De rol van de godsdienst in oorlogen
„ER HEEFT nooit een volk bestaan dat niet een of andere vorm van godsdienst had”, zegt The World Book Encyclopedia (uitgave van 1970). Toch schreven de historici Will en Ariel Durant: „Oorlog is een van de constanten der geschiedenis.” Bestaat er enig verband tussen deze twee constanten, oorlog en godsdienst?
Inderdaad zijn door de geschiedenis heen oorlog en godsdienst onafscheidelijk geweest. Over Egypte, een van de eerste wereldmachten in de geschiedenis, verklaarde Lionel Casson in het boek Ancient Egypt: „Aan de goden werd eerbetoon geschonken voor elke militaire overwinning; en hongerig naar nog grotere rijkdom, raakten de priesters net zo op verdere buitenlandse veroveringen gebrand als de farao’s.”
In dezelfde geest schreef de predikant W. B. Wright over Assyrië, een andere wereldmacht uit de oudheid: „De natie wijdde zich geheel aan de oorlogvoering en de priesters hitsten onophoudelijk tot oorlog op. Zij bestonden hoofdzakelijk van de oorlogsbuit.”
Over wat hij als „barbaars Europa” aanduidde, schreef Gerald Simons: „Hun samenleving was eenvoudig, uitdrukkelijk georganiseerd voor één activiteit, de oorlogvoering.” En de godsdienst speelde er een rol bij. „Veel legenden vertellen van zwaarden waarin demonen huisden, of dienstdoend als de werktuigen van goden”, merkte Simons op.
Niettemin was de situatie in het Romeinse Rijk, dat als zeer beschaafd werd beschouwd, niet veel anders. „De hele vorming van de Romein was op oorlogvoering gericht”, verklaarde Moses Hadas in het boek Imperial Rome. Romeinse soldaten droegen in de strijd standaarden mee met emblemen van hun goden. In een encyclopedie werd opgemerkt: „Het was niet ongebruikelijk dat een generaal bevel gaf een standaard in de gelederen van de vijand te werpen, om zo zijn soldaten aan te zetten tot een nog vuriger aanval met de bedoeling te heroveren wat voor hen misschien wel het heiligste voorwerp op aarde was.”
Oorlog en „christenen”
Het verschijnen van de christenheid op het wereldtoneel bracht geen verandering teweeg. Anne Fremantle schreef zelfs in het boek Age of Faith: „Van alle oorlogen die mensen hebben gevoerd, zijn er geen met meer vuur ondernomen dan die in de naam van een geloof. En van die ’heilige oorlogen’ zijn er geen bloediger en langduriger geweest dan de christelijke kruistochten in de middeleeuwen.”
Het verbazingwekkende is dat er zelfs in deze tijd weinig is veranderd. „Het vechten en sterven onder godsdienstige vlag gaat met intense hardnekkigheid door”, berichtte het blad Time. „Protestanten en rooms-katholieken in Ulster vermoorden elkaar om beurten in een soort perpetuum mobile van zinloosheid. Arabieren en Israëli’s staan gespannen aan grenzen van territoriale, culturele en religieuze tweedracht.” Voorts zijn etnische en godsdienstige verschillen verantwoordelijk geweest voor afschuwelijke bloedbaden in de republieken van het voormalige Joegoslavië en in Aziatische landen.
Het is ongelofelijk, maar zogenaamde christenen trekken vaak ten oorlog tegen hun eigen geloofsgenoten. Zo doodt de ene katholiek de andere op het slagveld. De katholieke historicus E. I. Watkin erkende: „Hoe pijnlijk het ook is dit te moeten toegeven, wij kunnen niet, om toch maar tegen beter weten in stichtelijk of loyaal te zijn, het historische feit ontkennen of negeren dat bisschoppen onveranderlijk hun steun hebben gegeven aan alle oorlogen die door de regering van hun land werden gevoerd. Ik ken in feite geen enkel geval waarin een nationale hiërarchie enige oorlog als onrechtvaardig heeft veroordeeld . . . Hoe de officiële theorie ook mag luiden, in de praktijk is ’mijn land heeft het altijd bij het rechte eind’ de stelregel geweest die in oorlogstijd door katholieke bisschoppen is gevolgd.”
Dat is echter niet alleen de stelregel van katholieken. In een redactioneel artikel in de in Vancouver (Canada) verschijnende Sun werd opgemerkt: „Het protestantisme kan geenszins beweren aan deze nationalistische, tweespalt zaaiende krachten te ontkomen. Het is een zwak punt van misschien wel alle georganiseerde godsdienst dat de kerk de vlag volgt . . . Welke oorlog is er ooit gevochten waarin niet van God beweerd werd dat hij aan beide kanten stond?”
Blijkbaar niet één! De protestantse predikant Harry Emerson Fosdick gaf toe: „Zelfs in onze kerken hebben wij de strijdbanieren neergezet . . . Met de ene mondhoek hebben wij de Vredevorst geëerd en met de andere hebben wij de oorlog verheerlijkt.” En de columnist Mike Royko zei dat christenen nooit „te teerhartig [zijn] geweest om oorlogen tegen andere christenen te voeren”. Hij verklaarde: „Waren zij dat wel geweest, dan zouden de felste oorlogen in Europa voor het overgrote deel nooit hebben plaatsgevonden.” Daarbij was de Dertigjarige Oorlog in Duitsland tussen protestanten en katholieken wel een van de meest in het oog vallende.
De feiten laten aan duidelijkheid niets te wensen over. De godsdienst heeft oorlogen gesteund en er soms zelfs toe aangezet. Velen hebben zich dan ook afgevraagd: Begunstigt God werkelijk de ene natie boven de andere in tijd van oorlog? Kiest hij partij als naties strijden? Zal er ooit een tijd komen dat er geen oorlog meer zal zijn?
[Inzet op blz. 3]
Romeinse soldaten wierpen standaarden met emblemen van hun goden in de vijandelijke gelederen