Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/9 blz. 20-22
  • Mijn speurtocht naar een betere wereld

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn speurtocht naar een betere wereld
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mijn doel — een revolver kopen en gebruiken
  • Het kloosterleven — verwachting en werkelijkheid
  • Mijn politieke activiteiten
  • Mijn privé-leven — de grootste desillusie
  • Een keerpunt
  • Geweld maakt plaats voor een nieuwe, christelijke persoonlijkheid
  • Ik was een katholieke non
    Ontwaakt! 1972
  • Hoe mijn geestelijke dorst gelest werd
    Ontwaakt! 2003
  • Ik was een katholieke non
    Ontwaakt! 1985
  • Waarom worden alle soorten van mensen Jehovah’s getuigen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/9 blz. 20-22

Mijn speurtocht naar een betere wereld

Verteld door een voormalige katholieke non

EEN betere wereld — was dat mogelijk? Een wereld vol haat, geweld, zelfzucht, corruptie, onrecht en lijden was toch niet de wereld die God bij de schepping voor ogen stond? Een betere wereld moest mogelijk zijn. En ik was vastbesloten om te helpen die te verwezenlijken.

Ik ben geboren en getogen in de provincie Corrientes (Argentinië), een streek die bekend is wegens de verering van de Maagd van Itatí. De bevolking is katholiek, extreem religieus, en maakt elk jaar menige pelgrimstocht om die maagd te vereren. Ik was een van hen. Van kindsbeen af verlangde ik ernaar deze God over wie zo veel werd gesproken, te leren kennen, maar mijn vader verbood mij catechismuslessen bij te wonen. Later, toen ik een puber was, werd mijn vader door verkeerde omgang een dronkaard. Daar leden wij allemaal onder, maar vooral mijn moeder, die het het zwaarst te verduren had als hij schold en erop los sloeg. Daardoor ging ik het andere geslacht haten en alle mannen als slecht en pervers beschouwen.

Mijn doel — een revolver kopen en gebruiken

Het onderwijs bracht echter het beste in mij naar boven. Ik leerde ijverig en met volharding, haalde diploma’s voor naaien en handelsvakken en studeerde later met de hoogste cijfers af als lerares. Nu begonnen mijn liefste wensen in vervulling te gaan: het behalen van titels en diploma’s die mij van het vaderlijk juk zouden bevrijden. Tegelijkertijd maakte ik plannen om hard te werken zodat ik de situatie van mijn moeder kon verbeteren en daarna — een revolver te kopen om mijn vader te vermoorden!

Dit gaf mij natuurlijk geen vreugde, laat staan vrede en geluk. Ik voelde mij eerder een gekooid dier. Ik was twintig jaar en bevond mij in een doolhof zonder uitgang.

Het kloosterleven — verwachting en werkelijkheid

Omstreeks die tijd begon ik zowel met nonnen als met communisten om te gaan. Beide partijen probeerden met hun ideeën druk op mij uit te oefenen. Maar de gedachte de armen in verre gebieden als Afrika en Azië te helpen, deed mij voor het klooster kiezen.

Ik heb veertien jaar in een klooster gezeten. Mijn leven in het klooster was geriefelijk, rustig en vredig. Pas toen ik begon samen te werken met priesters die een filosofie aanhingen die zich richtte op de ontwikkelingslanden, werd ik mij bewust van het verschil tussen de wereld waarin wij nonnen leefden en de wereld van de rest van de mensheid — die wereld van pijn en onrecht waar mensen leden onder het zware juk van de hoge heren.

In mijn religieuze orde, de missieorde van de ongeschoeide karmelietessen, werd veel gesproken over rechtvaardigheid, maar mijn superieuren schenen daar niets van te willen weten in hun contacten met anderen. Onderwijskrachten kregen een salaris dat ver onder de door de regering vastgestelde loonschaal lag, zonder de elders wel gebruikelijke extraatjes voor henzelf en hun gezin, en zij konden op staande voet en zonder schadeloosstelling ontslagen worden. Voor het huishoudelijk personeel was de situatie nog erger; na tien tot twaalf uur in het schoolgebouw gewerkt te hebben, hadden zij nog de extra inkomsten van een bijbaantje nodig om in het onderhoud van henzelf en hun gezin te kunnen voorzien. Ik wilde die onrechtvaardige situatie rechtzetten.

