamheid wil ontvluchten, maar misschien niet bereid is de wilskracht op te brengen die nodig is om eraan te ontsnappen.
Gedraag u zoals u zich wilt voelen
Voor het overwinnen van diepe neerslachtigheid is het nodig te volharden in het streven naar echte opgewektheid en vriendelijkheid. (Vergelijk Handelingen 20:35.) Dit vereist dat u die diepgewortelde gemoedstoestand doorbreekt door precies tegengesteld aan de verdovende lethargie van uw eenzaamheid te handelen. Gedraag u blij, dans in het rond, zing een grappig liedje. Doe alles waaruit blijdschap spreekt. Overdrijf het, dik het aan, verdring uw sombere stemming met opgewekte gedachten. Zoals?
Zoals die in Filippenzen 4:8: „Ten slotte, broeders, al wat waar is, al wat van ernstig belang is, al wat rechtvaardig is, al wat eerbaar is, al wat lieflijk is, alles waarover gunstig wordt gesproken, welke deugd er ook is en al wat lof verdient, blijft deze dingen bedenken.”
Het is noodzakelijk zin aan uw leven te geven. Indien u voelt dat uw leven enige zin heeft, zult u gemotiveerd worden om daarnaar te handelen en trachten die te verwezenlijken. U zult niet licht tot een gevoel van vertwijfelde eenzaamheid vervallen. Dit wordt interessant duidelijk gemaakt in Viktor Frankls boek De zin van het bestaan. Hij bespreekt het in verband met gevangenen in Hitlers concentratiekampen. Degenen voor wie het leven geen zin had, vielen ten prooi aan eenzaamheid en misten de wil om te leven. Maar „het menselijk bewustzijn van innerlijke waarde is verankerd in hogere spirituelere zaken, en kan niet worden aangetast door het kampleven”. Hij zei verder: „Op de een of andere wijze is lijden niet langer lijden op het moment dat men zich de betekenis van dat lijden realiseert, bijvoorbeeld in de zin van een offer. . . . De belangrijkste doelstelling van de mens . . . is [niet], lust te verwerven of pijn te vermijden, maar de zin van zijn leven te ontdekken. Daarom is de mens ook steeds tot lijden bereid, mits zijn lijden zin heeft.”
De primaire band die u nodig hebt
De manier om een echt geestelijke instelling te krijgen, is zich te wijden aan God en zijn Woord, de bijbel. Het geloof in God en oprechte gebeden tot hem kunnen ons leven zin geven. Dan zijn wij zelfs indien menselijke banden vergaan niet alleen, niet tot eenzaamheid gedoemd. Zoals Frankl zei, is zinvol lijden draaglijk, een bron van vreugde zelfs. Iemand die zich in de menselijke aard verdiept had, zei: „Een martelaar op de brandstapel kan een geluk ervaren waarom een koning op zijn troon hem zou benijden.”
De apostelen van Christus ondervonden van Jehovah afkomstige vreugde toen zij door mensen werden vervolgd; dat lijden was voor hen rijk aan betekenis. „Gelukkig zijn zij die ter wille van de rechtvaardigheid zijn vervolgd, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe. Gelukkig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad tegen u spreekt ter wille van mij. Verheugt u en springt op van vreugde, want uw beloning is groot in de hemelen; zo immers hebben zij de profeten vóór u vervolgd” (Mattheüs 5:10-12). Een soortgelijke reactie staat in Handelingen 5:40, 41 opgetekend: „Zij riepen de apostelen, geselden hen en gaven hun het bevel niet meer op basis van Jezus’ naam te spreken en lieten hen gaan. Zij dan gingen van het Sanhedrin vandaan, verheugd dat zij waardig gerekend waren ten behoeve van zijn naam oneer te lijden.”
’Waar je een roos plant, kan geen distel groeien’
Vul de grond van uw geest met zaden van schoonheid en positieve doelen; laat geen ruimte voor de zaden van negatieve wanhoop en sombere eenzaamheid. (Vergelijk Kolossenzen 3:2; 4:2.) Moeilijk? Onder bepaalde omstandigheden ogenschijnlijk onmogelijk. Een dichteres schreef: „Waar je een roos plant, . . . kan geen distel groeien.” Ook dat vereist positieve inspanningen en een vastberaden gebruik van wilskracht. Maar het is mogelijk, het gebeurt.
Neem het geval van Laurel Nisbet eens. Zij kreeg kinderverlamming en werd toen zij 36 jaar was in een ijzeren long gelegd, waarin zij 37 jaar plat op haar rug heeft gelegen. Zij was vanaf haar nek totaal verlamd. Zij kon haar hoofd bewegen, maar daar bleef het bij. Eerst was zij in en in verdrietig, de wanhoop nabij. Toen, na ongeveer een dag zelfmedelijden, besloot zij: ’Dat is genoeg geweest!’ Zij moest twee kinderen grootbrengen en voor haar man zorgen. Zij begon een nieuw leven op te bouwen; zij leerde haar huishouden besturen vanuit een ijzeren long.
Laurel sliep heel weinig. Hoe bracht zij de lange nachtelijke uren door? Gaf zij toe aan eenzaamheid? Nee. Zij bad tot haar hemelse Vader, Jehovah. Zij bad om kracht voor zichzelf, bad voor haar christelijke broeders en zusters, en bad om gelegenheden om anderen over Gods koninkrijk te vertellen. Zij bedacht manieren om te prediken en maakte op velen indruk met haar getuigenis voor Jehovah’s naam. Zij liet geen distels van eenzaamheid groeien; zij had het te druk met het planten van rozen.
Dat was ook het geval met een Wachttoren-zendeling, Harold King. Hij was tot vijf jaar eenzame opsluiting in een Chinese gevangenis veroordeeld en was een volmaakte kandidaat voor een langdurige belegering door de eenzaamheid. Die negatieve houding beviel hem echter niet en hij zette zijn geest met een doelbewuste daad van wilskracht op een ander spoor. Later vertelde hij er het volgende over:
„Ik [stelde] een programma van ’predikings’-activiteit op. Tot wie predikt men echter wanneer men alleen in een cel zit? Ik besloot uit hetgeen ik mij kon herinneren enkele geschikte bijbelse toespraakjes op te bouwen en dan tot denkbeeldige personen te prediken. Toen begon ik als het ware met mijn werk; ik klopte op een denkbeeldige deur en gaf getuigenis aan een denkbeeldige huisbewoner. In de ochtenduren werkte ik verschillende deuren af. Na verloop van tijd ontmoette ik een denkbeeldige mevrouw Carter, die enige belangstelling toonde, en na enkele nabezoeken spraken wij een geregelde bijbelstudie af. In de loop van deze studie bespraken wij de belangrijkste thema’s uit het boek „God zij waarachtig”, zoals ik mij die kon herinneren. Dit alles deed ik hardop, zodat de klank ervan de inhoud nog beter in mijn geest zou doen doordringen.”
De duizenden Getuigen van Jehovah die in Hitlers concentratiekampen zaten, hadden hun vrijheid terug kunnen krijgen indien zij slechts hun geloof hadden verloochend. Heel weinig van hen deden dat. Duizenden stierven getrouw — sommigen werden geëxecuteerd, anderen kwamen om door ziekte en ondervoeding. Een bepaalde gevangengezette Getuige, Josef geheten, had twee broers in andere kampen. Een van hen moest met zijn gezicht naar boven gekeerd gaan liggen om het bijlblad te zien neerkomen waarmee hem het hoofd werd afgehakt. Josef vertelde: „Toen anderen in het kamp dit hoorden, feliciteerden zij mij. Hun positieve houding roerde mij diep. Loyaal blijven betekende meer voor ons dan overleving.”
Toen zijn andere broer voor het vuurpeloton stond, werd hem gevraagd of hij nog iets wilde zeggen. Hij vroeg toestemming om een gebed uit te spreken en dat werd toegestaan. Zijn gebed was zo aangrijpend en vol innige vreugde dat toen het bevel tot vuren werd gegeven, niet één lid van het peloton gehoorzaamde. Het bevel werd herhaald, waarop er één schot werd gelost, dat hem in het lijf trof. Woedend trok de bevelvoerende officier daarop zelf zijn pistool en voltooide de executie.
Wat levens werkelijk zinvol kan maken
In al deze gevallen was er sprake van een sterk geloof in Jehovah. Ook al zou al het andere geprobeerd zijn en gefaald hebben, het geloof slaagt er altijd in eenzaamheid te overwinnen en eens lege levens rijk aan betekenis te maken. Veel levens die in werelds opzicht zinvol worden geacht, zijn in feite zinloos. Hoe dat zo? Omdat ze op de dood uitlopen. Tot stof vergaan, prijsgegeven aan de vergetelheid, zonder een rimpel op de zeeën der mensheid of een voetafdruk in het zand van de tijd achter te laten. Het is zoals Prediker 9:5 zegt: „Want de levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven; maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust, ook hebben zij geen loon meer, want de gedachtenis aan hen is vergeten.” Elke betekenis toegekend aan levens waarin Jehovah’s voornemens geen rol spelen, is lege ijdelheid.
Kijk eens naar de sterrenhemel, onderga de uitgestrektheid van dit donkere gewelf boven u, en uw gevoel van belangrijkheid verschrompelt tot niets. U begrijpt de gevoelens van de psalmist David toen hij schreef: „Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die gij hebt bereid, wat is dan de sterfelijke mens dat gij aan hem denkt, en de zoon van de aardse mens dat gij voor hem zorgt?” Davids zoon Salomo deed de werken van de mens af met de woorden: „Alles is ijdelheid”, en concludeerde: „Het slot van de zaak, nu alles is gehoord, is: Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden. Want dit is de gehele verplichting van de mens.” — Psalm 8:3, 4; Prediker 12:8, 13.
Hoe geeft dus, alles welbeschouwd, iemand die eenzaam is, of wie maar ook, inhoud aan zijn leven? Door te leven in de vrees voor God, door Gods geboden te gehoorzamen. Slechts dan kan hij passen in het voornemen van God, de Schepper van dit uitgestrekte universum, en deel uitmaken van die eeuwige goddelijke regeling.
Als God met u is, bent u nooit alleen
Een getrouwe Afrikaanse Getuige van Jehovah zei na verschrikkelijk vervolgd te zijn en zich in de steek gelaten gevoeld te hebben, dat zelfs als haar menselijke relaties te kort schoten, zij niet alleen was. Zij citeerde Psalm 27:10: „Ingeval mijn eigen vader en mijn eigen moeder mij werkelijk verlieten, zou toch Jehovah zelf mij opnemen.” Jezus dacht er ook zo over. „Ziet! Het uur komt, ja, het is gekomen, dat gij verstrooid zult worden, een ieder naar zijn eigen huis, en gij mij alleen zult laten; en toch ben ik niet alleen, omdat de Vader met mij is.” — Johannes 16:32.
Jezus was niet bang om alleen te zijn. Vaak zocht hij opzettelijk de eenzaamheid. Als hij alleen was, was hij niet eenzaam. Hij stelde zich open voor een toevloed van Gods geest en voelde zich dicht bij Hem wanneer hij omgeven was door Zijn scheppingswerken. Soms meed hij het gezelschap van mensen om alleen in het gezelschap van God te kunnen zijn. Hij ’naderde tot God en God naderde tot hem’ (Jakobus 4:8). Hij was ongetwijfeld Gods beste vriend.
Een vriend zoals de Schrift die beschrijft, is iets kostbaars (Spreuken 17:17; 18:24). Wegens zijn absolute geloof in Jehovah God en zijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan hem ’werd Abraham „Jehovah’s vriend” genoemd’ (Jakobus 2:23). Jezus zei tegen zijn volgelingen: „Gij zijt mijn vrienden indien gij doet wat ik u gebied. Ik noem u niet langer slaven, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet. Maar ik heb u vrienden genoemd, want alle dingen die ik van mijn Vader heb gehoord, heb ik u bekendgemaakt.” — Johannes 15:14, 15.
Hoe zouden gelovigen met vrienden als Jehovah God en Christus Jezus hun strijd tegen de eenzaamheid kunnen verliezen?
[Illustraties op blz. 8, 9]
Bidden en andere activiteiten kunnen u helpen eenzaamheid te vermijden
[Illustratie op blz. 10]
De ervaringen van Harold King en duizenden andere Getuigen van Jehovah in concentratiekampen laten zien dat geloof in God eenzaamheid kan overwinnen onder de verschrikkelijkste omstandigheden
[Verantwoording]
Foto: U.S. National Archives