Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 22/1 blz. 5-7
  • Bedrog in de wetenschap — Waarom het toeneemt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bedrog in de wetenschap — Waarom het toeneemt
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Van een mug een olifant maken
  • „Peer review”, een bescherming tegen fraude?
  • Bedrog in de wetenschap — Het haalt de koppen
    Ontwaakt! 1990
  • Bedrog in de wetenschap: Een kijkje achter de schermen
    Ontwaakt! 1984
  • Bedrog in de wetenschap: Een enkele slechte appel in de mand?
    Ontwaakt! 1984
  • Knoeierijen in de hallen der wetenschap
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 22/1 blz. 5-7

Bedrog in de wetenschap — Waarom het toeneemt

„DE WEDIJVER is meedogenloos. Winnaars worden rijk beloond; verliezers wacht vergetelheid. Het is een sfeer waarin de verleiding om een illegaal sluipweggetje te nemen soms onweerstaanbaar is — niet in het minst omdat het Bestel er vaak voor terugschrikt fraude aan de kaak te stellen.” Zo begon het artikel „Publiceer of ga ten onder — of vervals het” in U.S.News & World Report. Om niet ten onder te gaan, bezondigen veel wetenschappelijke onderzoekers zich inderdaad aan vervalsing.

De druk tot publiceren in wetenschappelijke bladen waaraan wetenschappers blootstaan, is overweldigend. Hoe langer de lijst publikaties die de onderzoeker op zijn naam heeft staan, hoe groter zijn kansen op werk, promotie, een vaste aanstelling bij een universiteit en rijkstoelagen om zijn onderzoek te financieren. De Amerikaanse regering „beheert de grootste bron van onderzoeksfondsen, $5,6 [miljard] per jaar afkomstig van de Nationale Gezondheidsinstituten”.

Omdat „wetenschappelijke kringen weinig geneigd blijken dit ethische dilemma aan te pakken”, „ongewoon onwillig zijn geweest te diep te graven naar harde feiten over het ethisch gedrag” en „er geen zin in hebben grote schoonmaak te houden of zelfs attent te zijn op misdrijven”, hebben congrescommissies hoorzittingen gehouden en het invoeren van wetten overwogen om het toezicht dan maar over te nemen (New Scientist; U.S.News & World Report). Dit vooruitzicht ontlokt wetenschappers veel geweeklaag en tandengeknars. Niettemin wordt in een wetenschappelijk blad de vraag gesteld en beantwoord: „Is het huis van de wetenschap schoon en op orde? Het beetje bewijsmateriaal dat het publiek bereikt, is aanleiding tot ernstige twijfel.”

Sommige onderzoekers laten gegevens weg die niet ondersteunen wat zij willen bewijzen (in het jargon heet dit cooking), rapporteren meer tests of proeven dan werkelijk zijn uitgevoerd (het zogenoemde trimming), eigenen zich gegevens of ideeën van andere onderzoekers toe voor eigen gebruik (plagiaat dus), en verzinnen experimenten of gegevens die zij nooit hebben uitgevoerd of geproduceerd. In een cartoon in een wetenschappelijk blad werd met deze laatste tactiek de draak gestoken; de ene wetenschapper staat met de andere te praten en zegt over een derde: ’Hij heeft heel wat gepubliceerd sinds hij die cursus creatief schrijven is gaan volgen.’

„Wat is tegenwoordig het voornaamste produkt van wetenschappelijk onderzoek? Antwoord: Papier”, aldus U.S.News & World Report. „Elk jaar verschijnen er honderden nieuwe tijdschriften om de toevloed te verwerken van wetenschappelijke verhandelingen die worden uitgebraakt door wetenschappers die weten dat de weg naar academisch succes een lange lijst van op hun naam staande artikelen is.” Kwantiteit, niet kwaliteit, is het doel. De 40.000 bladen die jaarlijks worden uitgegeven, produceren een miljoen artikelen, en een deel van deze stortvloed „is symptomatisch voor fundamentele kwalen, waaronder een publikatiedwang onder onderzoekers die nu sterker is dan ooit en die aanmoedigt tot inferieur, zich herhalend, zinloos of zelfs frauduleus werk”.

Een vooraanstaand redacteur bij The Journal of the American Medical Association, dr. Drummond Rennie, merkte over het gebrek aan kwaliteit op: „Geen studie schijnt te fragmentarisch te zijn, geen hypothese te triviaal, geen literatuurvermelding te bevooroordeeld of te egotistisch, geen opzet te krom, geen methodiek te prutserig, geen presentatie van resultaten te onnauwkeurig, te duister en te tegenstrijdig, geen analyse te eigendienstig, geen argumentatie al te zeer een cirkelredenering, geen conclusie te lichtvaardig of te ongerechtvaardigd, en geen taalgebruik en zinsbouw te weerzinwekkend, of een verhandeling wordt gedrukt.”

Van een mug een olifant maken

Het ’publiceer of ga ten onder’-syndroom heeft veel onderzoekers zeer vindingrijk gemaakt: zij slagen erin een bescheiden produktie van gepubliceerde artikelen te laten uitgroeien tot fenomenale aantallen. Zij schrijven één artikel en splitsen het dan in vier kleinere — in het beroepsjargon de salami-tactiek genoemd. Op die manier worden er vier artikelen aan hun publikatielijst toegevoegd in plaats dat er één gepubliceerd artikel op hun naam komt. Dan kunnen zij hetzelfde artikel aan verschillende bladen sturen, en elke keer dat het wordt geplaatst, wordt het weer geteld. In de meeste gevallen vermeldt één artikel verscheidene wetenschappers als auteur, en iedere auteur voegt het artikel aan zijn lijst van gepubliceerde artikelen toe. Een artikel van twee of drie pagina’s kan zes, acht, tien, twaalf of meer auteurs opvoeren.

In het op 25 oktober 1988 op de televisie uitgezonden NOVA-programma getiteld „Frauderen wetenschappers?”, merkte één wetenschapper over deze praktijken op: „Mensen proberen hun naam aan zo veel mogelijk publikaties verbonden te krijgen, zodat je nu heel vaak enorme teams aantreft waarbij zestien mensen allemaal hun naam zetten onder een bepaalde publikatie, die waarschijnlijk het publiceren niet eens waard was. Maar dit is onderdeel van een moordende competitie, een rivaliteit, een vulgaire kwantitatieve optel-mentaliteit die absoluut in de hand wordt gewerkt door de huidige structuur van de wetenschap in de Verenigde Staten.” Sommigen die als co-auteurs worden opgevoerd, hebben misschien heel weinig te maken gehad met het artikel, hebben het misschien niet eens gelezen, en zetten het artikel desondanks op hun publikatielijst. Zulke opgeblazen lijsten beïnvloeden de verlening van subsidies voor onderzoeken, waarbij het om honderdduizenden dollars uit openbare fondsen gaat.

„Peer review”, een bescherming tegen fraude?

Uitgevers van wetenschappelijke bladen leggen verhandelingen vaak — maar niet altijd — aan andere wetenschappers ter beoordeling voor alvorens ze te publiceren. Door dit gebruik, peer review genoemd, worden in theorie de ondeugdelijke en frauduleuze artikelen eruit gezift. „De wetenschap is zelf-corrigerend in een mate waaraan geen ander terrein van intellectuele werkzaamheid kan tippen”, zegt Isaac Asimov. „De wetenschap is zelf-regulerend zoals geen ander terrein.” Hij sprak er zijn bewondering over uit dat „schandalen zo weinig voorkomen”.

Vele anderen delen die mening echter niet. Peer review is „een waardeloze manier om bedrog te ontdekken”, zei de reeds geciteerde dr. Drummond Rennie. In de American Medical News stond: „Van peer review gebruik makende bladen, eens beschouwd als bijna onfeilbaar, hebben moeten toegeven dat ze niet in staat zijn het bedrog uit te roeien.” „Peer review is overschat”, zei een medisch schrijver en columnist voor The New York Times.

Het tijdschrift Science bericht dat een onderzoeker die was aangewezen om een artikel van een andere onderzoeker te beoordelen, van plagiaat beschuldigd werd. Gebleken was dat hij „gegevens overnam uit een verhandeling die hij ter beoordeling moest lezen en die gebruikte voor zijn eigen werk”, aldus de NIH (Nationale Gezondheidsinstellingen). Zulk gedrag komt neer op een „schending van het vertrouwen dat geacht wordt ten grondslag te liggen aan het peer review-​systeem”, en in dit specifieke geval werd verklaard dat de beoordelaar „niet in aanmerking komt voor toekomstige rijksfondsen”.

„De verregaande brutaliteit waarmee het wetenschappelijk bestel zich heeft laten voorstaan op zijn ethische zuiverheid, slaat al lang alle records”, schreef het tijdschrift New Scientist. Het hoog opgehemelde peer review-​systeem dat in theorie al het bedrog uitzift, wordt door velen gezien als een klucht. „De werkelijkheid”, aldus New Scientist, „is dat weinig wetenschappelijke schurken worden betrapt, maar als dat gebeurt, blijken zij vaak al jarenlang ongecontroleerd hun gang te zijn gegaan en gefingeerde gegevens in respectabele bladen te hebben gepubliceerd zonder dat er vragen werden gesteld.”

Daarvoor al had een functionaris van de NIH volgens een verslag in The New York Times gezegd: „Ik denk dat er een eind is gekomen aan een tijdperk van argeloosheid. In het verleden ging men ervan uit dat wetenschappers dat soort dingen niet deden. Maar men begint zich te realiseren dat wetenschappers niet moreel superieur zijn aan ieder ander.” De Times voegde daar nog aan toe: „Hoewel het een paar jaar geleden, zo vertelde men, een uitzondering was als de Nationale Gezondheidsinstituten één klacht per jaar ontvingen over beweerde fraude, komen er nu ten minste twee serieuze aanklachten per maand binnen.” Het blad Science merkte op: „Wetenschappers hebben het publiek herhaaldelijk verzekerd dat bedrog en wangedrag in het wetenschappelijk onderzoek zelden voorkomen . . . Niettemin schijnen er steeds weer — allerminst onbeduidende — gevallen aan het licht te komen.”

De voorzitter van een van de onderzoekscommissies van het Amerikaanse Congres, John Dingell, zei op een gegeven moment tegen wetenschappers: „Het moet mij van het hart dat uw controlemechanismen naar mijn mening hopeloos inadequaat zijn en dat de deugd het in veel gevallen op een voor mij totaal onaanvaardbare manier schijnt te moeten afleggen tegen schurkerij. Ik hoop dat u er ook zo over denkt.”

Het NOVA-programma „Frauderen wetenschappers?” besloot met deze betuiging van instemming door een van de aanwezige wetenschappers: „De schandalen moeten in de openbaarheid komen, de carrières van bureaucraten moeten op de helling als dat nodig is, en er is geen alternatief. Dit is ethisch gezien noodzakelijk, dit is wettelijk gezien noodzakelijk en het is zeker moreel gezien noodzakelijk.”

[Inzet op blz. 6]

’Zestien mensen zetten allemaal hun naam onder een bepaalde publikatie’

[Inzet op blz. 7]

„Dit is ethisch gezien noodzakelijk, dit is wettelijk gezien noodzakelijk en het is zeker moreel gezien noodzakelijk”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen