Is de breuk te helen?
DE BREUK tussen joden en christenen gaat dieper dan de Holocaust. Van de aanvang af zijn deze twee geloven het oneens geweest over een kernpunt: of Jezus van Nazareth de beloofde Messias was.
In de eerste eeuw was het strijdpunt inzake de Messias aanleiding tot hevige vervolging van de christenen (Handelingen 8:1). Later ontstond echter een omgekeerde situatie. Na verloop van tijd gingen belijdende christenen de joden vervolgen. Maar in weerwil van alle moeite die de christenheid in de loop der eeuwen heeft gedaan om joden te bekeren, is het joodse volk als geheel bij zijn oorspronkelijke standpunt gebleven.
Een joodse schrijver merkte op dat hoewel joden niets tegen Jezus als mens hebben, hij „beslist niet de politieke Messias is naar wie wij en onze voorouders zo vurig verlangden”. Rabbijn Samuel Sandmel zei het nog onverbloemder: „Wij zijn niet tot dezelfde overtuiging gekomen als jullie [christenen]; zo eenvoudig is dat” (We Jews and You Christians). Als gevolg van dit verschil van mening bestaat er tussen joden en christenen een godsdienstige kloof die heel wat breder is dan de meeste mensen beseffen.
Wat overeenstemming in de weg staat
Aan de ene kant laat de christelijke leer volstrekt geen ruimte voor een weg tot redding zonder Jezus. Jezus zelf zei: „Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij.” — Johannes 14:6; vergelijk Handelingen 4:12; 1 Timotheüs 2:3-6.
Het judaïsme aan de andere kant wordt afgestoten door de beeldenverering die in de christenheid hoogtij viert. Ook de Drieëenheidsleer is voor joden iets verachtelijks, omdat ze duidelijk in strijd is met „de essentie van het judaïsme” — de monotheïstische leer die opgesloten ligt in de woorden: „HOOR, O ISRAËL: DE HEER ONZE GOD, DE HEER IS ÉÉN” (Deuteronomium 6:4, The Soncino Chumash). De geleerde Jakób Jocz merkte op: „Op dit punt vertoont de kloof tussen Kerk en Synagoge zich aan ons in al haar diepte en betekenis. . . . De leer der goddelijkheid van Jezus Christus is een onvergeeflijke overtreding in de ogen van het judaïsme.” — The Jewish People and Jesus Christ.
Het christendom en het judaïsme verschillen ook van mening over de Mozaïsche wet en haar overleveringen. Rabbijn Stuart E. Rosenberg argumenteerde: „Zonder Gods verbond zou er geen joodse natie zijn: Het is bepalend geweest voor hun begin en zij hebben het nooit losgelaten. . . . Maar van meet af aan hebben christenen moeite gehad met Israëls verbond.” De apostel Paulus heeft inderdaad over de Mozaïsche wet gezegd: God heeft „het met de hand geschreven document . . . uitgewist; en Hij heeft het uit de weg geruimd door het aan de martelpaal te nagelen”. — Kolossenzen 2:14.
Kerkelijke theologen die trachten de christelijke leer af te zwakken door aan te voeren dat het Mozaïsche verbond nog steeds geldig is of dat er ’verschillende wegen zijn die naar God leiden’, zitten in een lastig parket. Om hun zienswijzen in overeenstemming te brengen met het „Nieuwe Testament”, moeten kerkelijke theologen zich bezighouden met wat neerkomt op theologische acrobatiek: zij moeten cruciale bijbelteksten manipuleren, verdraaien of zelfs negeren. Of zij moeten aanvoeren, zoals sommigen doen, dat de lastige teksten om te beginnen al helemaal niet authentiek zijn, dat Jezus Christus nooit beweerd heeft „de weg en de waarheid en het leven” te zijn, dat Petrus’ woorden in Handelingen 4:12, namelijk dat er buiten Jezus’ naam „onder de hemel geen andere naam . . . is gegeven waardoor wij gered moeten worden”, later bedacht zijn onder invloed van de paulinische theologie, enzovoort. Maar op die manier ondermijnen zij het geloof van hun eigen volgelingen.
Jakób Jocz heeft de kwestie dan ook goed samengevat toen hij zei dat de twee geloven „geen gemeenschappelijke noemer hebben die de basis zou kunnen vormen voor een ’overbruggende theologie’. Ze kunnen alleen tot een vergelijk komen door te capituleren: óf de Kerk wordt de Synagoge óf de Synagoge wordt de Kerk.”
Waarom overeenstemming een onmogelijkheid is
Er zijn echter kolossale hindernissen die een dergelijk vergelijk ten enenmale in de weg staan. Voor joden is louter het zinspelen op bekering al een gruwel. Wat hebben de godsdiensten der christenheid trouwens gedaan dat een aanbeveling voor ze zou zijn bij joden? Rabbijn Samuel Sandmel somt enkele van de verschrikkingen uit de geschiedenis op die „christenen tegen christenen hebben begaan, in naam van het christendom,” en stelt dan de vraag: „Kunt u in het licht daarvan redelijkerwijs van ons verwachten dat wij instemmen met de opinie dat uw godsdienst superieur is aan de onze? Heeft ze betere mensen voortgebracht? Heeft ze de kwesties van oorlog en vrede opgelost en voor welvaart en rust onder christelijke naties gezorgd?”
Door de Holocaust is ook de kwestie van de joodse overleving — als volk, als godsdienst en als cultuur — voor het voetlicht gebracht. Joden zijn dan ook geneigd bekering niet eenvoudig als het aannemen van een ketterse leer, maar als een daad van verraad te bezien. De Journal of Jewish Communal Service klaagde: „Wij kunnen het ons slecht veroorloven iemand van de nieuwe volwassen generatie joden te verliezen. . . . Wat de nazi’s in de Holocaust niet is gelukt, zou nog kunnen gebeuren door [bekeringen].”
Rabbijn Henry Siegman komt daarom tot de conclusie: „De herinnering aan gedwongen bekeringen is diep in het bewustzijn van het joodse volk gegrift en is het ernstigste obstakel geweest voor de ontwikkeling van betrekkingen tussen christenen en joden.”
Het werkelijke strijdpunt
Er is dus geen echt vergelijk tussen de christenheid en het judaïsme in zicht. Pogingen om tot eenheid te komen, worden nog steeds ondermijnd door onverzoenlijke theologieën, strijdige politieke belangen en wederzijds wantrouwen. Bij religieuze dialogen is men geneigd het strijdpunt te omzeilen waardoor deze kloof oorspronkelijk veroorzaakt is, namelijk de Messiaanse aanspraken van Jezus. Pas als deze kwestie openhartig wordt benaderd, kunnen enkele van de eeuwenoude barrières van angst en wantrouwen gaan afbrokkelen.
Toegegeven, de meeste joden willen niet over Jezus praten. Hun tegenzin is het onvermijdelijke eindresultaat van eeuwen van antisemitisme in de naam van Jezus. Niettemin heeft niet Jezus de kruistochten op touw gezet, en evenmin heeft Jezus de inquisitie ingevoerd of het vuur van de Holocaust aangestoken. Die gruweldaden werden begaan door mensen die ten onrechte beweerden christenen te zijn! Dat blijkt duidelijk uit de woorden van Jezus zelf, die, citerend uit de Mozaïsche wet, als een van de grondbeginselen van het ware christendom noemde: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Mattheüs 22:39; Leviticus 19:18). Deze woorden zijn een aanklacht aan het adres van de christenheid. Het is duidelijk dat haar vorm van religie een flagrante verdraaiing is van wat Jezus werkelijk heeft geleerd.
Alle feiten op een rij
Jehovah’s Getuigen willen joden duidelijk maken dat de kerken der christenheid — niet het christendom zelf — debet zijn aan zo veel joods lijden. Zij willen dat joden een onbevooroordeeld en niet-vertekend beeld van Jezus krijgen, zodat zij een op informatie gebaseerde beslissing ten aanzien van hem kunnen nemen. Bovendien willen zij hun overtuiging met joden delen dat het lang geleden door de profeten voorzegde Messiaanse tijdperk voor de deur staat! Maar welke reden zou een jood hebben om naar een van Jehovah’s Getuigen te willen luisteren?
Allereerst kwetsen zij joden niet door beelden bij hun aanbidding te gebruiken, en zij geloven evenmin in de Drieëenheidsleer — nog zo’n voor het judaïsme walglijke leerstelling. Zij verwerpen die leer als heidens en onschriftuurlijk.a In feite zijn de Getuigen helemaal geen deel van de christenheid! Hun treft dan ook geen blaam voor de Holocaust, en nog veel minder voor de bloedige geschiedenis van het antisemitisme.
Van alle godsdiensten die beweren christelijk te zijn, hebben alleen zij Jezus’ gebod in Johannes 17:16 opgevolgd „geen deel van de wereld” te zijn. Dit omvat het bewaren van strikte politieke neutraliteit. Welingelichte joden weten dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 1000 Duitse Getuigen in Hitlers kampen gestorven zijn die liever slachtoffers van de Holocaust waren dan stilzwijgende medeplichtigen.b Hun onverschrokken standvastigheid op het punt van neutraliteit, het nazisme ten spijt, vormt een schitterend bewijs voor de kracht van het ware christendom. Had de christenheid hetzelfde gedaan, dan had de Holocaust nooit kunnen plaatsvinden.
Jehovah’s Getuigen worden derhalve door veel joden vriendelijk ontvangen. Toegegeven, niet allen stellen hun bezoeken op prijs. Rabbijn Samuel Sandmel erkent echter dat christenen zich gedrongen voelen tot anderen te prediken (Romeinen 10:10). Hij vraagt christenen: „Kunt u uw taak dusdanig volbrengen dat onze waardigheid geen geweld wordt aangedaan maar het er evenmin op neerkomt dat u deze [predikingsopdracht], die bij u centraal staat, hebt veronachtzaamd?” — We Jews and You Christians.
Dat is nu precies wat Jehovah’s Getuigen proberen te doen. Vol respect vragen zij hun joodse medemensen het strijdpunt te beschouwen dat christenen en joden al zo lang gescheiden houdt: de Messiaanse hoop. Waar vindt deze hoop haar oorsprong? Hoe komt het dat de zienswijzen van christenen en joden zo verschillend zijn? De huidige toename van het antisemitisme in sommige delen van de wereld maakt de vragen over Jezus relevanter dan ooit. In ons volgende artikel wordt geprobeerd deze vragen te beantwoorden.
[Voetnoten]
a Zie Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Inzet op blz. 6]
„De leer der goddelijkheid van Jezus Christus is een onvergeeflijke overtreding in de ogen van het judaïsme”
[Illustraties op blz. 7]
De activiteiten van zogenaamde christenen zijn beslist geen aanbeveling voor het christendom als een religie van liefde
[Verantwoording]
U.S. Army
[Illustratie op blz. 8]
De beeldenverering van de christenheid en de Drieëenheidsleer hebben veel joden afgestoten