De tragedie van Vlucht 232
Verteld door een overlevende
Toen Vlucht 232 van United Airlines vorig jaar neerstortte in een maïsveld in Iowa, kwamen er van de passagiers en bemanningsleden 110 om. Opmerkelijk was dat 186 personen het overleefden.
„WE GAAN een noodlanding maken in Sioux City”, waarschuwde de piloot. „Het zal een harde dobber worden.”
Het was 19 juli 1989 en mijn man en ik waren op weg naar Chicago om een congres van een computerbedrijf bij te wonen waarvan mijn man, Kevin, de manager was. Wij waren al van Albuquerque naar Denver gevlogen, waar wij een vriend ontmoet hadden die naar hetzelfde congres ging, maar met een andere vlucht. Ik herinner mij dat wij een grapje maakten over wie er het eerst in Chicago zou aankomen. Ons toestel, United Vlucht 232, vertrok het eerst; het andere zou zo’n tien minuten later opstijgen.
Moeilijkheden aan boord
Tijdens onze maaltijd aan boord klonk er plotseling een hard geluid en het vliegtuig begon te schudden en hoogte te verliezen. Kort daarna maakte de piloot bekend dat wij een motor hadden verloren en dat wij te laat in Chicago zouden aankomen. Zijn stem klonk kalm.
De stewardessen waren bezorgd maar niet al te erg. Iedereen praatte over de situatie, maar er heerste geen paniek. Later hoorde ik dat het vliegtuig alleen naar rechts kon vliegen doordat de hydraulische leidingen waren doorgesneden toen de motor uit elkaar viel.
Kort daarna kondigde de piloot aan dat wij zouden landen in Sioux City (Iowa) en dat het geen gemakkelijke landing zou worden. Hij zei dat alles wel goed zou gaan, maar hij gaf ons opdracht ons voor te bereiden op een noodlanding. De stewardessen demonstreerden hoe wij onze veiligheidsriemen moesten aanhalen en onze enkels beet moesten pakken.
Vanaf het moment dat de motor uit elkaar viel, had ik gehuild en ik kon niet ophouden. Kevin hield me omarmd en hij zond een gebed tot Jehovah God op voor ons beiden. Wat waren wij blij dat onze twee dochtertjes van zes en twee jaar niet bij ons waren op deze reis!
De vrouw die met haar twee jongens naast mij zat, pakte mijn hand en hield die vast terwijl wij ons op de landing voorbereidden. Het vliegtuig daalde rustig en ik dacht werkelijk dat wij het gehaald hadden toen ik de indruk kreeg dat wij de grond raakten.
Overleving en ziekenhuisopname
Ik hield mijn ogen dicht en had het gevoel dat ik in een achtbaan zat, terwijl ik door mijn gesloten ogen zonlicht zag. Het laatste dat ik mij herinner, was dat mijn schoenen werden uitgezogen en dat ik probeerde mijn tenen te krommen om ze aan te houden.
Toen ik mijn ogen opendeed, was het donker en ik was in beweging. Mijn stoel werd omgedraaid door een reddingswerker. Wij bevonden ons in een veld. Het was zwart en groen en de zon scheen vrolijk. Kevin zat naast mij met zijn veiligheidsriem nog om. Ik riep zijn naam, maar hij antwoordde niet.
Ik werd op de grond gelegd, waar ik me oprichtte op mijn ellebogen. Ik vroeg of mijn man het gehaald had. De reddingswerker schudde van nee. Ik liet me gewoon weer terugzakken. Tijdens de rit in de ambulance hoorde ik al de geluiden, maar ik luisterde niet echt. Ik kon mijn oog voelen zwellen.
In het Marion County Health Center waren de mensen zorgzaam en behulpzaam, vooral een verpleegster die Lori heette. Ik was alert genoeg om haar het telefoonnummer van mijn zus in Albuquerque te geven en zij belde op om mijn familie te laten weten dat ik in leven was.
Eigenlijk verwachtte ik niet dat iemand mij zou komen bezoeken omdat ik in Iowa was. Maar die eerste avond werd ik door twee ouderlingen van de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen in het ziekenhuis bezocht. De plaatselijke Getuigen bleven mij bezoeken, opbellen en schrijven tijdens mijn vier dagen durende verblijf. United Airlines opende een rekening bij J. C. Penney’s en de Getuigen deden inkopen voor mij zodat ik iets had om aan te trekken.
De volgende dag was ik weer verrast toen mijn moeder, mijn zus en Kevins broer en ouders mij allemaal kwamen opzoeken. Geen van hen bracht mij op het idee dat Kevin dood was en dus had ik nog steeds een sprankje hoop dat hij tot de nog niet geïdentificeerde gewonden behoorde.
Toen ik naar het televisiejournaal keek, kon ik mijn ogen niet geloven. Ik wist niet eens dat wij verongelukt waren! Toen ik dacht dat het toestel gewoon de grond had geraakt, had ik aangenomen dat wij in veiligheid waren. Ik had er niet eens bij stilgestaan waarom wij buiten het vliegtuig waren. De rij stoelen waar Kevin en ik zaten, bevond zich achter de vleugel. Wij zaten in het middengedeelte van vijf stoelen, en toen het toestel in stukken brak, vielen onze stoelen eruit, op de grond. Kevin en de vrouw naast mij stierven, maar haar twee kleine jongens en ik overleefden het.
Eén reddingswerker — de enige die ik mij herinnerde — kwam mij in het ziekenhuis opzoeken. Dat sommigen in leven gebleven en anderen gestorven waren, zat hem dwars. Het was een kwestie van ’tijd en onvoorziene gebeurtenissen voor de betrokkenen’ geweest, legde ik uit (Prediker 9:11). God had niet bepaalde mensen een stoel toebedeeld waar zij zouden omkomen en anderen een stoel waar zij in leven zouden blijven. Ik gaf hem het bijbelse traktaat Welke hoop is er voor gestorven geliefden? en de brochure „Zie! Ik maak alle dingen nieuw”. Wij omhelsden elkaar en ik denk dat hij zich wat beter voelde toen hij wegging.
Lori, die op de eerstehulpafdeling mijn wonden had verzorgd, bleef mij al de tijd dat ik in het ziekenhuis verbleef bezoeken, ook al stond ik niet op haar patiëntenlijst. Zij bewonderde mijn innerlijke kracht en ik probeerde haar uit te leggen dat ik die van mijn God, Jehovah, kreeg, die mij hielp het te verwerken. — Psalm 121:1-3.
Hoe ik mij erdoorheen sla
Op zondag 23 juli was ik zover dat ik verder thuis kon herstellen. Toen wij aan boord van het vliegtuig gingen, sprak ik mijzelf kalmerend toe en concentreerde mij op mijn ademhaling om niet in paniek te raken. Mijn dochtertje van twee jaar, Mercedes, wilde niets van mij weten toen zij me in al dat verband en vol blauwe plekken terugzag. Het heeft drie à vier dagen geduurd voordat zij weer onbevangen tegenover mij kon zijn. Tarrah was blij haar moeder terug te hebben, maar zij miste haar papa.
Nu ik weer bij de mensen was die Kevin hadden gekend en zijn geestelijke vooruitgang hadden gezien (hij zou in oktober als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt worden), viel het mij moeilijker de realiteit onder de ogen te zien dat hij dood was. Sommigen zeggen dat Santa Fe nooit een grotere begrafenis heeft meegemaakt dan de zijne. Hij wist wat vriendschap was en had voor veel mensen iets betekend.
Ik besefte dat ik druk bezig moest blijven en dat er geen betere activiteit is dan de christelijke bediening. In april en mei had ik in de hulppioniersdienst gestaan, een vorm van volle-tijdprediking. Nu was ik vastbesloten dat in september weer te doen. Me bezighouden met andere mensen en hun problemen was inderdaad een hulp. Ik ging ook allerlei dingen in huis doen, zoals het maken van rolgordijnen voor de ramen, de eetkamer en de hobbykamer behangen en de eettafel opnieuw politoeren.
Ten tijde van het ongeluk leidde ik twee bijbelstudies bij mensen die belangstelling hadden voor Gods Woord, en na de ramp wilde een vroegere studente ook weer beginnen. Alle drie vroegen zij: ’Waarom heeft Jehovah jou wel gered en Kevin niet, terwijl hij toch ook zijn uiterste best deed om God te behagen?’
Ik legde hun het verschil uit tussen een daad van God en een natuurramp of een ongeluk. Bij een daad van God waarschuwt hij ons dat er iets gaat gebeuren. Een voorbeeld daarvan is de vloed uit Noachs dagen. In dat geval vertelde God Noach wat hij moest doen om de ramp te overleven. Hij moest een ark bouwen. Ongelukken en natuurrampen daarentegen zijn onvoorziene gebeurtenissen die iedereen zonder onderscheid treffen, zowel de goeden als de slechten. Niemand wist dat er iets met ons vliegtuig mis zou gaan. Was dat wel zo geweest, dan zou er niemand aan boord zijn gegaan. Mijn overleving was net zo toevallig als Kevins dood.
Mensen die mij vertellen dat ik zo „sterk” ben, beseffen niet hoe vaak het huilen mij na staat. Het duurt wel even voordat ik eroverheen ben. Ik kan over Kevin praten of foto’s bekijken; dat gaat goed totdat ik alleen ben, dan huil ik. Ik vind het verschrikkelijk dat ik mijn partner verloren heb na zo’n korte tijd samen, net zeven jaar.
Mijn dochtertjes besteden meer dan gewone aandacht aan christelijke broeders die op bezoek komen en klemmen zich soms aan hun benen vast om te voorkomen dat zij vertrekken. Tarrah is een poosje opstandig geweest en huilde soms zonder precies te weten waarom. Zij doet het echter goed op school en probeert haar klasgenootjes over de opstanding te vertellen. — Johannes 5:28, 29.
Wij proberen ons leven te vereenvoudigen en de christelijke bediening tot een levenswijze te maken. Met Jehovah’s hulp zal ons dat wel lukken. Ongeveer een jaar geleden moedigde een vriendin mij aan nog een stapje verder te gaan en als gewone pionier te gaan dienen. Ik ben blij dat ik op die aanmoediging ben ingegaan. Door als volle-tijdbedienaar anderen te helpen Gods voornemen te leren kennen, heb ik Gods grootse voornemen voor ogen kunnen houden een aards paradijs te scheppen en dode geliefden een opstanding te geven (Lukas 23:43; Openbaring 21:3, 4). — Verteld door Lydia Francis Atwell.
[Illustratie op blz. 26]
Met mijn man vóór de vlucht
[Illustratieverantwoording op blz. 25]
UPI/Bettmann Newsphotos