Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 8/9 blz. 10-12
  • Religieuze crisis in Nederland

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Religieuze crisis in Nederland
  • Ontwaakt! 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Uittreding van priesters
  • „IJstijd” voor de kerk
  • Waarom mensen de kerk verlaten
  • Zal het christendom ophouden te bestaan?
  • Hoe de Nederlandse kerk met Rome overhoop kwam te liggen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Welke weg dienen Nederlandse kerkgangers te gaan?
    Ontwaakt! 1972
  • Waarom religieuze leiders zich zorgen maken
    Ontwaakt! 1970
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 8/9 blz. 10-12

Religieuze crisis in Nederland

Door Ontwaakt!-correspondent in Nederland

„WIL de laatste pater het licht uitdoen?” Dit wrange grapje is afkomstig uit de Nederlandse kloosters zelf. Er wordt een tijd voorzien dat de laatste monnik of priester het laatste functionerende klooster in Nederland uit zal lopen en leeg zal achterlaten. En er wordt hem op het hart gedrukt toch vooral het licht niet te laten branden in het verlaten gebouw! Zou zoiets werkelijk kunnen gebeuren? Bestaat in Nederland het gevaar dat de geestelijken zullen verdwijnen, samen met hun kudden?

Uittreding van priesters

Het aantal geestelijken in de Katholieke Kerk neemt elk jaar af. In de periode 1968–’78 is het aantal seculiere priesters met 27,2 procent gedaald, en deze trend heeft zich sindsdien voortgezet. Hoe komt dat? Het verplichte celibaat is een van de redenen die genoemd worden. In 1970 besloot het Landelijk Pastoraal Concilie dat ’de verplichting tot het celibaat als voorwaarde voor de ambtsbediening diende te worden opgeheven’. De Nederlandse bisschoppen waren van mening dat de gelovigen er zelfs mee gebaat zouden zijn als getrouwde priesters werden toegelaten. Paus Paulus VI wees het idee echter krachtig van de hand. Dit was ongetwijfeld één reden waarom tot begin 1980 meer dan 2000 priesters het priesterambt neerlegden en het aantal roepingen daalde.

In een gesprek over het teruglopen van het aantal priesters in Nederland dacht wijlen kardinaal Alfrink terug aan de keer dat een nuntius, die geïmponeerd naar het gebouw van het groot-seminarie tegenover de woning van de kardinaal keek, zich hardop afvroeg hoe de bisschoppen zulke prachtige gebouwen konden sluiten. De kardinaal antwoordde: „U begrijpt het kennelijk nog steeds niet. De bisschoppen hebben geen seminaries gesloten; ze hebben alleen de deur dichtgedaan, toen de studenten er uit waren.”

Niet alleen de geestelijken, ook hun kudden verlaten de kerk in Nederland. En dat is geen nieuw fenomeen. Bij de volkstelling van 1879 bleek dat minder dan één procent van de bevolking onkerkelijk was. In 1920 gaf bijna acht procent van de bevolking te kennen niet tot een kerk te behoren. In 1930 was dit cijfer opgelopen tot 14,4 procent, maar in 1982 al tot een verontrustende 42 procent, terwijl bij een nog recenter onderzoek bleek dat 51 procent van de Nederlanders zich als buitenkerkelijk beschouwde.

„IJstijd” voor de kerk

Nog dramatischer dan de daling in het aantal kerklidmaten is de achteruitgang in het kerkbezoek geweest van mensen die wel tot een kerk behoren. In 1988 stond in De Telegraaf de kop: „Voor de kerk begint de ijstijd”. De krant schreef: „Niemand kijkt er meer van op als er een kerk wordt afgebroken. Het kerkbezoek loopt schrikbarend terug. Niet alleen bij katholieken, maar ook bij hervormden en gereformeerden. Als die secularisatie zo doorgaat, komt er over een paar generaties niemand meer in een kerk.”

Vervolgens merkte de krant op dat het rooms-katholicisme bij de teruggang vooropliep. Woonde in 1965 nog 60 procent van alle Nederlandse katholieken de mis bij, in 1975 was dat 28 procent en de laatste jaren wordt de 16 procent niet eens meer gehaald.

De daling in het kerkbezoek heeft consequenties gehad voor de kerkgebouwen, die gesloten worden als de hoge onderhouds- en exploitatiekosten niet meer door de slinkende gemeenten kunnen worden opgebracht. Talrijke ’godshuizen’ zijn dan ook gesloopt of voor een ander doel verkocht. Weinig mensen zijn nog verbaasd als zij bij het binnengaan van een kerkgebouw merken dat het als museum, fietsenwinkel, sporthal, concertzaal, bloemenzaak, restaurant of appartementengebouw wordt gebruikt.

Het is dus niet verwonderlijk dat religieuze autoriteiten pessimistisch zijn over de toekomst. Nadat paus Johannes Paulus II een bezoek aan Nederland had gebracht, zei een bisschop: „De paus heeft . . . een lijk bezocht of minstens een doodzieke die zichzelf overigens heel levend vindt.”

Waarom mensen de kerk verlaten

De achteruitgang in het aantal kerklidmaten is versneld door nieuwe factoren. Daartoe behoort de doorbreking van de oude gezagsstructuren. Mensen zijn niet langer bereid dingen te aanvaarden alleen omdat iemand met gezag hun dat zegt. Een daarmee samenhangende factor is de nadruk op de mondigheid van de mens. Tegenwoordig willen mensen zelf beslissen wat zij geloven en hoe zij zullen handelen.

Twee andere factoren die een rol spelen, zijn naar verluidt de invloed van de media en de moderne tendens instituten te wantrouwen. Mensen hebben het gevoel dat instituten hen van hun vrijheid en eigen verantwoordelijkheid beroven. Verder kunnen zelfs wanneer mensen nog godsdienstig zijn, omstandigheden hen ertoe bewegen hun kerk te verlaten. Orthodoxe kerklidmaten voelen zich bijvoorbeeld niet thuis in een kerk met een progressieve predikant of pastoor, terwijl progressieve kerkgangers zich niet op hun plaats voelen in orthodoxe gemeenten.

Bij de protestanten heeft de Gereformeerde Kerk van oudsher bekendgestaan om haar vasthouden aan de ouderwetse moraal. Velen waren dan ook ontzet toen in 1979 de Gereformeerde Synode de plaatselijke kerken opriep homoseksuelen tot het avondmaal en de kerkelijke ambten toe te laten. In 1988 vroeg de internationale Gereformeerde Oecumenische Synode de gereformeerden in Nederland hun standpunt te herzien, maar de synode liet weten dat er aan het advies niet te tornen viel. In 1989 sprak ook de synode van de Nederlands Hervormde Kerk zich uit tegen elke tuchtmaatregel tegen homoseksuelen. Denk u eens in wat er in „ouderwetse” protestanten moet zijn omgegaan toen een gereformeerd predikant, zelf homoseksueel, in de kerk zei dat ’homoseksualiteit een geschenk van God is; God houdt ook van roze’!

Zal het christendom ophouden te bestaan?

Is het met het oog op de voorgaande en talrijke andere factoren verwonderlijk dat er een massale exodus uit de kerken in Nederland en in veel andere landen heeft plaatsgevonden? Nadenkende mensen zijn zelfs tot de conclusie gekomen dat het ware christendom misschien wel nergens meer te vinden is. Zal het christendom uiteindelijk uitsterven?

In de bijbel werd voorzegd dat in onze tijd de steun aan de christenheid en andere godsdiensten zou opdrogen (Openbaring 16:12; 17:15). Tevens werd voorzien dat sommigen de valse religie niet slechts uit ontevredenheid of teleurstelling zouden verlaten, maar met een positieve beweegreden. De bijbel geeft profetisch de dringende raad: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen” (Openbaring 18:4). De hier bedoelde „haar” is de symbolische religieuze hoer, „Babylon de Grote”, die alle godsdiensten van de wereld omvat, die van de hedendaagse christenheid inbegrepen. „Mijn volk” slaat op oprechte waarheidszoekers, die Babylon de Grote verlaten omdat zij God willen dienen op de manier die Jezus onderwees. De christenheid is zo ver van het ware christendom afgedwaald dat oprechte mensen haar moeten verlaten willen zij God aanvaardbaar dienen.

Het ware christendom leeft en bloeit in Nederland, zoals overal elders ter wereld. Jehovah’s Getuigen houden zich, in weerwil van hun onvolmaaktheden, aan Christus’ leer en gewoonten. Er wordt niet van u verwacht dat u die bewering zonder meer aanneemt. Waarom zou u dat wat de Getuigen geloven niet in het licht van de bijbel onderzoeken en zelf een oordeel vormen? Leer uit Gods Woord het christendom van Jezus’ apostelen kennen, in tegenstelling tot wat de kerken van de christenheid eeuwenlang hebben onderwezen en beoefend. Dat zal u, zoals de apostel Paulus verklaarde, tot voordeel strekken in „het tegenwoordige en het toekomende leven”. — 1 Timotheüs 4:8.

[Illustraties op blz. 10, 11]

Veel kerken in Europa hebben een wereldse bestemming gekregen. Blz. 10: Een garage in Nederland. Blz. 11: Bejaardencentrum, werkplaats, jongensclub, en een leegstaande kerk in Penygraig (Wales)

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen