Sloppenwijken — Het harde leven in de jungle van de stad
Door Ontwaakt!-correspondent in Afrika
HET kind uit de sloppenwijk loopt op blote voeten door de straat van een Westafrikaanse stad. Op haar hoofd draagt zij een platte, ronde schaal met een twintigtal sinaasappels. Het gele jurkje dat om haar magere lichaam hangt, is een afdankertje. Zij transpireert.
Zij loopt op straat om te verkopen en moet concurreren met andere jongeren uit arme gezinnen. „Koop een sinaasappel!”, is de gebruikelijke roep. Maar dit kind is stil; misschien heeft zij honger, of is zij ziek, of alleen maar moe.
Van de andere kant komen twee schoolmeisjes aangelopen, gekleed in koningsblauwe schooluniformen. Zij dragen beiden witte sokjes en witte sandalen. Elk heeft een boekentas vol boeken. De meisjes lopen stevig door, vrolijk met elkaar babbelend. Zij zien het kind niet eens, maar het kind ziet hen wel. Het kijkt naar hen met uitdrukkingsloze ogen.
De schoolmeisjes komen uiteindelijk in hun comfortabele, veilige huis aan. Maar als het kind laat op de dag naar huis gaat, is dat naar een heel andere wereld. Thuis is voor haar een dichtbevolkte warwinkel van in elkaar geflanste houten en blikken woningen.
De sloppenwijk
De hoofdstraat is hier een pad van verharde aarde. In de regentijd verandert het in modder. Het is te smal om er met een auto op te rijden. U vindt langs dit pad geen politiebureau, geen brandweer, geen medisch centrum en geen enkele boom. Erboven lopen geen elektriciteits- of telefoonlijnen. Eronder loopt geen riolering of waterleiding.
Het wemelt er van de mensen. De lucht is vervuld met het rumoer van stemmen. Door de gesprekken heen klinken gelach, geruzie, gehuil en gezang. Mannen in witte gewaden zitten op lange banken te praten. Vrouwen roeren rijst om die in potten op een houtvuur staat te stomen. Overal zijn kinderen — ze spelen, slapen, werken, praten, verkopen. De meesten, zoals het kind met de sinaasappels, zullen nooit een dierentuin bezoeken, op een fiets rijden of de binnenkant van een school zien.
De gemiddelde levensverwachting bij de geboorte is in dit land slechts 42 jaar, maar de mensen in dit gebied sterven jonger. Dat dit kind negen is geworden, betekent dat zij al met succes heeft weten op te boksen tegen zo ongeveer de slechtste vooruitzichten ter wereld om de eerste vier levensjaren te overleven. Gedurende die periode liep zij een veertig- tot vijftigmaal grotere kans om te sterven dan wanneer zij in een industrieland was geboren. Veel van haar jaargenoten hier hebben hun vijfde levensjaar niet gehaald. Als zij lang genoeg leeft, zal de kans dat zij tijdens een zwangerschap of bevalling sterft veel groter zijn dan voor een vrouw in Europa of Noord-Amerika — 150 maal zo groot.
Honderden miljoenen leven in zich snel uitbreidende achterbuurten en sloppenwijken als deze. Volgens de statistieken van de Verenigde Naties wonen 1,3 miljard mensen opeengepakt in de steden van de ontwikkelingslanden, en elk jaar komen er 50 miljoen bij.
Het leven in ontwikkelingslanden
Heeft uw huis een mate van privacy, stromend water, een toilet? Wordt uw afval opgehaald? Honderden miljoenen mensen in ontwikkelingslanden moeten deze vragen ontkennend beantwoorden.
In veel steden zijn arme wijken zo overbevolkt dat het heel gewoon is als een gezin van tien personen één enkele kamer deelt. Vaak hebben mensen minder dan één vierkante meter leefruimte. In sommige delen van een stad in het Verre Oosten zijn zelfs kleine kamers nog onderverdeeld om door meerderen bewoond te worden, met stapelbedden elk omgeven door een kooi voor wat privacy en bescherming tegen dieven. In een ander land stelt een „warm bed”-systeem mensen in staat bedden per uur te huren, zodat per dag twee of drie personen na elkaar kunnen slapen.
Volgens het jaarbericht over 1991 van UNICEF (het Kindernoodfonds van de Verenigde Naties) is de watervoorziening voor 1,2 miljard mensen over de hele wereld ondeugdelijk. Miljoenen moeten hun water bij venters kopen of het uit riviertjes of andere open waterbronnen halen. Waar wel leidingwater beschikbaar is, moeten soms meer dan duizend mensen het met één enkele standpijpkraan stellen.
UNICEF schat ook dat het 1,7 miljard mensen ontbreekt aan sanitaire voorzieningen om zich van menselijke uitwerpselen te ontdoen. Het is niet ongebruikelijk dat 85 procent van de sloppenwijkbewoners geen toegang heeft tot toiletfaciliteiten. In de meeste Afrikaanse en Aziatische steden, waaronder veel met een bevolking van meer dan een miljoen, is helemaal geen riolering. Menselijke uitwerpselen gaan zo de beken, rivieren, sloten, kanalen en greppels in.
Nog een probleem is het afval. In de steden van de ontwikkelingslanden wordt dertig tot vijftig procent van het vaste afval niet opgehaald. De arme wijken komen er het bekaaidst af. Eén reden is dat de armen minder afval weggooien dat door vuilophalers of recyclingbedrijven met winst benut of hergebruikt kan worden. Een tweede reden is dat veel arme wijken niet als wettige vestigingen worden erkend en regeringen ze daarom openbare voorzieningen onthouden. Een derde probleem is dat het in veel arme wijken wegens de ligging en overbevolking moeilijk en duur is deze diensten te verlenen.
Wat gebeurt er met het afval? Het wordt op de straten, op het open veld en in rivieren en meren gedumpt, waar het wegrot.
Risico’s voor de gezondheid
De situatie van de armen verschilt van stad tot stad. Toch zijn drie factoren vrijwel universeel. De eerste is dat hun huizen niet alleen oncomfortabel, maar ook gevaarlijk zijn. In het boek The Poor Die Young staat: „Op zijn minst 600 miljoen mensen in de Derde Wereld die in stadswijken wonen, leven in wat levens- en gezondheidsbedreigende huizen en buurten genoemd zouden kunnen worden.”
In welk opzicht kan ongeschikte behuizing bijdragen tot een slechte gezondheid? Dat men in arme stadswijken dicht op elkaar woont, draagt mede bij tot de verbreiding van ziekten, zoals tuberculose, griep en hersenvliesontsteking. Overbevolking verhoogt ook de kans op ongelukken in huis.
Door het ontbreken van voldoende en zuiver water wordt de verbreiding van door water overgebrachte ziekten als tyfus, hepatitis en dysenterie bevorderd. Het veroorzaakt ook diarree, waaraan in de ontwikkelingslanden gemiddeld elke twintig seconden een kind sterft. Onvoldoende water om de was te doen of zich te baden, maakt mensen vatbaarder voor ooginfecties en huidziekten. En als arme mensen hoge prijzen voor water moeten betalen, is er minder geld voor voedsel.
Besmetting van water en voedsel leidt tot faecaal-orale ziekten en ingewandswormen, zoals mijnwormen, draadwormen en lintwormen. Afval dat niet wordt opgehaald, trekt ratten, vliegen en kakkerlakken aan. Stilstaand water is een broedplaats voor muskieten die malaria en filariasis overbrengen.
Het moeras van de armoede
Een tweede kenmerk van het leven in een sloppenwijk is dat het voor de bewoners uiterst moeilijk is eruit los te komen. De meesten van degenen die naar de stad komen, zijn migranten die er door armoede toe zijn gebracht het platteland te verlaten. Omdat zij zich geen geschikte huisvesting kunnen veroorloven, beginnen zij hun stadsleven in achterbuurten en sloppenwijken en blijven daar dan meestal de rest van hun leven.
Velen van hen zijn ijverig en bereid hard te werken, maar zij hebben geen andere keus dan een baan te aanvaarden met lange werktijden en een laag loon. In geldnood verkerende ouders laten hun kinderen vaak werken in plaats van hen naar school te sturen, en voor kinderen die weinig of geen onderwijs hebben genoten, zijn de kansen om zich boven de omstandigheden van hun ouders uit te werken gering. Al verdienen jongeren nog zo weinig, het geld dat zij verdienen is vaak uitermate belangrijk voor hun familie. Daarom is er voor de meerderheid van de armen in de steden niet veel hoop op verbetering van hun levenslot; hun doel is overleving, van dag tot dag.
Onbemind, ongewenst
Een derde kenmerk van dit leven is dat de huisvesting onzeker is. Voor veel regeringen zijn sloppenwijken en achterbuurten een last. In plaats van te werken aan verbetering van de sloppenwijken, wat niet altijd doenlijk is, sturen regeringen er vaak bulldozers op af.
Regeringen rechtvaardigen het opruimen van sloppenwijken soms door te zeggen dat het noodzakelijk is om de stad te verfraaien of misdadigers te verjagen of de grond te gebruiken voor projectontwikkeling. Wat ook de reden mag zijn, de armen zijn de dupe. Gewoonlijk kunnen zij nergens naar toe en worden zij niet of nauwelijks schadeloos gesteld. Maar als de bulldozers eraan komen, blijft er weinig anders over dan te vertrekken.
De rol van de regering
Waarom zorgen de regeringen niet voor geschikte huisvesting met water, riolering en vuilophaaldiensten voor iedereen? Het boek Squatter Citizen antwoordt: „Veel Derde-Wereldlanden hebben zo’n tekort aan financiën en zo weinig kans om zich een stabiele en welvarende plaats op de wereldmarkt te veroveren, dat men hun levensvatbaarheid als nationale staten ernstig in twijfel zou kunnen trekken. Men kan kwalijk kritiek uitoefenen op een regering omdat ze in gebreke blijft zich om de behoeften van haar onderdanen te bekommeren, als de natie in haar geheel zo’n financieel tekort heeft dat er onder de huidige omstandigheden niet eens voldoende geld is om aan de fundamentele behoeften te voldoen.”
In veel landen gaat de economische situatie achteruit. Vorig jaar berichtte de aftredende secretaris-generaal van de Verenigde Naties: „De positie van de meeste ontwikkelingslanden in de wereldeconomie is al enige tijd aan het verslechteren. . . . Ruim een miljard mensen leven nu in absolute armoede.”
Hoe staat het met de ontwikkelingshulp?
Waarom doen de welvarende landen niet meer om te helpen? In het door de Wereldbank uitgebrachte ontwikkelingsrapport, waarin de uitwerking van de hulp op de armoede wordt besproken, wordt erkend: „Bilaterale donors [die in 64 procent van alle ontwikkelingshulp voorzien] . . . verlenen hulp om vele redenen — politieke, strategische, commerciële en humanitaire. Het terugdringen van de armoede is er slechts één van, en gewoonlijk is dat lang niet het belangrijkste motief.”
Daar staat tegenover dat zelfs als regeringen over de middelen beschikken om de benarde situatie van de armen te verbeteren, zij dit niet altijd doen. Een probleem in veel landen is, dat terwijl de plaatselijke overheid voor behuizing en andere voorzieningen moet zorgen, ze van de hogere overheden noch de bevoegdheid noch de geldmiddelen krijgt om die taak te volbrengen.
Steden van de toekomst
Op grond van de tendensen in de afgelopen decennia schilderen deskundigen een somber toekomstbeeld voor de armen in de steden in de ontwikkelingslanden. Volgens hen zal de snelle groei van de steden zich voortzetten en zullen regeringen de meeste stadbewoners niet kunnen voorzien van stromend water, riolering, verharde wegen, gezondheidszorg en hulpverleningsdiensten.
Steeds vaker zullen er nederzettingen worden gebouwd op gevaarlijke terreinen, zoals hellingen, vlakten waar overstromingsgevaar bestaat of verontreinigde grond. Steeds vaker zullen mensen aan ziekten lijden als gevolg van overbevolking en ongezonde omstandigheden. Steeds vaker zullen de armen in de steden onder de voortdurende dreiging van gedwongen uitzetting leven.
Betekent dit dat er geen hoop is voor bewoners van sloppenwijken zoals het meisje met de sinaasappels dat aan het begin van dit artikel is beschreven? Beslist niet!
Een drastische verandering op komst
Uit Gods Woord, de bijbel, blijkt dat er een drastische verandering ten goede zal komen — en wel binnenkort. Die verandering zal niet door de krachtsinspanningen van menselijke regeringen tot stand worden gebracht, maar door Gods koninkrijk, een hemelse regering die spoedig de heerschappij over de hele aarde zal overnemen. — Mattheüs 6:10.
Onder Gods koninkrijk zullen godvruchtige gezinnen niet gedoemd zijn hun leven in smerige achterbuurten of sloppenwijken te slijten, maar in een paradijs wonen (Lukas 23:43). In plaats van voortdurend in angst te leven op straat gezet te worden, zullen zij, zo zegt de bijbel, „werkelijk ieder onder hun wijnstok en onder hun vijgeboom zitten, en er zal niemand zijn die hen doet beven”. — Micha 4:4.
Onder Gods koninkrijk zullen mensen in plaats van in overbevolkte mensenpakhuizen jong te sterven, „stellig huizen bouwen en bewonen, en zij zullen stellig wijngaarden planten en hun vrucht eten. . . . Want als de dagen van een boom zullen de dagen van mijn volk zijn.” — Jesaja 65:21, 22.
U vindt het misschien moeilijk deze beloften te geloven, maar u kunt er zeker van zijn dat ze zullen uitkomen. Waarom? Omdat God niet liegt en ’bij God geen verklaring een onmogelijkheid zal zijn’. — Lukas 1:37; Numeri 23:19.
[Illustratie op blz. 13]
Onder Gods koninkrijk zullen armoede en sloppenwijken plaats maken voor paradijselijke toestanden