Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 22/1 blz. 11-13
  • Deel 2: Uitbreiding ter consolidatie van de macht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 2: Uitbreiding ter consolidatie van de macht
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De handel wordt internationaal
  • Economische macht als grondlegger van wereldrijken
  • Deel 3: De hebzuchtige handel vertoont zich in zijn ware gedaante
    Ontwaakt! 1992
  • Een visioen verworpen
    Ontwaakt! 1985
  • De grondoorzaak van geldzorgen
    Ontwaakt! 1992
  • Waarom de zakenwereld beschouwd?
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 22/1 blz. 11-13

De opkomst en val van de wereldhandel

Deel 2: Uitbreiding ter consolidatie van de macht

OORSPRONKELIJK werd de handel ernstig in zijn ontwikkeling belemmerd door hetzij het helemaal niet beschikbaar zijn of anders de traagheid en de hoge kosten van vervoer en communicatie. De zeehandel was tijdrovend. Routes over land waren vol gevaren. Maar in dit alles zou spoedig verandering komen.

De handel wordt internationaal

In de hellenistische periode, van 338 v.G.T. tot 30 v.G.T., werden Middellandse-Zeesteden belangrijke handelscentra. Daartoe behoorde het Egyptische Alexandrië, in 332 v.G.T. gesticht door Alexander de Grote. Maar „tegen de tweede eeuw v.Chr. begon het hellenistische Oosten”, zo zegt de hoogleraar in de geschiedenis Shepard B. Clough, „tekenen van economische stagnatie te vertonen; in de eerste eeuw v.Chr. ging het merkbaar achteruit.” Griekenland werd als wereldmacht verdrongen door Rome. Later, onder Romeins bestuur, werd Alexandrië een provinciehoofdstad, die slechts onderdeed voor Rome zelf.

De oostelijke tegenhanger en opvolger van het Westromeinse Rijk, het Byzantijnse Rijk, bereikte zijn grootste bloei tussen de negende en de elfde eeuw. De hoofdstad Constantinopel (nu Istanbul), met een bevolking van één miljoen, was verreweg de grootste stad ter wereld. Als markt voor de zijden stoffen, specerijen, kleurstoffen en parfums uit het Oosten en het bont, barnsteen, hout en ijzer uit het Westen, vormde het een sterke economische schakel tussen Europa en Azië.

In 1204 echter, tijdens de Vierde Kruistocht, kreeg het rijk een tegenslag te verduren. De hoofdstad werd ingenomen en geplunderd; ze was het slachtoffer van economische hebzucht. Hoe dat zo? Volgens The Collins Atlas of World History „ligt de westerse drang om op zoek te gaan naar de rijkdommen van de Oriënt ten grondslag aan de kruistochten”. Daaruit blijkt duidelijk dat de kerk, hoewel ze zogenaamd gedreven werd door religieuze ijver, nog andere motieven had.

Ondertussen voerden in het middeleeuwse Europa kooplieden jaarmarkten in, waar zij goederen konden uitstallen uit verschillende landen langs de routes die zij volgden. Over de bijzonder succesvolle tentoonstellingen die in de streek Champagne in Noordoost-Frankrijk werden gehouden, zegt The New Encyclopædia Britannica: „De transacties door kooplieden op de jaarmarkten vonden vaak plaats met brieven waarin betaling op een toekomstige jaarmarkt werd beloofd en die overdraagbaar waren aan iemand anders. Dergelijke transacties waren het begin van het kredietwezen. Tegen de dertiende eeuw vormden de jaarmarkten voor Europa een vast punt voor bankzaken.”

In de vijftiende eeuw dreigden door de veroveringen van de Ottomaanse Turken de handelsroutes tussen Europa en Azië geblokkeerd te raken. Dus gingen Europese ontdekkingsreizigers op zoek naar nieuwe wegen. Vasco da Gama, een Portugees zeevaarder, leidde van 1497 tot 1499 een expeditie die met succes rond de Afrikaanse Kaap de Goede Hoop voer en zo een nieuwe zeeroute naar Indië vestigde die ertoe bijdroeg dat Portugal een wereldmacht werd. De nieuwe route beroofde tevens Alexandrië en andere Middellandse-Zeehavens van hun commerciële belangrijkheid als grote handelscentra.

Ondertussen financierde Portugals buurman, Spanje, de poging van de Italiaanse zeevaarder Christophorus Columbus om Indië te bereiken door westwaarts rond de wereld te varen. In 1492 — precies 500 jaar geleden in oktober van dit jaar — stuitte Columbus als het ware op het westelijk halfrond. De Engelsen van hun kant bleven, in plaats van te proberen de Oost te bereiken door naar het zuiden te varen zoals Vasco da Gama had gedaan, of naar het westen zoals Columbus, naar een noordoostelijke of noordwestelijke doorgang zoeken. Al deze ontdekkingsreizen droegen ertoe bij dat de handel een internationaal karakter kreeg. En zo demonstreerde de zakenwereld, als beslissende factor bij de ontdekking van Amerika, haar krachtige invloed op de wereldaangelegenheden.

Economische macht als grondlegger van wereldrijken

De zakenwereld heeft machtige organisaties geschapen. Een voorbeeld daarvan is, volgens het boek By the Sweat of Thy Brow, „een van de invloedrijkste en duurzaamste sociaal-economische uitvindingen van de oude wereld: de ambachtscorporatie of het gilde”. Deze gilden, die doen denken aan soortgelijke machtige organisaties in deze tijd, brachten niet alleen veel goeds tot stand, maar misbruikten hun macht soms ook schaamteloos, dermate dat de bijbelvertaler John Wycliffe naar verluidt sommige ervan in de veertiende eeuw heeft veroordeeld als „valse samenzweerders . . . vervloekt door God en mens”. — Zie kader op blz. 13.

