Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Een geducht natuurverschijnsel (Spreuken 1:27)
5. Met deze woordkeus geeft Paulus aan hoe hij ernaar verlangt ook in Rome het goede nieuws te brengen (Romeinen 1:15)
8. Tegen gevaren beschermende (Psalm 9:9)
10. Omringende volken (Deuteronomium 1:7)
12. Weg die men volgt (Spreuken 1:15)
13. Voorwerp van verering (2 Thessalonicenzen 2:4)
14. Grote watervlakte, die niet zonder gevaren is (2 Korinthiërs 11:26)
16. ’Klem u niet langer aan mij vast, maar . . .’ (Johannes 20:17)
17. Plaatsen waar mensen wonen (Jozua 18:28)
20. Bezitters van intelligentie (1 Korinthiërs 1:19)
25. Volgend op (Spreuken 20:7)
26. Vorm van bevroren water (Job 38:29)
29. Metaal dat een vuurbewerking heeft ondergaan (Numeri 31:22)
30. Het grote hemellicht van de dag (Handelingen 2:20)
31. Gebied waarover Herodes districtsregeerder was (Lukas 3:1)
32. Geheten (Matthéüs 2:23)
34. Beter dan het begin (Prediker 7:8)
35. Groot in aantal (Deuteronomium 1:10)
Verticaal
2. Materiaal voor kleding (Spreuken 31:13)
3. Zo uit de wijsheid zich, om zelfs boven het straatrumoer uit te komen (Spreuken 1:21)
4. Kracht die een golf kan voortdrijven (Jakobus 1:6)
6. Een van de tweelingzonen van Tamar (Matthéüs 1:3)
7. „Weest niet . . . bezorgd” (Lukas 12:22)
8. Deze moesten verwijderd worden bij het offeren van gevogelte (Leviticus 1:16)
9. Elk (Handelingen 2:38)
11. Gebied dat bekendstond om zijn sterke jonge stieren (Psalm 22:12)
13. Voortbrengselen van menselijk vernuft — maar niets waard (Leviticus 19:4)
15. Afbeelding van kracht (Openbaring 4:7)
16. ’Zet de kookpot op en . . . er water in’ (Ezechiël 24:3)
18. Plaats in het land van Benjamin waar de beenderen van Saul en Jonathan begraven werden (2 Samuël 21:14)
19. Koning van Moab, een zeer zwaarlijvig man (Rechters 3:17)
21. Machtige beschermer die zich bij Israëls achterhoede posteerde (Exodus 14:19)
22. Verschillende talen, zoals de geest het hun gaf zich te . . . (Handelingen 2:4)
23. Door het oog hiervan gaat geen kameel (Matthéüs 19:24)
24. Gebied in het binnenland van de Romeinse provincies Galatië en Asia, dat wol exporteerde; Laodicéa was een van de steden ervan (Handelingen 18:23)
27. Zonen worden hiermee vergeleken (Psalm 127:4)
28. Emotie die verlammend werkt (Exodus 15:16)
30. Wat gezaaid wordt (Prediker 11:6)
33. Waarin zich de graankorrels bevinden (Exodus 9:31)
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
1. ONWEER
5. POPEL
8. VEILIGE
10. NABUREN
12. PAD
13. GOD
14. ZEE
16. GA
17. NEDERZETTINGEN
20. INTELLECTUELEN
25. NA
26. RIJP
29. TIN
30. ZON
31. GALILEA
32. GENAAMD
34. EINDE
35. TALRIJK
Oplossing verticaal
2. WOL
3. ROEPT
4. WIND
6. PEREZ
7. LANGER
8. VEREN
9. IEDER
11. BASAN
13. GODEN
15. STIER
16. GIET
18. ZELA
19. EGLON
21. ENGEL
22. UITEN
23. NAALD
24. FRYGIË
27. PIJLEN
28. ANGST
30. ZAAD
33. AAR