Menselijk bestuur op de weegschaal
Deel 5: Onbeperkte macht — Zegen of vloek?
Autocratie: regering door één persoon met onbeperkte macht; autoritair stelsel: bewind dat niet berust op de instemming van de geregeerden, minder extreem dan een totalitair stelsel; dictatuur: regering met een heerser wiens absolute macht niet beperkt wordt door de wet noch beteugeld wordt door enig officieel lichaam; totalitair stelsel: gecentraliseerd bewind door een autocratisch lichaam, dat de onderdanen bijna volslagen onderworpen maakt aan het staatsgezag.
AUTORITAIRE regeringen, gekenmerkt door veel overheidsbemoeienis en weinig persoonlijke vrijheid, roepen al snel adjectieven op als „onderdrukkend”, „tiranniek” en „despotisch”. Het zijn uiterst nationalistische regimes die op elk onderdeel van het bestuur toezicht uitoefenen, al hun burgers nauwlettend in de gaten houden en allerlei activiteiten, hoe onschuldig ook, verbieden als er geen nationale belangen mee gediend zijn. Het is droevig te moeten zeggen dat er in de menselijke geschiedenis geen gebrek is aan voorbeelden van autoritaire regeringen.
Relatieve verschillen
In The World Book Encyclopedia wordt gezegd: „De Russische regering onder de tsaren was nagenoeg een absolute autocratie.” Maar niet elk autoritair bestuur is dat in absolute zin; het is grotendeels een kwestie van gradaties. En niet alle autoritaire regeringen zijn autocratieën, dat wil zeggen, regeringen met één enkele heerser, een dictator, of een tsaar aan het hoofd. Sommige ervan worden gecontroleerd door een groep, een militaire junta bijvoorbeeld, of een oligarchische of plutocratische elite.
Zelfs democratieën kunnen autoritair zijn. Het is waar dat men in democratieën politieke partijen heeft, verkiezingen houdt, rechtbanken kent en boogt op een parlement of wetgevend lichaam. In de mate echter waarin de regering deze verschillende instellingen controleert en dwingt haar bevelen op te volgen, in die mate moet ze autoritair genoemd worden, ongeacht de structuur. Niet dat ze bewust zo opgezet hoeft te zijn. In oorlogstijd of periodes van nationale onrust kan de situatie het nodig hebben gemaakt dat de regering bepaalde volmachten werden verleend. Misschien is de noodsituatie geluwd, maar de volmachten zijn gehandhaafd.
Monarchieën zijn in uiteenlopende mate autoritair. Maar de absolute monarchieën zijn voor het grootste deel vervangen door constitutionele monarchieën. Wetgevende lichamen en mogelijkerwijs geschreven grondwetten beperken het gezag dat zulke monarchieën kunnen uitoefenen; ze maken de kans op autoritaire tendensen geringer. In de hedendaagse constitutionele monarchieën geniet men dan ook een mate van persoonlijke vrijheid die in de absolute monarchieën uit het verleden ongekend was.
Zelfs toen absolute monarchieën gebruikelijk waren, was hun macht beperkt. De hoogleraar in de geschiedenis Orest Ranum legt uit dat „de meeste koningen zowel het temperament als de feitelijke macht misten om als een Hitler, een Mussolini of een Stalin hun onderdanen totaal te overheersen of raciale en culturele minderheden te vermorzelen”. Klaarblijkelijk waren de hoge moraal en de uitnemende kwaliteiten van een koning — of zijn gemis eraan — bepalend. Hoe dan ook, aldus Ranum: „Geen enkele absolute monarchie benaderde qua culturele en economische centralisatie de moderne totalitaire staat.”
Het streven naar totale macht
In de jaren ’20 en ’30 verscheen er in Italië, de Sovjet-Unie en Duitsland een nieuw soort autoritaire regering op het wereldtoneel, een die het bedenken van een nieuwe term noodzakelijk maakte voor een adequate omschrijving. In die landen waren de media onder staatstoezicht komen te staan. De politie was het knechtje van de heersende politieke partij geworden en stond niet langer ten dienste van het volk. Propaganda, censuur, het opleggen van een strikte uniformiteit, observatie door de geheime politie en zelfs geweld werden gebruikt om verzet de kop in te drukken. Burgers werden gedwongen de officiële politieke en maatschappelijke ideologie van de regering tot de hunne te maken. Zij die weigerden, werden als verraders behandeld. De aanduiding „totalitarisme”, afgeleid van de term „totale staat”, leek passend voor een staat die haar eigen doeleinden nastreeft en het hele leven van al haar onderdanen totaal beheerst.
Het Duitse blad Informationen zur politischen Bildung zet uiteen: „De staat die streeft naar totale controle is er, in tegenstelling met een autoritair regime, niet tevreden mee de officiële machtsposities over te nemen. Ze is niet bereid haar onderdanen een zekere relatieve vrijheid te verlenen, maar eist van hen te allen tijde trouw en actieve ondersteuning van haar ideologie. Vanwege deze ongelimiteerde eisen is het nodig dat een totalitaire staat invloed uitoefent op terreinen die normaal vrijgesteld zijn van staatsbemoeienis, zoals het gezin, de godsdienst en de vrijetijdsbesteding. Om dit te bereiken, moet de totalitaire staat een organisatorisch netwerk opbouwen dat ieder individu te allen tijde in het oog kan houden.”
Natuurlijk is een totalitaire regering vanuit het gezichtspunt van de staat en haar belangen uiterst doelmatig. Maar ze is onmogelijk in stand te houden, zegt de journalist Charles Krauthammer. Er is eenvoudig te veel te controleren. „Eventjes kun je mensen opsluiten, neerschieten zelfs,” zegt hij, „maar na een poosje raken je kogels, gevangenissen, energie en zelfs slachtoffers op. . . . Alleen met een permanente revolutie is het totalitaire ideaal te verwezenlijken, en een permanente revolutie is onmogelijk. Zelfs de tirannie heeft slaap nodig.”
Veroorzaakt door de ’massamaatschappij’?
Er zijn verschillende theorieën aangevoerd als verklaring waarom het autoritaire stelsel, met name in zijn meest extreme en geslaagde vorm, het totalitaire stelsel, zo kenmerkend geweest is voor de twintigste eeuw. Volgens The World Book Encyclopedia „was het eerste tweederde deel van de twintigste eeuw een periode van grote veranderingen — misschien wel de snelste en omvangrijkste veranderingen in de hele geschiedenis”. Dit heeft ongetwijfeld veel te maken gehad met de tendens tot autoritaire stelsels.
De bevolkingsexplosie, urbanisatie en technologische vooruitgang zijn moderne verschijnselen die hebben bijgedragen tot het ontstaan van wat men de massamaatschappij noemt. Daarmee bedoelt men een industriële samenleving die wordt gekarakteriseerd door grote, gecentraliseerde, bureaucratische en onpersoonlijke instellingen. Het is een samenleving waarin menselijke relaties meestal oppervlakkig en vluchtig zijn. Het is een samenleving waarin, te midden van massa’s mensen, eenzame individuen constant op zoek zijn naar hun wortels en een gevoel van verbondenheid.
Over de mate waarin de massamaatschappij de ontwikkeling van het totalitarisme heeft bevorderd, lopen de meningen uiteen. Volgens wijlen Hannah Arendt, politicologe van Duitse origine, was de invloed ervan aanzienlijk. In haar boek The Origins of Totalitarianism merkt zij op dat het totalitarisme niet stoelt op klassen maar op massa’s mensen die „hetzij louter vanwege hun aantal of vanwege hun onverschilligheid of een combinatie van die twee, niet geïntegreerd kunnen worden in een organisatie gebaseerd op gemeenschappelijke belangen, in politieke partijen, gemeentebesturen, beroepsorganisaties of vakverenigingen”.
Arendt noemt nog andere factoren die hebben bijgedragen tot de opkomst van totalitaire stelsels: imperialisme, antisemitisme en het uiteenvallen van de traditionele nationale staat.
Imperialisme?
Kort voor de eeuwwisseling vertoonde de kolonisatie een opleving. De Britse econoom John Atkinson Hobson kenschetst de jaren 1884 tot 1914 als een periode van wat men nu het nieuwe imperialisme noemt. Dit was niets anders dan een autoritair aanwenden van macht door monarchale of democratische regeringen met het doel hun rijk uit te breiden. Ze kregen de overhand in andere gebieden door hetzij rechtstreekse annexatie of indirecte beheersing van de politieke en economische aangelegenheden aldaar. Hobson interpreteert het imperialisme als bovenal een kwestie van economie. Inderdaad had deze nieuwe vorm van kolonialisme vaak minder te maken met politieke macht dan met economische expansie en met het creëren van nieuwe afzetgebieden voor de goederen van een land.
Nergens trad dit duidelijker aan het licht dan bij de wedloop om de verdeling van Afrika. Reeds in het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw hadden Engeland, Frankrijk en Portugal talrijke Afrikaanse kolonies. Maar toen België en Duitsland afgunstige blikken in die richting gingen werpen, begon de stormloop pas goed. Met uitzondering van Ethiopië en Liberia stond heel Afrika spoedig onder Europees bestuur. De zwarte Afrikanen moesten lijdelijk aanzien hoe blanke „christelijke” kolonisten hun land onteigenden.
Ook de Verenigde Staten van Amerika werden een koloniale mogendheid. Aan het einde van de negentiende eeuw verwierven ze Alaska, Hawaii, de Filippijnen, Guam en Samoa en andere eilanden in de Grote Oceaan, naast Porto Rico en andere Caribische eilanden. Van meer dan oppervlakkige betekenis is een opmerking gemaakt door Henry F. Graff, hoogleraar geschiedenis aan de Columbia University, die schrijft: „De activiteiten van christelijke zendelingen droegen evenzeer bij tot het ontstaan van het moderne imperialisme als die van de politieke commentators.” Waren deze zendelingen van de christenheid echter ware christenen geweest, dan zouden zij politiek neutraal zijn gebleven in de wedloop om de verdeling van Afrika en andere koloniale gebieden, in overeenstemming met Jezus’ woorden: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.” — Johannes 17:16; Jakobus 4:4.
Het tijdperk van het imperialisme eindigde naar men zegt in 1914. Dit geldt echter niet voor de autoritaire geest ervan. Deze geest werd goed samengevat door Cecil Rhodes, in de jaren ’90 van de vorige eeuw premier van wat nu een deel van Zuid-Afrika is, toen hij zei: „Expansie is alles.” Hij was een drijvende kracht bij de uitbreiding van het Britse Rijk en pochte eens: „Ik zou de planeten annexeren als ik dat kon.” Deze geest van eigenbelang drijft landen er nog steeds toe in hun eigen voordeel zoveel mogelijk controle uit te oefenen op het politieke en economische beleid van andere landen. Zo wordt Japan, dat er niet in geslaagd is militaire veroveringen te boeken, nu soms beschuldigd van pogingen tot economische „veroveringen”.
Is het omverwerpen van een autoritair bewind de oplossing?
Onbeperkte macht in de handen van beginselloze en hebzuchtige mensen is een vloek, geen zegen. Hier zijn de woorden van koning Salomo uit de oudheid van toepassing: „Zie! de tranen der onderdrukten, maar zij hadden geen trooster; en aan de zijde van hun onderdrukkers was macht, zodat zij geen trooster hadden.” — Prediker 4:1.
Onder autoritaire regimes zijn „de tranen der onderdrukten” inderdaad talrijk geweest. Maar in zijn in 1987 verschenen boek Perestrojka waarschuwde Michail Gorbatsjov: „Onderdrukken, dwingen, omkopen, breken, kapotmaken, het is allemaal mogelijk, maar slechts een tijdlang.” Hoewel de macht „aan de zijde van hun onderdrukkers was”, zijn burgers dan ook herhaaldelijk in opstand gekomen om de ketens van een autoritair stelsel af te schudden. De bloedige omverwerping in Roemenië in december jl. van Nicolae Ceausescu en zijn veiligheidspolitie, de Securitate, is daarvan een treffend voorbeeld.
Het omverwerpen van een autoritair regime kan inderdaad verlichting brengen. Maar het is ook waar, zoals een Birmaans spreekwoord opmerkt, dat ’pas als er een nieuwe heerser is, de waarde van de vorige wordt beseft’. Wie kan garanderen dat wat slecht was, niet vervangen wordt door iets nog slechters?
In een Latijnsamerikaans land werd, om slechts één voorbeeld te noemen, het autoritaire bewind omvergeworpen. De bevolking had goede hoop dat er betere tijden zouden aanbreken, maar gebeurde dat ook? Over de situatie jaren later werd in een opinieblad opgemerkt dat het leven er „alleen maar ellendiger” was geworden. Het blad sprak over de schrikbarende inflatie en noemde de nationale munt „nagenoeg waardeloos”, betreurde de ontoereikende gezondheidszorg in het land en merkte op dat de ondervoeding toenam. Na verloop van tijd kwam er ook aan de macht van dat regime een eind.
Is het niet overduidelijk dat elke vorm van menselijk bestuur te kort blijkt te schieten? En toch blijven mensen naar de ideale regering zoeken. Twee opvallende voorbeelden van de teleurstelling waartoe dat kan leiden, waardoor hele naties in de diepste wanhoop zijn gedompeld zonder „trooster”, zullen in onze volgende uitgave worden besproken.
[Illustratie op blz. 21]
Een voorbeeld van een bijna absolute autocratie was Rusland onder de tsaren
[Verantwoording]
Alexander II door Krüger, ca. 1855