Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w99 1/7 blz. 23-27
  • Van extreme armoede tot de grootste rijkdom

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van extreme armoede tot de grootste rijkdom
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Op zoek naar iets beters
  • Enthousiast over de bijbelse hoop
  • Voordeel van het betonen van gastvrijheid
  • Vervolging
  • De grootste rijkdom
  • Portugal — 26 jaar later
    Ontwaakt! 1988
  • We hebben Gods onverdiende goedheid op veel manieren ervaren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2017
  • Een zangcarrière die blijvend geluk brengt
    Ontwaakt! 1990
  • ’Gelukkig zijn allen die Jehovah blijven verwachten’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
w99 1/7 blz. 23-27

Van extreme armoede tot de grootste rijkdom

VERTELD DOOR MANUEL DE JESUS ALMEIDA

Ik ben geboren in oktober 1916, als jongste van zeventien kinderen. Negen van mijn oudere broers en zussen waren door ziekte en ondervoeding gestorven, dus hen heb ik nooit gekend. De acht van ons die waren overgebleven, woonden met onze ouders in een klein dorpje bij het Portugese Porto.

ONZE nederige woning bestond uit een kleine woonkamer en één slaapkamer. Drinkwater werd uit een bron gehaald die zo’n halve kilometer bij ons vandaan lag en onze faciliteiten om te koken waren primitief.

Zodra mijn oudere broers daartoe lichamelijk in staat waren, gingen zij op de maïsvelden werken. Hun verdiensten waren nodig om ons gezin van voedsel te voorzien. Met hun steun werd ik het enige kind dat wat onderwijs ontving. Hoewel ons leven zwaar was, waren wij uiterst trouw aan de Katholieke Kerk, in de hoop dat dit op de een of andere manier verbetering in ons leven zou brengen.

In de maand mei had de kerk de zogenoemde noveen. Negen achtereenvolgende dagen liepen wij vroeg in de ochtend, als het nog donker was, naar de kerk. Daar baden wij, gelovend dat ons dat een zegen van God zou opleveren. Wij dachten ook dat de pastoor een heilige man was, Gods vertegenwoordiger. Maar na verloop van tijd gingen wij daar anders over denken.

Op zoek naar iets beters

Toen wij de kerkbelasting niet konden betalen, hield de pastoor geen rekening met onze extreme financiële problemen. Dat ontmoedigde ons. Mijn indruk van de kerk veranderde radicaal, en toen ik achttien was, besloot ik dan ook het huis uit te gaan om erachter te komen of er in het leven niet iets beters bestond dan op het veld werken en redetwisten met de kerk. In 1936 arriveerde ik in Lissabon, de hoofdstad van Portugal.

Daar ontmoette ik Edminia. Hoewel ik me door de kerk bedrogen voelde, hielden wij ons aan de traditie en zijn wij in de kerk getrouwd. Toen brak in 1939 de Tweede Wereldoorlog uit. Tijdens de oorlog was ik verantwoordelijk voor achttien opslagplaatsen en wij verstuurden per dag wel tot 125 vrachtwagenladingen oorlogsmaterieel.

De verschrikkingen van de oorlog met daarbij nog de intense betrokkenheid van de Katholieke Kerk grepen mij erg aan. Ik vroeg me af: ’Bekommert God zich werkelijk om de mensheid? Hoe moeten wij hem aanbidden?’ Jaren later, in 1954, sprak een oudere heer, een van Jehovah’s Getuigen, met mij over de vragen die ik had. Dat gesprek veranderde mijn hele leven.

Enthousiast over de bijbelse hoop

Die vriendelijke man, Joshua, legde mij uit dat Gods koninkrijk de enige oplossing voor de problemen van de wereld is en dat vrede en zekerheid alleen door middel van de heerschappij van het Koninkrijk werkelijkheid zullen worden (Mattheüs 6:9, 10; 24:14). Ik was opgetogen over wat hij vertelde, maar aarzelde om zijn uitleg te aanvaarden vanwege mijn eerdere ervaring met religie. Toen hij aanbood de bijbel met me te bestuderen, nam ik zijn aanbod aan onder voorwaarde dat hij niet om geld zou vragen en het niet over politiek zou hebben. Dat vond hij goed en hij verzekerde me dat wat hij aanbood gratis was. — Openbaring 22:17.

Mijn vertrouwen in Joshua groeide snel. Dus vroeg ik hem om iets wat ik al sinds mijn jeugd had willen hebben. „Zou ik misschien een persoonlijk exemplaar van de bijbel kunnen krijgen?” Wat was ik blij om na ontvangst ervan voor het eerst in het Woord van onze Schepper beloften te lezen als: „God zelf zal bij [de mensheid] zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan”! — Openbaring 21:3, 4.

Vooral de bijbelse beloften over het uitbannen van armoede en ziekte waren een troost voor mij. De getrouwe man Elihu zei over God: „Hij geeft voedsel in overvloed” (Job 36:31). En de bijbel zegt dat onder de rechtvaardige heerschappij van Gods koninkrijk „geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek’” (Jesaja 33:24). Wat een liefdevolle belangstelling heeft Jehovah God voor de mensheid! Wat nam mijn interesse voor zijn beloften toe!

Op 17 april 1954 bezocht ik voor het eerst een vergadering van Jehovah’s Getuigen. Het was een bijzondere vergadering — de Gedachtenisviering van Christus’ dood. Vanaf dat moment ging ik trouw naar de vergaderingen en al gauw begon ik de goede dingen die ik leerde met anderen te delen. In Portugal hielden wij destijds elke maand een picknick bij het strand en dan vond er ook een doop plaats. Zeven maanden nadat Joshua voor het eerst met mij had gesproken, droeg ik mij aan Jehovah God op en symboliseerde dat door de waterdoop in zee.

Begin 1954 waren er slechts zo’n honderd Getuigen in heel Portugal. Er bestond dus grote behoefte aan mannen die de leiding konden nemen in het predikingswerk. Ik maakte snelle geestelijke vorderingen en al spoedig kreeg ik verantwoordelijkheden in de gemeente. In 1956 werd ik in de tweede gemeente van Jehovah’s Getuigen in Lissabon aangesteld als gemeentedienaar, zoals de presiderende opziener toen werd genoemd. Tegenwoordig zijn er in die stad en haar voorsteden meer dan honderd gemeenten.

Voordeel van het betonen van gastvrijheid

Hoewel Edminia en ik over beperkte financiële middelen beschikten, stond onze deur altijd open voor onze christelijke broeders en zusters. In 1955 reisde een pionier, zoals volletijdpredikers van Jehovah’s Getuigen worden genoemd, vanuit Brazilië, waar hij woonde, via Portugal naar het internationale „Zegevierend Koninkrijk”-congres in Duitsland. Vanwege vervoersproblemen logeerde hij een maand bij ons en wat trokken wij in geestelijk opzicht voordeel van zijn bezoek!

Tot de andere bezoekers die in die tijd bij ons te gast waren, behoorden leden van de Bethelfamilie op het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn (New York), zoals Hugo Riemer en zijn kamergenoot Charles Eicher. Zij gebruikten de maaltijd bij ons en hielden lezingen voor de Portugese broeders en zusters. Net als pas uit het ei gekropen kuikens met opengesperde snavels wachtten wij op de sappige geestelijke hapjes waarin zulke broeders voorzagen.

Ook reizende opzieners van Jehovah’s Getuigen logeerden bij ons tijdens hun bezoeken. Een gedenkwaardige bezoeker in 1957 was Álvaro Berecochea, de bijkantooropziener van Marokko, die de toewijzing had Portugal te bezoeken om de broeders en zusters aan te moedigen. Hij bezocht de boekstudie bij ons thuis en wij stonden erop dat hij de rest van zijn verblijf in Portugal bij ons zou logeren. Tijdens zijn bezoek van een maand werden wij enorm gezegend en geestelijk goed gevoed, terwijl Álvaro in fysiek opzicht in gewicht toenam als gevolg van de kookkunst van mijn lieve Edminia.

Extreme armoede, zoals ik die in mijn kinderjaren heb meegemaakt, kan diepe sporen bij iemand nalaten. Toch ben ik gaan beseffen dat hoe meer wij aan Jehovah en zijn getrouwe dienstknechten geven, hoe meer hij ons zegent. Telkens wanneer wij aan wie wij maar konden gastvrijheid verleenden, werd ik hiervan doordrongen.

In 1955 werd op ons congres in Porto een mededeling gedaan over het internationale congres van Jehovah’s Getuigen dat in 1958 in het Yankee Stadion in New York gehouden zou worden. In elke Koninkrijkszaal in het land — en dat waren er toen niet zo veel — werd een bijdragebus geplaatst om het sturen van Portugese afgevaardigden naar het congres te helpen financieren. Kunt u zich voorstellen hoe verrukt mijn vrouw en ik waren toen wij werden uitgekozen om tot deze afgevaardigden te behoren? Wat een vreugde was het, het internationale hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn te bezoeken toen wij voor het congres in de Verenigde Staten waren!

Vervolging

In 1962 werd het predikingswerk van Jehovah’s Getuigen in Portugal verboden en de zendelingen — onder wie Eric Britten, Domenick Piccone, Eric Beveridge en hun echtgenotes — werden uitgewezen. Daarna werd het ons niet toegestaan onze vergaderingen in Koninkrijkszalen te houden en daarom hielden wij ze in het geheim in particuliere woningen; ook was het niet langer mogelijk in Portugal grote vergaderingen te houden. Dus werd het mijn verantwoordelijkheid vervoersregelingen voor onze christelijke broeders en zusters te treffen zodat zij deze congressen in andere landen konden bijwonen.

Het viel niet mee om de reizen van grote aantallen Getuigen naar andere landen te regelen. Maar gezien de schitterende geestelijke zegeningen die de Portugese broeders en zusters ontvingen, was het alleszins de moeite waard. Wat een opbouwende ervaring was het voor hen, congressen in Zwitserland, Engeland, Italië en Frankrijk te bezoeken! Zulke congressen stelden hen ook in de gelegenheid lectuur mee terug te nemen naar Portugal. In die jaren dienden wij talloze verzoeken in om als religieuze organisatie in Portugal geregistreerd te worden, maar al die verzoeken werden afgewezen.

Nadat de zendelingen begin 1962 waren uitgewezen, begon de geheime politie haar campagne om ons predikingswerk een halt toe te roepen te intensiveren. Tientallen broeders en zusters werden gearresteerd en voor de rechter gesleept. Van een aantal van deze gebeurtenissen werden in dit tijdschrift en het zustertijdschrift Ontwaakt!a gedocumenteerde verslagen gepubliceerd.

Onder de personen die gevangenzaten wegens prediken, was een pionier die ik in contact had gebracht met het goede nieuws van Gods koninkrijk. Omdat de politie tussen zijn bezittingen mijn adres aantrof, werd ik ontboden en ondervraagd.

Later kreeg ik thuis bezoek van twee politieagenten. Zij namen mijn bijbelstudiehulpmiddelen en ook dertien exemplaren van de bijbel in beslag. Zij bleven ons lastigvallen en kwamen in totaal zeven keer terug om ons huis te doorzoeken. Elke keer bestookten zij ons met vragen.

Verscheidene malen werd mij verzocht om in rechtszaken te getuigen ten behoeve van mede-Getuigen. Hoewel ik niet veel werelds onderwijs heb genoten, gaf Jehovah mij ’een wijsheid die alle tegenstanders tezamen niet konden weerstaan noch tegenspreken’ (Lukas 21:15). Bij één gelegenheid stond de rechter zo versteld van mijn getuigenverklaring dat hij vroeg wat voor opleiding ik had gehad. Iedereen in de rechtszaal moest lachen toen ik zei dat ik het maar tot de vierde klas van de lagere school had gebracht.

Naarmate de vervolging toenam, nam ook het aantal personen toe dat gunstig op de Koninkrijksboodschap reageerde. Van de nog geen 1300 Getuigen in Portugal in 1962 werden het er ruim 13.000 in 1974! Inmiddels was ik — in mei 1967 — uitgenodigd om als reizende opziener te dienen. Dat werk hield in dat ik gemeenten van Jehovah’s Getuigen bezocht om hen geestelijk te sterken.

De grootste rijkdom

In december 1974 had ik het voorrecht betrokken te zijn bij de registratie waardoor het werk van Jehovah’s Getuigen in Portugal wettelijk werd erkend. Het jaar daarop werden mijn vrouw en ik leden van de Bethelfamilie van Jehovah’s Getuigen in Estoril. Ook werd ik aangesteld om als lid van het Portugese bijkantoorcomité te dienen.

Wat is het een vreugde geweest het predikingswerk te zien gedijen in Portugal en in de gebieden die onder het opzicht van ons bijkantoor vallen! Daartoe behoren Angola, de Azoren, Kaapverdië, Madeira en São Tomé e Príncipe. In de loop der jaren is het opwindend geweest te zien dat zendelingen vanuit Portugal werden uitgezonden naar die gebieden, waar een enorme belangstelling voor de Koninkrijksboodschap is getoond. Stelt u zich onze vreugde eens voor nu er in de ons toegewezen gebieden meer dan 88.000 Koninkrijksverkondigers zijn, met inbegrip van de ruim 47.000 in Portugal! In 1998 hadden wij op de Gedachtenisviering een hoogtepunt van 245.000 aanwezigen, vergeleken met nog geen 200 toen ik in 1954 een Getuige werd.

Edminia en ik stemmen van ganser harte in met de bijbelpsalmist die zei dat ’één dag in Jehovah’s voorhoven beter is dan duizend elders’ (Psalm 84:10). Wanneer ik terugdenk aan mijn nederige begin en dat vergelijk met de geestelijke rijkdom die ik sindsdien heb genoten, voel ik me net als de profeet Jesaja: „O Jehovah, gij zijt mijn God. Ik verhoog u, ik prijs uw naam, want gij hebt wonderbare dingen gedaan . . . Want gij zijt een vesting geworden voor de geringe, een vesting voor de arme.” — Jesaja 25:1, 4.

[Voetnoot]

a Zie de Ontwaakt! van 8 juli 1964, blz. 17-26, en De Wachttoren van 1 december 1966, blz. 709-720.

[Illustraties op blz. 24]

Boven: Broeder Almeida maakt in Lissabon de regeling bekend om afgevaardigden naar het congres van 1958 in New York te sturen

Midden: Demonstratie van een dienarenvergadering op het internationale „Vrede op aarde”-congres in Parijs

Onder: Charterbussen bijna klaar voor vertrek naar een districtscongres in Frankrijk

[Illustratie op blz. 25]

Als voorzitter van de ochtendaanbidding op het Portugese bijkantoor

[Illustratie op blz. 25]

Bijkantoor in Portugal, ingewijd in 1988

[Illustratie op blz. 26]

Toen broeder Hugo Riemer van Brooklyn-Bethel ons bezocht, hield hij aanmoedigende lezingen

[Illustratie op blz. 26]

Met mijn vrouw

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen