De Kelten — Hun invloed wordt nog steeds gevoeld
Door Ontwaakt!-correspondent in Italië
HOEWEL men tegenwoordig weinig over hen hoort, hebben zij in de westerse wereld onuitwisbare sporen achtergelaten. Zij verschenen ruim 2500 jaar geleden op het toneel en hebben hun stempel gedrukt op de geschiedenis, kunst en religieuze gebruiken van Europa. En hoe vreemd het ook mag lijken, zij hebben ook ons dagelijks leven beïnvloed. Zij waren van Indo-europese afkomst en op het toppunt van hun glorie heersten zij over een uitgestrekt gebied van de oude wereld, van de Atlantische Oceaan tot Klein-Azië, van Noord-Europa tot de kust van de Middellandse Zee. Wie waren zij? De Kelten.
Zonder het te beseffen, nemen wij elke dag sporen van de Kelten waar. Zij waren het bijvoorbeeld die het gebruik van de lange broek in de westerse wereld verbreidden; zij waren ook de uitvinders van de ton. Er zijn nog andere, zichtbaarder bewijzen van hun historisch bestaan. In bepaalde gebieden van Europa kunt u nog steeds honderden versterkte heuvels of heuvelforten zien en grafheuvels of tumuli die oude graven bedekken — allemaal Keltische overblijfselen. Veel hedendaagse steden of gebieden hebben een naam die van Keltische oorsprong is, zoals Lyon en Bohemen. Misschien is het in uw omgeving de gewoonte eind oktober of begin november de doden te gedenken; het staat vast dat de Kelten dit eeuwen geleden ook deden. En als u de legenden van de Engelse koning Arthur kent, of beroemde sprookjes als Roodkapje en Assepoester, dan bent u bekend met min of meer rechtstreekse erfenissen van die Keltische beschaving.
Mettertijd ontstonden er over de Kelten, net als over veel andere volken, verschillende denkbeelden, afhankelijk van wie hen beschreef. Plato (een Griek, vierde eeuw v.G.T.) beschreef hen als een drankzuchtig en oorlogszuchtig volk. In de ogen van Aristoteles (een Griek, vierde eeuw v.G.T.) waren zij een volk dat het gevaar tartte. Volgens de Grieks-Egyptische geograaf Ptolemaeus (tweede eeuw G.T.) vreesden de Kelten slechts één ding — dat de hemel op hun hoofd zou vallen! Hun vijanden omschreven hen over het algemeen als wrede, onbeschaafde barbaren. Dank zij de vooruitgang die in de studie van de Kelten is geboekt, „kunnen wij [nu] een heel ander beeld van de Kelten schilderen dan wij slechts twintig jaar geleden hadden gekund”, zegt Venceslas Kruta, een van de meest gezaghebbende geleerden op dit gebied.
Hun opkomst en ondergang
De Kelten waren eigenlijk een groep volken die bijeen werd gehouden „door een gemeenschappelijke taal en ambachtskunst, militaire structuur en religieuze opvattingen die uniform genoeg waren om herkenbaar te zijn” (I Celti, supplement bij La Stampa, 23 maart 1991). Het is daarom correcter van een Keltische cultuur te spreken dan van een etnische groep. Galliërs, Keltiberiërs, Senonen, Cenomani, Insubriërs en Boii waren de namen van enkele van de stammen die gebieden bewoonden die wij nu kennen als Frankrijk, Spanje, Oostenrijk en Noord-Italië. Andere vestigden zich in de loop der tijd op de Britse Eilanden.
Kennelijk verspreidde de oorspronkelijke Keltische kern zich vanuit Midden-Europa. Er wordt geen melding van hen gemaakt in historische geschriften van vóór de zesde eeuw v.G.T. De Griekse geschiedschrijver Herodotus was een van de eersten die hen ter sprake bracht en hij beschreef hen als „de verste inwoners van West-Europa”. Geschiedschrijvers uit de oudheid maken bovenal melding van hun krijgsverrichtingen. Verschillende Keltische stammen trokken op tegen de Etrusken in Boven-Italië en vervolgens in het begin van de vierde eeuw v.G.T. tegen Rome, dat zij innamen. Volgens Latijnse kroniekschrijvers als Livius trokken de Kelten zich pas terug nadat er een passende afkoopsom was betaald en Brennus, de aanvoerder van de Kelten, de woorden vae victis, „wee de overwonnenen”, had uitgesproken. Nog in deze tijd leven de Kelten voor degenen die de avonturen van de fictieve Gallische strijders Asterix en Obelix lezen in de in vele talen verschenen stripboeken.
Omstreeks 280 v.G.T. was het de beurt van Griekenland om kennis te maken met de Kelten toen een andere Keltische Brennus de ingang van het beroemde heiligdom van Delphi wist te bereiken, zonder er echter in te slagen het in te nemen. In diezelfde periode trokken enkele Keltische stammen, door de Grieken Galatai genoemd, de Bosporus over en vestigden zich in het noorden van Klein-Azië, in de streek die nadien Galatië werd genoemd. In 50–52 G.T. woonden er enkele vroege christenen in dat gebied. — Galaten 1:1, 2.
De Kelten stonden in oude tijden bekend als dappere krijgers, begiftigd met grote fysieke kracht. Zij hadden niet alleen een indrukwekkende lichaamsbouw, maar zij maakten, om hun vijanden schrik aan te jagen, hun haar nat met een mengsel van krijt en water dat hun, als het was opgedroogd, een bijzonder woest aanzien gaf. En dat is precies zoals zij op oude beelden werden voorgesteld, met „gipshaar”. Hun lichaamsbouw, hun strijdlust, hun wapens, hun haardracht en hun typische lange snorren droegen allemaal bij tot het beeld van de Gallische furie die hun vijanden zo vreesden en die in de verhalen van Asterix wordt getypeerd. Dit was waarschijnlijk de reden waarom in die tijd veel legers, waaronder het leger dat door de Carthaagse bevelhebber Hannibal werd aangevoerd, Keltische huurlingen in dienst namen.
Tegen het einde van de eerste eeuw v.G.T. begon de macht van de Kelten echter onverbiddelijk te tanen. De veldtocht van de Romeinen tegen Gallië onder aanvoering van Julius Caesar en andere bevelhebbers bracht het Keltische militaire apparaat op de knieën.
Vernieuwers op het gebied van de kunst
Om verschillende redenen bestaat het rechtstreekse bewijs dat dit volk ons van zijn bestaan heeft nagelaten bijna uitsluitend uit ambachtsprodukten, die voor het merendeel in hun talrijke graven zijn gevonden. Ornamenten, verschillende soorten vaten, wapens, munten en dergelijke, die volgens deskundigen ’onmiskenbaar van hen afkomstig zijn’, waren voorwerpen waarmee met naburige volken op grote schaal ruilhandel werd gedreven. In Norfolk (Engeland) zijn onlangs verschillende gouden voorwerpen gevonden, onder andere enkele torques, de karakteristieke stijve halsringen. Zoals op de foto’s op deze bladzijden te zien is, waren de Keltische goudsmeden zeer kundig. „Metaal was voor de Kelten kennelijk het materiaal bij uitstek voor kunstvoorwerpen”, verklaart een geleerde. Om het beter te kunnen bewerken, gebruikten zij voor die tijd zeer geavanceerde smeltovens.
Het is interessant dat de Keltische kunst, in tegenstelling tot de Grieks-Romeinse kunst uit dezelfde periode, waarbij werd geprobeerd de werkelijkheid na te bootsen, hoofdzakelijk decoratief was. Menselijke en dierfiguren werden vaak gestileerd en er kwamen heel veel symbolische elementen voor, die dikwijls een magische of religieuze betekenis hadden. De archeoloog Sabatino Moscati zegt: „Wij hebben ongetwijfeld te maken met de oudste, de grootste en de sterkst decoratieve versieringskunst die Europa ooit heeft gekend.”
Een door religie gereglementeerd bestaan
De Keltische stammen leidden over het algemeen een heel eenvoudig leven, zelfs in de oppida, hun karakteristieke versterkte steden. De stammen werden geregeerd door de aristocratie en de gewone burgers telden nauwelijks mee. Door het ruwe klimaat in de gebieden waar zij woonden, was het leven niet gemakkelijk. Misschien was een belangrijke reden waarom zij naar het zuiden trokken niet alleen economisch gewin maar ook het zoeken naar een milder klimaat.
Het dagelijks leven van de Kelten werd sterk beïnvloed door de godsdienst. „De Galliërs zijn een zeer religieus volk”, schreef Julius Caesar. „Hun geloof in een leven na de dood en in de onsterfelijkheid van de ziel was zo groot,” vertelde de geleerde Carlo Carena, daarmee een Latijns geschiedschrijver citerend, „dat zij met een gerust hart geld uitleenden en ermee instemden dat zij het pas in de hel terugbetaald zouden krijgen.” In veel graven is trouwens naast de lijken voedsel en drank aangetroffen, kennelijk verschaft voor de veronderstelde reis naar de andere wereld.
Een van de gemeenschappelijke kenmerken van alle Keltische stammen was een priesterklasse, georganiseerd in minstens drie standen: barden, vates en druïden. Terwijl de eerste twee groepen een minder belangrijke functie bekleedden, waren de druïden, wat misschien „zeer wijs” betekent, verantwoordelijk voor het overdragen van zowel sacrale als praktische kennis. De wetenschapper Jan de Vries legt uit dat het om een „zeer machtige priesterschap ging, die onder leiding stond van een hoofddruïde, aan wiens beslissing iedereen zich moest onderwerpen”. De druïden waren ook degenen die op vaste tijden in het „heilige” woud het rituele snijden van de maretak verrichtten.
Het was echt niet gemakkelijk om druïde te worden. Het kostte een nieuweling ongeveer twintig jaar om de religieuze en technische kennis van de kaste uit het hoofd te leren. De druïden stelden nooit iets over religieuze aangelegenheden op schrift. Hun tradities werden mondeling doorgegeven en dat is de reden waarom wij zo weinig over de Kelten weten. Maar waarom verboden de druïden dat er iets op schrift werd gesteld? Jan de Vries maakt duidelijk dat „mondeling overgedragen tradities met elke generatie worden vernieuwd: De oorspronkelijke inhoud wordt intact gelaten en kan terzelfder tijd steeds aan de veranderende omstandigheden worden aangepast. Juist daardoor waren de druïden in staat gelijke tred te houden met hun voortschrijdende kennis.” De schrijver Sergio Quinzio verklaart: „Als de exclusieve beheerder der sacrale kennis bezat de priesterschap bijzonder veel gezag.” Zo hadden de druïden altijd het heft in handen.
Er is weinig bekend over de Keltische godheden. Ondanks het feit dat er veel sculpturen en afbeeldingen van hen zijn gevonden, waren ze bijna allemaal naamloos en daarom is het moeilijk te zeggen welke god of godin erdoor werd voorgesteld. In de beroemde Gundestrup-ketel, die in Denemarken is gevonden, staan naar het schijnt afbeeldingen van enkele van deze goden. Namen als Lug, Esus, Cernunnos, Epona, Rosmerta, Teutates en Sucellus zeggen ons in deze tijd niet veel; toch hebben deze goden het dagelijks leven van de oude Kelten krachtig beïnvloed. Het was niet ongewoon dat de Kelten ter ere van hen mensenoffers brachten (vaak vijanden die in de strijd waren overwonnen). Soms werden de hoofden van de slachtoffers als macabere versieringen gedragen en het kwam ook voor dat er mensenoffers werden gebracht met als enig doel voortekens te verzamelen uit de manier waarop de slachtoffers stierven.
Een in het oog springend kenmerk van de Keltische religieuze wereld was de goddelijke triade. Volgens de Encyclopedia of Religion „is het getal drie waarschijnlijk het belangrijkste element in de religieuze symboliek van de Kelten; van de mystieke betekenis van het begrip drieledigheid wordt in bijna alle delen van de wereld getuigd, maar de Kelten schijnen zich er bijzonder sterk en voortdurend van bewust geweest te zijn.”
Sommige geleerden zeggen dat wanneer een godheid als drieënig of met drie gezichten wordt voorgesteld, dit erop neerkomt dat men deze als alziend, alwetend beschouwt. Beelden met drie gezichten werden op kruispunten van belangrijke wegen gezet, misschien met het doel „toezicht te houden” op de ruilhandel. Bepaalde geleerden bevestigen dat de triaden soms de indruk wekten „één te zijn in drie personen”. In deze tijd beelden de kerken van de christenheid in deze zelfde gebieden waar sculpturen van Keltische drieënige godheden zijn gevonden, de Drieëenheid nog op dezelfde manier uit. Maar in de Heilige Schrift wordt niet geleerd dat God en Jezus aan elkaar gelijk en deel van een Drieëenheid zijn. — Johannes 14:28; 1 Korinthiërs 11:3.
Ja, het huidige dagelijks leven en denken van veel volken wordt door de Kelten beïnvloed, misschien meer dan wij denken.
[Kaart/Diagram op blz. 18]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Het verspreidingsgebied van de Kelten
La Tène
Rome 390 v.G.T.
Delphi 279 v.G.T.
Galatië 276 v.G.T.
Noordzee
Middellandse Zee
Zwarte Zee
[Illustraties op blz. 16, 17]
1. Ambiorix, koning van de Eburones;
2. Gundestrup-ketel;
3. IJzeren helm;
4. Helm van brons, ijzer en goud;
5. Bronzen armband;
6. Gestileerd stenen hoofd;
7. Let op de driehoofdige god op deze terracotta vaas;
8. Gouden torque;
9. Gouden versiersels;
10. Gouden torque;
11. Bronzen everzwijn als helmversiering
[Verantwoording]
Foto’s 2-6, 8-11 Met toestemming van het Palazzo Grassi (Venetië); 7 Bibliothèque Nationale (Parijs)