Toen ik dit bij de moederoverste ter sprake bracht, zei ze tegen mij dat ik alleen nog maar een machinegeweer over mijn schouder nodig had om voor een extremist door te kunnen gaan! Op dat moment bedacht ik dat ik liever een extremist wilde zijn dan zo onmenselijk als zij waren. Daarom besloot ik om dispensatie te verzoeken van de eeuwige geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid die ik had afgelegd. Ik wilde de kerk op een breder terrein helpen. De dispensatie werd dadelijk verleend.

Mijn politieke activiteiten

Toen ging ik pas werkelijk de gelofte van armoede naleven. Vaak zou ik nog geen stukje brood gehad hebben als de goedaardige mensen om mij heen er niet waren geweest. Voor het eerst kwam ik erachter hoe de gewone mensen werkelijk leefden. Ik werkte op elk gebied — religieus, sociaal en politiek — hard samen met de plaatselijke kerk. Als lerares van volwassenen had ik talrijke gelegenheden om met hen te praten over de primitieve toestanden die hun door de maatschappij waren opgedrongen, de oorzaken ervan en de mogelijke oplossingen. Wat waren die oplossingen? In de eerste plaats met vreedzame middelen en protesten werken; en vervolgens, zo nodig, geweld gebruiken om het gewenste doel, rechtvaardigheid, te bereiken.

De religieus-politieke beweging waarbij ik mij aangesloten had, is georganiseerd door katholieke priesters en wordt gesteund door leken. Ze richt haar activiteiten op de onderontwikkelde gebieden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Ze is voorstander van een onmiddellijke en radicale verandering van de sociaal-economische structuren langs revolutionaire weg, met totale afwijzing van alle vormen van economisch, politiek en cultureel imperialisme. Haar doel is een Latijnsamerikaans socialisme te grondvesten dat de schepping bevordert van de hombre nuevo (nieuwe mens), vrij van de ketens van buitenlandse politieke systemen.

Wij legden ons erop toe steeds verder in de gelederen van de armen door te dringen en ons met hun levenssituatie te identificeren. Met deze idealen voor ogen vocht ik om iedereen te helpen — jong en oud, tiener en volwassene.

Mijn privé-leven — de grootste desillusie

In mijn gevecht om de omstandigheden van de armen te verbeteren, vergat ik dat het hart verraderlijk kan zijn. Ik werd verliefd op mijn chef, een priester, met wie ik twee jaar heb samengewoond. Na verloop van tijd raakte ik zwanger. Toen de priester dat hoorde, wilde hij dat ik abortus liet plegen, wat ik weigerde aangezien dat moord zou zijn. Om het kind te behouden, moest ik mijn werk met de priester opgeven en de stad verlaten, uit vrees dat uit zou komen dat ik zijn minnares was.

Ik was zeer gekwetst toen ik de stad verliet, en overwoog zelfmoord te plegen door mij voor een trein te gooien, maar iets weerhield mij ervan. Ik zette door. Vrienden, familieleden en goedaardige mensen in mijn geboortestad schonken mij hun liefde, medeleven en begrip — iets wat de enige man van wie ik ooit heb gehouden mij nooit gegeven heeft. Toen mijn zoon werd geboren, waren het deze mensen die voor ons zorgden. Ik wilde dat mijn zoon zou opgroeien tot een sterke, energieke man, trouw aan zijn overtuiging en bereid om voor zijn idealen te sterven. Als symbool van deze wens gaf ik hem als tweede voornaam de naam Ernesto, ter nagedachtenis aan Ernesto Che Guevara (de bekende Argentijnse guerrillastrijder), voor wie ik grote bewondering koesterde.

Toen de Argentijnse regering door het leger werd omvergeworpen, kwamen de linkse groeperingen aan vervolging bloot te staan. Veel van mijn kameraden werden gearresteerd. Verscheidene keren werd er een inval in mijn huis gedaan door de encapuchados (de met een kap bedekten), die alles doorzochten en bijna al mijn bezittingen stalen. Menigmaal moest ik voor de autoriteiten verschijnen om de verblijfplaats van mijn kameraden te verraden, maar ik bleef loyaal aan mijn vrienden en verkoos de dood boven verraad.

Een keerpunt

Omdat ik onder zo’n druk leefde, had ik iemand nodig om mee te praten, iemand die ik kon vertrouwen en op wie ik kon rekenen als ware vriend. Toen kwamen er twee getuigen van Jehovah bij mij aan de deur. Ik vond het fijn hen te ontvangen omdat ik bij hen een bepaalde rust en vriendelijkheid opmerkte die mij aantrok. Ik wilde dat zij terugkwamen om de bijbel met mij te bestuderen. Toen zij dat deden, legde ik hun uit in wat voor moeilijke situatie ik mij bevond en zei ik hun ronduit dat ik niet wilde dat zij erbij betrokken raakten als medeplichtigen. Zij verzekerden mij dat zij niet bang waren, omdat de autoriteiten wisten wie zij waren.

Onze bijbelstudie was van meet af aan een pad vol hindernissen. Aangezien ik het geloof en vertrouwen in God verloren had, was het erg moeilijk voor mij de leerstellige punten uit het bijbelstudieboek De waarheid die tot eeuwig leven leidt te aanvaarden. Ik stond op het punt de studie af te breken omdat ik van mening was dat de bijbel een mythe was en dacht dat Marx gelijk had toen hij zei dat religie „de opium van het volk” was. Toen ik mijn gevoelens aan de Getuigen kenbaar maakte en hun zei geen tijd meer aan mij te verspillen, antwoordden zij dat zij het niet als tijdverspilling beschouwden om mensen te helpen die hulp nodig hadden.

Ik kreeg een andere indruk toen ik uitgenodigd werd om naar de Koninkrijkszaal te komen. Ik had genoeg van vergaderingen waar dialoog, wederzijds respect en vriendelijkheid zo duidelijk ontbraken. Maar de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen waren anders. Ze zijn op de bijbel gebaseerd en geloofversterkend en zetten ons ertoe aan elkaar en zelfs onze vijanden lief te hebben.

Geweld maakt plaats voor een nieuwe, christelijke persoonlijkheid

Eindelijk had ik de manier gevonden om de wereld te verbeteren. Op 8 juni 1982 symboliseerde ik mijn opdracht aan Jehovah God door de waterdoop en toen verlangde ik er als nooit tevoren naar de oude persoonlijkheid, de politieke hombre nuevo van geweld, af te leggen en de nieuwe persoonlijkheid met haar schitterende, in Galaten 5:22, 23 beschreven vruchten aan te doen. Nu neem ik deel aan een ander soort oorlogvoering, een christelijke, door het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken en mezelf te geven om anderen de Koninkrijkswaarheid van een toekomstige betere wereld te onderwijzen.

Wat is het een zegen om mijn jonge zoon te kunnen leren dat hij in plaats van op te groeien om een navolger van Ernesto Che Guevara te worden, in de voetstappen van Christus Jezus, onze Leider en ons Voorbeeld, kan treden! Ik bid dat mijn zoon en ik, samen met allen die rechtvaardigheid liefhebben, met inbegrip van mijn vroegere kameraden en mijn familieleden, die eeuwige betere wereld kunnen binnengaan, een paradijselijke aarde vol vreugde, vrede, geluk en rechtvaardigheid. Bij geweld is niemand gebaat; het kweekt alleen maar haat, verdeeldheid, frustraties en verdriet waar nooit een eind aan komt. Ik spreek uit ervaring, want ik heb zo’n leven geleid. — Door Eugenia María Monzón.

[Illustratie op blz. 22]

Van huis tot huis predikend in Argentinië

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen