Een valse noot in de muziekbusiness?
LUISTER eens aandachtig naar de muziek die er uit uw radio, uw platenspeler of uw televisie komt. Zijn dat echte strijkinstrumenten die u hoort? En luistert u daar naar echte koperblazers?
Omdat de muziektechnologie met reuzensprongen voorwaarts gaat, zijn de klanken die u hoort, wellicht helemaal niet afkomstig van de instrumenten die u zich daarbij voorstelt. Misschien luistert u wel naar een synthesizer. En voor veel musici is de synthesizer een valse noot in de muziekbusiness. Velen van hen zijn van mening dat de synthesizer hen van hun werk berooft!
Wat is een synthesizer?
Een synthesizer is een instrument waarmee geluid elektronisch wordt gegenereerd. Allerlei karakteristieken kunnen door de gebruiker worden veranderd en geregeld. Vaak worden de tonen opgeroepen met behulp van een toetsenbord, en dan is de plaatsing van de toetsen hetzelfde als bij het klavier van een piano.
Een synthesizer wordt zo genoemd omdat hij door synthese — of combinatie — van verscheidene voorgeprogrammeerde geluidskarakteristieken zijn geluid vormt. Sommige synthesizers en keyboards (synthesizers met klavier) bieden de mogelijkheid klanken te ’samplen’, te ’bemonsteren’, en digitaal vast te leggen zodat ze, afhankelijk van de aangeslagen toetsen, op allerlei toonhoogten kunnen worden gereproduceerd. Hoewel zulke klanken strikt genomen niet zijn gesynthetiseerd, zal dit artikel dergelijke keyboards ook tot de synthesizers rekenen.
Synthesizers bestaan al heel wat jaren. Maar ze kregen vooral grote bekendheid in de jaren zeventig, toen het instrument in de popmuziek werd gebruikt om met een nieuw geluid te komen, een geluid dat het tegen de elektrische gitaar zou kunnen opnemen. Hoewel synthesizers aanvankelijk slechts een nieuwigheidje leken, goed voor het produceren van wat interessante geluidseffecten, blijken ze met behulp van digitale technologie zo geprogrammeerd te kunnen worden dat ze het timbre van traditionele instrumenten kunnen nabootsen en reproduceren.
Hoe bedreigt de synthesizer banen?
Stel, u bent musicus en verdient uw brood door in muziekopnamen voor televisie, reclamespotjes en dergelijke, viool te spelen. Voor een toekomstige opname zijn, laten wij zeggen, twintig violisten nodig.
De muziekdirecteur wil echter besnoeien op de kosten van het huren van zo’n grote groep violisten, en hij kan hetzelfde volle geluid verkrijgen door slechts zes violisten en één synthesizerspeler te huren. Bijgevolg heeft de synthesizer voor die opname veertien violisten buitenspel gezet, en wellicht bent u een van hen. Nu, als dat slechts eenmaal gebeurt, maakt u zich er misschien geen zorgen over. Maar als het een regelmatig terugkerend patroon wordt — en volgens sommige musici is het dat reeds — begrijpt u dan hoe de synthesizer een bedreiging kan vormen voor niets minder dan uw levensonderhoud?
Kan de synthesizer de toon en het timbre van een traditioneel instrument nauwkeurig dupliceren? Mike Comins, zelf beroepsviolist en functionaris van de Recording Musicians Association (bond van beroepsmusici in de opnamesector), zegt: „Wij hebben er vaak grapjes over gemaakt — Georg Solti die het podium van de Concertzaal in Chicago betreedt, en daar staat verder alleen een synthesizerspeler. Hij heft zijn armen op en dan weet deze knaap de klanken van het complete Chicago Symphony Orchestra op te roepen . . . Het is galgenhumor, want al is het nog niet gebeurd dat een synthesizer live of in een opnamestudio een symfonieorkest heeft vervangen, eens zal zo’n ding de mogelijkheden daartoe hebben, en dat is angstaanjagend.”
Orkest in een kastje?
In 1984 maakte een musicus een album met muziek van een volle orkestrale klank, en noemde dat „orkest” het „LSI Philharmonic”.a In werkelijkheid was het „orkest” een synthesizer. De componist besteedde naar schatting 2000 uur over een periode van anderhalf jaar aan het programmeren van een digitale synthesizer om het geluid van het orkest vast te leggen. De resultaten waren verbazingwekkend. Het tijdschrift Keyboard noemde het „een van de opmerkelijkste prestaties op het gebied van synthese” en gaf als commentaar dat ’het denkbeeld dat één enkel keyboard ons kan doen denken dat wij het Chicago Symphony Orchestra horen, geen volkomen onmogelijk idee is’.
Impliceert het feit dat orkestklanken zo natuurgetrouw nagebootst kunnen worden, dat de oorspronkelijke instrumenten spoedig overbodig zullen worden? Niet volgens de bovengenoemde componist, die zegt: „Ik houd van het orkest . . . Ik geef nog steeds de voorkeur aan het origineel!”
Veel musici zouden hiermee instemmen. Volgens sommigen kan een synthesizer nooit de tonen en het timbre van andere instrumenten zo nauwkeurig reproduceren, dat hij ze echt zal vervangen. De musicus Walter Sear zegt: „In de oren van een ervaren musicus klinkt de [gesynthetiseerde] trompet niet als een trompet. . . . En de frasering en articulatie van een blaasinstrument horen gewoon niet bij een keyboard.” Maar hij is bang dat mensen niet zo scherp luisteren en elektronisch opgewekte muziek hebben leren aanvaarden ondanks het „ontbreken van die kleine onvolkomenheidjes die akoestische instrumenten zo interessant maken”.
Ja, de synthesizer doet heel wat stof opwaaien in de muziekbusiness. De populariteit van de synthesizer is echter niet alleen van invloed op beroepsmusici, maar ook op een bekend instrument dat u wellicht in huis hebt.
Het einde van de piano?
Vanwege de door de synthesizer ontketende revolutie maakt ook de piano moeilijke tijden door. Pianoleveranciers melden een teruggang in de verkoop en verscheidene bekende pianobouwers hebben de branche zelfs vaarwelgezegd. Nochtans is de verkoop van synthesizers gedurende dezelfde tijd omhooggevlogen.
Het is echter niet het geluid van de piano dat aan populariteit heeft ingeboet. Zoals een studio-eigenaar verklaart: „Er is beslist vraag naar pianoklanken, maar 99 van de 100 keer zijn klanten niet kieskeurig als het erom gaat hoe zij eraan komen.” Velen gebruiken liever de synthesizer omdat die altijd goed gestemd, draagbaar en in veel gevallen betaalbaar is. Ja, veel synthesizers kosten nog niet de helft van een piano.
Betekent dit dat de synthesizer de piano spoedig helemaal zal vervangen? Sommigen betwijfelen of het zover komt. John Steinway, directeur van een pianofabriek, zegt: „Er is niets dat ooit een goed afgesteld, gewoon pianotoetswerk zal verdringen. Hoewel er op dit terrein buitengewoon veel werk wordt gedaan, denk ik niet dat de speler ooit zo’n mate van beheersing zal worden gegeven als hem of haar door een piano wordt geboden.”
Nochtans staat het voor de pianofabrikanten als een paal boven water: De verkoop van piano’s gaat omlaag, en synthesizers genieten de voorkeur. Misschien is het een tijdelijke tendens. Maar het kan ook zijn dat wij, zoals het tijdschrift Keyboard opmerkt, „getuige zijn van het begin van het einde van de piano”.
Herhaalt de geschiedenis zich?
Het probleem is niet nieuw. Door de hele geschiedenis heen hebben technologische ontwikkelingen vele bekwame werkers plotseling werkloos gemaakt. En nu beginnen zelfs enkele beroepsmusici te zien hoe als gevolg van de synthesizer het werkloosheidsspook aan de horizon van hun carrière opdoemt.
Voor degenen die bij het fabriceren of bespelen van synthesizers betrokken zijn, heeft de technologie de deur geopend naar schijnbaar onbegrensde mogelijkheden. Voor degenen die hun brood verdienen door het bespelen van traditionele instrumenten, is de synthesizer een valse noot die hun hun baan kan kosten.
Als u dus weer muziek hoort van uw tv, radio of platenspeler, luister dan aandachtig, en laat u niet door uw oren bedriegen. Het kan zijn dat u naar een synthesizer luistert.
[Voetnoten]
a „LSI” staat volgens de componist voor „Large-Scale Integration”-circuits, ofte wel computerchips.
[Inzet op blz. 14]
„In de oren van een ervaren musicus klinkt de [gesynthetiseerde] trompet niet als een trompet. . . . En de frasering en articulatie van een blaasinstrument horen gewoon niet bij een keyboard.”