Kunt u het nieuws dat u krijgt, vertrouwen?
OP 10 mei 1927 werd in een speciale editie van de Franse krant La Presse bericht dat de eerste geslaagde non-stop-vlucht over de Atlantische Oceaan was gemaakt door twee Franse vliegeniers, Nungesser en Coll. Op de eerste pagina stonden foto’s van de twee vliegers en bijzonderheden over hun aankomst in New York. Maar dit verhaal was een verzinsel. In werkelijkheid was het vliegtuig verongelukt en waren de vliegers omgekomen.
Valse nieuwsberichten komen overigens veel meer voor dan de meeste mensen misschien vermoeden. In 1983 verschenen er vertrouwelijke notities, zogenaamd van Hitler, in belangrijke weekbladen, met name in Frankrijk en West-Duitsland. Het bleken vervalsingen te zijn.
Zo ook werd er in 1980 een verhaal over een jonge drugverslaafde gepubliceerd in de Washington Post. Het verslag bezorgde de schrijfster een Pulitzerprijs, de hoogste onderscheiding voor journalisten in de Verenigde Staten. Later werd echter onthuld dat het verhaal fictief was, een bedenksel. Onder druk van onderzoekers diende de schrijfster haar ontslag in en zei: „Ik bied mijn krant, mijn collega’s, de Pulitzercommissie en alle zoekers naar waarheid mijn verontschuldigingen aan.”
Verzonnen of valse berichten zijn echter niet de enige belemmeringen om de waarheid te weten te komen over wat zich in de wereld afspeelt.
Selectie en presentatie van het nieuws
Journalisten en redacteuren kiezen vaak voor nieuws dat het publiek fascineert maar dat daarom nog niet echt van belang hoeft te zijn. Er wordt prioriteit gegeven aan het sensationele of in het oog vallende om de oplage en de waarderingscijfers op te voeren. Veel aandacht wordt besteed aan sterren uit de amusements- en sportwereld, ongeacht het voorbeeld dat zij de jongeren geven. Als een van hen een minnaar neemt, trouwt of sterft, haalt dat dan ook vaak het nieuws.
Het televisienieuws brengt over het algemeen onderwerpen die interessant zijn om te zien. Het hoofd van een grote televisiemaatschappij verklaarde volgens een verslag in het blad TV Guide „dat hij ’momenten’ in de uitzendingen wilde — misselijk makende, sensationele momenten om de kijker bij elk verhaal te boeien”. Ja, gewoonlijk bekommert men zich meer om het trekken van kijkers dan om de voorlichting van het publiek.
Soms worden gebeurtenissen dusdanig afgeschilderd dat men een onvolledig beeld krijgt. Zo stond in een wekelijkse bijlage bij het Franse dagblad Le Monde dat „er in slechts vijftien dagen tijd drie televisietoestellen [in Frankrijk] waren ontploft”. Hoewel dit als iets ongebruikelijks werd voorgesteld, was het aantal ontploffingen van televisietoestellen in die periode van vijftien dagen in feite kleiner dan normaal.
Ook komt het voor dat belangrijk nieuws op een bevooroordeelde manier wordt gebracht. Parade Magazine bericht dat autoriteiten en politici vaak „hun valse voorstellingen van zaken via de media spuien en het nieuws verdraaien om uw denkwijze te beïnvloeden. Zij schotelen u geselecteerde feiten voor in plaats van de hele waarheid.”
Dit ergert veel nieuwscommentators. In de Franse Encyclopædia Universalis wordt verklaard: „Sinds het einde van de jaren ’80 hebben de belangrijke media, en vooral de televisie, zich ieders afkeuring op de hals gehaald, van ingewijden en leken, van de gewone man en van bekende figuren, om wat er wordt gezegd en om wat er ongezegd wordt gelaten, om de manier waarop het wordt gezegd en om allerlei insinuaties.”
De vrije uitwisseling van nieuws op wereldomvattende schaal is ook een probleem en was het onderwerp van een verhit debat bij de UNESCO (organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur). Ontwikkelingslanden klaagden dat ze alleen in het nieuws genoemd werden als zich rampen of ernstige politieke problemen hadden voorgedaan. Na de erkenning dat bepaalde westerse persagentschappen veel meer nieuws brengen over landen op het noordelijk halfrond dan over die op het zuidelijk halfrond, werd in een artikel in het Franse dagblad Le Monde gezegd: „Daardoor is er een ernstige wanverhouding ontstaan, die de openbare mening in geïndustrialiseerde landen evenzeer heeft beïnvloed als die in ontwikkelingslanden.”
Pressiegroepen
Het nieuws dat het publiek voorgeschoteld krijgt, wordt verder beïnvloed door de druk die adverteerders op redacteuren uitoefenen. In de jaren ’40 raakte een Amerikaans blad de advertenties van pianofabrikanten kwijt toen het een artikel publiceerde waarin werd gewezen op de voordelen van het gebruik van de gitaar ter begeleiding van zang. Later verscheen er een redactioneel artikel in het blad waarin de piano hoog geprezen werd! Dat er naar verhouding zo weinig artikelen gepubliceerd worden waarin op de gevaren van roken wordt gewezen, behoeft ons gezien het aantal tijdschriften waarvoor sigarettenadvertenties een belangrijke bron van inkomsten zijn, dan ook niet te verbazen.
Een andere bron van pressie vormen de lezers of kijkers zelf. Raymond Castans, ex-directeur van een populair Frans radiostation, legde uit dat de luisteraars overwegend conservatief waren en er dus opgepast moest worden dat zij niet van streek raakten. Is het dan verwonderlijk dat in een land waar een bepaalde religie overheerst, onverkwikkelijke feiten erover in de doofpot zijn gestopt of zijn afgezwakt?
Er wordt ook pressie uitgeoefend door extremistische groepen of personen die vinden dat er in de media niet genoeg aandacht wordt besteed aan hun opvattingen. Enkele jaren geleden stonden de terroristen die Aldo Moro, ex-premier van Italië, ontvoerd hadden erop, dat hun eisen alle aandacht kregen op radio en televisie en in de Italiaanse kranten. Zo komen ook terroristen die vliegtuigen kapen en mensen gijzelen volop in het nieuws op de televisie en krijgen aldus de publiciteit die zij wensen.
Persmensen worden er soms van beschuldigd conformistisch te zijn, gevestigde systemen en meningen te bestendigen. Maar mogen wij verwachten dat een bedrijfstak die een maximum aan lezers of luisteraars probeert te werven, ideeën en standpunten zal propageren die ingaan tegen die van de meeste mensen die zij bedienen?
Een verwant probleem is, dat in veel landen de stijgende kosten dagbladen genoopt hebben te fuseren, waardoor letterlijke „nieuwsimperiums” zijn ontstaan die in handen zijn van kleine groepen of zelfs maar één persoon. Als het aantal eigenaars blijft teruglopen, zal de diversiteit van de gepubliceerde meningen beperkt worden.
Invloed op het publiek
Het lijdt geen twijfel dat de nieuwsmedia ook bijgedragen hebben tot de vorming van de maatschappelijke waarden. Dit gebeurt door het als acceptabel presenteren van morele maatstaven en levensstijlen die slechts enkele jaren geleden afgewezen zouden zijn.
Zo had in het begin van de jaren ’80 een man van middelbare leeftijd, een van Jehovah’s Getuigen, een gesprek over homoseksualiteit met zijn vader, die toen niet ver van San Francisco in Californië woonde. In een vroeger stadium in zijn leven had de vader zijn zoon als zijn mening te kennen gegeven dat homoseksueel gedrag schokkend was. Maar nu, decennia later, verdedigde de bejaarde vader, beïnvloed door de nieuwsmedia, homoseksualiteit als een acceptabele alternatieve levensstijl.
In de Encyclopédie de la sociologie wordt gezegd: „Radio en televisie kunnen heel goed . . . nieuwe ideeën ingang doen vinden en innovatieve of onrust creërende tendensen bevorderen. Vanwege hun voorkeur voor sensationeel nieuws propageren zulke media ze van het begin af aan en overdrijven de belangrijkheid ervan.”
Als wij niet willen dat onze waarden door de media worden gevormd, wat kunnen wij dan doen? Wij moeten de wijze raad opvolgen die in de bijbel wordt aangetroffen, en wel omdat de bijbelse maatstaven en beginselen gelden voor elke samenleving op elk moment in de geschiedenis. Bovendien helpen ze ons te begrijpen hoe belangrijk het is ons te laten vormen door Gods maatstaven en niet door populaire denkbeelden van de hedendaagse wereld. — Jesaja 48:17; Romeinen 12:2; Efeziërs 4:22-24.
Daarnaast wordt in de Schrift een belangrijk aspect van het nieuws verklaard dat de media over het algemeen ontgaat. Laten wij dit aspect in het volgende artikel eens onder de loep nemen.
[Illustratie op blz. 7]
De extremistische bewegingen krijgen de publiciteit die ze willen
[Verantwoording]
Photo ANSA