Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/2 blz. 3-5
  • De ontdekking van ’de grote reptielen’ uit het verleden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De ontdekking van ’de grote reptielen’ uit het verleden
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De ontdekking van dinosauriërs
  • Wanneer hebben ze geleefd?
  • Kenmerken
  • De verschillende gedaanten en grootten van dinosauriërs
    Ontwaakt! 1990
  • Wat zegt de Bijbel over dinosaurussen?
    Vragen over de Bijbel
  • Welk lot trof de dinosauriërs?
    Ontwaakt! 1990
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1990
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/2 blz. 3-5

De ontdekking van ’de grote reptielen’ uit het verleden

ALS u aan de rand van het dal van de rivier de Red Deer staat, iets ten zuiden van de stad Drumheller in de Canadese provincie Alberta, staat u op de rand van twee verschillende werelden. Op ooghoogte strekken zich in alle richtingen de eindeloze tarwevelden van de prairies van Alberta uit. Maar bezoekers die langs de steile rotsen omlaag het droge, dorre dal in kijken, kunnen zich een andere wereld voorstellen die ver van de hunne verwijderd is — de wereld van de dinosauriërs.

In dit dal met zijn steile canyons van veelkleurige lagen sedimentgesteente zijn honderden dinosaurusbeenderen opgegraven. Bezoekers van dit dorre, onherbergzame gebied, zowel jong als oud, kijken er vol verbazing naar de fossiele nalatenschap van enkele van de wonderlijkste dieren die ooit op aarde hebben geleefd.

De ontdekking van dinosauriërs

Vóór 1824 waren dinosauriërs de mens onbekend. In dat jaar werden in Engeland de beenderen van verscheidene soorten gefossiliseerde reptielen opgegraven. De Britse paleontoloog Richard Owen noemde deze dieren Dinosauria, van de twee Griekse woorden deinos en sauros, wat „verschrikkelijke hagedis” betekent. De naam is tot op de huidige dag in gebruik gebleven, hoewel dinosauriërs weliswaar reptielen, maar geen hagedissen zijn.

Sinds 1824 zijn op elk continent dinosaurusfossielen gevonden. Het in sedimentaire (ofte wel uit water afgezette) gesteentelagen achtergebleven fossielenverslag geeft te kennen, dat er een buitengewone rijkdom en verscheidenheid van soorten dinosauriërs was in een periode in de geschiedenis van de aarde die het tijdperk van de dinosauriërs wordt genoemd. Sommige leefden op het land, terwijl andere hun woongebied in moerassen hadden. Enkele hebben misschien zelfs in het water geleefd, zo ongeveer als het hedendaagse nijlpaard.

Grote hoeveelheden overblijfselen van dinosauriërs — niet alleen skeletdelen maar ook bijvoorbeeld voetafdrukken — zijn opgegraven in de Great Central Plain van Noord-Amerika. De prairies van Centraal-Alberta hebben veel overblijfselen van dinosauriërs opgeleverd, waaronder bijna 500 complete skeletten. In de jaren ’20 hebben expedities dinosaurusbeenderen gevonden in de Gobiwoestijn van Centraal-Azië, en in de jaren ’40 is door een Sovjet-expeditie een dinosaurusskelet van zo’n 12 meter lang in Mongolië ontdekt.

In 1986 ontdekten Argentijnse wetenschappers de fossielen van een plantenetende dinosaurus in Antarctica. Tot op dat moment was Antarctica het enige grote landgebied geweest waar geen dinosaurusfossielen waren gevonden. Vlak daarvoor vond een Amerikaanse onderzoeker dinosaurusbeenderen op de North Slope van Alaska. De afgelopen honderd jaar zijn op zo veel locaties dinosaurusbeenderen blootgelegd, dat het duidelijk is geworden dat dinosauriërs in het verre verleden wijdverbreid voorkwamen.

Wanneer hebben ze geleefd?

Dinosauriërs hebben in hun tijd een dominerende rol in het leven op aarde gespeeld. Maar toen kwam er een eind aan hun bestaan. De gesteentelagen die menselijke fossielen bevatten, liggen steevast boven de lagen die dinosaurusfossielen bevatten. Daaruit trekken wetenschappers over het algemeen de conclusie dat de mens later op het aardse toneel is verschenen.

In verband daarmee verklaart James Scott in zijn boek Palaeontology: „Zelfs de vroegste soort van Homo sapiens (de mens) leefde lang na de verdwijning van de dinosauriërs . . . Kantelingen (door bewegingen van de aardkorst) in aanmerking genomen, liggen gesteenten met menselijke fossielen steevast boven die waarin de beenderen van de grote dinosaurusreptielen bewaard zijn gebleven, waaruit volgt dat deze tot een vroeger tijdperk behoren dan de menselijke overblijfselen.”

In het dal van de Red Deer bevindt zich een laag sedimentgesteente die dinosaurusbeenderen bevat. Vlak daarboven ligt een purperbruine laag die de contouren van de helling volgt. Boven de purperbruine laag ligt een laag bruinachtige moddersteen die fossielen van subtropische varens bevat, wat duidt op een warm klimaat. Daarop liggen verscheidene lagen steenkool. Verder naar boven liggen grofkorrelige lagen aarde. Geen van de hogere lagen bevat dinosaurusbeenderen.

In het boek A Vanished World: The Dinosaurs of Western Canada wordt gezegd dat „aan het bestaan van alle 11 grote dinosaurussoorten . . . in het westelijke binnenland omstreeks dezelfde tijd een einde kwam”. Hieruit, en uit het feit dat er geen mensenbeenderen bij de dinosaurusbeenderen zijn gevonden, trekken de meeste geleerden de conclusie dat het tijdperk van de dinosauriërs eindigde voordat er mensen op het toneel verschenen.

Daarbij zij echter opgemerkt dat sommigen aanvoeren dat er geen beenderen van dinosauriërs en mensenbeenderen bij elkaar worden aangetroffen omdat de dinosauriërs niet leefden in streken die door de mens werden bewoond. Zulke uiteenlopende meningen laten zien dat het fossielenverslag zijn geheimen niet zo gemakkelijk prijsgeeft en dat niemand thans op aarde werkelijk alle problemen kan ontrafelen.

Kenmerken

Wetenschappers hebben geconcludeerd dat er ten oosten van de Noordamerikaanse Rocky Mountains eens een grote ondiepe zee heeft gelegen. Deze zee was honderden kilometers breed en strekte zich uit van de huidige Noordelijke IJszee tot Mexico. Langs de vlakke kustlijn lagen weelderige, moerassige wouden. Fossielen doen vermoeden dat dit ecologisch milieu gunstig is geweest voor talrijke dinosaurussoorten. De edmontosaurus, een snavelbekdinosaurus van zo’n negen meter lang, heeft kennelijk net als koeien in kuddeverband het moeras begraasd. Goed bewaard gebleven drietenige pootafdrukken en de gefossiliseerde inhoud van de maag hebben paleontologen tot deze conclusie gebracht.

Andere tekenen wijzen erop dat sommige dinosauriërs sociaal gedrag vertoonden. Ze hebben vermoedelijk in kudden geleefd, misschien in groepen van honderden of meer. De ontdekking van opeenvolgende lagen nesten en eieren op dezelfde plek duidt erop dat sommige dinosauriërs jaar in jaar uit naar dezelfde nestplaatsen zijn teruggekeerd. Skeletresten van babydinosauriërs bij de nesten, zo vermeldt Scientific American, ’doen sterk denken aan een band tussen de jongen uit hetzelfde nest en impliceren ook de mogelijkheid dat ouders hun jongen na het uitkomen verzorgden’.

De fossiele bewijzen laten dus zien dat er enorme aantallen en talrijke soorten dinosauriërs waren. Hoe zagen ze er echter uit? Waren het allemaal afschrikwekkende, reusachtige monsters — „verschrikkelijke hagedissen”? Waarom zijn ze schijnbaar zo plotseling verdwenen?

[Illustratieverantwoording op blz. 3]

Smithsonian Institution, Washington D.C.: Foto nr. 43494

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen