Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/8 blz. 22-25
  • Een zangcarrière die blijvend geluk brengt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een zangcarrière die blijvend geluk brengt
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mijn laatste plaat
  • Een belangrijke beslissing
  • Een nieuwe carrière
  • Revolutionair gebied
  • Een ware uitdaging
  • Laatste toewijzing
  • De beste carrière
  • Van extreme armoede tot de grootste rijkdom
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Portugal — 26 jaar later
    Ontwaakt! 1988
  • We hebben Gods onverdiende goedheid op veel manieren ervaren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2017
  • ’Gelukkig zijn allen die Jehovah blijven verwachten’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/8 blz. 22-25

Een zangcarrière die blijvend geluk brengt

AL VROEG in mijn leven wijdde ik me aan de zangkunst. Na verloop van tijd maakte ik in Lissabon naam als fadozangeres. De fado is het typisch Portugese, melancholieke lied. Kort daarna trad ik ook op in andere steden van Portugal en voor het voornaamste radiostation van het land, de Emissora Nacional.

Toen organiseerde mijn impresario een tournee door Spanje, waar ik onder meer optrad in Madrid, Barcelona, Zaragoza en Bilbao. Na een optreden in Frankrijk bracht ik ruim twee jaar in Angola (Afrika) door. Daar zong ik in de ene stad na de andere, en in 1972 werd ik gekozen tot „Koningin van de Fado”.

Als sopraan ging mijn belangstelling echter voornamelijk naar de klassieke muziek uit. Eenmaal terug in Lissabon ging ik dus lessen volgen in die richting van de muziek. Toch was ik, hoewel ik helemaal opging in mijn zangcarrière, niet echt gelukkig. In mij was een geestelijke leegte. Ik wilde me nauw met God verbonden voelen, maar wist niet hoe tot hem te naderen.

In 1973 was ik op een zangtournee in Brazilië. Op een avond, na een tv-optreden, werden de uitvoerende artiesten onder ons uitgenodigd voor een cocktailparty. Het duurde niet lang of de vrouw van mijn Braziliaanse impresario vroeg ons naar onze mening over verontrustende maatschappelijke toestanden en wereldgebeurtenissen. Ik kwam onder de indruk van haar openhartigheid toen zij vol overtuiging de gedachte opperde dat God daar wel eens een oplossing voor zou kunnen hebben die onze beschouwing waard was. Ik maakte kenbaar dat ik in God geloofde. Voordat de avond voorbij was, bood zij me vriendelijk een boek aan met de titel De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Pas later besefte ik dat zij een van Jehovah’s Getuigen was.

Mijn laatste plaat

Kort daarna ging ik naar Portugal terug om mijn derde plaat te maken, vast van plan naar Brazilië terug te keren om mijn tournee voort te zetten. Ik had er geen idee van dat dit mijn laatste plaat zou zijn.

In Lissabon kwam er een jonge vrouw bij me aan de deur die begon te spreken over de zegeningen die Gods Koninkrijksheerschappij op aarde zou brengen. Ik luisterde aandachtig toen zij uit de bijbel de buitengewoon interessante en welkome veranderingen voorlas die God heeft beloofd aan hen die naar rechtvaardigheid verlangen.

Wat ik hoorde, maakte een enorme indruk op me. Ik hunkerde naar de toestanden die ik haar nu aan de hand van de bijbel hoorde beschrijven. Het was zeer bemoedigend voor me, want ik was nog wel jong, maar ik was toch al gescheiden; mijn man had mij namelijk verlaten voor een andere vrouw.

U kunt u mijn verrassing wel indenken toen deze dame mij vervolgens het boek aanbood dat ik in Brazilië had gekregen! De gesprekken die volgden, brachten mij al snel tot het besef dat er iets waardevollers in het leven is dan roem of rijkdom. Ik was vastbesloten meer te weten te komen over de prachtige beloften die in de bijbel staan.

Een belangrijke beslissing

Mijn wekelijkse bijbelstudie was een zeer aangename ervaring. Snel begon ik een nauwe persoonlijke band met mijn Schepper, Jehovah God, te ontwikkelen.

Zeker, er kwamen moeilijke momenten nadat ik besloten had mijn winstgevende carrière als beroepszangeres op te geven. Er werd veel druk op me uitgeoefend om me naar Brazilië te laten terugkeren. Toen werd mij een contract aangeboden voor optredens in Porto in het noorden van Portugal. Men dacht dat als ik uit Lissabon weg was, ik misschien van gedachten zou veranderen en mijn zangcarrière zou voortzetten.

Mijn besluit stond echter vast. Ik besloot bij mijn getrouwde zus in Frankrijk te gaan wonen, zodat ik verschoond zou blijven van pogingen om mij terug te lokken naar de amusementswereld. Maar nu bleek dat zij en haar man fel tegen mijn pasgevonden geloof gekant waren. Zij wilden zelfs niet dat ik mijn wekelijkse bijbelstudie bij hen thuis kreeg. Daardoor niet uit het veld geslagen legde ik heen en terug 30 kilometer af om mijn studie niet te missen. Uiteindelijk vroegen zij me hun huis te verlaten.

Nu was ik alleen en ik vond werk bij een rijke dame. Zij was van plan voor drie maanden met vakantie te gaan op een Grieks eiland dat privé-eigendom van haar was en ik werd uitgenodigd haar te vergezellen. Maar ik besefte wat het potentiële gevaar was als ik geïsoleerd was van Jehovah’s volk, en dus besloot ik niet mee te gaan.

In plaats daarvan woonde ik die zomer van 1974 het Portugese programma bij op het districtscongres van Jehovah’s Getuigen dat in het Franse Toulouse werd gehouden. Er waren ruim 12.000 aanwezigen. Daar werd ik gedoopt als symbool van mijn opdracht aan Jehovah God. Het was mijn eerste congres, en het interessante was dat het het laatste congres was waarvoor de Portugese Getuigen naar het buitenland moesten omdat hun grote bijeenkomsten in Portugal verboden waren. Na dat jaar mochten zij hun congressen in Portugal beleggen.

Een nieuwe carrière

Het voorrecht een maand mee te helpen bij voorbereidende activiteit voor het congres in Toulouse had een intense uitwerking op mij. Wat een uniek voorrecht, dagelijks contact te hebben met standvastige christelijke broeders en zusters die jarenlang hun rechtschapenheid hadden bewaard onder de dictatuur van Salazar in Portugal!

Als resultaat van de nauwe omgang met de volle-tijdpredikers groeide in mij het sterke verlangen om net als zij de volle-tijddienst op mij te nemen. En dus begon ik zes maanden na mijn doop met die bediening in Portugal. Kort daarna werd ik uitgenodigd om in een speciale toewijzing te dienen. En wie zou mijn partner zijn? Maria Eulalia da Luz, dezelfde Getuige die mij in Lissabon het Waarheid-boek had aangeboden!

Revolutionair gebied

Zuid-Portugal was onze eerste speciale toewijzing. Dit was een gebied waar sedert de revolutie van 1974 de communistische partij een overheersende invloed had. Er heerste een hysterische geest in de kleine plaatsen van de provincie Baixo Alentejo waar wij predikten. Al spoedig waren wij het mikpunt van felle tegenstand.

In een poging ons te ontmoedigen, werd ons huurhuis vaak met stenen bekogeld, wat ons menige slapeloze nacht bezorgde. Daarna ontplofte er een bom, waardoor het slot op de voordeur vernield werd. Het was niet te geloven, maar een man die ons werk had tegengestaan, verhuurde ons toen een beter huis, in het besef dat het gevaarlijk voor ons was zo geïsoleerd te wonen. Op een dag trapten tegenstanders de voordeur in terwijl wij weg waren. Stelt u zich onze verbazing voor toen bij onze thuiskomst onze nieuwe huisbaas de wacht bij het huis bleek te houden! Wij dankten Jehovah voor Zijn bescherming. — Psalm 145:18, 19.

Ondanks die tegenstand bleek ons werk daar heel vruchtbaar. Tegen de tijd dat wij uit het gebied weggingen, stemde het ons gelukkig te zien dat er twee nieuwe gemeenten van Jehovah’s Getuigen waren gevormd, elk met een fijne Koninkrijkszaal.

Een ware uitdaging

In 1977 werden wij overgeplaatst naar de Madeira-archipel. Hoewel het natuurschoon in dit subtropische gebied adembenemend is, bleek het bergachtige terrein lichamelijk zeer afmattend voor ons te zijn.

In deze toewijzing kregen wij te maken met mensen die precies het tegenovergestelde waren van de mensen in onze vorige toewijzing. Hun religieuze devotie draaide om „heiligen”. Er was veel analfabetisme, en het bijgeloof speelde een grote rol in het leven van de mensen. Wij zagen met eigen ogen de gevolgen van de geestelijke „zware vrachten” die vals-religieuze leiders op de schouders van mensen leggen. Dit was voor ons een krachtige stimulans om deze ’zwoegende en zwaar beladen’ zielen, koste wat het kost, geestelijke verkwikking te brengen. — Mattheüs 11:28, 29; 23:4.

Wij hoorden mensen vaak zeggen dat zij als katholieken niets van ons nodig hadden. Ik vroeg dan of zij het prachtige „Onze Vader” nog steeds baden. Als zij daar bevestigend op antwoordden, zei ik dat wij er allemaal zo naar verlangden dat Gods wil op aarde zou geschieden, daar de mens tegenwoordig niet veel goeds tot stand brengt. Als zij daarmee instemden, vroeg ik of zij zich wel eens afvroegen wat Gods wil voor ons is. Vaak werd op deze methode gereageerd met een horend oor en kwam er een gemoedelijk gesprek op gang.

Op een dag stond ik te praten met een vrouw die belangstelling toonde voor de Koninkrijksboodschap, toen ik plotseling hevig schrok van voetzoekers die om me heen ontploften. De man die me aanviel, was de norse zoon van de geïnteresseerde vrouw. Woedend gooide hij een boek naar me, dat mijn benen raakte. Zwaaiend met een sikkel die bij de bananenoogst gebruikt wordt, dreigde hij me te vermoorden en hief de sikkel boven mijn hoofd. Plotseling kwam er uit de bananenbosjes een andere man, de enige voor wie hij respect en ontzag had. Die riep op gebiedende toon: „Wat doe je daar?” en voorkwam dat de wildeman mij aanviel.

Het is in die toewijzing nog twee keer voorgekomen dat mijn leven werd bedreigd, en beide keren zag ik Jehovah’s beschermende hand op me (Psalm 68:19, 20). Dit gebied is trouwens zeer ontvankelijk gebleken voor het goede nieuws over Gods koninkrijk, en toen wij er weggingen, werden onze vergaderingen door velen meer bijgewoond.

In een ander gedeelte van de Madeira-archipel begon ik de bijbel te bestuderen met een vrouw van wie de man ons niet gunstig gezind was. Hij had echter veel eerbied voor de bijbel. Hij was bakker en werkte ’s nachts, en zonder dat wij het wisten, luisterde hij als hij wakker was geworden, stilletjes mee bij onze wekelijkse studie. Zijn belangstelling werd met elke studie groter, maar dat Gods naam Jehovah zou zijn, verbijsterde hem.

Hij besloot dit zelf in zijn eigen bijbel na te vorsen, maar hij kon de bijbel niet vinden. Hij wilde de waarheid weten over Gods naam en zocht verbeten naar zijn „oude, echte bijbel”. Niet lang daarna werd bij een grondige schoonmaakbeurt van de bakkerij zijn kostbare bijbel gevonden. Gretig zocht hij enkele verwijzingen op en daar stond het. De eigennaam van God was inderdaad Jehovah, onmiskenbaar! (Psalm 83:18) In korte tijd maakte hij opzienbarende vorderingen en werd gedoopt. Nu is hij een getrouwe broeder in de gemeente.

Laatste toewijzing

Op het moment dien ik in het noorden van Portugal in de stad Braga, sinds jaar en dag een religieus centrum met een beroemd katholiek heiligdom en seminarie. Maar wie had ooit kunnen denken dat de dag zou komen waarop veel kerken hun ledental zouden zien dalen? Toch gebeurt dit nu.

Wij ontmoeten veel mensen die in evolutie geloven en die ronduit verklaren agnostici te zijn. De publikatie Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping? met zo veel feiten die pleiten voor schepping, is een krachtig instrument bij het ’omverwerpen van redeneringen en elke hoogte die wordt opgericht tegen de kennis van God’. — 2 Korinthiërs 10:5.

De beste carrière

Als ik terugkijk op de afgelopen vijftien jaar, twijfel ik er niet aan dat ik de beste carrière heb gekozen: ik gebruik mijn stem niet om mensen te vermaken maar om met hen te praten over Gods schitterende beloften. De gloedvolle uitnodiging om onze stem te gebruiken voor het bekendmaken van het „goede nieuws”, komt van Jehovah zelf en geldt voor iedereen die ze wil aanvaarden. — Mattheüs 24:14; Romeinen 10:13-15.

Wat een grootse gelegenheid is ons geboden om te proberen het hart te bereiken van mensen die zwoegen en zwaar beladen zijn, om hen aan te moedigen te ’komen en het water des levens te nemen om niet’! (Openbaring 22:17) Het is de boodschap zelf uit Gods Woord die een gevoelige snaar raakt in het hart van nederige mensen. Mijn partner in de volle-tijddienst en ik vinden het een voorrecht onze stem te blijven gebruiken, niet om roem of rijkdom te vergaren, maar om God te loven en anderen eeuwige zegeningen te brengen.

Ik vind dat mijn huidige „zang”-carrière verre superieur is aan mijn vorige, want ik doe wat de psalmist zei: „Zingt Jehovah toe, zegent zijn naam. Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem” (Psalm 96:2). — Verteld door Madalena Ferraz Martins.

[Illustratie op blz. 24]

Madalena Ferraz Martins en haar partner in de volle-tijddienst, Maria Eulalia da Luz

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen