Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
3. Zo’n gevaarlijk beest op straat is toch beslist een deugdelijk excuus om binnen te blijven (Spreuken 22:13)
6. Een van de plaatsen waar David tijdens zijn omzwervingen als vluchteling was geweest en waar hij vrienden had (1 Samuël 30:26, 30)
8. Stuk textiel waarmee een bovenkleed gerepareerd wordt (Mattheüs 9:16)
11. „Een zebra van een mens”, een rusteloze zwerver, die als boogschutter in zijn levensonderhoud voorzag (Genesis 16:11, 12; 21:20)
14. Soms raken dingen op de meest onverwachte manier bekend: ’een vliegend . . . zal het overbrengen’ (Prediker 10:20)
16. De situatie dat de Kanaänieten in Gezer . . ., bleef zo (Rechters 1:29)
17. Zo’n man was er gewoon niet meer onder Micha’s volk te vinden (Micha 7:2)
18. In deze verhouding zouden de dieren tot de mens staan (Genesis 1:26)
25. In plaats van deze plantnaam vertaalt men ook wel ’crocus’ of ’affodil’ (Jesaja 35:1)
26. Schenker van een Perzische koning en latere stadhouder van de joden
27. Naam die Bloedveld betekent (Handelingen 1:19)
30. District, gebied (Genesis 13:10)
32. De zoon die altijd als eerste wordt genoemd van Noachs drie zoons, hoewel hij waarschijnlijk de middelste was
33. Deze aanduiding geeft de intensiteit van hun roepen weer (Psalm 9:12)
34. Eiland waar de bevolking buitengewone menslievendheid toonde (Handelingen 28:1, 2)
Verticaal
1. Toen stonden de maagden op en brachten hun lampen in . . . (Mattheüs 25:7)
2. Nehemia voltooide Jeruzalems muren in de maand . . . (Nehemia 6:15)
4. De eerste vrouw
5. Dit materiaal kan sneeuwwit zijn, en het geeft warmte (Psalm 147:16)
7. Sterke emotie, opgeroepen door wat de Kanaänieten hadden bedreven (Leviticus 20:23)
9. Rivier die het land Havila omstroomde (Genesis 2:11)
10. Bestanddeel van het reinigingswater (Numeri 19:9)
12. Vader van Simson (Rechters 13)
13. Jezus, de Grotere Salomo, reed op een . . . (1 Koningen 1:33-40; Zacharia 9:9; Johannes 12:14-16)
15. Bron waar gedronken kon worden, maar waar door de begroeiing het gevaar van vijandelijke hinderlagen bestond en dus waakzaamheid geboden was (Rechters 7:1, 6)
17. Stad waarheen de Benjaminieten na de ballingschap terugkeerden (Ezra 2:1, 33; Nehemia 11:31, 35)
19. Enige
20. Wat bij de dood van de eigenaar op de erfgenaam overgaat; of wat iemand als door overerving verkrijgt (Psalm 2:8)
21. Afstammeling van Efraïm (1 Kronieken 7:20)
22. Simson was uit deze stam (Rechters 13:2, 25; Genesis 49:16; Deuteronomium 33:22)
23. In Gods nieuwe wereld zal ’de . . . van God bij de mensen zijn’ (Openbaring 21:3)
24. Zo meende Jozef zijn jongste, Efraïm, voor Jakob te moeten plaatsen (Genesis 48:13)
27. Stad die met Sodom en Gomorra vernietigd werd (Hosea 11:8; Deuteronomium 29:23)
28. Telwoord (Jakobus 5:17)
29. Ajath, de stad die als eerste zou vallen als de koning van Assyrië tegen Jeruzalem optrok (Jesaja 10:28), lag op dezelfde of bijna dezelfde plek als het in Jozua’s tijd verwoeste . . . (Jozua 8:28)
30. Sprekend over Gods gedachten heeft de psalmist het over de grootse . . . ervan (Psalm 139:17)
31. Rond een stok gerold materiaal waarop kolommen tekst geschreven stonden
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
3. LEEUW
6. HORMA
8. LAP
11. ISMAËL
14. SCHEPSEL
16. WOONDEN
17. OPRECHTE
18. ONDERWORPENHEID
25. SAFFRAAN
26. NEHEMIA
27. AKELDAMA
30. STREEK
32. SEM
33. LUIDE
34. MALTA
Oplossing verticaal
1. ORDE
2. ELUL
4. EVA
5. WOL
7. AFSCHUW
9. PISON
10. AS
12. MANOAH
13. EZEL
15. HAROD
17. ONO
19. ENKELE
20. ERFDEEL
21. ELADA
22. DAN
23. TENT
24. LINKS
27. ADMA
28. DRIE
29. AI
30. SOM
31. ROL