U kunt voor een publiek spreken!
MARIE herinnert zich lachend haar eerste poging om voor een grote groep te spreken. „Kort nadat ik met mijn voordracht was begonnen,” zegt zij, „viel ik flauw!”
De ervaring van Marie, hoe extreem ook, illustreert de aversie die velen tegen spreken in het openbaar hebben. Sommigen zouden nog liever doodgaan! Dit bleek uit een enquête waarin de vraag werd gesteld: „Waar bent u het bangst voor?” Zoals verwacht stonden „hoogte”, „financiële problemen”, „vliegen”, „ernstige ziekte” en „dood” boven aan de lijst. Maar daarboven nog stond — angst nummer één — „spreken voor een groep”!
Zelfs bekende mannen uit de bijbel toonden aanvankelijk angst voor spreken in het openbaar. „Ik weet werkelijk niet hoe ik moet spreken”, zei Jeremia. „Ik ben nog maar een jongen” (Jeremia 1:6). Mozes’ reactie op zijn toewijzing was: ’Ik ben geen vlotte spreker. Stuur alstublieft iemand anders’ (Exodus 4:10, 13). Toch werden zowel Jeremia als Mozes uitstekende sprekers die prominente leiders en grote menigten toespraken.
Voor u kan hetzelfde gelden. Spreken in het openbaar is een latente bekwaamheid die iedereen kan ontwikkelen. U kunt uw angst om in het openbaar te spreken overwinnen door de volgende suggesties op te volgen:
1. Plak uzelf geen etiket op
„Ik ben te verlegen.” „Ik ben te jong.” „Ik ben te oud.” Dit zijn voorbeelden van etiketten die men zichzelf opplakt. Ze verhinderen u doeleinden te bereiken die best haalbaar zijn.
Etiketten worden vaak zichzelf vervullende profetieën. Wie bijvoorbeeld zichzelf het etiket „verlegen” opplakt, zal gelegenheden om zijn verlegenheid te overwinnen uit de weg gaan. Dit gedrag overtuigt hem er vervolgens van dat hij werkelijk verlegen is. Zo ontstaat er een kringetje waarin hij zich gedraagt overeenkomstig het zichzelf opgeplakte etiket en het bevestigt. Een psycholoog merkt op: „Als u gelooft dat u iets niet kunt, . . . zult u er ook naar handelen, en zelfs zo zijn.”
Dr. Lynne Kelly van de University of Hartford (VS) beweert dat verlegenheid een aangeleerde reactie kan zijn. Wat wij aanleren, kunnen wij afleren. Hetzelfde kan gelden voor plankenkoorts en andere belemmeringen voor spreken in het openbaar.
2. Trek profijt van uw nervositeit
Een ervaren actrice werd eens gevraagd of zij na al die jaren nog steeds last van zenuwen had voor een optreden. „Natuurlijk”, zei ze. „Ik krijg nog steeds voor elk optreden vlinders in mijn buik. Maar in de loop der jaren is het me gelukt ze in formatie te leren vliegen.”
Het doel is dus nervositeit te beheersen, niet er helemaal af te komen. Waarom? Omdat niet alle nervositeit verkeerd is. Er zijn twee vormen van nervositeit. De ene is het gevolg van gebrek aan voorbereiding. Maar de andere is een positievere bezorgdheid. Die vorm van nervositeit is goed voor u omdat ze u ertoe aan zal zetten uw best te doen. Die nervositeit bewijst gewoon dat u niet onverschillig bent. Om nervositeit tot een minimum te beperken, moet u het volgende eens proberen:
Bezie uw lezing meer als een gesprek dan als een toespraak. „Het is niets anders dan gewoon praten,” zegt de veteraan Charles Osgood, „en dat doet u toch vaak genoeg.” Het publiek in zijn geheel is uw gesprekspartner. Soms kan het gepast zijn u te ontspannen en te glimlachen. Hoe meer u op conversatietoon spreekt, hoe meer ontspannen u zult zijn. Er zijn echter momenten dat de stof en de gelegenheid om een formeler, ernstiger en zelfs dynamischer toon vragen.
Bedenk dat de toehoorders aan uw kant staan! Zelfs als nervositeit merkbaar is, hebben de meeste toehoorders empathie. Bezie hen dus als uw vriend. Zij willen dat u het er goed afbrengt! Beschouw hen als uw gasten en uzelf als de gastheer. In plaats van te denken dat uw toehoorders u op uw gemak moeten stellen, moet u tegen uzelf zeggen dat u als gastheer hen op hun gemak gaat stellen. Door de rollen zo om te draaien, zult u minder last hebben van nervositeit.
Concentreer u op uw boodschap, niet op uzelf. Zie uzelf als een boodschapper die gewoon een telegram moet bezorgen. De boodschapper krijgt weinig aandacht; het is het telegram dat de ontvanger wil. Hetzelfde geldt wanneer u aan een publiek een boodschap overbrengt. Het gaat in de eerste plaats om de boodschap, niet om u. Hoe enthousiaster u bent over de boodschap, hoe minder druk u zich maakt om uzelf.
Eet vooraf niet te veel. Een professionele spreker herinnert zich dat hij eens een stevige maaltijd had genuttigd voordat hij een twee uur durende lezing hield. Hij weet nog over zijn lezing te vertellen: „Het bloed dat in mijn hersenen had moeten zijn, bevond zich helemaal in mijn maag, worstelend met de biefstuk en de aardappelen.” Een stevige maaltijd kan uw ergste vijand zijn als u voor een publiek moet staan. Let ook op wat u drinkt. Cafeïne kan u nerveus maken. Alcohol zal u suf maken.
U zult altijd wel een vlaag van nervositeit voelen als u voor een publiek begint te spreken. Maar naarmate u meer ervaring opdoet, zult u bemerken dat dit niets anders is dan aanvangsnervositeit, die kort nadat u begonnen bent, verdwijnt.
3. Bereid u voor!
„Een toespraak is een reis met een doel en moet gepland worden”, zei Dale Carnegie. „Wie nergens begint, eindigt ook nergens.” Om ergens te komen, moet u goed voorbereid zijn. Als u goed van de tongriem gesneden bent, betekent dat op zich nog niet dat u uw toehoorders iets goeds te bieden hebt. Hoe kunt u zich dus voorbereiden?
Doe naslagwerk en selecteer. Bezuinig nooit op naslagwerk. „De enige manier om u tegenover een publiek op uw gemak te voelen, is weten waarover u het hebt”, zegt communicatiedeskundige John Wolfe. Word een expert in uw onderwerp. Verzamel veel meer informatie dan u mogelijkerwijs kunt gebruiken. Ga dan uw materiaal ziften, het „kaf” van het „koren” scheiden. Zelfs het „kaf” is niet verspild — het zal u nog meer vertrouwen geven in de informatie die u wel gaat gebruiken.
Denk na. Leef u helemaal in uw onderwerp in. Laat er op elk willekeurig moment van de dag uw gedachten over gaan. „Denk er zeven dagen over na; droom er zeven nachten over”, zei Dale Carnegie. De apostel Paulus vermaande Timotheüs: „Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs.” Maar voordat hij dit zei, gaf hij de dringende raad: „Denk diep over deze dingen na, ga er geheel in op.” Ja, een goed spreker is in de eerste plaats iemand die goed nadenkt. — 1 Timotheüs 4:15, 16.
Denk erover na totdat de belangrijkheid en dringendheid van uw boodschap uw nervositeit overheersen. Daardoor kon Jeremia over zijn boodschap zeggen: „In mijn hart bleek het te zijn als een brandend vuur, opgesloten in mijn beenderen; en ik werd moe van het inhouden en was niet bij machte het te verdragen” (Jeremia 20:9). En dat kwam uit de mond van dezelfde man die eerst over zijn toewijzing had gezegd: ’Ik weet niet hoe ik moet spreken.’
Neem uw publiek in aanmerking. Draag uw meest presentabele kleren. Ook het materiaal waar u onderzoek naar doet, moet aan uw toehoorders aangepast worden. Neem hun denkwijze dus in aanmerking: Wat is hun geloofsovertuiging? Wat weten zij al over uw onderwerp? Hoe sluit uw materiaal aan bij hun dagelijks leven? Hoe meer u zich met deze vragen bezighoudt, hoe geboeider uw toehoorders zullen luisteren; zij zullen uw informatie zien als afgestemd op hun specifieke behoeften.
Beste beentje voor
De wereld van vandaag de dag beschikt over elk denkbaar middel voor ogenblikkelijke communicatie. Toch „is in de meeste situaties”, zo merkt het boek Get to the Point op, „de doeltreffendste manier van communicatie die van mens tot mens”. De bovenstaande suggesties zullen u helpen die communicatie meester te worden. In plaats van ervoor te bedanken wegens nodeloze angst, zult u tot de ontdekking komen dat u kunt spreken voor een publiek!
[Kader op blz. 22]
Kalmerende oefeningen
Als de omstandigheden het toelaten, kunnen de volgende oefeningen uw nervositeit doen afnemen voordat u een publiek moet toespreken.
● Wriemel met uw vingers, schud uw polsen en armen. Trek uw schouders hoog op en ontspan ze daarna. Herhaal dit een aantal keren.
● Buig uw hoofd naar voren en beweeg het vervolgens heen en weer.
● Beweeg uw kaak heen en weer. Sper uw mond wijd open.
● Neurie zachtjes, nu eens hoog dan weer laag.
● Haal verscheidene keren langzaam diep adem.
[Kader op blz. 23]
Hoe uw voordracht te verbeteren
Houd rekening met de grootte van het publiek: Bij een groot publiek hebt u meer volume nodig. Gebaren moeten weidser en de stem moet krachtiger zijn.
Leg leven in uw stem. Stelt u zich eens voor dat u op een muziekinstrument speelt dat maar één toon heeft! Uw stem is uw instrument. Als uw voordracht „één-tonig” — monotoon — is, zult u uw luisteraars vermoeien.
Let op uw houding. Een slappe houding komt onverschillig over. Stijfheid duidt op gespannenheid. Streef naar een juist evenwicht — ontspannen en alert, maar niet onverschillig of gespannen.
Maak gebaren. Niet alleen voor de nadruk. Gebaren maken ontspant de spieren en verbetert de ademhaling, wat kalmerend werkt op de stem en de zenuwen.
Kleed u bescheiden. U brengt de boodschap over, niet uw kleding. De mening van de toehoorders over uw uiterlijk is net zo belangrijk — zo niet belangrijker — als de uwe.
Houd oogcontact. Als u in een spel waarbij de bal gevangen moet worden een bal gooit, kijkt u of hij gevangen wordt. Elke gedachte in uw lezing is een afzonderlijke „worp” naar de toehoorders. Of zij die „opgevangen” hebben, blijkt uit hun reactie — een knikje, een glimlach, een aandachtige blik. Houd goed oogcontact om u ervan te verzekeren dat uw ideeën „opgevangen” worden.