Een kijkje in het gouden tijdperk van de Inka’s
Door Ontwaakt!-correspondent in Peru
Het is de tijd van het wintersolstitium — tijd voor het grote zonnefeest. Terwijl de wolkeloze winterhemel boven Cuzco lichter wordt, stromen de aanbidders samen binnen de zware, rond lopende muren die de Zonnetempel omgeven.
Alle ogen zijn nu gericht op de hogepriester, die de offerlama doodt, het nog kloppende hart eruit neemt en een daad van waarzeggerij verricht om het lot voor het nieuwe jaar vast te stellen. Een glanzend gepoetste zilveren spiegel schittert in zijn hand als hij de zonnestralen op een stukje katoen richt. Ten slotte is er een rookwolkje te zien, en opnieuw brandt het heilige vuur. Het negen dagen durende feest is begonnen.
DE INKA’S en hun beschaving hebben lange tijd bij zowel ontdekkingsreizigers als historici en lezers over de geschiedenis verwondering gewekt. De legendarische Inkarijkdommen aan goud en zilver die door Spaanse veroveraars werden buitgemaakt, veranderden het hele Europese economische stelsel. Wonderen van bouwkunst, zoals de citadel van het mysterieuze Machu Picchu, het fort Sacsayhuamán van Cuzco en het ingenieuze irrigatiesysteem getuigen van het technische vernuft van de Inka’s. Sommigen beweren zelfs dat diefstal, luiheid of verdorvenheid onder de Inka’s niet voorkwamen. Dit in het midden gelaten is het gewoonweg opmerkelijk dat één enkele regering over talrijke verschillende stammen kon heersen, waarvan er veel veilig verscholen enkele van de hoogste en verraderlijkste bergen ter wereld bewoonden.
Hun oorsprong — een raadsel
Maar wie waren de Inka’s eigenlijk? Waar kwamen zij vandaan? Waaraan ging hun machtige rijk ten onder?
Niemand weet echt waar de Inka’s vandaan zijn gekomen. Sommigen hebben opgemerkt dat zij overeenkomsten vertoonden met de oude Egyptenaren. Net als Farao werd de Inkavorst vereerd als de zoon van de zonnegod en trouwde hij ook met zijn zuster om het „koninklijke bloed” zuiver te houden. Sommige religieuze gebruiken waren hetzelfde, en de Inkaboten die eens over het Titicacameer voeren, leken heel veel op de Egyptische boten van riet. Ondanks al hun overeenkomsten zijn er toch ook een aantal grote verschillen tussen de Inka’s en de Egyptenaren. Dat de Inka’s van Egyptische oorsprong zouden zijn, wordt dan ook ernstig betwijfeld.
Het is interessant dat in een Inkalegende wordt beweerd dat de oorspronkelijke Inka’s overlevenden van een vloed waren. In het boek Sociografia del Inkario staat: „Alle overleveringen van de bevolking van het Andesplateau, de Altiplano, spreken over een vloed die de hele aarde onder water had gezet.” Volgens één Inkalegende kwamen alle levende wezens om. Een andere versie spreekt echter over enkele personen „die, door zich op een zeer hoge bergtop in een spelonk te verbergen, gespaard bleven en de aarde opnieuw bevolkten”.
De overeenkomst met het bijbelse vloedverslag is treffend. Niettemin moeten de voorouders van de Inka’s enige tijd na de spraakverwarring in Babel naar Zuid-Amerika zijn getrokken. — Genesis 11:1-9.
Maar wat voor mensen waren de oude Inka’s eigenlijk? Hoe leefden zij? Laten wij voor het antwoord eens in de tijd teruggaan naar het gouden tijdperk van de Inka’s.
Het leven in een ayllu in het Inkarijk
Het is het jaar 1500. Wij laten onze blik gaan over een met kleine woningen bezaaide vallei beneden ons. Het is een dorp van een Inka-ayllu, ofte wel een clan van gezinnen die bij elkaar wonen en samenwerken. Het hele Inkarijk is verdeeld in ayllu’s, elk bestuurd door een hoofd, curaca genoemd. De gezinnen wonen in een van steen en leem opgetrokken huis met een strodak. Er bestaan vrijwel geen tafels, stoelen of enig ander materieel gerief. Zij zitten eenvoudig op de grond voor het nuttigen van hun twee sobere maaltijden per dag, bestaande uit gedroogde aardappels, maïs, quinoa en gedroogd lamavlees. ’s Nachts slaapt het hele gezin op de grond.
