Als er geen AIDS dreigt
Op de avond van 3 oktober 1984 werd baby Kyle Bork geboren, zeven weken te vroeg. Zijn longetjes waren nog niet voldoende ontwikkeld om goed te functioneren en daarom werd hij overgebracht naar het 56 kilometer verder gelegen Kinderziekenhuis van Orange County, waar men over de apparatuur beschikte voor de verzorging van baby’s die in zo’n kritieke toestand verkeren.
De dokter legde uit dat Kyles bloed aangevuld zou moeten worden door een bloedtransfusie, daar hij anders naar alle waarschijnlijkheid zou sterven. Hoewel het heel moeilijk was voor de ouders, hielden zij zich standvastig aan hun op de bijbel gebaseerde besluit niet toe te staan dat hun baby een transfusie kreeg (Genesis 9:4, 5; Leviticus 17:10-14; Handelingen 15:28, 29). De dokter was vol begrip en behulpzaam. Toch, zo zei hij, zou hij als de situatie absoluut kritiek werd, om een gerechtelijk bevel vragen en een transfusie geven.
Opmerkelijk genoeg ging het met Kyle gestadig beter en tegen de negende dag werd hij van het beademingstoestel gehaald. Twee dagen later namen de ouders hem mee naar huis en hij ontwikkelde zich tot een gelukkig, gezond kind, zoals u op de foto kunt zien. Maar dat is nog niet het einde van het verhaal.
Vorig jaar werd in een nieuwsuitzending van de televisie van Los Angeles bericht, dat een aantal kinderen die in het Kinderziekenhuis van Orange County hadden gelegen omstreeks de tijd dat Kyle er verbleef, AIDS hadden opgelopen door transfusies met besmet bloed. Het ziekenhuis probeerde de familie te bereiken van ongeveer 3000 kinderen, opdat zij op het AIDS-virus getest konden worden.
Onmiddellijk belden Kyles ouders het ziekenhuis op om zich ervan te vergewissen dat hij niet buiten hen om een transfusie had gekregen. Kort daarna belde het ziekenhuis hen terug om hen ervan te verzekeren dat hij volstrekt geen bloed had gekregen en dus geen gevaar liep AIDS te krijgen. „Wij vielen letterlijk op onze knieën en dankten Jehovah”, vertelden de ouders, „omdat hij ons zijn rechtvaardige wetten heeft gegeven en de kracht om onder zo’n beproeving onze rechtschapenheid te bewaren.”