Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Berouwvol, met een gebroken geest, smeekte David God om in hem een . . ., standvastige geest te leggen (Psalm 51:10)
4. De profeten waren voorbeelden in het . . ., of betonen, van geduld (Jakobus 5:10)
7. Zoals berg en heuvel figuurlijk gesproken geslecht zouden worden, zo zou dit verhoogd worden (Jesaja 40:4)
8. Rubeniet die Mozes en Aäron terzijde stond bij het tellen van Israël (Numeri 1:5)
9. Van een op zich helemaal niet sterk materiaal (2 Korinthiërs 4:7)
10. Het geschenk voor Esau omvatte ook tien volwassen . . . (Genesis 32:15)
11. Deze stof werd voor hetzelfde doel gebruikt als loog (Jeremia 2:22)
13. Zoon van Jakob; zijn enige volle broer was Gad (Genesis 29, 30)
16. Het vereiste van een werkelijk . . . paschalam had profetische betekenis (Exodus 12:5; Hebreeën 9:14)
17. De periode dat er licht en geen duisternis is (Genesis 1:5)
19. Kwaliteit van Jehovah’s werk (Prediker 3:11)
21. Nichtje van Mordechai (Esther 2:7)
23. Gevoel dat Elifaz’ bovennatuurlijke ervaring vergezelde (Job 4:14)
25. Onrein dier, maar veel en veel kleiner dan een kameel (Mattheüs 23:24)
27. Ook omgehakt hoeft hij nog niet dood te zijn (Job 14:7)
28. Werd bedekt bij verdriet of schaamte (Ezechiël 24:17; Micha 3:7)
29. Een afwezigheid van licht, die het gaan bemoeilijkt (Spreuken 4:19)
31. De 24ste letter van het Griekse alfabet (Openbaring 1:8)
33. Jehovah toetst zowel hart als . . . (Psalm 7:9)
35. Aangevoerd voedsel, maar niet om op de sabbat te verhandelen (Nehemia 10:31)
36. Door de Benjaminiet Elpaäl of zijn zoon of zonen gebouwde stad (1 Kronieken 8:12)
37. Paulus en Barnabas spraken hier met succes in de synagoge (Handelingen 14:1)
38. „Opdat er nimmer ten . . . van de naam van God en de leer gesproken wordt” (1 Timotheüs 6:1)
Verticaal
1. Geen persoon (2 Korinthiërs 5:16)
2. Een melaatse die geen koninklijke plichten meer te behartigen had (2 Kronieken 26:21)
3. Deze stad van de verslagen koning Og kwam aan Manasse (Jozua 13:31)
4. Vloeistof die een symbool was van welvaart (Deuteronomium 33:24)
5. Inhoudsmaat waarmee op verwerpelijke wijze geknoeid werd (Amos 8:5)
6. Plaats waar men een geestenmedium wist te vinden (1 Samuël 28:7)
9. Generaties lang waren zijn zonen zangers; de vermelding van zijn naam in het opschrift van psalmen is wellicht een verwijzing naar zijn huis (2 Kronieken 35:15)
12. Dit zij Gods woord op ons pad (Psalm 119:105)
14. Superieure autoriteiten kunnen dit vragen en zullen dit krijgen (Romeinen 13:7)
15. Dochter van een zekere Zacharia (2 Koningen 18:2)
16. Voor sommigen is hun . . . hun buik (Filippenzen 3:19)
18. Opperhoofd van Mesech en Tubal (Ezechiël 38:3)
19. Necho was . . . van Egypte (2 Koningen 23:28-35)
20. ’Wie op de aardse mens vertrouwt, stelt vlees tot zijn . . .’ (Jeremia 17:5)
22. Deze voorvader van Jezus is 600 jaar geworden (Lukas 3:36)
23. Sterrenbeeld (Job 38:32)
24. In de wildernis van . . . gingen de Israëlieten murmureren en terugverlangen naar Egyptes vleespotten (Exodus 16:1)
26. Tegenover de rijke gesteld (Jakobus 1:9)
27. Jehovah is de . . . van het leven (Psalm 36:9)
28. En dat moet men wel zijn voor graafwerk (Lukas 16:3)
29. God der Filistijnen (Rechters 16:23)
30. Tenten makend zal Paulus er vaak een gehanteerd hebben (Markus 10:25)
32. Land dat zich beroemde op een centrum van ’wijsheid’ (Jeremia 49:7)
34. . . . wet en . . . rechterlijke beslissing voor zowel Israël als de inwonende vreemdeling (Numeri 15:16)
Oplossing op blz. 21
Oplossing horizontaal
1. NIEUWE
4. OEFENEN
7. DAL
8. ELIZUR
9. AARDEN
10. EZELS
11. ALKALI
13. ASER
16. GAAF
17. DAG
19. FRAAI
21. HADASSA
23. ANGST
25. MUG
27. BOOM
28. SNOR
29. DONKER
31. OMEGA
33. NIEREN
35. GRANEN
36. ONO
37. IKONIUM
38. NADELE
Oplossing verticaal
1. NIEMAND
2. UZZIA
3. EDREÏ
4. OLIE
5. EFA
6. ENDOR
9. ASAF
12. LICHT
14. EER
15. ABI
16. GOD
18. GOG
19. FARAO
20. ARM
22. SEM
23. ASJ
24. SIN
26. GERINGE
27. BRON
28. STERK
29. DAGON
30. NAALD
32. EDOM
34. ÉÉN