De opkomst en val van de wereldhandel
Deel 1: In de greep van geldzorgen
„Hoewel moeders en vaders ons het leven schenken, wordt het slechts met geld in stand gehouden.” — The Japanese Family Storehouse; of The Millionaires’ Gospel, door Ihara Saikakoe.
HEBT u ooit dringend geld nodig gehad? Bent u wel eens tot de ontdekking gekomen dat u niet voldoende geld had om iets noodzakelijks te betalen? Of hebt u uw gezin wel eens hongerig of ontoereikend gekleed gezien? Miljoenen mensen kunnen die vragen thans met ja beantwoorden. Zij weten wat het is geldzorgen te hebben.
Stelt u zich de bezorgdheid eens voor van een werkloze vader die monden moet voeden en rekeningen moet betalen. Bedenk eens hoe het een vermoeide moeder te moede moet zijn die in de rij staat voor schaarse goederen en dan ontdekt dat de schappen in de winkel leeg of de prijzen te hoog zijn. Sta eens stil bij de zorgen waaronder de directeur gebukt gaat wiens bedrijf voor een dreigend faillissement staat, of bij de druk op een regering die worstelt om zich te bevrijden van schulden die in de miljarden lopen.
In de huidige wereld roepen zelfs bepaalde woorden bezorgdheid op. Ons inkomen (geld, goederen of diensten die wij ontvangen in ruil voor arbeid of het gebruik van andere middelen) kan zo laag zijn dat onze levensstandaard (het economische peil waarop wij gewend zijn te leven) ernstig bedreigd wordt. Dit kan veroorzaakt worden door werkloosheid, door recessies of depressies (periodes van verminderde economische activiteit, de eerste van milde aard, de laatste ernstiger), of door inflatie (een stijging van de prijzen die optreedt als de vraag het aanbod overtreft, zodat wij met ons geld minder kunnen kopen). Met te weinig geld kunnen wij de kosten van levensonderhoud (dat wat de goederen en diensten die wij dagelijks nodig hebben, kosten) niet langer bijhouden.
De macht van de economische druk
De Grote Depressie van de jaren ’30, aldus een autoriteit, was een economische tragedie die „haar uitwerking had op elk land en elk facet van het leven, maatschappelijk en politiek, in eigen land en internationaal”. Doordat de extremistische politieke krachten in Duitsland en Italië erdoor aan sterkte wonnen, droeg ze bij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, wat de macht van de economische druk illustreert. Het was zoals John K. Galbraith in zijn boek Geld: waar het vandaan komt en waar het heen gaat schreef: „Begin 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Veel van zijn succes moet worden toegeschreven aan de massale werkloosheid en aan de zeer pijnlijk gevoelde verlaging van lonen, salarissen, prijzen en waarden van onroerende goederen.” Over de inflatie in de Verenigde Staten destijds zegt Galbraith verder: „Wat ook het belang van het geld zelf mocht zijn, niemand kon twijfelen aan de betekenis van de angsten die erdoor in het leven waren geroepen.”
De politieke veranderingen die zich aan het eind van de jaren ’80 met grote snelheid in Oost-Europa voltrokken, vonden grotendeels plaats onder invloed van economische factoren. Die zijn ook vaak beslissend voor de verkiezingsuitslagen in westerse democratieën, waar mensen, zo zegt men al lang, hun stemgedrag laten bepalen door zaken die van invloed zijn op hun portemonnaie.
Economische druk wordt vaak toegepast in een poging regeringen te dwingen hun beleid te veranderen. Zo zijn hedendaagse economische sancties soms het equivalent geworden van militaire belegeringen in de oudheid. In 1986 troffen Europa, Japan en de Verenigde Staten economische sancties tegen Zuid-Afrika als protest tegen het Zuidafrikaanse apartheidsbeleid, klaarblijkelijk met enig succes. In 1990 oefende de internationale gemeenschap, vertegenwoordigd in de VN, economische druk uit op Irak, duidelijk met minder succes.
Niettemin lijkt de tendens duidelijk. Jacques Attali, Frans schrijver en presidentieel adviseur, beweert dat ’kooplieden krijgers vervangen als de voornaamste acteurs op het wereldtoneel’. En in een opinieblad werd opgemerkt: „[In veel landen] heeft militaire macht plaats gemaakt voor economische sterkte als factor van wezenlijk belang.”
Wordt de greep losser?
Natuurrampen, ziekte en misdaad ontwrichten de economie. Dat kan ook voor schulden en begrotingstekorten gelden. Volgens The Collins Atlas of World History „is de internationale schuld [in ontwikkelingslanden] zo immens dat de wereld soms op de rand van een economische ramp van gigantische proporties heeft gestaan, en de groei van de armoede, met alle eruit voortvloeiende wanhoop en dreiging dat het tot uitbarstingen komt, is bijzonder alarmerend geweest”.
Hoewel sommige regeringen worden geplaagd door een op hol geslagen inflatie, stellen andere zich dapper te weer om inflatie te voorkomen. Onzekerheid steekt de kop op in de vorm van een onstabiele aandelenmarkt. De plotselinge ziekte van een politieke leider of ongefundeerde geruchten zelfs kunnen er de oorzaak van zijn dat mensen in luttele uren een fortuin verliezen. De krach op Wall Street van oktober 1987 — nog heviger dan die van 1929 — werd de ergste week in de financiële geschiedenis genoemd. Bijna 385 miljard Amerikaanse dollars aan activa werden weggevaagd. De markt herstelde zich, maar veel deskundigen zeggen dat de echte krach nog moet komen. „De wereld moet maar hopen dat ze er nooit achter komt hoe die ultieme financiële klap zou zijn”, schreef de journalist George J. Church.
In plaats van losser schijnt de greep van de economische druk en de zorgen die daaruit voortvloeien juist vaster te worden. Is het dan wel reëel de mogelijkheid te beschouwen dat het einde ervan in zicht is?