Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 22/7 blz. 15-18
  • Ga met ons mee op onze tocht de Chobe op

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ga met ons mee op onze tocht de Chobe op
  • Ontwaakt! 1990
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kijk eens naar het imposante nijlpaard!
    Ontwaakt! 2003
  • Olifanten — Vrienden of vijanden?
    Ontwaakt! 1994
  • De taaie reuzen van de Namibwoestijn
    Ontwaakt! 1992
  • Op safari in Ghana
    Ontwaakt! 2001
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 22/7 blz. 15-18

Ga met ons mee op onze tocht de Chobe op

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ZUID-AFRIKA

WIJ zitten op een boot op de rivier de Chobe in het hartje van zuidelijk Afrika. Het hoogtepunt van onze vakantie is aangebroken. Wij luisteren naar het water dat zachtjes tegen de boot kabbelt terwijl de andere passagiers instappen. Op de oever wuift het riet in een welkom briesje. Wij zijn dankbaar voor de wolken die ons beschermen tegen de hete Afrikaanse zon.

„Meestal komen de olifanten ’s middags drinken. Ik hoop dat ze dat ook nu doen”, zegt Jill, de public relations-manager van het hotel dat deze tocht organiseert. Dat hopen wij ook. De Chobe is vermaard om haar olifanten. Het noorden van Botswana, waar de Chobe doorheen stroomt, telt naar schatting 45.000 olifanten — de grootste concentratie in zuidelijk Afrika. „Maar”, waarschuwt Jill, „door de recente regens hebben wij al drie dagen geen olifanten gezien.”

De Chobe heeft echter talrijke andere attracties. Op een schaal in de boot zien wij vier dode vissen liggen. „Er zitten altijd visarenden te wachten op vis die in het water wordt gegooid”, zegt Rainford, de Botswaanse kapitein van onze boot. Zal het ons lukken een van deze vogels te fotograferen als hij neerstoot om een maaltje te grijpen? Onze opwinding wordt groter als er een andere toeristenboot, The Fish Eagle genaamd, voorbijkomt. Onze boot heet Mosi-Oa-Tunya, een Afrikaanse naam voor de Victoriawatervallen. De Chobe vloeit samen met de machtige Zambezi en stort zich dan over de beroemde watervallen, die ongeveer een uur rijden van hier verwijderd liggen.

Geloof het of niet, vlak nadat de Mosi wegvaart, krijgen wij door onze verrekijkers olifanten in het oog. Maar helaas, als wij nog een heel eind weg zijn, keren ze terug naar het oerwoud. „Tot voor drie weken”, vertelt Sandy, onze gids, „zagen wij kudden van honderden dieren.” Vervolgens wordt onze aandacht getrokken door zes koedoes die vanaf de oever naar ons staren. Als er een motorvoertuig op ze afkomt, rennen deze antilopen meestal weg. „Ze schijnen minder bang te zijn voor een boot op de rivier”, zegt Sandy.

Het zachte gekoer van duiven wordt weldra onderbroken door een doordringende schreeuw. Wat is dat voor een vogel? „De aparte schelle kreet van de Afrikaanse visarend hoor je voortdurend op de Chobe”, verklaart dr. Anthony Hall-Martin in het boek Elephants of Africa. Vier van die prachtige vogels slaan ons gade vanuit bomen langs de rivier. Snel stellen wij onze camera’s in als Sandy een vis gooit. Op dat moment verlaat de eerste vogel zijn plaats en zweeft in onze richting. Wij horen een plons en dan heeft hij de vis stevig in zijn klauwen. Daarop vliegt de vogel met een slag van zijn majestueuze vleugels uit het water op en laat een triomfantelijke kreet horen — WOOW-kajoow-kwoow. Wij zijn diep onder de indruk van de coördinatie van ogen, klauwen, roep en vleugels gedirigeerd vanuit het kleine brein van de arend. Aan boord verstomt het gepraat; er is niets anders te horen dan het klikken van de camera’s als deze indrukwekkende voorstelling nog driemaal wordt herhaald.

De boot gaat verder en dan krijgen wij een kudde in het oog van 26 olifanten, waaronder baby’s, die in het water spelen. Als wij ze gadeslaan, moeten wij denken aan de woorden van Bruce Aiken in zijn boek The Lions and Elephants of the Chobe: „Is de eerste dorst eenmaal gelest, dan gebruiken de volwassen dieren hun slurf om zich bedaard helemaal met het koele water te besproeien. Sommige, vooral de bijna volwassen dieren en de bullen, wagen zich graag verder de rivier in en zwemmen en plassen speels rond, vaak met slechts het puntje van hun slurf zichtbaar boven het oppervlak om dienst te doen als snorkel. De jongen vermaken zich echter nog het beste. Dit is het begin van de speeltijd en onophoudelijk dartelen ze rond en zitten ze elkaar achterna . . . Is de dorst gelest, dan is het tijd voor de volgende en ongetwijfeld meest geliefde activiteit, het modderbad. . . . Maar al te gauw besluiten de oude koeien, die spelbreeksters van wie het woord wet is, dat het tijd is om te vertrekken.”

Helaas maakt de nadering van onze grote dubbeldeksboot de „spelbreeksters” onrustig en leiden ze de kudde weg, maar niet voordat wij een paar foto’s hebben genomen.

De dag is nog niet voorbij en de Chobe heeft nog meer verrassingen te bieden. Door het woestijnstof uit de Kalahari, waar de rivier doorheen stroomt, zijn de zonsondergangen er spectaculair. De avond is ook de tijd dat luie nijlpaarden zich beginnen te roeren als ze zich klaarmaken om het water te verlaten voor hun nachtelijke schranspartijen. Nu is het uitgesproken gunstig dat onze grote boot zo veilig is. „U kunt vlak bij de nijlpaarden komen zonder bang te hoeven zijn”, zegt Rainford.

Een sonoor, zwaar getoeter kondigt onze komst aan bij een nijlpaardenpoel naast een eiland in de rivier. De een na de ander verschijnen er aan weerskanten van ons grote koppen van onder water liggende nijlpaarden. Plotseling doen twee nijlpaarden een uitval naar elkaar met wijd open bekken — bekken die zo groot zijn dat een mens erin zou kunnen neerhurken. Dan loopt er, uit het ondiepe water bij het eiland, een ander nijlpaard recht op ons af en komt zo dichtbij dat zijn massieve lijf de lens van onze camera vult. Waar het dieper wordt, verdwijnt zijn kop onder water en steekt alleen nog zijn grote achterste de lucht in. Als de lucht dan uit zijn longen stroomt, gaat het reusachtige lichaam naar beneden.

Het verbaast ons te horen dat een nijlpaard ondanks zijn gewicht van soms bijna vier ton, zeer vlug is in het water. „Het kan ondanks zijn plompe lijf sneller zwemmen dan menige vis en in helder water ziet men ze vaak met grote snelheid vlak onder het oppervlak zwemmen”, zegt Bradley Smith in zijn boek The Life of the Hippopotamus. En als ze daar meer zin in hebben, gebruiken ze hun krachtige poten om zich lopend door de bedding van een diepe rivier te begeven. Het is precies zoals de Schepper van de mens zegt:

„Zie toch de Behemoth [het nijlpaard], die ik heb gemaakt, evenals u. Groen gras eet hij net als een stier. Zie toch, zijn kracht schuilt in zijn heupen, en zijn dynamische energie in zijn buikspieren. Indien de rivier geweldig tekeergaat, maakt hij zich niet in paniek uit de voeten. Hij is vol vertrouwen, ook al zou de Jordaan losbreken tegen zijn muil” (Job 40:15, 16, 23, Nieuwe-Wereldvertaling, Studiebijbel, voetnoot). Omringd als wij zijn door deze ontzag inboezemende toonbeelden van „dynamische energie”, beseffen wij eens te meer hoe noodzakelijk het is eerbied te tonen voor Hem die ze gemaakt heeft. „Kan iemand hem voor zijn ogen vangen? Kan iemand met strikken zijn neus doorboren?”, vraagt Jehovah God om ons te herinneren aan onze menselijke beperkingen. — Job 40:24.

Heen en weer geslingerd tussen het kijken naar een schitterende zonsondergang en naar de nijlpaarden, verlaten wij de plek met tegenzin als de tijd aangebroken is dat onze boot terug moet. Later zien wij vanuit onze met riet bedekte hut aan de waterkant vol bewondering hoe de hemel roze en oranje wordt en de kleuren zich prachtig weerspiegelen in het water. Wij mijmeren over de opwindende dingen die wij hebben gezien en gehoord. „Als u werkelijk dicht bij de dieren wilt komen,” raadt Sandy ons aan, „dan moet u een kleine motorboot nemen.” Wij besluiten haar raad op te volgen en er een te huren voor de volgende middag.

Deze keer kunnen wij de dieren inderdaad van dichterbij bekijken, behalve de gevaarlijke nijlpaarden dan, en zelfs het riet en de waterlelies aanraken. Wij kijken hoe grijze vissers, een ijsvogelsoort, bewegingloos boven het water hangen, speurend naar kleine vissen. Andere kleurrijke vogels vliegen om ons heen, kleine bruinkopijsvogels, witvoorhoofdbijeneters en kleine gestreepte zwaluwen. Dan zijn er de grotere vogels die de veiligheid van de eilanden in de rivier op prijs stellen — Egyptische vosganzen, jacana’s, aalscholvers en reigers, om er slechts een paar te noemen. Wij passeren een half onder water liggende boom waarop enkele van deze vogels prijken.

Ten slotte komen wij bij de plek waar wij de vorige dag de kudde olifanten hebben gezien. Deze keer treffen wij er een eenzame bul aan, die ons negeert en blijft eten en drinken. Dan verschijnt er, net als wij aanstalten maken om weg te varen, plotseling een moeder met kleintjes uit het woud. Ze aarzelt als ze ons ziet. Wij houden hoopvol onze adem in. Zal ze toch komen of niet? Gelukkig besluit ze het risico te nemen met haar kleintjes in onze buurt te komen. Wat een prachtig gezicht de moeder met een nog jong dier en een baby in onze richting te zien rennen!

Aiken merkt in zijn boek over leeuwen en olifanten ook nog op: „Het is heel goed in te denken wat een dorst deze kolossale dieren elke dag moeten hebben . . . als ze de lange hete tocht naar de rivier achter de rug hebben. Begerig en zo snel mogelijk lopend komt een kudde uit het woud te voorschijn en begeeft zich rechtstreeks naar een drinkplaats, de laatste vijftig of honderd meter vaak uitgelaten rennend afleggend als ze het levengevende water ruiken.” Wij kijken werkelijk vol ontzag toe als de drie op een rij staan te drinken, de baby veilig tussen ze in. Maar het wordt laat en wij moeten terug voordat het donker is.

Behalve de olifanten zien wij buffels, krokodillen, poekoes, koedoes, waterbokken, impala’s, bavianen en wrattenzwijnen. Wij moeten wel diepe bewondering voelen voor Hem die deze ongelooflijke verscheidenheid van dieren heeft geschapen en hun zo’n schitterend leefmilieu heeft gegeven. In het droge jaargetijde komen vogels en andere dieren in grote concentraties bij de rivier samen en worden er zelfs leeuwen, luipaarden en neushoorns gezien.

Misschien woont u ver van dit afgelegen deel van Afrika, maar wij hopen dat u door met ons mee te gaan op onze tocht, nu een beter idee hebt van de indrukwekkende schouwspelen die degenen die de Chobe opvaren te wachten staan.

[Illustratieverantwoording op blz. 18]

Alle houtgravures: Animals: 1419 Copyright-Free Illustrations of Mammals, Birds, Fish, Insects, etc. door Jim Harter

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen