’En de muur stortte in’
„WIE zou dat geloofd hebben?” „Ik had nooit gedacht dat ik dat nog zou meemaken!” Wat was de aanleiding tot deze opmerkingen? Het afbreken van de beruchte Berlijnse muur en alles wat erdoor gesymboliseerd werd, dat in november 1989 begon.a Oostberlijners stroomden West-Berlijn in, sommigen om de dure genietingen van het kapitalisme te proeven, anderen om met hun familie herenigd te worden.
Nu dat gat eenmaal in de dijk was geslagen, was de vloed niet meer te stuiten. Velen waren van mening dat de situatie in Oost-Europa voorgoed veranderd zou zijn.
Het einde van de koude oorlog?
Veel betekenisvoller dan de val van de Berlijnse muur is de ineenstorting geweest van de ideologische muur die Oost en West scheidde. Plotseling is er nog nauwelijks sprake van een koude oorlog. De Amerikaanse kolonel buiten dienst David Hackworth schreef daarover in Newsweek: „De koude oorlog is voorbij. Zelfs de voorstanders van de harde lijn, de fervente communistenhaters, geven nu toe dat het voorbij is.”
Volgens de Stuttgarter Zeitung erkende zelfs de NAVO op een in juli 1990 in Londen gehouden bijeenkomst het einde van de koude oorlog. Onder de titel „Atlantisch Bondgenootschap neemt definitief afscheid van koude-oorlogtijdperk” citeert The German Tribune de volgende woorden uit de Stuttgartse krant: „Na 41 jaren confrontatie [met de naties van het Sovjet-blok] effenden de 16 Navo-leiders de weg voor een nieuwe strategie en zeiden het koude-oorlogtijdperk definitief vaarwel. . . . Vijandschap moest plaats maken voor deelgenootschap. . . . Veiligheid en stabiliteit . . . zouden niet langer voornamelijk gewaarborgd worden met militaire middelen maar door een politiek van evenwicht, dialoog en paneuropese samenwerking.” Het toneel van de vrede-bedreigende conflicten heeft zich nu verplaatst van Europa naar het Midden-Oosten.
De democratie wordt duur betaald
De democratie, waarin het volk het voor het zeggen zou hebben, is de laatste mode in de politiek. En bijna iedereen doet eraan mee. Maar dat wordt duur betaald. Hartelijker relaties tussen Oost-Europa en het Westen met zijn kapitalistische democratie zijn niet goedkoop. In een redactioneel artikel in Asiaweek werd opgemerkt: „De landen van wat nu niet langer echt het Sovjet-blok genoemd kan worden, zitten economisch in de knoei . . . De democratie wordt duur betaald. . . . De democratie heeft veel goede kanten, maar volmaakte stabiliteit is daar niet bij.” Wie betalen de prijs voor deze overgang naar wat men een vrijere, democratische samenleving noemt?
Miljoenen mensen in Polen, Oost-Duitsland en elders ontdekken dat het overstappen van een centraal geleide economie op een vrije markteconomie aanvankelijk werkloosheid en nadelen met zich brengt. Doordat industrieën zullen streven naar stroomlijning en een betere concurrentiepositie, ontstaat er een overschot aan arbeidskrachten. Andere sectoren van de samenleving worden ook ernstig getroffen, namelijk het leger en de wapenindustrie. Hoe dat zo?
Naarmate de wederzijdse vrees en vijandigheid tussen Oost en West verdwijnen, neemt de behoefte aan reusachtige legers af. Honderdduizenden soldaten en hun gezinnen zullen nu moeten wennen aan het burgerleven met al zijn druk. In de defensiebegrotingen zal wellicht het mes worden gezet. Bij de wapenfabrieken zullen de orders trager binnenkomen en de fabrikanten zullen waarschijnlijk moeten diversifiëren. Het kan zijn dat de arbeiders naar andere gebieden moeten verhuizen en een nieuw vak moeten leren.
Deze ongelooflijke en turbulente ommezwaai in Oost-Europa heeft een fundamenteel nieuwe internationale situatie geschapen. Hoe is dat alles tot stand gekomen?
Beslissende woorden, beslissende veranderingen
Doorslaggevend bij deze veranderingen is de herziene houding van non-interventie geweest van de zijde van de Sovjet-Unie. In het verleden had het schrikbeeld van de Sovjet-invasie in Hongarije (1956) en Tsjechoslowakije (1968) de hervormingsgezinde krachten in Oost-Europa in bedwang gehouden. Maar uit de ervaring van Polen in de jaren ’80 met de uitdaging van de Solidariteit-beweging en de geleidelijke overgang van de natie naar een meer democratisch regime bleek, dat het vroegere Sovjet-beleid van militaire interventie was veranderd. Uit Polens ervaring viel op te maken dat er wel degelijk scheuren in de communistische monoliet zaten en dat een vreedzame, geleidelijke verandering te bereiken was, zij het tegen een prijs. Maar waardoor was dit alles mogelijk geworden?
Volgens sommige politieke commentators is de grondslag voor alle veranderingen in Oost-Europa het pragmatische beleid geweest van de autoriteiten in de Sovjet-Unie onder leiding van de president van de USSR, Michail Gorbatsjov. In februari 1990 verklaarde hij: „De Russische Communistische Partij heeft de perestrojka [herstructurering van de maatschappij] ingevoerd en vorm gegeven aan dat begrip en beleid. Ingrijpende revolutionaire veranderingen die alle terreinen van het leven en alle delen van de bevolking omvatten, zijn op basis hiervan in het land ingevoerd. . . . Snelle veranderingen, ongewoon van omvang en oorspronkelijkheid, vinden plaats binnen het kader van de perestrojka.”
In Asiaweek werd opgemerkt: „Thans zijn, ondanks enkele tegenslagen, [Gorbatsjovs] campagnes voor glasnost (openheid) en perestrojka (herstructurering) een aanmoediging geweest voor hervormers in Hongarije, Polen en overal in het Sovjet-blok.” Deze twee beslissende Russische woorden, glasnost en perestrojka, zijn in de woordenschat van de hele wereld opgenomen sinds Gorbatsjov in 1985 aan de macht kwam in de Sovjet-Unie. Ze vertegenwoordigen een nieuwe kijk op regeren in de communistische wereld.
Politiek commentator Philippe Marcovici schreef in de conservatieve Franse krant Le Quotidien de Paris over de veranderingen in Tsjechoslowakije, dat die tot stand waren gekomen „dank zij Moskou, want één ding is duidelijk: De Sovjets hebben het niet op zijn beloop gelaten; zij hebben ervoor gezorgd dat Tsjechoslowakije net als de andere volksdemocratieën uit zijn dwangbuis zou losbreken. . . . Zowel in Praag als in Oost-Berlijn werd in massale demonstraties aangedrongen op veranderingen; mensen die de straat opgingen, dwongen de autoriteiten ertoe te capituleren en op te stappen.”
Het gevolg is geweest dat er als het ware een reusachtige politieke vulkaaneruptie heeft plaatsgevonden: in enkele maanden tijd is het op de hele Oosteuropese kaart tot een uitbarsting van democratie en onafhankelijkheid gekomen — in Polen, Oost-Duitsland, Hongarije, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië.
De Duitse hereniging — Zegen of vloek?
Dat is een vraag die velen in Europa nu bezighoudt. De twee Duitslanden stichtten in juli 1990 een monetaire unie en brachten in oktober politieke eenheid tot stand. Hoewel dit voor miljoenen mensen een reden tot vreugde is, doet het ook velen in Europa beven. Daartoe behoren mensen in Oost-Duitsland die hun huis misschien moeten afstaan aan vroegere eigenaars in West-Duitsland. Ondanks de door enkele Britse leiders geuite bedenkingen luidde een kop in een Engelse krant: „Wij zullen het herboren Duitsland gewoon moeten vertrouwen”.
Na de verschrikkelijke en kostbare invallen van Napoleon (1812) en Hitler (1941) wilde de Sovjet-Unie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog haar veiligheid zeker stellen met een bufferzone in Oost-Europa. Daarom werd binnen enkele jaren na 1945 het Sovjet-blok van acht Oosteuropese communistische landen gevormd.b Nu voelt de Sovjet-Unie zich minder bedreigd door Duitsland of de Verenigde Staten en haar ijzeren greep op de vroegere satellietstaten is losser geworden. Het lijkt alsof het IJzeren Gordijn, door Churchill in 1946 als zodanig betiteld, weggesmolten is, waardoor er nieuw licht kan binnenvallen.
Hoe die veranderingen op u van invloed kunnen zijn
Wij hebben reeds wat economische aspecten van deze veranderingen voor veel landen genoemd — nieuwe banen, een nieuwe omgeving en nieuwe bekwaamheden voor sommigen. Voor veel anderen zullen ze werkloosheid en een harde strijd om het bestaan betekenen. Dat is een bijprodukt van de filosofie van het vrije-marktsysteem — het overleven van de geschiktsten.
Daar staat tegenover dat de overgang tot democratisering een grotere bewegingsvrijheid mogelijk maakt. En dat betekent internationaal toerisme. Zoals andere landen (Spanje en Italië bijvoorbeeld) de afgelopen dertig jaar hebben ontdekt, kan buitenlands toerisme voor elke regering een groot verschil betekenen bij problemen met de betalingsbalans. Miljoenen in het Westen willen dolgraag de historische steden van Oost-Europa bezoeken, steden waarvan de namen herinneringen oproepen aan een roemrijk verleden — Boedapest, Praag, Boekarest, Warschau en Leipzig, om er slechts een paar te noemen. Men wil ook in alle vrijheid Leningrad, Moskou en Odessa kunnen bezoeken. En zo willen de mensen uit Oost-Europa graag een bezoek brengen aan het Westen. Het internationale toerisme draagt beslist bij tot het slechten van barrières van vooroordeel en onwetendheid. Zoals menige toerist heeft ontdekt, kan het delen van een strand met zogenaamde ex-vijanden de vijandige gevoelens als sneeuw voor de zon laten verdwijnen.
Er is nog een ander aspect van de neergehaalde muur dat miljoenen mensen aantrekt — de mogelijkheid van vrije omgang met hun geloofsgenoten in andere landen. In welke mate zal dat mogelijk zijn? Welke veranderingen voltrekken zich op religieus gebied in Oost-Europa? In het volgende artikel zullen deze en andere vragen worden beschouwd.
[Voetnoten]
a De 47 kilometer lange Berlijnse muur, die Oost- en West-Berlijn scheidde, werd in 1961 door Oost-Duitsland gebouwd om de uittocht van vluchtelingen naar het Westen te verhinderen.
b De acht landen waren Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Polen, Oost-Duitsland, Albanië en Joegoslavië.
[Kaart op blz. 5]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DUITSLAND
Berlijn
JOEGOSLAVIË
HONGARIJE
POLEN
ROEMENIË
TSJECHOSLOWAKIJE
ALBANIË
BULGARIJE
SOVJET-UNIE