De zelden zichtbare oerwoudkat
Door Ontwaakt!-correspondent in Suriname
MIJN vrouw en ik zagen deze zelden zichtbare oerwoudkat voor het eerst toen wij op een weg door het oerwoud reden. „Kijk!”, riep ik toen onze jeep een hoek omging. Wij bevonden ons oog in oog met een penitigri, of gevlekte tijger, zoals wij de jaguar in Suriname noemen. Zijn geelbruine pels glansde alsof hij pas geverfd was. De ondergaande zon maakte zijn kleuren intenser: goudgeel tot roodbruin; naar zijn kaken, borst en buik lichter wordend tot een bleek geel. Het meest in het oog springend waren echter de onregelmatige zwarte vlekken, of rozetten, over bijna zijn hele lichaam.
De precolumbiaanse Indianen waren zo overweldigd door het opvallende uiterlijk van de kat dat zij hem een god noemden! Zijn gevlekte vacht, zo zeiden zij, vertegenwoordigde de met sterren bezaaide nachtelijke hemel. Zelfs thans beschouwen sommigen de jaguar als de onbetwiste koning van de Zuidamerikaanse dieren. Een mannetje — vaak 180 cm lang, de staart niet meegerekend — kan zo’n 110 kilo wegen!a Zijn ronde kop en gespierde nek, zijn tonvormige lichaam, zijn korte zware poten en zijn grote klauwen stralen alle majestueuze kracht uit.
Doch onze jaguar wandelde gewoon langzaam weg — de zwartgepunte staart omhooggebogen — en hield stil in het kreupelhout. „Wat een camouflage!”, fluisterden wij toen hij volkomen versmolt met de door zonlicht bespikkelde omgeving, waarbij zijn vlekken op schaduwplekjes leken.
De jaguar wordt zelden gezien daar hij de voorkeur geeft aan beschutte plaatsen. Omdat 80 procent van Suriname uit regenwoud bestaat, is het ideaal jaguargebied.
Zijn ’visitekaartje’
De jaguar laat echter in het hele land zijn ’visitekaartje’ achter. „Ik heb hun pootafdrukken op de modderige Atlantische stranden gezien”, vertelde een houtvester mij later. „Ik heb ook bekrabde boomstammen gezien bij de Braziliaanse grens.” Er is wel verondersteld dat jaguars op zo’n manier de grenzen van hun territorium afbakenen.
„Dat is zo”, bevestigt de 83-jarige James Brown, die vroeger gids was bij expedities de jungle in. „Wij stootten vaak op bekrabde bomen, die te kennen gaven dat een penitigri ons was voorgegaan.’ Jaguars krabben ook op bomen om hun klauwen te scherpen.
Nog een manier waarop jaguars zeggen ’ik ben hier geweest’, is door geurvlaggen en faeces achter te laten. Dr. Alan Rabinowitz voltooide onlangs een tweejarige studie van jaguars. Hij vertelde mij dat een jaguar vaak een gebied afbakent van 40 tot 100 km2 dicht oerwoud. Geen wonder dat onderzoekers slechts glimpjes van het leven van jaguars hebben waargenomen! Maar wanneer wij al deze waarnemingen samenvoegen, ontstaat er een fascinerend beeld. Zie eens hoe het zich ontvouwt.
Een blik in de wereld van de jaguar
De avond valt. Het geluid van zoemende insekten, zingende vogels en krijsende apen omgeeft ons. Maar hoor! Dreigend, hees gegrom dringt van tussen de bomen tot ons door, gevolgd door een onheilspellende stilte. Op de bodem levende vogels en andere dieren maken zich ijlings uit de voeten. Opnieuw klinkt het diepe gegrom, even angstaanjagend als het gebrul van een leeuw! Dan duikt een fors jaguarmannetje op.
Dit is zijn domein — oeverbossen en moerassen. Van alle grote katten is de jaguar het meeste thuis in het water. In feite heeft hij water nodig, zowel voor zijn plezier als voor zijn brood — of liever gezegd, zijn vis. Daar gaat hij naar zijn ’stekkie’ aan de overzijde van de rivier. Hij zwemt behendig, in bijna rechte lijn, met zijn kop, zijn rug en het puntje van zijn staart steeds boven water. „Jaguars zijn uitstekende zwemmers”, hoorde ik van Heinz Heyde, een onderzoeker van het oerwoud. „Ze zwemmen zo snel dat ze boeggolven veroorzaken. Ik heb ze sterke stroomversnellingen zien oversteken!”
Bij de tegenoverliggende oever aangekomen, klimt de jaguar op het droge en schudt zich uit. Hij duikt ineen op een over de rivier hangende boomstam, zijn blik op het wateroppervlak gefixeerd alsof hij de diepte eronder wil doorboren. Dan — bliksemsnel — schept zijn scherpe klauw zijn gevinde prooi uit het water.
„Op een door de maan verlichte nacht”, herinnert de heer Heyde zich, „zag ik een jaguar met zo’n kracht 90 cm lange anjoemara’s [een vis] uit het water slaan, dat ze door de lucht vlogen en zo’n vijf meter achter de kat terechtkwamen. Jaguars zijn ongelooflijk sterk!” De bioloog Pieter Teunissen, die ook jaguars in het wild heeft geobserveerd, zegt: „Ik heb eens sleepsporen op een strand ontdekt die te kennen gaven dat een reusachtige aitkantie [lederschildpad] door een jaguar vier meter door de lucht was geslingerd.”
De jaguar is niet alleen sterk, maar ook veelzijdig. Hij is een bedreven jager in drie milieus, in het water, op het land en in de bomen. Bij het waden of in bomen klimmen zorgen zijn klauwen voor een vaste grip, zoals de stijgijzers van een alpinist. Op het land trekt hij zijn nagels in en beweegt hij zich als op kousevoeten geruisloos voort — magnifiek voor het sluipen.
Maar een jager heeft ook geduld, snelheid en een juiste timing nodig. Geen wonder dat het twee jaar moederlijke training vergt voordat jonge jaguars voor zichzelf kunnen zorgen! Na zes weken zullen de jonge welpen hun moeder overal volgen. Maar als zij op jacht gaat, blijven ze verscholen in het dichte kreupelhout.
Voorzichtig sluipt ze langs de rivieroever tot ze een groep waterzwijnen of capybara’s — ’s werelds grootste knaagdieren — bespeurt. Uiterst behoedzaam beweegt ze zich voetje voor voetje voorwaarts en houdt dan even stil, de ogen strak op de prooi gericht. Haar hele lichaam is bewegingloos; slechts het puntje van haar staart gaat heen en weer. Maar de waterzwijnen merken haar aanwezigheid op en duiken onder. Het gebeurt echter zelden dat de jaguar niet slaagt. In feite heeft de kat zo vaak succes dat het waterzwijn wel „het dagelijks brood van de jaguar” wordt genoemd.
Heeft hij nog meer op zijn menu staan? Genoeg. Van de kleine agoeti’s tot de zwaargebouwde tapir. Zelfs boomstekelvarkens, schildpadden en kaaimans zijn niet veilig. Af en toe laat de kat zijn oog zelfs buiten het woud op de weiden vallen. „Onlangs nog heeft een jaguar een koe en een kalf aangevallen”, zegt de dierenarts Ronnie Kranenburg. „Dat gebeurde slechts een paar kilometer buiten de stad.” Maar meestal komen deze aanvallen op rekening van oude, door jongere rivalen verdreven jaguars of van dieren die last hebben van oude schotwonden.
Vallen jaguars mensen aan? „Nee, dat moet een zeldzaamheid zijn”, aldus de dierenarts. De bioloog Teunissen is het daarmee eens. Hij weet nog hoe hij op een nacht langs het strand liep terwijl hij meewerkte aan een onderzoeksproject voor zeeschildpadden. Toen hij terugkeerde, zag hij in het licht van zijn zaklantaarn de afdrukken van jaguarpoten in zijn eigen voetsporen. Hij was gevolgd door een jaguar! In plaats van hem kwaad te doen, verdween het dier zodra de bioloog dezelfde weg terugging.
„Ze jagen op schildpadden,” zegt de heer Teunissen, „dus toen ik ’s nachts schildpadeieren moest opgraven, voelde ik mij niet zo op mijn gemak. Het geluid van vallend zand lijkt op dat van een gravende schildpad. Alles wat ik kon doen,” zo vervolgt hij, „was zo af en toe met mijn zaklantaarn in het rond schijnen in de hoop dat jaguars weten dat schildpadden geen zaklantaarns bij zich hebben.”
Smokkelhandel
Maar in hoeverre bedreigt de mens de jaguar? Jaques Berney is waarnemend secretaris-generaal van de Conventie voor Internationale Handel in Bedreigde Soorten van Wilde Fauna en Flora, de organisatie die probeert toezicht te houden op de handel in in het wild levende dieren. Hij vertelde mij dat jaguars ernstig bedreigd worden met uitroeiing. Daarom is de handel in jaguars verboden.
Volgens Focus, een publikatie van het Amerikaanse Wereld Natuur Fonds, is illegaal stropen echter nog een lonende bezigheid. De reden? Een grote vraag naar bontjassen van de gevlekte kat! De stropers struinen ’s nachts het Amazonewoud af, verblinden de jaguars met het felle licht van sterke zaklantaarns en schieten de opgeschrikte dieren dan in de kop.
Enkele uren later, zo meldt Focus, ligt de jaguarhuid al te drogen op een rek. Spoedig wordt ze — verpakt in een kist met het opschrift „Koffie” — de grens overgesmokkeld en naar Europa verzonden. Sommige autoriteiten schatten dat er zo jaarlijks ongeveer 6000 jaguars worden gedood en ’verwerkt’.
Op het moment bezit Suriname echter een relatief groot aantal van deze prachtige dieren. En laten wij hopen dat het zo blijft. Anders kan de dag aanbreken dat deze toch al zo zelden zichtbare gevlekte kat helemaal niet meer gezien zal worden.
[Voetnoten]
a De hier beschreven jaguar is de Amazonejaguar, de Panthera onca onca.
[Illustratieverantwoording op blz. 25]
H. Armstrong Roberts