De olieramp — De gevolgen voor de dieren
DE TOL aan in het wild levende dieren die de olieramp de eerste paar maanden heeft geëist, is tragisch. In een speciaal bericht uit Alaska voor The New York Times stond vermeld: „Overal zie je de slachtoffers, van de eilanden dicht bij Valdez, waar duizenden zeehonden nu hun jongen werpen op verontreinigde stranden, tot in de verre uithoeken van het Katmai National Park op het Alaskaschiereiland, 500 kilometer verder naar het zuidwesten, waar Amerikaanse zeearenden, bruine beren en zeeleeuwen worstelen met een giftig woongebied. De ecologische tol die de ramp tot dusver heeft geëist, omvat meer dan 20.000 vogels van 30 soorten, 700 zeeotters en 20 zeearenden.” De feitelijke cijfers kunnen wel vijfmaal zo hoog zijn volgens biologen die de aantallen bijhouden. De meeste slachtoffers worden nooit gevonden.
Het Katmai National Park heeft de grootste concentratie bruine beren ter wereld. Autoriteiten maken zich zorgen over deze kolossale dieren, die zo’n drie meter lang zijn en 540 kilo wegen. Ze hebben op de stranden rondgescharreld en met olie besmeurde vogels en vissen gegeten. „Wat zal er met deze dieren gebeuren als de olie in hun voedselketen komt?”, vragen autoriteiten zich af. Arenden die zich te goed doen aan de dode vissen en vogels sterven. Zij verwachten sterfgevallen onder de beren „als de giftige olie zich ophoopt in hun lichaam”.
Deze zorgen worden gedeeld in het Kenai Fjords National Park, waar 90 procent van zijn 390 kilometer lange oostkust met olie is besmeurd. Een daar gestationeerde bioloog zei: „Ik vind nog steeds dode zeeotters op het strand. Zeearenden voeden zich ermee en dus vind ik ook zeearenden. Ik ben een wetenschapper met een graad in de filosofie, maar als ik zie hoe die met olie besmeurde vogels proberen op te vliegen, schieten de tranen mij in de ogen.”
Er zijn misschien nog honderden anderen die tranen laten en duizenden die het huilen nader staat dan het lachen. Mensen die het aan het hart gaat, werken hard om de vogels en otters van olie te ontdoen, maar veel van die dieren zullen toch sterven. Het is hartverscheurend werk voor mensen die zich bekommeren om het behoud van in het wild levende dieren.
Het aantal zeeotters in de Prince William Sound werd geschat op 10.000 à 15.000. Eén bioloog vreesde dat ze met totale uitroeiing werden bedreigd. Een ander bevestigde dat ze „volkomen uit zullen sterven”. Deze schattingen zijn misschien al te pessimistisch gebleken; andere schattingen dat er een derde verloren is gegaan, zijn al ernstig genoeg. Op sommige plaatsen waar de olie niet gekomen is, is een overvloed van otters; in door olie vervuilde streken worden er weinig gezien. Het is een feit dat niemand weet hoeveel duizenden er omgekomen zijn. Als zeeotters sterven door een olievlek, zinken ze naar de bodem. Een telling is onmogelijk, slechts een schatting gebaseerd op een verminderde waarneming ervan.
Het grijpt de meeste mensen aan als er bij olierampen duizenden vogels en andere dieren sterven, maar er wordt zelden gedacht aan de kleine en de microscopisch kleine slachtoffers, waarvan er miljoenen, zelfs biljoenen zijn. Ook die zijn belangrijk en worden niet vergeten door hun Schepper. „Hoe talrijk zijn uw werken, o Jehovah! Gij hebt ze alle in wijsheid gemaakt. De aarde is vol van uw voortbrengselen. Wat deze zee betreft, zo groot en wijd, daarin is dat wat zich roert zonder tal, levende schepselen, zowel klein als groot.” — Psalm 104:24, 25.
De olieachtige drab die in het water wordt verspreid, zinkt uiteindelijk naar de bodem. Daar vergiftigt ze micro-organismen, zoöplankton, het begin van de voedselketen voor een rijke verscheidenheid van dierlijk leven. Vandaar gaan de giftige chemicaliën verder omhoog langs de levensladder en belanden uiteindelijk in de mens zelf.
De mens staat niet boven dit alles. Hij maakt er deel van uit en hij is ervoor verantwoordelijk. Het is een verantwoordelijkheid die hem door God, zijn Schepper, gegeven is. „Ik geef u zeggenschap over de vissen, de vogels en alle dieren in het wild”, zei Jehovah tegen de eerste mens. De mens is naar het beeld van God gemaakt, met Gods eigenschappen — wijsheid, macht, gerechtigheid en liefde. Deze hoedanigheden stelden hem in staat liefdevol heerschappij te voeren over de aarde en haar planten en dieren. Hij kreeg zeggenschap over de aarde en alles wat erop is, niet om het uit te buiten en te ruïneren, maar om er zorg voor te dragen en het te beschermen (Genesis 1:26-28; 2:15, Today’s English Version). Jehovah God bekommert zich om zijn schepping. En wij? Ook wij moeten ons erom bekommeren, want hij verklaart dat hij zal „verderven die de aarde verderven”. — Openbaring 11:18.
[Kader/Illustratie op blz. 10]
Gods zorg voor dieren
God bekommert zich om dieren:
„Mussen . . . [er] zal er niet één van op de grond vallen zonder medeweten van uw Vader.” — Matthéüs 10:29.
Hij eist consideratie:
’Werk zes dagen, neem op de zevende rust, opdat uw stier en uw ezel kunnen rusten.’ — Exodus 23:12.
„Gij moogt een stier bij het dorsen niet muilbanden.” — Deuteronomium 25:4.
„Gij moogt niet ploegen met een stier en een ezel te zamen.” — Deuteronomium 22:10.
„Ingeval gij de ezel van iemand die u haat, onder zijn vracht ziet liggen, dan . . . dient gij het dier zonder mankeren los te maken.” — Exodus 23:5.
„Wie van u zal, wanneer . . . zijn stier in een put valt, hem er niet onmiddellijk uit trekken op de sabbatdag?” — Lukas 14:5.
Hij zorgt voor overleving van de soorten:
„Ingeval een vogelnest zich toevallig vóór u . . . bevindt, . . . moogt gij niet de moeder tegelijk met het nageslacht wegnemen.” — Deuteronomium 22:6.
Hij voorziet in voedsel:
„De sabbatopbrengst van het land moet ulieden tot voedsel dienen: . . . en voor het wild gedierte dat in uw land is.” — Leviticus 25:6, 7.
„Gij opent uw hand — zij worden verzadigd met goede dingen.” — Psalm 104:28.
„Slaat oplettend de vogels des hemels gade, . . . uw hemelse Vader [voedt] ze.” — Matthéüs 6:26.
Hij verschaft de voor overleving nodige wijsheid:
„Ze zijn instinctief wijs: . . . Ze [bereiden] in de zomer hun voedsel.” — Spreuken 30:24, 25.
Hij eist dat wij van gepast respect blijk geven:
„Gij moogt een bokje niet in de melk van zijn moeder koken.” — Exodus 23:19.
[Verantwoording]
Anchorage Times photo/Al Grillo
[Illustraties op blz. 8, 9]
Uiterst links: Jong van de gewone zeehond, drie dagen oud
Links: Geelsnavelduiker
[Verantwoording]
Anchorage Times photo/Al Grillo
Onder: Zeeleeuwen
De Prince William Sound