Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Ter bereiding van dit reinigingsmiddel werd eerst houtas uitgeloogd, waarna de oplossing in potten werd ingedampt (Job 9:30)
6. Kedorlaomer was er koning van (Genesis 14:1)
8. ’Op zekere tijd . . .’ — typisch een woord voor een onschuldig sprookjesverhaal? (Rechters 9:8)
9. Werk dat Simson in het gevangenhuis moest verrichten (Rechters 16:21)
10. De „ster” ging voor hen uit, totdat ze . . . boven de plaats waar het jonge kind was (Mattheüs 2:9)
13. Dat waren de dochters der mensen in hun ogen (Genesis 6:2)
17. De aanwezigheid hiervan bij de cobra — in de zin dat slangen geluiden kunnen waarnemen — wordt ten onrechte bestreden (Psalm 58:4)
18. In toorn . . . (Genesis 18:30)
23. Hulpmiddel bij het baren (Exodus 1:16)
25. Dochter van Heber van de stam Aser (1 Kronieken 7:30, 32)
27. Wat men niet onder de korenmaat zet maar op een standaard (Mattheüs 5:15)
30. Ze waren van goud en wogen ruim 100 gram (Genesis 24:22)
34. Jehovah behoedt . . . die hem liefhebben (Psalm 145:20)
35. ’Ik . . . u niet langer slaven, maar vrienden’: personen die men in vertrouwen neemt, aan wie men dingen onthult (Johannes 15:15)
36. Zoon van Gad (Genesis 46:16; Numeri 26:17)
37. Hethiet van wie Abraham een veld kocht (Genesis 23:17, 18)
Verticaal
1. Heel scherp gereedschap (Deuteronomium 15:17)
2. Dit lag met het oog op de kinderen en het vee niet hoog (Genesis 33:14)
3. Men neemt aan dat deze naam „Hij van wie het is” of „Hij aan wie het toebehoort” betekent (Genesis 49:10)
4. Mogelijkheid, gelegenheid (Handelingen 25:16)
5. Eigendom (Genesis 17:8)
6. Voorvader van Christus uit de tijd na de ballingschap (Lukas 3:25)
7. Misschien werd deze Jakobus zo genoemd omdat hij kleiner van stuk was dan de andere Jakobus, of jonger (Markus 15:40)
11. De naam van dit dier gold als een oneervolle aanduiding, en als hij dan nog dood was ook . . . (1 Samuël 24:14; 2 Samuël 9:8; vergelijk Prediker 9:4)
12. Een rechter uit de stam Zebulon; tien jaar bleef hij rechter over Israël (Rechters 12:11)
14. Bestemming van verdroogde bloemstengels en grashalmen, die worden bijeengegaard om als brandstof te dienen (Mattheüs 6:30)
15. Apen en pauwen, maar ook goud, zilver en . . . brachten de Tarsisschepen (1 Koningen 10:22)
16. Naam van een put waarover strijd was; er zit het Hebreeuwse grondwoord satan, ’weerstaan’, in (Genesis 26:21)
19. Hoewel de verleiding zich dag aan dag voordeed, luisterde hij . . . (Genesis 39:10)
20. Nakomeling van Juda via Perez, via Jerachmeël; van gemengde afkomst (1 Kronieken 2:4, 5, 9, 25, 34-37)
21. De taal van zijn nakomelingen werd mettertijd in het hele gebied van de Vruchtbare Halvemaan de internationale taal van de handel en de diplomatie (Genesis 10:22)
22. Een van Hamans tien zonen (Esther 9:7)
23. Als regeerders christenen toestaan ongestoord zo’n leven te leiden, kunnen zij zich met volledige godvruchtige toewijding en ernst aan de dienst voor hun God wijden (1 Timotheüs 2:2)
24. Paulus was hier twee jaar lang dagelijks te vinden (Handelingen 19:9)
26. Versterkte stad in Naftali’s gebied (Jozua 19:32, 36)
28. Sauls legeroverste (1 Samuël 17:55)
29. Daar zat Job als gerespecteerd rechter (Job 29:7)
31. Over liefde wordt gesproken als een „volmaakte . . . van eenheid” (Kolossenzen 3:14)
32. Ontbrak, want het was een uit één stuk geweven kleed (Johannes 19:23)
33. Gebruikt bij de voorbereiding voor de begrafenis (Johannes 19:39)
Oplossing op blz. 19
Oplossing horizontaal
1. POTAS
6. ELAM
8. EENS
9. MALEN
10. STILHIELD
13. MOOI
17. OOR
18. ONTBRANDEN
23. KRAAMSTOEL
25. SUA
27. LAMP
30. ARMBANDEN
34. ALLEN
35. NOEM
36. AROD
37. EFRON
Oplossing verticaal
1. PRIEM
2. TEMPO
3. SILO
4. KANS
5. BEZIT
6. ESLI
7. MINDERE
11. HOND
12. ELON
14. OVEN
15. IVOOR
16. SITNA
19. NOOIT
20. EFLAL
21. ARAM
22. ASPATHA
23. KALM
24. AULA
26. ADAMA
28. ABNER
29. PLEIN
31. BAND
32. NAAD
33. ALOË