Een geheimzinnige angst voor het kwaad doordringt vrijwel elk aspect van het Inkaleven. Wij komen bij een groep mensen die zich hebben verzameld rond een pasgelegd fundament voor een kamer van adobe. Een man zet plechtstatig een gedroogde lamafoetus in een kleine ingebouwde nis. Dit doet hij om de Pacha-Mama ofte wel Moeder Aarde gunstig te stemmen en het huis tegen kwaad te beschermen. Andere fetisjen, bestaande uit dierebeeldjes, schelpen en veren, zullen in de voegen van de muren worden gestopt of in het strodak worden verwerkt.
De Inka’s zijn bang dat hun zelfs wanneer zij slapen kwaad zal overkomen. Van vreemde dromen wordt gedacht dat het avonturen zijn die de ziel beleeft wanneer ze het lichaam ’s nachts verlaat. De volgende morgen kan een tovenaar worden geraadpleegd om zulke dromen uit te leggen.
De levensverwachting van de Inka’s is kort, maar zij geloven in reïncarnatie. Afgeknipte vingernagels en haarlokken en tanden worden allemaal zeer zorgvuldig bewaard voor het geval dat de terugkerende geest ze nodig mocht hebben. Ondertussen gaat iemand als hij goed is geweest naar een plaats waar hij moet wachten, Hanan Pacha genoemd; als hij niet zo goed was naar Hurin Pacha, en als hij slecht was naar Ucu Pacha om er ellendig te lijden — te vergelijken met de voorstelling die de christenheid heeft van hemel, hel en vagevuur.
De glorie van Cuzco
Dan naderen wij het reusachtige fort Sacsayhuamán, waardoor Cuzco, het hartje van het Inkarijk, wordt beveiligd. Enorme uitgehouwen stenen, waarvan sommige meer dan honderd ton wegen, zijn door duizenden Inka-arbeiders via bergen en ravijnen van verafgelegen steengroeven hiernaar toe gesleept. Deze stenen vormen een gordel van drie formidabele muren. Door de zigzagconstructie van de muren wordt elke eventuele indringer gedwongen zijn rug bloot te geven aan Inkaboogschutters en -lansiers.
Op dit moment drommen er echter menigten samen op het plein van de Zonnetempel en allen juichen bij de intocht van een overwinningsprocessie. Een groep met ontzag en angst vervulde plattelandsmensen wordt als gevangenen binnengeleid. Zij staren vol bewondering naar de enorme, van strodaken voorziene tempelgebouwen, die met schitterend goud versierd zijn.
Op de binnenplaats van de tempel registreren Inkaboekhouders nauwkeurig het aantal krijgsgevangenen, dieren en verdere buit van deze laatste overwinning. Wanneer de hoofden zich vreedzaam overgeven, worden zij, te zamen met hun zonen, naar de Amauta’s of bekwame leraren gebracht. Daar zullen zij de Inkataal, de regels van de Inkareligie en de wet leren. Later zullen zij worden teruggestuurd om hun vroegere clan te besturen — ditmaal als afgezant van de Inka. Hun kinderen moeten echter in Cuzco blijven voor verdere opleiding. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de hoofden, wanneer zij in vrijheid zijn gesteld, niet tegen hun overwinnaars in opstand komen.
Een naburige stam had in het begin van de vijftiende eeuw bijna een eind aan de Inka’s gemaakt. De oude Inkavorst Viracocha werd gedwongen Cuzco te ontvluchten. Maar zijn zoon Pachacuti hergroepeerde de troepen en verdreef de indringers. Aangespoord door deze overwinning onderwierp hij andere stammen, en zo ontstond dit uit verschillende volken opgebouwde rijk.
De welvaart van het rijk is echter niet alleen te danken aan de oorlogsbuit. Het geheim van de Inkarijkdommen is de mit’a. Mit’a, of beurt, is een herendienst die iedereen door de Inkaheerser is opgelegd. Aangezien een gezin slechts zo’n zestig tot zeventig dagen per jaar nodig heeft om zijn eigen benodigdheden te verbouwen, wordt de overgebleven tijd aan de mit’a gewijd. Zo werkt iedereen op zijn beurt op de velden die bij de tempel horen, aan het bouwen van bruggen en tempels, de aanleg van wegen en terrassen, of het delven van goud en zilver in de mijnen. Miljoenen arbeiders zorgen ervoor dat het rijk gonst van activiteit, terwijl de Inkavorst en zijn edelen vanuit Cuzco via hoofden over duizend, honderd en tien toezicht uitoefenen op al het werk.
De Inkawet draagt ertoe bij dat deze regeling wordt nageleefd. Schuldig bevonden misdadigers kunnen veroordeeld worden tot de dood door verscheuring door wilde beesten. Het is daarom niet verwonderlijk dat het misdaadcijfer zeer laag is. Maar er zijn nog doeltreffender manieren om opstand te voorkomen. Om de negen dagen wordt door de Inkavorst een feest gegeven waarop gratis chicha, een alcoholische drank, wordt verstrekt.
De ondergang van het Inkarijk
Jarenlang heeft het Inkarijk op deze wijze voortbestaan, totdat ontwikkelingen zowel binnen als buiten het grondgebied tot de uiteindelijke ondergang leidden. Toen de Inkavorst Huayna Capac stierf, ging de troon over op zijn zoon, Huascar. Maar een onwettige zoon van Huayna Capac, Atahualpa geheten, kwam in opstand en ontketende een burgeroorlog. Duizenden Inka’s verloren het leven. Het eens zo vredige rijk raakte nu verdeeld door ontevredenheid en haat. Atahualpa besteeg de troon.
Atahualpa maakte zich niet al te veel zorgen toen een groepje in ijzer gehulde mannen zich een weg naar boven begon te banen door de bergen. Hij had er geen idee van dat zij de voorhoede vormden van een grote internationale invasie, noch besefte hij dat de blanke bezoekers zijn volk zouden besmetten met dodelijke ziekten die het Inkarijk zouden teisteren.
Door zijn waarzeggers overtuigd van de overwinning, reisde Atahualpa naar Cajamarca (nu in het noorden van Peru gelegen) om af te rekenen met een groep binnenvallende Spanjaarden. Hoewel hij omringd was door duizenden van zijn volgelingen, was hij geheel ongewapend. Toen stapte een katholieke monnik op hem toe en bood hem een religieus boek aan. De bedoeling was hem tot het katholicisme te bekeren. Maar de Inkavorst wierp het boek op de grond. Spaanse kanonnen bulderden en 6000 Inka’s werden gedood.
Atahualpa werd gespaard om te onthullen waar al het goud zich bevond. Hij bood aan een grote kamer met gouden voorwerpen te vullen in ruil voor zijn vrijheid. Zijn royale aanbod werd geaccepteerd en Atahualpa hield woord. De Spanjaarden deden dit echter niet. Atahualpa werd gewurgd, en dit betekende het einde voor het gouden tijdperk van het Inkarijk.
Met het verstrijken der eeuwen werd het leven van de Inka’s enigszins geromantiseerd. Laten wij echter niet vergeten dat, hoewel de Inka’s grote dingen tot stand hebben gebracht, zij verstrikt waren in zonaanbidding en bijgeloof. In deze tijd ziet men nog steeds onder sommige bewoners van de Andes hoe religieuze tradities, slechts iets door het katholicisme veranderd, een sobere levenswijze en bijgeloof het leven van de nakomelingen van de Inka’s beheersen.
Het is echter interessant dat velen van hen die bijgelovige angst hebben laten varen. Voor de oude Inka’s was de Schepper een verre godheid, die afhankelijk was van ondergeschikte huaca’s (heiligdommen) en goden. Maar sommige van hun nakomelingen hebben de ware God, Jehovah, leren kennen, die heel dicht bij allen is die hem zoeken. — Handelingen 17:27.
[Kader op blz. 27]
Enkele feiten over het Inkarijk
*Wat betekent de term „Inka”?
„Inka” had in eerste instantie betrekking op de koning of heerser, die Capa Inka werd genoemd, wat „Enige Heer” betekent. De term „Inka” werd ook gebezigd voor alle mannelijke afstammelingen van koninklijken bloede. In deze tijd kan de term van toepassing zijn op allen die honderden jaren geleden het Inkarijk bewoonden.
*Hoeveel bewoners telde het Inkarijk?
Naar verluidt werd het rijk op het toppunt van zijn macht door 6.000.000 mensen bevolkt, hoewel op zijn minst één bron een aantal van 12.000.000 noemt. Dit toont aan hoe groot het rijk feitelijk was, in aanmerking genomen dat de wereldbevolking in die tijd veel kleiner was dan nu.
*Hoe communiceerden de Inka’s met elkaar?
Voornamelijk verbaal, omdat de Inka’s niet konden lezen of schrijven. Het Quechua is een gesproken maar ongeschreven taal, hoewel er recentelijk pogingen in het werk zijn gesteld om een geschreven vorm te ontwikkelen, gebaseerd op andere talen. Korte officiële boodschappen werden verzonden met gebruikmaking van de quipu’s, lange koorden met knopen om inlichtingen vast te leggen.
[Illustratie op blz. 25]
De Inka’s beoefenden zonaanbidding in Machu Picchu (Peru)
[Illustraties op blz. 26]
Het fort Sacsayhuamán van Cuzco