De zakenwereld heeft zelfs wereldrijken opgebouwd, waarvan het Britse Rijk ongetwijfeld het succesvolste is geweest. Maar voordat het in de zestiende eeuw begon op te komen, gingen andere commerciële ondernemingen in Europa naar de economische macht grijpen die de wereld draaiende houdt. Een ervan was de Hanzebond.

Het oude Hoogduitse woord Hanse, dat „troepen” betekent, werd steeds meer gebezigd voor de verschillende koopmansgilden of -verenigingen die ontstonden. In de tweede helft van de twaalfde en het begin van de dertiende eeuw ging een Hanse die in de Noordduitse stad Lübeck zetelde de Oostzeehandel beheersen en schiep met succes verbindingen tussen Duitsland en Rusland en de andere aan de Oostzee gelegen landen. Ondertussen versterkte meer naar het westen de Hanse in de Duitse stad Keulen de handelsbetrekkingen met Engeland en de Lage Landen.

Deze handelsverenigingen vaardigden wetten uit om zichzelf en hun goederen te beschermen; doorgaans was met hun regulering van de handel het algemeen belang gediend. Ze zetten zich ook eendrachtig in om piraterij en roverij te land tegen te gaan. Toen de handel zich uitbreidde, werd de behoefte aan grotere samenwerking tussen de verschillende groepen duidelijk. En zo hadden tegen het einde van de dertiende eeuw alle grote Noordduitse steden zich verbonden tot één bond die bekend kwam te staan als de Hanzebond.

Uit hoofde van zijn geografische ligging beheerste de bond de hoofdstroom van de noordelijke handel. In het westen dreef hij handel met Engeland en de Lage Landen, economisch vooruitstrevende landen die op hun beurt handelscontacten onderhielden met het Middellandse-Zeegebied en de Oriënt. In het oosten waren Scandinavië en Oost-Europa gemakkelijk bereikbaar. Naast de wolhandel met Vlaanderen ging de Hanze op die manier de vishandel met Noorwegen en Zweden en de bonthandel met Rusland beheersen.

Hoewel de bond geen politieke federatie was en geen permanent bestuur of vaste functionarissen had, oefende hij niettemin op het toppunt van zijn bloei grote macht uit. Een van zijn grootste prestaties was de ontwikkeling van een stelsel van zee- en handelswetten. Terwijl de bond zich uitbreidde naar nieuwe markten verdedigde hij ook verwoed zijn oude en gebruikte daarbij zo nodig geweld. In de meeste gevallen was zijn grote koopvaardijvloot in staat het verzet te breken met het opleggen van economische embargo’s of blokkades.

De Hanzebond bereikte omstreeks het midden van de veertiende eeuw zijn grootste bloei. Hij geraakte in verval in de vijftiende eeuw, toen de macht van de Engelsen en de Hollanders toenam en zij de wereldhandel gingen beheersen. De Dertigjarige Oorlog werd de Hanze noodlottig. De leden kwamen voor het laatst in 1669 bijeen. Slechts enkele steden, waaronder Lübeck, Hamburg en Bremen, beroemen zich er nog op Hanzesteden te zijn, betrekkelijk machteloze leden van een eens machtige handelsgigant.

Andere grotere, machtiger handelsgiganten stonden klaar om de plaats van de Hanzebond in te nemen. Lees erover in Deel 3 van deze serie: „De handel begint zich in zijn ware gedaante te vertonen”.

[Kader op blz. 13]

De macht van gilden en vakbonden

Tegen de vierde eeuw v.G.T. specialiseerden enkele Middellandse-Zeesteden zich in bepaalde goederen, waarbij beoefenaars van hetzelfde ambacht naar dezelfde wijk binnen deze steden trokken. Aanvankelijk waren deze ambachtsgilden kennelijk religieus-sociaal van aard. By the Sweat of Thy Brow vertelt ons dat „elke vereniging haar beschermgod of -godin had en de leden hun eigen gemeenschappelijke religieuze diensten hielden”.

De middeleeuwse gilden waren bedoeld om hun leden bijstand te verlenen en het ambacht in zijn geheel te beschermen door de produktie te reguleren en normen te stellen, mogelijk zelfs door loon- en prijsbeheersing. Sommige werden monopolistisch; ze maakten geheime prijsafspraken met de bedoeling de markt van het gilde te beschermen en oneerlijke concurrentie te voorkomen.

In navolging van de oude ambachtsgilden ontstonden er in de elfde eeuw koopmansgilden, georganiseerd door reizende kooplieden met het oog op bescherming tegen gevaren onderweg. Maar de gilden verloren geleidelijk hun oorspronkelijke karakter. Ingesteld als ze waren op de plaatselijke handel, taanden hun macht en aanzien toen regionale, nationale en internationale markten de boventoon gingen voeren en de kooplieden de ambachtslieden in de schaduw begonnen te stellen.

Tegen het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw ontstonden er in Engeland en de Verenigde Staten als uitvloeisel van de Industriële Revolutie vakbonden, verenigingen van arbeiders met hetzelfde beroep. Ze waren ten dele opgericht als gezelligheidsverenigingen, maar ontwikkelden zich tot protestbewegingen tegen het heersende maatschappelijke en politieke stelsel. Tegenwoordig streven sommige bonden er eenvoudig naar de lonen, werktijden en werkomstandigheden voor hun leden vast te leggen en de werkgelegenheid zeker te stellen, wat ze bereiken door collectieve onderhandelingen of door hun toevlucht te nemen tot stakingen. Andere echter zijn ronduit politiek van aard.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen