Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 22/9 blz. 2-7
  • Een olieramp — Dat zal hier nooit gebeuren!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een olieramp — Dat zal hier nooit gebeuren!
  • Ontwaakt! 1989
  • Vergelijkbare artikelen
  • Geen gewoon afval!
    Ontwaakt! 1992
  • Olie — Hoe komen we eraan?
    Ontwaakt! 2003
  • De olieramp — De gevolgen voor de mensen
    Ontwaakt! 1989
  • Ramp op zee — Tragedie aan land
    Ontwaakt! 2003
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 22/9 blz. 2-7

Een olieramp — Dat zal hier nooit gebeuren!

’EEN OLIERAMP in de Prince William Sound? Nooit. Dat zal echt nooit gebeuren. De vaargeul is heel breed en heel diep. Er zijn geen navigatierisico’s.’

Dat was de voorstelling van zaken die men het publiek gaf. Helaas raakte op vrijdag 24 maart, vier minuten na middernacht, de Exxon Valdez, een supertanker geladen met 200 miljoen liter ruwe olie, anderhalve mijl uit de koers en schuurde met zijn kiel over de puntige rotsen van Bligh Reef; in de romp werden grote gaten gereten. Ruim 42 miljoen liter ruwe olie gutste het ongerepte water van de schilderachtige Prince William Sound in, vlak onder Valdez in Alaska.

Toen de catastrofe plaatsvond, voerde een onbevoegde derde stuurman het bevel en bleek de kustwacht die verondersteld werd met radar de koers van de Exxon Valdez te volgen, daartoe niet in staat. En toen de olie het water inliep, konden noch de Alyeska Pipeline Service Company noch de Exxon Corporation hun rampenplan in geval van olieverlies ten uitvoer brengen.

Diepzeeduikers werden opgeroepen om de schade die de aan de grond gelopen Exxon Valdez had opgelopen te inspecteren. Een van de duikers vertelt:

„Toen wij naar de tanker voeren, zagen wij dat de olie al centimeters dik op het water lag. Wij konden in het zog van onze boot het water niet eens zien. Eenmaal op de supertanker was veiligheid onze eerste zorg. Lag het schip stabiel of zou het omslaan en boven op ons terechtkomen? Het lag op Bligh Reef, bij een richel die steil naar beneden liep in water van meer dan honderd meter diep. Als de tanker bij opkomend tij zou verschuiven, zou hij helemaal naar de bodem zakken en misschien doormidden breken, waardoor de rest van de olie eruit zou stromen — 160 miljoen liter.

Wij inspecteerden zo ongeveer elk stukje van het schip: de romp, het inwendige van de tanks, het geraamte. Ondertussen gutste de olie eruit. Ze vermengde zich niet met het water maar stroomde heel snel naar de oppervlakte. Als wij de tanks ingingen, verstoorden onze luchtbellen oliepockets, waarop de olie eruit gedreven werd en rond ons masker wervelde. Wij waren daar niet om reparaties te verrichten, slechts om de schade vast te stellen.”

Alyeska beloofde binnen vijf uur bij de plaats van de ramp te zijn met afdammingsbalken en ’skimmers’ om de olie te verwijderen. Tien uur lang gebeurde er niets en de volgende drie dagen zeer weinig. Voorbij waren drie kalme dagen waarop afdammingsbalken en ’skimmers’ de schade hadden kunnen beperken. Op maandag joegen er winden met snelheden van 110 kilometer per uur over de Prince William Sound en klopten de olie op tot een schuimig mengsel van olie en water dat men mousse noemt.

Iedereen begon iedereen de schuld te geven. De autoriteiten van Alaska, inwoners van Valdez en de kustwacht gaven zowel Alyeska als Exxon de schuld omdat ze hadden getreuzeld en de eerste drie dagen met goed weer onbenut voorbij hadden laten gaan. Sommigen gaven de kustwacht de schuld omdat ze om op de kosten te bezuinigen „de radar in Valdez had vervangen door een zwakkere eenheid, die de rampzalige tanker niet gewaarschuwd had dat hij op een rif afstevende”. Exxon gaf de staat en de kustwacht de schuld omdat die geen toestemming hadden gegeven voor het gebruik van dispersiemiddelen om de olielaag te dispergeren.

In twee maanden had de olievlek vanaf Bligh Reef 800 kilometer afgelegd, 1600 kilometer kust bevuild en 2600 vierkante kilometer van het prachtige water van de Prince William Sound met een dikke deken bedekt. Ze hield pas halt toen ze het Kenai Fjords National Park was gepasseerd, het puntje van het schiereiland Kenai had gerond en Cook Inlet was ingedraaid. Ze drong ook verder door naar het zuiden, waar ze het Katmai National Park en het eiland Kodiak verontreinigde.

Duizenden mensen werden gehuurd voor het reinigen van de stranden. Een van de schoonmakers beschreef in een interview de methode en de resultaten:

„De arbeiders beginnen om 4.30 uur ’s ochtends en werken tot 10.00 uur ’s avonds met hogedrukslangen; sommigen gebruiken koud zeewater en anderen hete stoom vermengd met zeewater. Deze krachtige stralen worden op de kiezelstranden gericht, zodat het water onder de grond wordt gedreven. De olie die zo’n vijftig centimeter tot een meter onder de oppervlakte zit, komt bovendrijven. Dan spuit het water uit de slangen de olie de oceaan in, waar ze door afdammingsbalken wordt tegengehouden totdat oliebestrijdingsvaartuigen de olie komen wegzuigen. Er wordt 30.000 tot 60.000 liter per dag gehaald van een stuk strand van 200 meter lang.

Twee weken lang wordt dit steeds opnieuw gedaan en iedere keer wordt er dezelfde hoeveelheid olie uit gehaald. Dan worden er mensen met absorberende vodden op het strand gezet die elk rotsblok afzonderlijk schoonvegen. Het strand ziet er schoon uit, maar als je je hand tussen de rotsen negen centimeter diep in het zand steekt, komt die er overdekt met dat zwarte drab weer uit. En dat na twee weken schoonmaken. Ga drie dagen later terug en er is weer acht tot zestien centimeter olie naar boven gekomen. Die gaat met het volgende tij terug naar zee.”

Zinloos? Misschien, maar het werk betaalt goed. Een arbeider die $250 per dag verdient, zegt: „Ik denk dat ik hier met gemak zo’n $10.000 aan overhoud.” Een andere arbeider beurde bijna $2000 voor een zevendaagse werkweek van twaalf uur per dag. „We hebben vandaag twee stranden schoon gekregen,” zei hij, „maar nu het opkomend tij is, zullen die stranden er morgen vast weer precies zo bij liggen.” Sommige stukken strand aan de Prince William Sound liggen onder een laag olieachtig slik van een meter dik.

Wat zou toen de romp van de Exxon Valdez eenmaal opengereten was en er 42 miljoen liter van zijn olie in de Prince William Sound was gelopen, geholpen hebben om de ramp te beperken? Als men de eerste drie dagen, toen de zee kalm was, prompt aan de slag was gegaan met afdammingsbalken en olieverwijderingssystemen, had men misschien nog kunnen voorkomen dat de olievlek de zeestraat uitdreef, de Golf van Alaska in.

Zou het gebruik van dispersiemiddelen hebben geholpen? Waarschijnlijk niet. Dispersiemiddelen werken niet in kalm water; de zee moet flink in beroering zijn willen de middelen door het water gemengd en verspreid worden, zodat ze hun werk kunnen doen. De eerste drie kalme dagen zouden ze nutteloos zijn geweest, en toen ze op de vierde dag in het door de wind opgezweepte water wel geholpen zouden hebben, hielden de bulderende stormen de vliegtuigen die nodig waren om deze chemicaliën te verspreiden aan de grond. Het gebruik ervan is in elk geval controversieel. In een artikel in de Anchorage Daily News wordt uitgelegd:

„Dispersiemiddelen werken grotendeels net als wasmiddelen. Als ze op het oppervlak van een olievlek worden gesproeid en door de zee in beweging worden gebracht, splitsen ze de olie op in steeds kleinere deeltjes, die in het water worden opgenomen. Milieudeskundigen houden niet van dispersiemiddelen omdat de chemicaliën, zo zeggen zij, de olie alleen maar over alle lagen van het water verdelen, waardoor de levensvormen van boven tot beneden bedreigd worden.” Bovendien zijn dispersiechemicaliën minder effectief in koud water, „hebben ze bijna helemaal geen effect op ruwe olie uit de Prudhoe Bay” en „zijn ze meer dan een dag nadat de olie in zee is terechtgekomen bijna nutteloos”.

Daar komt nog bij dat de dispersiemiddelen zelf giftig zijn. Men beweert dat de middelen die in 1967 gebruikt werden bij de reusachtige olieramp voor de Engelse kust met de supertanker Torrey Canyon, giftiger waren dan de olie. „Het plante- en dierenleven werd uitgeroeid.”

Pete Wuerpel, hoofd van de rampencommunicatiedienst voor Alaska, bevestigt wat al gezegd is door de geïnterviewde arbeider op het strand: „Olie staat niet stil en gaat niet weg. Zelfs de olie die nu op enkele van de stranden ligt, zal door de werking van de golven en het getij naar andere stranden gevoerd worden. Het is een schier eindeloze ramp. Stranden reinigen is een verbijsterende onderneming als je nagaat tot hoe diep de olie is doorgedrongen. Je kunt de oppervlakte reinigen, maar door de werking van de golven en het getij zal de olie beneden langzaam maar zeker weer naar boven komen. Wanneer erken je dat de menselijke inspanningen niets uithalen?”

Wuerpel concludeert dat de menselijke technologie nog geen weg weet met massale olierampen. Volgens hem moet in dit stadium het werk aan de natuur overgelaten worden. Anderen zijn het met hem eens. Karen Coburn, die zich bezighoudt met de mariene biologie, verklaarde: „Het is gewoon zo dat wij zelfs onder de gunstigste omstandigheden niet in staat zijn meer dan zo’n 10% van de bij een grote ramp verloren olie terug te winnen.” In een rapport wordt gezegd: „Het zou de natuur een decennium, misschien langer, kunnen kosten om de laatste sporen van Noord-Amerika’s grootste olieramp uit de wateren van de eens ongerepte Prince William Sound te verwijderen.” Aldus wetenschappers die een studie maken van olierampen.

Twee weken na het ongeval stond in de Anchorage Daily News de kop: „Schoonmaak na olieramp is verloren strijd. Schoonmaakploegen boeken kleine overwinningen, maar deskundigen zeggen dat herstel van Sound aan de natuur is”. Het blad vervolgde: „De mensen van de Nationale Oceaan- en Atmosfeerdienst hebben steeds gezegd dat de oorlog niet te winnen was.” Zij hebben elke grote ramp van het afgelopen decennium nauwlettend gevolgd, waaronder de ramp voor de Franse kust in 1978 met de supertanker Amoco Cadiz, waarbij 250 miljoen liter olie in zee stroomde. Hun oordeel: „Bij geen ervan is het de mens gelukt de olie redelijk op te ruimen.”

[Kader op blz. 6, 7]

Supertanker, supervervuiler

Stelt u zich eens een schip voor dat zo lang is als een gebouw met honderd verdiepingen hoog is. Een schip waarvan de voorsteven die zich een weg baant door de oceaangolven, bijna een halve kilometer vóór de man ligt die het bestuurt. Een schip zo kolossaal dat sommigen zich zelfs hebben afgevraagd of de bewegingen ervan misschien beïnvloed worden door de aardrotatie. Dat is de supertanker of ULCC, de ultragrote ruwe-olietanker, en die bestaat niet louter in de verbeelding; zulke vaartuigen en andere die bijna even groot zijn, doorploegen in grote aantallen de zeeën. Waarom? Omdat onze wereld dorst naar olie. En tankers zijn vanwege hun omvang een economisch en lucratief middel gebleken om die olie te vervoeren.

Maar zoals recente gebeurtenissen pijnlijk duidelijk hebben gemaakt, kleven er aan grote tankers ook nadelen. Allereerst omdat hun sterke punt tevens hun zwakke punt is. Hun enorme omvang en massa kunnen zich tegen hen keren, zodat ze berucht zijn om hun moeilijke manoeuvreerbaarheid en bestuurbaarheid. Als de stuurman het schip wil laten stoppen of het op een andere koers wil brengen om een gevaar te ontwijken, nemen de basiswetten der beweging (in het bijzonder dat een voorwerp dat in beweging is geneigd is in die beweging te blijven tenzij er een kracht van buiten af op inwerkt) werkelijk epische proporties aan.

Als bijvoorbeeld een 240 tot 270 meter lange tanker volledig geladen is en voortploegt met zijn gebruikelijke snelheid (de Exxon Valdez, 300 meter lang, geladen met 200 miljoen liter olie, snelheid 12 mijl per uur), zal hij niet plotseling stil komen te liggen als de machines worden stopgezet. Het schip zal nog een mijl of vijf doorvaren. Als de machines in hun achteruit worden gezet, heeft het schip nog twee mijl nodig om tot stilstand te komen. Ankers helpen dan niet; als men die liet vallen, zouden ze houvast krijgen in de zeebedding en dan simpel van de dekken worden losgetrokken door de vaart van de tanker. Het manoeuvreren van een tanker is eveneens een geduchte uitdaging. Het kan bijna een halve minuut duren voordat na het draaien van het stuurwiel het roer uitslaat. Dan kan het de logge tanker een martelende drie minuten kosten om de draai te nemen.

Doordat het stuurwiel zich soms zo’n 300 meter achter de boeg, 45 meter van de achtersteven en 30 meter boven de waterlijn bevindt, is het niet verbazingwekkend dat er aanvaringen tussen tankers voorkomen. Ongelukken, hetzij door aan de grond lopen of door een aanvaring, kunnen een kolossaal uitdijende olievlek betekenen. De eens ongerepte kusten van Afrika, Azië, Europa en Noord- en Zuid-Amerika zijn evenals die bij de polen allemaal ernstig aangetast.

Maar tankers verontreinigen de oceanen niet alleen door hun catastrofale ongelukken. Tankers lozen elk jaar zo’n twee miljoen ton olie in zee. Uit onderzoeken is gebleken dat het grootste deel van deze olie afkomstig kan zijn van routineklussen, zoals het tijdens de vaart gewetenloos wegspoelen van de olieresten uit lege tanks. Zoals Noël Mostert schreef in zijn boek Supership, „verliest elke tanker, hoe vakkundig de bemanning ook is, iets van zijn olie in de een of andere vorm in zee; slecht beheerde schepen zijn een niet-aflatende bron van vervuiling en zijn, net als tuinslakken, vaak te volgen door het lange iriserende spoor van hun afval”.

De oceaanonderzoeker Jacques Cousteau maakte eens een veelzeggende opmerking over de drastische aanslagen van de mensheid op het milieu. Hij zei: „Wij gedragen ons tegenover de aarde als vandalen. Wij vernietigen alles wat wij geërfd hebben.”

[Illustratie op blz. 7]

Stranden die de ene dag schoongemaakt zijn, zijn de volgende dag weer met olie bedekt

[Illustratieverantwoording op blz. 2]

Mike Mathers/Fairbanks Daily News-miner

[Illustratieverantwoording op blz. 5]

Omslagfoto: The Picture Group, Inc/Al Grillo

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen