Een internationale krach
19 OKTOBER 1987 was een vreemde dag op onze planeet. Die dag werd er een storm ontketend die de aardbol geselde en in tientallen landen grote verwoestingen aanrichtte. Niettemin was het windstil. De storm ging niet gepaard met kletterende regens, blies geen huizen omver en niemand kwam erbij om het leven. Die dag dreunde de hele wereld door een val, en een aanvallende stier veranderde tijdelijk in een op hol geslagen beer.
Windstille stormen? Stieren die beren worden? Zoals u misschien weet, had deze storm niets te maken met het weer op aarde maar veeleer met de economie. 19 oktober was de dag van de nu beroemde Krach van 1987, toen de effectenbeurs van Wall Street de diepste en snelste val in haar geschiedenis maakte en daarmee overal ter wereld paniek zaaide. De koersen stegen niet langer — in het Engels gebruikt men daarvoor de uitdrukking „bull market” ofte wel „stieremarkt” — maar schoten tijdelijk in een waanzinnig tempo omlaag — waarvoor het Engels de term „bear market” ofte wel „beremarkt” bezigt.
Hoewel de krach niet echt hoorbaar was en de beer geen echte klauwen had, waren de slachtoffers wel echt. Een journalist in Zürich hoorde een man uitroepen: „Ik ben geruïneerd, totaal geruïneerd”, en merkte op dat de mensen in de financiële wijk die de krant stonden te lezen, er uitzagen alsof zij hun eigen overlijdensadvertentie lazen. In Hong Kong nam de paniek zulke koortsachtige vormen aan dat de beurs voor vier dagen gesloten werd. De krach kwam er harder aan dan op enige andere beurs: ze noteerde een waardedaling van zo’n 33 procent. Eén Hongkongse zakenman alleen al verloor $124 miljoen. In New York moest een 63-jarige weduwe niet alleen constateren dat de krach haar effectenportefeuille waardeloos had gemaakt maar ook dat zij nu voor meer dan $400.000 bij haar makelaar in het krijt stond!
Miljoenen armer
Helmut Schmidt, de ex-kanselier van West-Duitsland, zei in Die Zeit, een Duitse krant: „De daling van de aandelenmarkten overal ter wereld met meer dan een biljoen dollar heeft 100 à 200 miljoen gezinnen in het Westen armer gemaakt dan zij vóór de krach meenden te zijn.” Maar de krach was niet tot het Westen beperkt. Zowel in Europa en Noord-Amerika als in Hong Kong, Tokio, Singapore, Taiwan, Australië, Zuid-Afrika en Latijns-Amerika vielen de beurzen als dominostenen.
De Parijse Quotidien droeg de vette kop „LE CRASH”. De in Lima (Peru) verschijnende Cambio maakte bekend: „PANIEK IN NEW YORK, TOKIO EN LONDEN!” The Australian Financial Review uit Sydney betoogde dat Wall Street was „gevallen met een klap zo hard alsof er een dode stier van het Empire State Building was gegooid”. Maar zoals ex-kanselier Schmidt uiteenzette, betekenden deze vallende markten meer dan een wirwar van getallen en schreeuwende krantekoppen. De krach betekende reële verliezen voor velen die hun aandelen tegen de lagere koersen moesten verkopen. Het geld dat mensen hun leven lang opzij hadden gelegd, pensioenfondsen, het appeltje voor de dorst, plannen om een huis te kopen, plannen voor het grootbrengen van kinderen — ze kwamen in de financiële storm allemaal op de tocht te staan.
Het optimisme van de op hol geslagen willige markt voorafgaand aan de krach maakte de zaak alleen maar erger. Het aantal particuliere beleggers op de Amerikaanse effectenmarkt was tussen 1975 en 1985 bijna verdubbeld. Het aantal mensen met indirect effectenbezit via pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en banken was in dezelfde periode met bijna 35 miljoen gestegen. Beleggers kwamen op de levendige markt af zoals vliegen op de stroop. Velen investeerden te laat, betaalden te veel en konden er niet snel genoeg weer uit.
Een nieuwe depressie?
Terwijl de duik van Wall Street ook internationaal voor steeds grotere kringen in het water van de effectenhandel zorgde, drong de gedachte zich op aan een ander berucht jaar in de economische geschiedenis: 1929. In dat jaar leidde een soortgelijke krach van de effectenbeurs tot een wereldomvattende depressie. De wereld huivert nog steeds bij de gedachte aan dat tijdperk met zijn lange rijen wachtenden voor de bedeling, soepkokerijen, schrikbarende werkloosheid en armoede. Zou de nieuwe krach tot een soortgelijke depressie leiden? Per slot van rekening zakte de markt op de ergste dag van de krach van 1929 (Zwarte Dinsdag) 12,8 procent. Maar op Zwarte Maandag van 1987 kelderde ze 22,6 procent. Een kop in The New York Times van 20 oktober 1987 luidde: „Evenaart 1987 1929?”
Het antwoord bleek tot grote opluchting van velen nee te luiden. Bijna twee jaar na Zwarte Maandag constateerden veel deskundigen bij een raming van de blijvende schade die de storm had aangericht, dat deze minimaal was. De Amerikaanse economie groeide nog steeds. Het werkloosheidscijfer was laag. Alles welbeschouwd lag de beurs zelfs na Zwarte Maandag slechts 4 procent lager dan een jaar daarvoor; ze slaagde er zelfs in het jaar met een iets hoger puntenaantal af te sluiten.
Veel deskundigen beschouwden Zwarte Maandag slechts als het uiteenspatten van een zeepbel, een broodnodige correctie van opgeblazen aandelenkoersen. Als de krach enig blijvend gevolg heeft gehad, dan is het wel dat een recordaantal personen de beurs ontvlucht is. ’Nooit weer’, zweren zij. Het schijnt hun ernst te zijn.
Wil dat zeggen dat Zwarte Maandag onbelangrijk is geweest? Verre van dat! Sommige deskundigen zijn van mening dat de krach als een waarschuwing bezien moet worden, dat de schijnwerpers gericht zijn op enkele diepe scheuren die vanuit Wall Street door de wereldeconomie lopen. Heeft de wereld in het algemeen de waarschuwing echter ter harte genomen? Volgens een hoogleraar in de economie niet. Hij vertelde het blad Time: „Het is net een stel dronken tieners die in een auto rijden en denken dat omdat zij de vorige bocht goed doorgekomen zijn, zij de volgende ook wel weer door zullen komen.”
Wat is er eigenlijk fout gegaan op Wall Street? Zou er een nieuwe krach kunnen komen? En ondervindt u persoonlijk daar de invloed van?