Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g91 8/4 blz. 22-23
  • Keurt de bijbel het hanteren van slangen goed?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Keurt de bijbel het hanteren van slangen goed?
  • Ontwaakt! 1991
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Gij zult de Heere niet verzoeken’
  • Wat gebiedt de Schrift?
  • Een beproeving op hun geloof?
  • Het hanteren van slangen bij de aanbidding — wil God dat van ons?
    Ontwaakt! 1973
  • Slangen en aanbidding — Vroeger en nu
    Ontwaakt! 2010
  • Pas op, slangen!
    Ontwaakt! 1981
  • Hoe te bewijzen dat u christelijk geloof bezit
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
Meer weergeven
Ontwaakt! 1991
g91 8/4 blz. 22-23

De zienswijze van de bijbel

Keurt de bijbel het hanteren van slangen goed?

IN KLEINE kerken komen de gelovigen bijeen. Zij spelen op elektrische gitaren en zingen gospelsongs. Zij zenden gebeden voor genezingen op. Zij luisteren naar eenvoudige preken en produceren in extase onbegrijpelijke klanken die voor hen „nieuwe tongen” zijn. In dat alles verschillen zij niet zo erg van talloze pinkster- of charismatische groepen in de christenheid. Dan worden het vergif, het vuur en de slangen te voorschijn gehaald.

Het vergif is meestal strychnine, opgelost in water. Het vuur zou dat van een vlammende, in kerosine gedrenkte lap of een acetyleenbrander kunnen zijn, en de slangen kunnen ratelslangen of koperkoppen zijn, die niet al te moeilijk te vinden zijn in de Appalachen in de Verenigde Staten, waar deze groepen het meest voorkomen. Als zij zich daartoe door „de geest” geroepen voelen, drinken zij het vergif op en houden zij hun handen in het vuur. Zij kunnen ook de slangen opnemen, ze over hun armen en schouders draperen, ze tegen hun lichaam houden en ze aan elkaar doorgeven. Waarom?

„Ik hanteer slangen omdat het in de bijbel staat, als gebod”, zegt Dewey, de voorganger van een kleine kerk in West Virginia.a Dewey zegt 106 maal gebeten te zijn en hij heeft er zichtbare littekens aan overgehouden. Gebiedt de bijbel zulke dingen werkelijk?

’Gij zult de Heere niet verzoeken’

„Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde”, zegt de bijbel in 1 Johannes 4:8 (Statenvertaling). Zou een God van liefde van zijn aanbidders verlangen dat zij zichzelf nodeloos pijn aandoen? „Een beet doet pijn”, zegt Dewey. „Het is een pijn die ongeveer honderdmaal zo erg is als kiespijn . . . Je hebt het gevoel dat je in brand staat.” Hoewel de meeste slachtoffers van een slangebeet het overleven, zijn er tientallen sterfgevallen geregistreerd, waaronder de dood van Deweys zus in 1961.

Natuurlijk zijn christenen altijd bereid geweest voor hun geloof te sterven, maar hun dood is meestal door anderen teweeggebracht wegens hun weigering ten aanzien van bijbelse beginselen te schipperen. Toen daarentegen Satan Jezus Christus uitnodigde zijn leven onnodig en opzettelijk in gevaar te brengen door van de kantelen van de tempel in Jeruzalem te springen, zei Jezus tot hem: „Er is ook geschreven: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken” (Mattheüs 4:7, SV). Is het geen verzoeken of aanmatigend uitdagen van God om met slangen, vuur of vergif te spelen? Duidt een dergelijk op de proef stellen van God niet op een uitgesproken gebrek aan geloof bij de aanbidder? Komt het niet neer op een poging God te dwingen zich met spectaculaire daden trouw aan zijn Woord te betonen?

Wat gebiedt de Schrift?

Leden van groepen die slangen hanteren, betogen dat die praktijken door Gods Woord geboden worden en zij halen Markus 16:17, 18 aan als bewijs. Volgens de Statenvertaling, die overeenkomt met hun King James Version, luiden deze verzen: „En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.”

Allereerst zij opgemerkt dat bijna alle bijbelgeleerden het erover eens zijn dat deze verzen oorspronkelijk geen deel uitmaakten van Markus’ evangelie. „Vanwege de twijfelachtige echtheid van de verzen 9-20 is het onverstandig er een leerstelling aan te ontlenen of er een religieuze ervaring op te baseren (vooral vss. 16-18)”, brengt de bekende commentator Charles Ryrie onder de aandacht.

Zij die bij hun aanbidding slangen hanteren, zijn echter meestal niet onder de indruk van wat bijbelgeleerden van de echtheid van Markus 16:9-20 zeggen. De verzen staan in de King James Version van de bijbel, de enige bijbel die de meesten van hen vertrouwen, en daarmee is voor hen de kous af.

Maar zelfs als deze verzen authentiek zouden zijn, dan nog bevatten ze niet het gebod slangen te hanteren of vergif te drinken, en ze zeggen niets over vuur. Het kan dus niet gelezen worden als iets wat bij de aanbidding vereist is. Interessant is dat de apostel Paulus op het eiland Malta (Melite, SV) inderdaad met een slang te maken kreeg, maar louter bij toeval omdat ze in een hoop rijshout zat die hij op het vuur legde. Hoewel Paulus werd gebeten en door God voor nadelige gevolgen werd behoed, gaf hij de adder niet aan anderen door opdat ook zij die konden vasthouden. In plaats daarvan ’schudde hij het beest af in het vuur’. Verre van een brandende pijn te voelen zoals hedendaagse slangenhanteerders, ’leed hij niets kwaads’. — Handelingen 28:3-6, SV.

Een beproeving op hun geloof?

Volgens The Encyclopaedia of American Religions is het hanteren van slangen een betrekkelijk nieuw verschijnsel. „In 1909”, zo staat er, „raakte George Went Hensley, een jonge bewoner van de landelijke Grasshopper Valley in Tennessee, ervan overtuigd dat de vermeldingen in Markus 16:17-18 van slangen en vergif in feite een gebod waren. Hij ving een ratelslang en haalde een paar dagen later in het nabijgelegen Sale Creek, midden in een godsdienstoefening, de slang te voorschijn om die door de deelnemers te laten hanteren als een beproeving op hun geloof.” Niets wijst er echter op, noch in de Schrift noch in de geschiedenis, dat de eerste christenen dergelijke ’beproevingen op hun geloof’ verplicht stelden.

Sta bovendien eens bij het volgende stil: Paulus werd door God gebruikt om de doden op te wekken; toch trof hij redelijke voorzorgsmaatregelen voor zijn eigen gezondheid en de gezondheid van zijn metgezellen (1 Timotheüs 5:23; 2 Timotheüs 4:13). Paulus probeerde niet gelegenheden te creëren om mensen uit de doden op te wekken.

In plaats van een lichaam te hebben dat gekweld wordt door pijn of dat littekens van slangebeten vertoont, worden christenen vermaand hun lichaam „tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande [te stellen], welke is uw redelijke godsdienst” (Romeinen 12:1, SV). In plaats van te gebieden dat christenen hun geloof moeten beproeven door roekeloze dingen te doen, luidt de redelijke raad van de apostel: „Onderzoekt uzelf, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelf” (2 Korinthiërs 13:5, SV). Toets dat wat u gelooft aan Gods Woord. Een eerlijk zelfonderzoek, waarbij u uw overtuiging met de Schrift vergelijkt, zal u helpen te bepalen of uw geloof de doorslaggevende proef zal doorstaan: of het door God goedgekeurd zal worden.

[Voetnoot]

a Het blad People van 1 mei 1989.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen