Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 22/4 blz. 20-23
  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid
  • Ontwaakt! 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De eerste zoöloog wijst de weg
  • Babylon is overal
  • Stap voor stap vooruit
  • Ja, die altijd aanwezige Grieken
  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid
    Ontwaakt! 1993
  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid
    Ontwaakt! 1993
  • In hoeverre kunt u de wetenschap vertrouwen?
    Ontwaakt! 1998
  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid
    Ontwaakt! 1993
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 22/4 blz. 20-23

Deel 2

De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid

De speurtocht begint

„NIEMAND weet wie als eerste het vuur heeft ontdekt, het wiel heeft uitgevonden, pijl en boog heeft ontwikkeld of heeft geprobeerd het opgaan en ondergaan van de zon te verklaren”, wordt in The World Book Encyclopedia opgemerkt. Maar ontdekt, uitgevonden, ontwikkeld en verklaard zijn ze, en sindsdien is de wereld nooit weer hetzelfde geweest.

Deze prestaties behoorden tot de eerste stappen op een speurtocht naar waarheid die nu al ongeveer zesduizend jaar duurt. Mensen zijn altijd nieuwsgierig geweest, hebben altijd de levende en niet-levende dingen in de wereld om hen heen willen begrijpen. Ook het toepassen van het geleerde heeft hun belangstelling gehad, het praktisch aanwenden ervan ten bate van zichzelf. Deze aangeboren dorst naar kennis en het verlangen die in praktijk te brengen, zijn stuwende krachten geweest in de niet-eindigende speurtocht van de mens naar wetenschappelijke waarheid.

Natuurlijk sprak men bij die eerste pogingen om wetenschappelijke kennis praktisch aan te wenden niet van technologie, zoals men dat thans doet. De personen die deze pogingen deden, werden trouwens ook geen wetenschappers genoemd. In feite bestond de wetenschap in de hedendaagse zin niet eens gedurende het grootste deel van het bestaan van de mens. Nog in de veertiende eeuw, toen de Engelse dichter Chaucer het woord science gebruikte, bedoelde hij eenvoudig alle verschillende soorten kennis. Dit strookte met de etymologie van het woord, die teruggaat tot een Latijnse term die „weten, kennis hebben van” betekent.

De eerste zoöloog wijst de weg

Ongeacht hoe de wetenschap oorspronkelijk werd genoemd, er werd een begin mee gemaakt in de hof van Eden zodra de mensen de wereld om hen heen begonnen te bestuderen. Nog voor Eva’s schepping kreeg Adam opdracht de dieren namen te geven. Om ze passende namen te kunnen geven, moest hij hun kenmerkende eigenschappen en hun gewoonten zorgvuldig bestuderen. Tegenwoordig noemen wij die wetenschap dierkunde of zoölogie. — Genesis 2:19.

Adam en Eva’s eerste kind, Kaïn, ’ging een stad bouwen’ en moet dus over voldoende wetenschappelijke kennis hebben beschikt om de nodige werktuigen te ontwikkelen. Later werd een van zijn nakomelingen, Tubal-Kaïn, „de smeder van allerlei gereedschap van koper en ijzer” genoemd. Ondertussen waren de wetenschappelijke kennis en technologie klaarblijkelijk toegenomen. — Genesis 4:17-22.

Tegen de tijd dat Egypte een wereldmacht werd — de eerste die in de bijbel wordt genoemd — was de wetenschappelijke kennis dermate voortgeschreden dat de Egyptenaren reusachtige piramiden konden bouwen. Het ontwerp van deze piramiden, aldus The New Encyclopædia Britannica, „kwam pas tot stand na veel experimenteren, waarbij grote bouwkundige problemen werden opgelost”. Het oplossen van deze problemen vereiste een aanzienlijke wiskundige kennis en duidde op het bestaan van bepaalde aanverwante wetenschappelijke kundigheden.

Natuurlijk was de wetenschappelijke nieuwsgierigheid niet beperkt tot de Egyptenaren. De Babyloniërs ontwikkelden een kalender en zetten daarnaast een tal- en meetstelsel op. In het Verre Oosten zorgde de Chinese beschaving voor waardevolle wetenschappelijke bijdragen. En de vroege voorvaders van de Inka en de Maya in Amerika ontwikkelden een geavanceerde beschaving, tot grote verbazing van latere Europese ontdekkingsreizigers, die zeker zulke prestaties niet hadden verwacht van „achtergebleven inboorlingen”.

Niet alles wat deze oude volken oorspronkelijk als wetenschappelijke waarheid beschouwden, bleek echter wetenschappelijk juist. The World Book Encyclopedia vertelt ons dat naast de nuttige werktuigen die de Babyloniërs uitdachten voor wetenschappelijk onderzoek, „zij ook de pseudo-wetenschap astrologie ontwikkelden”.a

Babylon is overal

Voor bijbelonderzoekers is het oude Babylon synoniem met valse aanbidding. In de astrologie die daar beoefend werd, geloofde men dat er over ieder deel van de hemel een andere god heerste. De bijbel, die leert dat er slechts één ware God is, heeft het wetenschappelijk bij het rechte eind als hij de pseudo-wetenschap die astrologie wordt genoemd, verwerpt. — Deuteronomium 18:10-12; 1 Korinthiërs 8:6; 12:6; Efeziërs 4:6.

Godsdienst maakte een wezenlijk deel uit van het leven van de vroege mens. Het is dus begrijpelijk dat de wetenschappelijke kennis zich niet los van godsdienstige overtuigingen en denkbeelden ontwikkelde. Dit is vooral duidelijk op het terrein van de medische wetenschap.

„Uit oude documenten die de Egyptische samenleving en geneeskunde tijdens het Oude Rijk toelichten,” zegt The New Encyclopædia Britannica, „blijkt dat er een wezenlijk verband bestond tussen magie en godsdienst aan de ene kant en de empiriorationele geneeskunst aan de andere kant en dat de oppermagiër aan het hof van de farao ook vaak diende als de opperarts van de natie.”

Tijdens de derde Egyptische dynastie verwierf een vermaard architect genaamd Imhotep aanzien als arts van niet geringe bekwaamheid. Nog geen eeuw na zijn dood werd hij aanbeden als Egyptes god van de geneeskunde. Tegen het einde van de zesde eeuw v.G.T. was hij verheven tot de positie van een hoofdgod. Volgens de Britannica waren aan hem gewijde tempels „vaak vol zieken die er gebeden opzonden en sliepen in de overtuiging dat de god hun in hun dromen remedies zou openbaren”.

Egyptische en Babylonische geneesheren werden in grote mate beïnvloed door religieuze denkbeelden. „De heersende theorie over ziekte in die tijd, en nog generaties lang,” zegt The Book of Popular Science, „was dat koortsen, infecties, pijntjes en kwalen werden veroorzaakt door boze geesten of demonen die het lichaam binnendrongen.” Om die reden waren bij een medische behandeling over het algemeen godsdienstige offers, bezweringen of toverformules betrokken.

Na verloop van tijd, in de vierde en vijfde eeuw v.G.T., trok een Griekse arts genaamd Hippocrates deze zienswijze in twijfel. Hij is vooral heel bekend om de Hippocratische eed, nog steeds algemeen bezien als de formulering van de medische gedragscode. In het boek Moments of Discovery — The Origins of Science wordt opgemerkt dat Hippocrates ook „een van de eersten was die met de priesters wedijverde in het vinden van een verklaring voor de ziekten van de mens”. Hij beoefende de geneeskunde in de geest der wetenschap en zocht natuurlijke oorzaken voor ziekten. Rede en ervaring begonnen de plaats in te nemen van godsdienstig bijgeloof en giswerk.

Met het ontkoppelen van geneeskunde en godsdienstig dogma deed Hippocrates een stap in de juiste richting. Niettemin worden wij zelfs nu nog herinnerd aan de godsdienstige achtergrond van de geneeskunde. Juist het symbool ervan, de door een slang omkronkelde staf van Asclepius, de Griekse god van de geneeskunde, is terug te voeren op de oude tempels der geneeskunst, waar heilige slangen werden gehouden. Volgens The Encyclopedia of Religion belichaamden deze slangen „het vermogen tot hernieuwing van het leven en wedergeboorte in gezondheid”.

Hippocrates kwam later bekend te staan als de vader der geneeskunde. Dat wil echter niet zeggen dat hij het niet soms wetenschappelijk bij het verkeerde eind kon hebben. The Book of Popular Science vertelt ons dat sommige van zijn ondeugdelijke ideeën „ons tegenwoordig heel bizar toeschijnen”, maar waarschuwt voor medische arrogantie met de woorden: „Sommige van de medische theorieën die nu zeer ingeburgerd zijn, zullen waarschijnlijk mensen van een toekomstige generatie net zo bizar toeschijnen.”

Stap voor stap vooruit

De ontdekking van wetenschappelijke waarheid is dus een geleidelijk proces geweest, waarbij in de loop van eeuwen de dwaalbegrippen van de feiten gezift zijn. Wilde dit echter mogelijk zijn, dan moesten de bevindingen van de ene generatie nauwkeurig doorgegeven worden aan de volgende. Eén manier om dit te doen was natuurlijk van mond tot mond, daar mensen geschapen zijn met een spraakvermogen. — Vergelijk Genesis 2:23.

Deze methode van waarnemingen overdragen zou echter nooit betrouwbaar genoeg zijn geweest om de nauwkeurigheid te waarborgen die wetenschappelijke en technologische vooruitgang eisen. Er was duidelijk behoefte aan het bewaren van inlichtingen in geschreven vorm.

Wanneer precies de mens is gaan schrijven, is niet bekend. Maar toen het eenmaal gebeurde, beschikte men over een schitterend proces voor het doorgeven van inlichtingen waarop anderen konden voortbouwen. Voordat het papier werd uitgevonden — waarschijnlijk omstreeks 105 G.T. in China — werd er geschreven op bijvoorbeeld kleitabletten, papyrus en perkament.

Aanzienlijke wetenschappelijke vooruitgang zou onmogelijk zijn geweest zonder een tal- en meetsysteem. Het belang van de ontwikkeling daarvan is nauwelijks te overschatten. The Book of Popular Science noemt de toepassingen van de wiskunde „van universele draagwijdte” en brengt ons in herinnering dat „wiskundige analyses tot veel uiterst belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen hebben geleid”. De wiskunde is ook „een onschatbaar instrument voor de scheikundige, de fysicus, de astronoom, de ingenieur en anderen”.

In de loop van de eeuwen hebben andere factoren een impuls gegeven aan het speuren naar wetenschappelijke waarheid. Reizen bijvoorbeeld. In The Book of Popular Science wordt uitgelegd: „De man die op weg gaat naar vreemde landen, zal waarschijnlijk merken dat zijn nieuwsgierigheid wordt geprikkeld door nieuwe aanblikken, geluiden, geuren en smaken. Hij zal in de verleiding komen te vragen waarom dingen zo anders zijn in een vreemd land; en in zijn streven naar bevrediging van zijn nieuwsgierigheid zal hij wijsheid opdoen. Zo verging het de oude Grieken.”

Ja, die altijd aanwezige Grieken

Lees over de geschiedenis van godsdienst, politiek of handel en u zult merken dat de Grieken meer dan terloops worden genoemd. En wie heeft niet gehoord van hun beroemde filosofen, een term ontleend aan het Griekse woord fi·lo·soʹfi·a, dat „liefde voor wijsheid” betekent? De liefde voor wijsheid en dorst naar kennis van de Grieken was in de eerste eeuw, toen de christelijke apostel Paulus hun land bezocht, algemeen bekend. Hij sprak over epicurische en stoïsche filosofen, die net als „alle Atheners en de vreemdelingen die daar tijdelijk verbleven, hun vrije tijd met niets anders doorbrachten dan met het vertellen van of het luisteren naar iets nieuws”. — Handelingen 17:18-21.

Het behoeft ons dus zeker niet te verbazen dat van alle volken uit de oudheid de Grieken de wetenschap het grootste erfdeel hebben nagelaten. In The New Encyclopædia Britannica wordt daarover gezegd: „Het streven van de Griekse filosofie om met een theorie voor het heelal te komen ter vervanging van de mythologische kosmologieën, heeft uiteindelijk tot praktische wetenschappelijke ontdekkingen geleid.”

In feite hebben sommige van de Griekse filosofen betekenisvolle bijdragen geleverd tot de speurtocht naar wetenschappelijke waarheid. Zij trachtten de onjuiste denkbeelden en theorieën van hun voorgangers opzij te schuiven en tegelijkertijd voort te bouwen op het fundament gevormd door wat zij correct bevonden. (Zie kader voor voorbeelden.) Zo benaderden van alle volken uit de oudheid de Griekse filosofen van gisteren het dichtst het denken van de wetenschappers van vandaag. Overigens werd tot betrekkelijk recent de term „natuurfilosofie” gebruikt als aanduiding voor de verschillende natuurwetenschappen.

Na verloop van tijd zou het filosofie-minnende Griekenland politiek overschaduwd worden door het pas gestichte Romeinse Rijk. Was dit van enige invloed op de wetenschappelijke vooruitgang? Of zou er met de komst van het christendom iets veranderen? Die vragen worden beantwoord in Deel 3 in onze volgende uitgave.

[Voetnoot]

a Astrologie, de studie van de bewegingen van hemellichamen in de overtuiging dat ze invloed uitoefenen op het leven van mensen of de toekomst voorspellen, mag niet verward worden met astronomie, de wetenschappelijke studie van sterren, planeten en andere fysische systemen in de ruimte zonder spiritistische associaties.

[Kader op blz. 22]

Voorchristelijke Griekse „wetenschappers”

THALES van Milete (zesde eeuw), vooral bekend om zijn werk op het terrein van de wiskunde en om zijn opvatting dat water het wezen van alle materie vormt, benaderde de opbouw van de kosmos op een kritische manier. Van die benadering zegt The New Encyclopædia Britannica dat ze „van doorslaggevende betekenis in de ontwikkeling van het wetenschappelijk denken” was.

Socrates (vijfde eeuw) wordt in The Book of Popular Science aangeduid als „de schepper van een methode van onderzoek — de dialectiek — die dicht bij de kern van de ware wetenschappelijke methode komt”.

Democritus van Abdera (vijfde tot vierde eeuw) hielp het fundament leggen voor de atoomtheorie van het universum en voor de theorieën van de onverwoestbaarheid van materie en het behoud van energie.

Plato (vijfde tot vierde eeuw) stichtte in Athene de Academie als instituut voor het systematisch verrichten van filosofisch en natuurwetenschappelijk onderzoek.

Aristoteles (vierde eeuw), een knap bioloog, stichtte het Lyceum, een wetenschappelijke instelling die op veel terreinen onderzoek deed. Meer dan 1500 jaar hebben zijn ideeën het wetenschappelijk denken beheerst en werd hij als de hoogste wetenschappelijke autoriteit beschouwd.

Euclides (vierde eeuw), de beroemdste wiskundige uit de oudheid, is het bekendst om een systematische verhandeling over de kennis van de „geometrie”, afgeleid van een Grieks woord dat „meting van het land” betekent.

Hipparchus van Nicea (tweede eeuw), uitnemend astronoom en grondlegger van de trigonometrie, classificeerde sterren in magnituden naar hun helderheid, een systeem dat in essentie nog steeds gebruikt wordt. Hij was een voorloper van Ptolemaeus, een eminent geograaf en astronoom uit de tweede eeuw G.T., die voortborduurde op de bevindingen van Hipparchus en leerde dat de aarde het middelpunt van het heelal is.

[Illustratie op blz. 23]

De door een slang omkronkelde staf van Asclepius, die ons eraan herinnert dat de wetenschap zich niet los van godsdienstige invloed heeft ontwikkeld

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen